Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2018:1390

2018-02-09 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 6054935 BR VERZ 17-153
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2018-02-09
Publicatiedatum
2018-02-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
6054935 BR VERZ 17-153
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JERF Actueel 2018/82

Inhoudsindicatie

278 Rv. 4:206 lid 3 BW Door de rechtbank benoemde vereffenaar. Advocaat. Het verzoek voldoet niet aan het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv. Daarnaast ontbeert het verzoek - instemming met het concept van verzoekster van een tussentijdse factuur ter zake verrichte werkzaamheden - wettelijke grondslag waardoor het zal worden afgewezen. Het betreft namelijk géén verzoek tot (tussentijdse) vaststelling van het vereffenaarsloon.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.952 tekens)
beschikking
RECHTBANK LIMBURG


Burgerlijk recht / Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer 6054935 BR VERZ 17-153




Beschikking van 9 februari 2018




op een verzoek van


[verzoekster]
,
kantoor houdend te [vestigingsplaats] aan de [adres] ,
verzoekster, in haar hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschappen van [erflaatster 1] en van [erflaatster 2] (verder: de erflaatsters).





1Verloop van de procedure

1.1.
Op 23 januari 2018 is een verzoekschrift met een bijlage ter griffie van deze rechtbank ontvangen.



1.2.
Vervolgens is beschikking bepaald en wordt vandaag uitspraak gedaan.




2Het verzoek en de beoordeling

2.1.
Uit het verzoekschrift en de bijlagen blijkt het volgende.



2.2.
Bij beschikking van 2 augustus 2016 is verzoekster door de Rechtbank Limburg benoemd tot vereffenaar in de nalatenschappen van:
- [erflaatster 1] , overleden te [plaats] op [overlijdensdatum 1] , laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats 1] , en
- [erflaatster 2] , overleden te [plaats] op [overlijdensdatum 2] , laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats 2] .



2.3.
Het verzoek voldoet niet aan het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv. Daarnaast ontbeert het verzoek - instemming met het concept van verzoekster van een tussentijdse factuur ter zake verrichte werkzaamheden - wettelijke grondslag waardoor het zal worden afgewezen.





3De beslissing
De kantonrechter


3.1.
wijst het verzoek af.


Deze beschikking is gegeven door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
YT