Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2025:10162
2025-10-15
Civiel recht
11464234 \ CV EXPL 25-61
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:853 Hoge Raad 10-06-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.966 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11464234 \ CV EXPL 25-61
Vonnis van 15 oktober 2025 – bij vervroeging
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
gemachtigde: B. Visser (Juristu Incasso Juristen B.V.)
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
gemachtigde: mr. Machiel van Velden
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2025,
- de akte van Juristu Incasso Juristen B.V.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
in conventie
2.1.
In het tussenvonnis van 16 juli 2025 is B. Visser van Juristu Incasso Juristen B.V. (hierna: Juristu) in de gelegenheid gesteld zijn standpunt naar voren te brengen aangaande het voornemen van de kantonrechter om hem op grond van art. 245 lid 1 Rv te veroordelen tot betaling van de proceskosten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
2.2.
B. Visser heeft geen akte genomen. De ontvangen akte is namelijk afkomstig van Juristu en vermeldt mevrouw [naam] als gemachtigde.
2.3.
Omdat B. Visser niet heeft gereageerd op het voornemen hem te veroordelen tot betaling van de proceskosten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen van dit voornemen.
2.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat, anders dan in de akte wordt aangevoerd, B. Visser wel degelijk als gemachtigde van de (niet-bestaande) eisende partij is gesteld. Zo staat het immers bovenaan de eerste pagina van het exploot van dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid.
2.5.
B. Visser zal worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 678,00 salaris gemachtigde (2 x € 339,00).
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.7.
In dit vonnis wordt geen afzonderlijke beslissing genomen over de gevorderde nakosten. Een kostenveroordeling levert immers ook een executoriale titel op voor de nakosten. De kantonrechter verwijst in dat verband naar het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853).
3De beslissing
De kantonrechter
in conventie
3.1.
veroordeelt B. Visser van Juristu tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 678,00,
3.2.
veroordeelt B. Visser van Juristu tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.
RW
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11464234 \ CV EXPL 25-61
Vonnis van 15 oktober 2025 – bij vervroeging
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,
gemachtigde: B. Visser (Juristu Incasso Juristen B.V.)
tegen
[gedaagde in conventie, eiser in reconventie]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ,
gemachtigde: mr. Machiel van Velden
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2025,
- de akte van Juristu Incasso Juristen B.V.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De beoordeling
in conventie
2.1.
In het tussenvonnis van 16 juli 2025 is B. Visser van Juristu Incasso Juristen B.V. (hierna: Juristu) in de gelegenheid gesteld zijn standpunt naar voren te brengen aangaande het voornemen van de kantonrechter om hem op grond van art. 245 lid 1 Rv te veroordelen tot betaling van de proceskosten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] .
2.2.
B. Visser heeft geen akte genomen. De ontvangen akte is namelijk afkomstig van Juristu en vermeldt mevrouw [naam] als gemachtigde.
2.3.
Omdat B. Visser niet heeft gereageerd op het voornemen hem te veroordelen tot betaling van de proceskosten van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , ziet de kantonrechter geen aanleiding om terug te komen van dit voornemen.
2.4.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat, anders dan in de akte wordt aangevoerd, B. Visser wel degelijk als gemachtigde van de (niet-bestaande) eisende partij is gesteld. Zo staat het immers bovenaan de eerste pagina van het exploot van dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid.
2.5.
B. Visser zal worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 678,00 salaris gemachtigde (2 x € 339,00).
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.7.
In dit vonnis wordt geen afzonderlijke beslissing genomen over de gevorderde nakosten. Een kostenveroordeling levert immers ook een executoriale titel op voor de nakosten. De kantonrechter verwijst in dat verband naar het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853).
3De beslissing
De kantonrechter
in conventie
3.1.
veroordeelt B. Visser van Juristu tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 678,00,
3.2.
veroordeelt B. Visser van Juristu tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025.
RW