Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:13221

2025-10-29 Civiel recht C/03/324044 / HA ZA 23-484
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2025-10-29
Publicatiedatum
2026-02-13
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/03/324044 / HA ZA 23-484
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Civiel recht. Bodemzaak. Verzoek herstelvonnis van eindvonnis 17 september 2025. Verzoek afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.213 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: C/03/324044 / HA ZA 23-484





Vonnis van 29 oktober 2025





in de zaak van





[eiser in conventie, verweerder in reoonventie]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reoonventie] ,
advocaat: mr. R.A. Wijnands,



tegen





[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,
advocaat: mr. J.G.M. Nass.





1Het verzoek tot verbetering


1.1.
Bij B-16 formulier van 19 september 2025 is door de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reoonventie] aangegeven dat in het vonnis van 17 september 2025 geen vergoeding van de getuigenkosten is opgenomen en verzocht om dit alsnog in het vonnis op te nemen.



1.2.

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. Bij e-mailbericht van 3 oktober 2025 heeft de advocaat van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] aangegeven dat er geen vergoeding van de getuigenkosten in het vonnis hoeft te worden opgenomen en dat het vonnis niet hoeft te worden aangepast.





2De beoordeling

2.1.
De rechtbank heeft op 2 en 3 april 2025 en op 18 juni 2025 een aantal getuigen gehoord. Blijkens de processen-verbaal van die getuigenverhoren is ten aanzien van de getuigen de getuigentaxe vastgesteld.



2.2.
De rechtbank begrijpt de inhoud van het B-16 formulier van de advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reoonventie] aldus dat hij een verzoek tot aanvulling van het eindvonnis van 17 september 2025 op grond van artikel 32 Rv doet, omdat verzuimd zou zijn te beslissen op een deel van het gevorderde. De advocaat van [eiser in conventie, verweerder in reoonventie] miskent echter dat de rechtbank in het eindvonnis de proceskosten heeft gecompenseerd. De getuigentaxe maken deel uit van de proceskosten. De rechtbank is van oordeel dat om die reden niet verzuimd is om op een deel van het gevorderde te beslissen.



2.3.
Dit vonnis wordt gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en niet door mr. V. Steijvers, omdat zij per 1 oktober 2025 haar opleiding elders heeft voortgezet.





3De beslissing


De rechtbank



3.1.
wijst het verzoek om aanvulling van het op 17 september 2025 tussen [eiser in conventie, verweerder in reoonventie] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] gewezen vonnis af.




Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.