Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2023:1073

2023-02-10 Bestuursrecht ROE 23/41
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2023-02-10
Publicatiedatum
2023-02-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
ROE 23/41
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

13b Opiumwet-zaak. Vovo. Woning in kwetsbare wijk in Maastricht voor drie maanden gesloten wegens vondst van ruim 105 gram hennep en een hennepkwekerij in opbouw. Burgemeester is bevoegd tot sluiting. Sluiting is noodzakelijk. Sluiting is evenredig.

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.320 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Zittingsplaats Roermond


Bestuursrecht


zaaknummer: ROE 23/41


uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 februari 2023 in de zaak tussen



[Naam] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. B.H.M. Nijsten),


en




De burgemeester van de gemeente Maastricht (verweerder)
(gemachtigde: mr. R.G.A. Stassen).



Inleiding


Deze zaak gaat over het besluit van verweerder van 21 december 2022 waarbij de woning op het adres [adres] in [woonplaats] (verder: de woning) wordt gesloten voor de duur van drie maanden.



Verzoeker staat op voormeld adres ingeschreven als bewoner. Hij heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.





Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. De voorzieningenrechter van de rechtbank kan op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker spoedeisend belang bij een beslissing op zijn verzoek. De voorzieningenrechter beoordeelt vervolgens of het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft, waardoor er aanleiding bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.



Feiten en bevindingen



3. Volgens de bestuurlijke rapportage van 18 november 2022 heeft de politie op
30 oktober 2022 de woning van verzoeker betreden in verband met een melding van een vermoedelijk hulpbehoevend persoon. In de woning werden twee seal bags met in totaal 105,9 gram hennep aangetroffen en verder goederen die bestemd zijn voor de kweek van hennep en inrichting van een hennepplantage.



Bestreden besluit



4. Verweerder heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet en de Beleidsregel ‘Damoclesbeleid Lokalen en Woningen 2019 Artikel 13b Opiumwet’ (Beleidsregel) besloten om de woning voor drie maanden te sluiten wegens het aldaar aangetroffene. Volgens verweerder is er sprake van een ernstige situatie. De 105 gram hennep is aanzienlijk meer dan de hoeveelheid die voor eigen gebruik wordt verondersteld (te weten 5 gram). Daarnaast was er in de woning sprake van een hennepplantage in aanbouw. Daarmee is volgens verweerder aannemelijk dat de aangetroffen goederen in verband zijn te brengen met de handel in drugs. De woning levert daarom een gevaar op voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat rond de woning. Het is dan ook noodzakelijk om de woning tijdelijk te sluiten om de loop naar de woning eruit te halen en de naamsbekendheid daarvan als drugspand te doorbreken. Verder zijn er geen zwaarwegende belangen die maken dat verweerder af moet zien van de sluiting. Het algemene belang bij sluiting van de woning weegt volgens verweerder zwaarder dan het individuele belang van verzoeker bij het afzien van sluiting.

5. De sluiting van de woning zou plaatsvinden op 5 januari 2023. Op 4 januari 2023 heeft verweerder de griffie van de rechtbank telefonisch medegedeeld dat de uitvoering van de last onder bestuursdwang wordt opgeschort tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.



Bevoegdheid



6. De burgemeester is op grond van artikel 13b van de Opiumwet en de Beleidsregel bevoegd een woning te sluiten als in een woning als hard- en/of softdrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Onbetwist is dat in de woning
105,9 gram hennep en goederen die bestemd zijn voor de kweek van hennep en inrichting van een hennepplantage zijn aangetroffen en dat de burgemeester reeds daarom bevoegd is de woning te sluiten (ECLI:NL:RVS:2022:1765).

7. De sluiting van de woning voor de duur van drie maanden is in overeenstemming met de Beleidsregel.



Is sluiting van de woning noodzakelijk?



8. Verzoeker betoogt dat de burgemeester had kunnen volstaan met een waarschuwing. De hennep in de woning was volgens verzoeker niet van hem, maar van anderen die het pas sinds kort in verzoekers woning hadden opgeslagen zonder dat daar een vergoeding tegenover stond. De woning staat niet bekend als drugspand. Er is sprake geweest van een eenmalige situatie. Verzoeker is nooit eerder met de politie in aanraking geweest met betrekking tot drugs. In de woning zijn ook geen andere voorwerpen aangetroffen, waarvan gesteld kan worden dat sprake is van handel in verdovende middelen. De kwekerij was ooit opgezet, maar daar is verzoeker mee gestopt en de kwekerij was nog niet opgeruimd.

9. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding dient te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.

10. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) (ECLI:NL:RVS:2020:1333) volgt dat als uitgangspunt geldt dat als in een woning een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, aangenomen mag worden dat die woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Die noodzaak zal in beginsel ook groter zijn als de betrokken woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk ligt, omdat een zichtbare sluiting van een dergelijke woning door de burgemeester voor bij die woning betrokken drugscriminelen en voor buurtbewoners een signaal is dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in die woningen (ECLI:NL:RVS:2017:3481). In de afgelopen vijf jaar is in deze wijk veertien keer eerder een maatregel op grond van artikel 13b van de Opiumwet opgelegd. Verweerder heeft van deze sluitingen op 23 januari 2023 een overzicht gestuurd.

11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in dit geval sprake is van een geval waarin sluiting noodzakelijk is. Reeds op grond van de aangetroffen hoeveelheid softdrugs (105,9 gram hennep) en gezien de aangetroffen hennepplantage in opbouw, heeft de burgemeester in aanmerking kunnen nemen dat de woning een rol vervult in het criminele circuit en bekend staat als drugspand. Daarbij heeft de burgemeester kunnen meewegen dat de woning is gelegen in de wijk Wittevrouwenveld, een voor drugscriminaliteit kwetsbare omgeving en dat door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid softdrugs gevaar bestaat voor de omgeving. Daarnaast is de sluiting een herstelsanctie die betrekking heeft op de woning en de bekendheid van deze woning als drugspand in het drugscircuit, en in mindere mate op de daarbij betrokken persoon: naast het belang van verzoeker is ook het algemeen belang en het belang van de omgeving van de woning aan de orde (ECLI:NL:RVS:2022:285). Verzoeker kan niet worden gevolgd in het betoog dat volstaan zou kunnen worden met een waarschuwing. Daarmee zou niet een signaal uitgaan dat even sterk is als van sluiting van het woningdeel van verzoeker.



Verwijtbaarheid



12. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van verwijtbaarheid omdat de aangetroffen softdrugs niet van hem waren en hij de inrichting van de kwekerij heeft stopgezet. Zoals de Afdeling in haar overzichtsuitspraak van 28 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2912) overweegt, is persoonlijke verwijtbaarheid niet vereist voor de toepassing van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Dit betoog slaagt dan ook niet in dit verband. De vraag of verzoeker een verwijt van de overtreding kan worden gemaakt, kan
wel aan de orde komen in het kader van de beoordeling van de evenredigheid van de sluiting.







Evenredigheid



13. Als de sluiting van de woning noodzakelijk is, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenredig moet zijn. Voor de beoordeling van de evenredigheid zijn volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2019 in een geval als dit de verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting van belang.

14. In de overzichtsuitspraak overweegt de Afdeling dat het ontbreken van iedere betrokkenheid bij de overtreding afzonderlijk of tezamen met andere omstandigheden kan maken dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Zo kan bijvoorbeeld de betrokkene geen verwijt worden gemaakt, als hij niet op de hoogte was en evenmin redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen goederen. Hiervan is naar de oordeel van de voorzieningenrechter echter geen sprake, alleen al omdat verzoeker bekend was met de kwekerij in opbouw in de woning.

15. Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat het inherent is aan een sluiting dat de bewoner de woning moet verlaten. Sluiting van een woning maakt inbreuk op het huisrecht en het privéleven, die worden beschermd door artikel 8 van het EVRM. De Afdeling heeft in de uitspraak van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) daaraan toegevoegd dat ook financiële schade, bijvoorbeeld vanwege de kosten van vervangende woonruimte, of de omstandigheid dat het kwetsbare bewoners betreft, gevolgen kunnen zijn die bij de beoordeling moeten worden betrokken. De gevolgen van een woningsluiting kunnen bijzonder zwaar zijn als de bewoners niet kunnen terugkeren in de woning na ommekomst of opheffing van de sluiting, bijvoorbeeld omdat door de sluiting het huurcontract wordt ontbonden. In dat kader dient ook betekenis te worden toegekend aan de vraag of de (onder)huurder door sluiting van de woning op een zogenoemde zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie, als gevolg waarvan deze (onder)huurder – al dan niet voor een bepaalde periode – geen andere sociale huurwoning in de regio toegewezen krijgt.

16. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet gebleken is van bijzondere omstandigheden die maken dat de sluiting van de woning onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. De voorzieningenrechter hecht in dit kader belang aan de verklaring van Servatius Wonen & Vastgoed (verder Servatius) die verweerder aan het procesdossier heeft toegevoegd, inhoudende dat Servatius zich inzet en zal inzetten voor de belangen van verzoeker. Meer concreet zoekt Servatius actief voor hem een (kleinere) woning in dezelfde omgeving. Bovendien heeft verzoeker in deze wijk familie wonen en kan van hem verwacht worden dat hij bij zijn familie om onderdak vraagt in de mogelijk tussenliggende (korte) periode dat zijn huidige woning is gesloten en hij nog geen nieuwe woning heeft. Ter zitting is de voorzieningenrechter niet gebleken dat deze vorm van onderdak echt onmogelijk is. Voor zover verzoeker aanvoert dat dat niet van hem gevraagd kan worden omdat hij een grote hond heeft en hij als gevolg daarvan in de woning moet kunnen blijven totdat er voor hem een andere woning beschikbaar is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van de hond niet doorslaggevend zijn. Het is de verantwoordelijkheid van verzoeker om in dat geval een tijdelijk onderkomen voor de hond te vinden.

17. Afgezet tegen de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de met de sluiting te dienen algemene belangen, heeft de burgemeester de door eiser gestelde belangen dan ook niet zodanig zwaarwegend hoeven te vinden dat hij van sluiting moet afzien. De burgemeester heeft de inbreuk op de openbare orde belangrijker mogen vinden dan het belang van verzoeker bij niet-sluiting van de woning.



conclusie en gevolgen


18. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen. Dat betekent dat verzoeker de behandeling van het bezwaar moet afwachten en dat er, gelet op de belangen over en weer, geen reden is om tot die tijd een voorlopige voorziening te treffen.





Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.








Deze uitspraak is gedaan door mr. I.C.A. Wilschut, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Beckers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
10 februari 2023.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 februari 2023.




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.