Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2019:521

2019-01-21 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 5447323 BR VERZ 16-265
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2019-01-21
Publicatiedatum
2019-01-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
5447323 BR VERZ 16-265
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | ERF-Updates.nl 2019-0035 | JERF Actueel 2019/41

Inhoudsindicatie

Erfrecht. art. 278 RV Verzoekster heeft ondanks alle beoordelingen ter zake in meerdere beschikkingen in deze zaak tot op heden wederom haar (gewijzigde) verzoek niet overeenkomstig het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv ingericht. Om deze reden wordt het verzoek afgewezen, heeft om proceseconomische redenen geen mondelinge behandeling van het onderhavige verzoek plaatsgevonden en komt de kantonrechter niet toe aan verdere beoordeling van het verzoekschrift. Kostenveroordeling mag verzoekster niet omslaan over de nalatenschap of anderszins in rekening bij de erfgenamen mag brengen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.995 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht


Burgerlijk recht / Kantonrechter



Zaaknr: 5447323 BR VERZ 16-265




Beschikking van 21 januari 2019




Inzake





[verzoekster]
,
kantoor houdende te [vestigingsplaats] ,
verzoekster, in haar hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] (verder te noemen: de erflater).






1De procedure


1.1.
Op 19 november 2018 is een (gewijzigd) verzoekschrift met bijlagen en een schrijven waarin verzoekster heeft meegedeeld dat zij [naam] zal dagvaarden voor de door hem onbetaald gelaten schuld aan de nalatenschap ter griffie van deze rechtbank ontvangen.



1.2.
Beschikking is bepaald op heden.






2De beoordeling


2.1.
Anders dan verzoekster meent kan ook bij de rechtbank Limburg een wijziging van het petitum van een verzoekschrift bij brief worden gedaan. Dat heeft verzoekster eerder gedaan (de brief van 26 januari 2018 onder 2.5. sub e een gewijzigd verzoek heeft ingediend dat zijzelf heeft onderstreept) en waarop is beschikt. Of een verzoekschrift bij brief of bij gewijzigd verzoekschrift wordt ingediend maakt niet uit zolang er maar is voldaan aan het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv. Verzoekster heeft ondanks alle beoordelingen ter zake in meerdere beschikkingen in deze zaak tot op heden wederom haar (gewijzigde) verzoek niet overeenkomstig het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv ingericht. Om deze reden wordt het verzoek afgewezen, heeft om proceseconomische redenen geen mondelinge behandeling van het onderhavige verzoek plaatsgevonden en komt de kantonrechter niet toe aan verdere beoordeling van het verzoekschrift.



2.2.

De met deze meermaals nodeloze discussie gepaard gaande uren mogen niet ten laste van de boedel worden gebracht. Van een professional als verzoekster mag worden verwacht dat zij een (gewijzigd) verzoek inricht overeenkomstig opgemeld artikel. Nu verzoekster dat wederom heeft nagelaten zal de kantonrechter haar in de proceskosten van
€ 79,00 (het griffierecht) veroordelen met bepaling dat verzoekster deze proceskostenveroordeling niet om mag slaan over de nalatenschap of anderszins in rekening bij de erfgenamen mag brengen.

3. De beslissing





3.1.
wijst het verzoek af,



3.2.
veroordeelt verzoekster in de kosten van deze procedure die begroot zijn op € 79,00 aan griffierecht en bepaalt dat verzoekster deze kosten niet om mag slaan over de nalatenschap of anderszins in rekening bij de erfgenamen mag brengen.


Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT