Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2024:449

2024-01-24 Civiel recht C/03/321410 / HA ZA 23-371
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2024-01-24
Publicatiedatum
2024-01-31
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/03/321410 / HA ZA 23-371
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Recht om te antwoorden vervallen, volgt toewijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.592 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: C/03/321410 / HA ZA 23-371




Vonnis van 24 januari 2024




in de zaak van





[eiser]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. A.F.G. Pennino,



tegen





[gedaagde]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. R.R.J.W. Delsing.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8 - na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft (de advocaat van) gedaagde niet (tijdig)
een conclusie van antwoord genomen, waarna het recht om te antwoorden is vervallen.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De beoordeling


2.1.
Het gevorderde ligt als onweersproken voor toewijzing gereed.



2.2.
Gedaagde is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiser als volgt vastgesteld:









- kosten van de dagvaarding


€


129,86







- griffierecht


€


2.277,00







- salaris advocaat


€


2.645,00


(1 punten × € 2.645,00)




Totaal


€


5.051,86










3. De beslissing



De rechtbank




3.1.
verklaart voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiser ten gevolge van de genoemde onrechtmatige daad op 19 november 2014 geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade,



3.2.

veroordeelt gedaagde tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser van
€ 233.750,00, ten titel van materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de aansprakelijkstelling d.d. 11 november 2019,




3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot dit vonnis vastgesteld op € 5.051,86,



3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2024.



JC