Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:2380

2026-03-18 Civiel recht C/03/348314 / HA ZA 25-545
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-03-18
Publicatiedatum
2026-03-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/03/348314 / HA ZA 25-545
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Erfrecht. Vordering in incident tot oproeping van de andere erfgenamen op de voet van artikel 118 Rv. De rechtbank wijst de vordering in het incident toe omdat er sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.660 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: C/03/348314 / HA ZA 25-545




Vonnis in incident bij vervroeging van 18 maart 2026




in de zaak van



1. [erfgenaam 1] , in haar hoedanigheid van erfgenaam-vereffenaar en gevolmachtigde in de nalatenschap van [erflater],
te [plaats 1] ,2. [erfgenaam 2] , in zijn hoedanigheid van erfgenaam-vereffenaar in de nalatenschap van [erflater],
te [plaats 2] ,3. [erfgenaam 3] , in haar hoedanigheid van erfgenaam-vereffenaar in de nalatenschap van [erflater],
te [plaats 1] ,4. [erfgenaam 4] , in zijn hoedanigheid van erfgenaam-vereffenaar in de nalatenschap van [erflater],
te [plaats 2] ,5. [erfgenaam 5] , in haar hoedanigheid van erfgenaam-vereffenaar in de nalatenschap van [erflater] ,
te [plaats 3] ,
eisende partijen in de hoofdzaak,
eisende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. I.K. Decupere,



tegen





[persoon]
,
te [plaats 1] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [persoon] ,
advocaat: mr. R.H.L. van de Laar.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding met producties 1 t/m 9,


de akte overleggen productie (na aanbrengen) met productie 10


de akte vermeerdering/wijziging eis tevens instelling incidentele vordering tot oproeping derden ex artikel 118 Rv,


de conclusie van antwoord,


de antwoord akte/ incidentele conclusie van antwoord.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De feiten


2.1.
Op [datum 1] 2024 is te [plaats 4] overleden de heer [erflater] (hierna: erflater), geboren te [geboorteplaats] (Indonesië) op 3 [datum 2] 1934, laatstelijk woonachtig te [plaats 4] .



2.2.
Blijkens de akte van erfrecht van 5 september 2024 heeft erflater niet over zijn nalatenschap beschikt bij uiterste wil. Erflater heeft op grond van het versterfrecht als zijn enige erfgenamen achtergelaten zijn zeven nog in leven zijnde kinderen, de twee afstammelingen van zijn vooroverleden zoon alsmede de drie afstammelingen van zijn vooroverleden dochter.


2.3.
De erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.



2.4.
De erfgenamen hebben blijkens de akte van erfrecht aan [erfgenaam 1] een (beperkte) volmacht verstrekt om hen te vertegenwoordigen ter zake het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW over de nalatenschap, alsmede ter zake van de vereffening van de nalatenschap van erflater.




3
3. Het geschilin de hoofdzaak


3.1.
Eisers stellen dat [persoon] het financiële beheer over het vermogen van erflater, tijdens zijn leven, heeft overgenomen op het moment dat de echtgenote van erflater is overleden. Eisers zijn van mening dat [persoon] de financiën van erflater niet op correcte wijze en/of in het belang van erflater heeft gevoerd en dat [persoon] zich onrechtmatig heeft verrijkt ten koste van het vermogen en welzijn van erflater.



3.2.

Eisers vorderen – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. [persoon] zal veroordelen tot het afleggen van rekening en verantwoording over het door haar gevoerde beheer over het vermogen van erflater over de periode van 1 januari 2016 tot 7 mei 2024, over de bankrekening van erflater bij ING Bank met nummer [rekeningnummer] , een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 1.000,00 of dagdeel dat [persoon] daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 50.000,00, althans op straffe van verbeurte van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

2. zal bepalen dat [persoon] de sub 1 bedoelde rekening en verantwoording binnen een door de rechtbank nader te bepalen termijn dient in te brengen in onderhavige procedure, waarna eisers de gelegenheid krijgen om daarop schriftelijk te reageren en eventueel hun vorderingen dientengevolge aan te passen;
3. primair: [persoon] zal veroordelen tot voldoening van een schadevergoeding aan de nalatenschap ten bedrage van € 92.500,00, althans subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf [datum 1] 2024, althans vanaf 1 mei 2025, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;


subsidiair: zal verklaren voor recht dat de rechtshandelingen die zijn verricht ten faveure van [persoon] ten laste van het vermogen van erflater bestaande uit alle betalingen, overschrijvingen en opnames zoals in producties 8 t/m 9 en het lichaam van de dagvaarding toegelicht in totaal € 92.500,00 bedragen en dat deze bij brief van 19 december 2024 rechtsgeldig door de eisers buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans in elk geval voornoemde rechtshandelingen bij vonnis te vernietigen op grond van misbruik van omstandigheden en gedaagde te veroordelen tot terugbetaling van deze bedragen en de voordelen die zij dientengevolge heeft ontvangen voor een bedrag van € 92.500,00, althans voor een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf [datum 1] 2024, althans vanaf 19 december 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum.

meer subsidiair: zal verklaren voor recht dat de schenkingen aan [persoon] in totaal € 92.500,00 bedragen en dat deze bij brief van 19 december 2024 rechtsgeldig door de eisers buitengerechtelijk zijn vernietigd, althans in elk geval voornoemde schenkingen te vernietigen op grond van misbruik van omstandigheden;en [persoon] ten gevolge van het meer subsidiair gevorderde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 92.500,00 aan de nalatenschap, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de schenkingen, althans vanaf [datum 1] 2024, althans vanaf 19 december 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door uw rechtbank in goede justitie nader te bepalen datum;Indien en voor zover in rechte zou komen vast te staan dat er sprake is van andere rechtsgeldige schenkingen aan [persoon] , deze schenkingen eveneens bij vonnis te vernietigen op grond van misbruik van omstandigheden en [persoon] te veroordelen tot terugbetaling van deze schenkingen aan de nalatenschap, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de schenkingen, althans vanaf [datum 1] 2024, althans vanaf 19 december 2024, althans vanaf de dag der dagvaarding, althans een door uw rechtbank in goede justitie nader te bepalen datum;5. primair:
dat de rechtbank ex artikel 3:185 lid 1 BW juncto artikel 3:184 BW de verdeling zal gelasten op de wijze zoals bij randnummers 6 en 7 van de akte vermeerdering/wijziging eis uiteen is gezet;subsidiair: dat de rechtbank zelf de verdeling van de nalatenschap zal gelasten, rekening houdend naar billijkheid zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang en met inachtneming van de vorderingen die eisers jegens [persoon] namens de nalatenschap hebben ingesteld;6. [persoon] zal veroordelen in de kosten van deze procedure, eventuele beslagkosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 163,00 zonder betekening en € 255,00 met betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.




3.3.

[persoon] heeft geen bezwaar tegen de vermeerdering/wijziging van eis.



in het incident
3.4. Eisers vorderen om de nog niet in de procedure betrokken deelgenoten op de voet van artikel 118 Rv in het geding te mogen betrekken. De nog niet in de procedure betrokken erfgenamen betreffen: [erfgenaam 6] , [erfgenaam 7] , [erfgenaam 8] , [erfgenaam 9] , [erfgenaam 10] en [erfgenaam 11] . Ter onderbouwing van de incidentele vordering stellen eisers dat in het geval van een verdelingsvordering, zoals in onderhavige zaak, sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Alle erfgenamen dienen derhalve in het geding te worden betrokken.




3.5.

[persoon] heeft geen bezwaar tegen de incidentele vordering tot oproeping van derden ex artikel 118 Rv en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.





4De beoordeling



in het incident




4.1.
De vordering in de hoofdzaak tot verdeling van de nalatenschap van de overleden vader van partijen betreft een ondeelbare rechtsverhouding. De overige erfgenamen dienen daarom in de procedure te worden betrokken. De rechtbank zal eisers in de gelegenheid stellen [erfgenaam 6] , [erfgenaam 7] , [erfgenaam 8] , [erfgenaam 9] , [erfgenaam 10] en [erfgenaam 11] alsnog ex artikel 118 Rv op te roepen tegen na te melden roldatum.



4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten wordengecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



in de hoofdzaak





4.3.
De rechtbank verwijst de zaak naar de rol van 15 april 2026 voor oproeping van [erfgenaam 6] , [erfgenaam 7] , [erfgenaam 8] , [erfgenaam 9] , [erfgenaam 10] en [erfgenaam 11] .





5De beslissing


De rechtbank




in het incident
5.1. stelt eisers in de gelegenheid [erfgenaam 6] , [erfgenaam 7] , [erfgenaam 8] , [erfgenaam 9] , [erfgenaam 10] en [erfgenaam 11] alsnog als partij in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv om op de rolzitting van 15 april 2026 in het geding te verschijnen, met dien verstande dat:

- deze oproeping middels deurwaardersexploot dient te geschieden,
- een afschrift van de oproeping aan de griffie van de rechtbank dient te worden gezonden,
- bij de oproeping een kopie moet worden gevoegd van alle tot heden gewisselde procestukken inclusief dit vonnis,
- de oproeping moet vermelden dat partijen niet in persoon, maar slechts vertegenwoordigd door een advocaat kunnen verschijnen,
- de oproeping moet vermelden dat partijen, indien zij verschijnen, griffierecht verschuldigd zijn en dat van partijen die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen op basis van artikel 15 , van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven,
- de oproeping moet vermelden dat partijen verplicht zijn om de feiten die van belang zijn voor de beslissing van de rechter volledig en naar waarheid aan te voeren,
- de oproeping moet vermelden dat de rechter de gestelde feiten of rechten die door een partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, als vaststaand moet beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat.


5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partijde eigen kosten draagt,



in de hoofdzaak





5.3.
verwijst de zaak naar de rol van 15 april 2026 voor oproeping van [erfgenaam 6] , [erfgenaam 7] , [erfgenaam 8] , [erfgenaam 9] , [erfgenaam 10] en [erfgenaam 11] ,



5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken.




productie 1 bij dagvaarding


productie 2 bij dagvaarding


productie 3 bij dagvaarding