Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2017:2315

2017-03-15 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 5504848 cv 16-10723
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2017-03-15
Publicatiedatum
2017-03-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
5504848 cv 16-10723
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eisende partij heeft alle door gedaagde gestelde betalingen op de hoofdsom in mindering gebracht

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.688 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht


Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 5504848 \ CV EXPL 16-10723




Vonnis van de kantonrechter van 15 maart 2017

in de zaak van:



de naamloze vennootschap VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V., betreffende BEWUZT,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigde M.G. de Jong Gerechtsdeurwaarders- & Incassokantoor,



tegen:





[gedaagde partij]
,
wonend [adres gedaagde partij] ,

[woonplaats gedaagde partij] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding;


de conclusie van antwoord;


de conclusie van repliek;


de conclusie van dupliek.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2Het geschil


2.1.

Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 211,97, vermeerderd met rente en kosten.
Eisende partij stelt daartoe - samengevat - dat gedaagde partij bij haar een zorgverzekering heeft afgesloten en dat gedaagde partij, ondanks aanmaning, uit hoofde van die verzekering aan gedaagde partij verschuldigde bedragen onbetaald heeft gelaten. Het betreft de volgende posten:



premie oktober 2015 € 70,00;


verrekening betreffende declaratie 45386777, in totaal € 13,64;


premie januari 2016 € 77,00;


premie februari 2016 € 77,00;


Totaal € 237,64


Gedaagde partij heeft nadat de vordering uit handen was gegeven aan de incassogemachtigde van eisende partij op 25 januari 2016 een bedrag van € 77,00 op de vordering in mindering betaald.



Eisende partij stelt dat gedaagde partij daarnaast wettelijke rente ad € 2,93 en buitengerechtelijke incassokosten ad € 48,40 aan haar verschuldigd is. Rekening houdend met de gedane betaling vordert eisende partij per saldo een bedrag van € 211,97.




2.2.
Gedaagde partij voert het verweer dat zij de premie over de maand oktober 2015 heeft betaald. Gedaagde partij erkent de premie over de maanden januari en februari 2016 nog verschuldigd te zijn.



2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.






3De beoordeling


3.1.
Als onweersproken staat vast dat tussen partijen een zorgverzekeringsovereen-komst bestaat, met eisende partij als verzekeraar en gedaagde partij als verzekeringnemer.



3.2.
Gedaagde partij heeft ter onderbouwing van haar stelling, dat zij de premie over de maand oktober 2015 heeft betaald, kopieën van rekeningafschriften overgelegd. Eisende partij heeft bij repliek vervolgens uitvoerig uitgelegd op welke posten zij de op de rekeningafschriften vermelde betalingen in mindering heeft gebracht. De kantonrechter kan naar aanleiding van deze uitleg niet anders dan concluderen dat alle betalingen zijn verwerkt en dat de premie over de maand oktober 2015 nog open staat. Per saldo is daarmee aan hoofdsom een bedrag van € 160,64 toewijsbaar (€ 237,64 - € 77,00).



3.3.
Gedaagde partij heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde rente en deze zal worden toegewezen.



3.4.

Eisende partij maakt zoals gezegd aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.
Alle inspanningen van het deurwaarderskantoor ten spijt, komt de gevorderde vergoeding echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu de wettelijk verplichte aanmaning niet voldoet aan hetgeen artikel 6:96 lid 6 BW vereist.




3.5.
In totaal wordt toegewezen een bedrag van € 163,57 (€ 160,64 + € 2,93).



3.6.
Gedaagde partij zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:


dagvaarding € 97,74


griffierecht 117,00


salaris gemachtigde 60,00 ( 2 x tarief € 30,00)


totaal € 274,74






4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 163,57, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2016 tot aan de voldoening,



4.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 274,74,



4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.




type: EB
coll: