Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2020:8612

2020-11-04 Civiel recht 8647551 \ CV EXPL 20-3397
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2020-11-04
Publicatiedatum
2020-11-06
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
8647551 \ CV EXPL 20-3397
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Provisionele vordering afgewezen, hoofdzaak toegewezen als gevorderd

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.499 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht


Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 8647551 \ CV EXPL 20-3397




Vonnis van de kantonrechter van 4 november 2020




in de zaak van:





[eiser]
,
wonende [adres 1] ,

[woonplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. B.H.A. Augustin,



tegen:





1 [gedaagde sub 1] ,wonende [adres 2] ,[woonplaats 2] ,
2. [gedaagde sub 2],wonende [adres 2] ,[woonplaats 2] ,
3. [gedaagde sub 3],wonende [adres 3] ,[woonplaats 3] ,

gedaagde partij,
gemachtigde mr. J.M.A. van Dijk.





1De procedure



in de hoofdzaak en het incident




1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding tevens houdende provisionele vordering(en)
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De beoordeling



in de hoofdzaak




2.1.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen behoudens de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verklaring voor recht, welke zich hiertoe niet leent.


2.2.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:


dagvaarding € 207,99


griffierecht € 83,00


salaris gemachtigde € 120,00 (1 x tarief € 120,00)


totaal € 410,99



in het incident





2.3.
Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen als de bodemprocedure aanhangig is. De kantonrechter stelt vast dat de bodemprocedure thans niet meer aanhangig is, omdat bij dit vonnis in de hoofdzaak een eindbeslissing is gewezen. Daarom moet(en) de provisionele vordering(en) worden afgewezen.



2.4.
Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident. Deze worden begroot op nihil.





3De beslissing


De kantonrechter




in de hoofdzaak




3.1.
verklaart voor recht dat het gehuurde gebreken vertoont, welke gebreken in de risicosfeer van gedaagde partij vallen, weshalve sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst, voor welke tekortkoming gedaagde partij jegens eisende partij aansprakelijk is voor alle geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,



3.2.
bepaalt dat de huursom per 1 januari 2020 tot het moment dat alle gebreken aan zowel het dak alsook de riolering verholpen zijn met 50% gematigd wordt,



3.3.
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 410,99,



in het incident





3.4.
wijst de provisionele vordering af,



3.5.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot op nihil,



in de hoofdzaak en in het incident





3.6.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,



3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.




Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.












































type: JEC