Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:1415
2026-02-11
Civiel recht; Personen- en familierecht
12089275 \ EZ VERZ 26-28
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Erfrecht artikel 4:214 lid 1 BW
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.943 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12089275 \ EZ VERZ 26-28
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 11 februari 2026
in de zaak van
mr. [vereffenaar], in hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van
[erflater] , geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] en overleden op [datum 2] 2025 te [plaats 2] ,
kantoorhoudende te [plaats 3] ,
hierna te noemen: verzoekster.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Op [datum 2] 2025 is te [plaats 2] overleden [erflater] (hierna te noemen: erflater). Erflater is geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] . De laatste woonplaats van erflater was [plaats 4] .
2.2.
Bij beschikking van 28 januari 2026 van deze rechtbank is verzoekster benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap.
3Het verzoek
3.1.
Verzocht wordt om op grond van artikel 4:214 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een datum te bepalen waarop de schuldeisers van de nalatenschap van erflater uiterlijk hun vorderingen moeten indienen bij de vereffenaar.
4De beoordeling
4.1.
Ingeval vereffend wordt door een door de rechter benoemde vereffenaar, zoals in deze zaak aan de orde is, geschiedt de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschap overeenkomstig artikel 4:206 lid 6 BW zoveel mogelijk tegelijkertijd met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar in lijn hiermee zal handelen.
4.2.
De kantonrechter bepaalt de datum waarop de schuldeisers uiterlijk hun vordering(en) kunnen indienen op 4 mei 2026.
Om de schuldeisers voldoende tijd te geven hun vorderingen in te dienen, geeft de kantonrechter verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping van de schuldeisers uiterlijk zes weken vóór 4 mei 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
bepaalt dat verzoekster de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen hun vorderingen bij haar in te dienen vóór 4 mei 2026;
5.2.
geeft verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken, vóór 4 mei 2026, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12089275 \ EZ VERZ 26-28
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 11 februari 2026
in de zaak van
mr. [vereffenaar], in hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van
[erflater] , geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] en overleden op [datum 2] 2025 te [plaats 2] ,
kantoorhoudende te [plaats 3] ,
hierna te noemen: verzoekster.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Op [datum 2] 2025 is te [plaats 2] overleden [erflater] (hierna te noemen: erflater). Erflater is geboren op [datum 1] 1955 te [plaats 1] . De laatste woonplaats van erflater was [plaats 4] .
2.2.
Bij beschikking van 28 januari 2026 van deze rechtbank is verzoekster benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap.
3Het verzoek
3.1.
Verzocht wordt om op grond van artikel 4:214 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) een datum te bepalen waarop de schuldeisers van de nalatenschap van erflater uiterlijk hun vorderingen moeten indienen bij de vereffenaar.
4De beoordeling
4.1.
Ingeval vereffend wordt door een door de rechter benoemde vereffenaar, zoals in deze zaak aan de orde is, geschiedt de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschap overeenkomstig artikel 4:206 lid 6 BW zoveel mogelijk tegelijkertijd met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar in lijn hiermee zal handelen.
4.2.
De kantonrechter bepaalt de datum waarop de schuldeisers uiterlijk hun vordering(en) kunnen indienen op 4 mei 2026.
Om de schuldeisers voldoende tijd te geven hun vorderingen in te dienen, geeft de kantonrechter verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping van de schuldeisers uiterlijk zes weken vóór 4 mei 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
bepaalt dat verzoekster de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen hun vorderingen bij haar in te dienen vóór 4 mei 2026;
5.2.
geeft verzoekster een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken, vóór 4 mei 2026, dus uiterlijk op 23 maart 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.