Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2018:5355

2018-06-06 Civiel recht; Verbintenissenrecht 6682378 \ CV EXPL 18-1084
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2018-06-06
Publicatiedatum
2018-06-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
6682378 \ CV EXPL 18-1084
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van factuur reparatiewerkzaamheden. Gedaagde stelt dat eiseres het werk niet goed heeft uitgevoerd. Dit verweer is niet onderbouwd en wordt daarom verworpen. Nu niet is gebleken dat eiseres is tekort geschoten, is gedaagde gehouden de factuur te betalen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.184 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht


Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 6682378 \ CV EXPL 18-1084




Vonnis van de kantonrechter van 6 juni 2018




in de zaak van:




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijfsnaam eisende partij] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats eisende partij] ,
eisende partij,
gemachtigde Hafkamp Gerechtsdeurwaarders B.V.,



tegen:





[gedaagde partij]
,
wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding


de conclusie van antwoord


de conclusie van repliek


de conclusie van dupliek.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
Gedaagde partij heeft in augustus 2016 een appartement gekocht. De zich daarin bevindende cv-installatie was niet eerder gebruikt.



2.2.
In december 2016 heeft gedaagde partij eisende partij ingeschakeld in verband met een storing aan de cv-ketel. Voor de ter zake verrichte werkzaamheden is bij factuur van 2 februari 2017 een bedrag van € 1.074,10 in rekening gebracht.



2.3.
Op 24 februari 2017 kreeg gedaagde partij opnieuw een melding op de cv-ketel, waarna zij eisende partij weer heeft ingeschakeld. Deze heeft de cv-ketel afgekoppeld en voor de verrichte werkzaamheden bij factuur van 25 juni 2017 een bedrag van € 252,96 in rekening gebracht. Deze factuur is niet betaald.



2.4.
Gedaagde partij heeft vervolgens door een derde partij een nieuwe cv-ketel laten installeren.






3Het geschil


3.1.
Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 296,55, vermeerderd met rente en kosten.



3.2.
Gedaagde partij voert verweer.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.






4De beoordeling


4.1.

Eisende partij vordert betaling van de factuur d.d. 25 juni 2017 ad € 252,96.
Gedaagde partij betwist de vordering en voert aan niet te willen betalen omdat zij na de betaling van € 1.074,10 nog steeds geen goed functionerende cv-installatie had, die zelfs afgekoppeld moest worden. Indien bij de eerste reparatie beter was opgelet en betere aanpassingen waren gedaan, was gedaagde partij een hoop ellende, stress en geld bespaard gebleven. Kort en goed wenst gedaagde partij daarom niet te betalen voor de werkzaamheden enkel bestaande uit het afkoppelen van de cv-installatie.




4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt. Het verweer van gedaagde partij komt er op neer dat volgens haar eisende partij ondeugdelijk heeft gepresteerd. De motivering van dit verweer en – zo nodig – de bewijslast daarvan ligt bij gedaagde partij. Gedaagde partij onderbouwt dit verweer echter niet. Zo blijkt niet dan wel onvoldoende of en zo ja in welk opzicht eisende partij is tekort geschoten bij de uitvoering van de werkzaamheden en of zij ter zake een verwijt treft. Het enkele feit dat de cv-installatie niet functioneert is in elk geval onvoldoende, nu ook de mogelijkheid bestaat dat de fout is gelegen bij de installateur van de inmiddels vervangen ketel en de aanlegger/ontwerper van het ondeugdelijke leidingwerk, zoals ook door eisende partij is gesteld. Een onderzoek daarnaar is kennelijk niet ingesteld.



4.3.
In haar conclusie van repliek geeft eisende partij duidelijk aan welke insteek zij heeft gekozen bij de afhandeling van de klachten en welke werkzaamheden daarbij zijn verricht. Niet valt in te zien, zonder nadere en onderbouwde toelichting, dat eisende partij bij die gekozen werkwijze tekort is geschoten. Mocht dit al het geval zijn, dan had het op de weg van gedaagde partij gelegen om eisende partij in de gelegenheid te stellen om tot herstel over te gaan. Daartoe is eisende partij echter niet in de gelegenheid gesteld.



4.4.
Nu niet is aangetoond dat eisende partij is tekort geschoten in de uitvoering van de werkzaamheden is gedaagde partij gehouden de factuur te betalen ook al was zij genoodzaakt een andere cv-ketel te kopen. Dit zou slechts anders zijn indien vast zou staan dat eisende partij een verwijt te maken valt voor het niet functioneren van die cv-ketel. Dit heeft gedaagde partij echter niet aangetoond.




4.5.
Uit het voorgaande volgt dat de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde rente.



4.6.

Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.
Eisende partij heeft aan gedaagde partij een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde incassokosten worden daarom eveneens toegewezen.




4.7.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.



4.8.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:


dagvaarding € 84,09


griffierecht 119,00


salaris gemachtigde 120,00 ( 2 x tarief € 60,00)


totaal € 323,09



4.9.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.






5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 296,55, vermeerderd met de wettelijke rente over € 252,96 vanaf 8 februari 2018 tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 323,09,



5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.





Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.




type: PL
coll: