Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:6429

2026-08-12 Civiel recht C/05/461793
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-08-12
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/05/461793
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident ten aanzien van vorderingen in reconventie.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.172 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: C/05/461793 / HA ZA 26-26




Vonnis in incident van 12 augustus 2026




in de zaak van





[naam eiser in de hoofdzaak]
,
te [woonplaats] ( [land] ),
eisende partij in conventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident in reconventie,
hierna te noemen: [de eiser] ,
advocaat: mr. A.W. Hooijen,



tegen




THOMASSEN ENERGY B.V.,
te Rheden,
gedaagde partij in conventie in de hoofdzaak,
eisende partij in reconventie in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident in reconventie,
hierna te noemen: Thomassen Energy,
advocaat: mr. M.J. Odink.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord tevens houdende akte eis in reconventie,
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid tevens conclusie van antwoord in reconventie,
- de akte wijziging van eis van de zijde van [de eiser] ,
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident in reconventie tevens houdende akte reactie eiswijziging.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2Het geschil


2.1.
De hoofdzaak draait om een geschil over de Thomassen-merken en -handelsnamen. Thomassen Energy is van oordeel dat zij de rechten op deze merken en handelsnamen heeft. Voor het gebruik van de merken en handelsnamen heeft [de eiser] toestemming nodig en die heeft Thomassen Energy niet gegeven. [de eiser] is het hier niet mee eens. Bovendien verwijt [de eiser] Thomassen Energy dat zij naar derden heeft gecommuniceerd dat [de eiser] de merken en handelsnamen zonder noodzakelijke toestemming van Thomassen Energy gebruikte. In conventie vordert [de eiser] daarom (samengevat) een verklaring voor recht dat Thomassen Energy onrechtmatig heeft gehandeld en schadevergoeding. In reconventie vordert Thomassen Energy een verklaring voor recht dat [de eiser] als voormalig werknemer tekort is geschoten in zijn zorgplicht of de nakoming van zijn verplichtingen of onrechtmatig heeft gehandeld door gebruik van de merken en handelsnamen. Daarnaast vordert Thomassen Energy ook schadevergoeding.



2.2.
In dit incident vordert [de eiser] dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren om kennis te nemen van de vorderingen in reconventie van Thomassen Energy. Volgens [de eiser] heeft de Nederlandse rechter geen rechtsmacht, omdat Thomassen Energy hem ( [de eiser] ) verwijt de merken en handelsnamen onrechtmatig te gebruiken in de British Virgin Islands, Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), Oman, Nigeria en Australië, maar dus niet in Nederland.



2.3.
Thomassen Energy voert daartegen verweer. Volgens Thomassen Energy is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de vordering in reconventie, omdat zij ook bevoegd is om kennis te nemen van de vordering in conventie (artikel 7 lid 2 Rv) en omdat de uitzondering (onvoldoende samenhang tussen de vorderingen) zich hier niet voordoet.





3De beoordeling in het incident


3.1.
Voor de beoordeling van de bevoegdheid in conventie dient de rechtbank in dit geval ook, en in de eerste plaats, een oordeel te geven over de internationale bevoegdheid met betrekking tot de vordering in conventie, die [de eiser] heeft ingesteld. De Nederlandse rechter is bevoegd om van die vordering kennis te nemen. Dit volgt uit artikel 4 lid 1 Brussel I-bis, aangezien Thomassen Energy als gedaagde partij is gevestigd in Nederland. De vraag is vervolgens of de Nederlandse rechter ook bevoegd is om kennis te nemen van de vordering in reconventie.



3.2.

[de eiser] woont in [woonplaats] , aldus buiten de Europese Unie. Daarom zal voor de vaststelling van de rechtsmacht voor de vordering in reconventie niet naar de Europese verordening Brussel I-bis dienen te worden gekeken, maar naar het commune (nationale) internationaal privaatrecht. Het commune internationaal privaatrecht is in Nederland opgenomen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).


3.3.
In beginsel is de rechtbank internationaal bevoegd om kennis te nemen van de vordering in reconventie omdat zij ook internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vordering in conventie (artikel 7 lid 2 Rv). Dat kan anders zijn als er onvoldoende samenhang bestaat tussen beide vorderingen. Dat is hier echter niet het geval. De vorderingen in conventie en in reconventie gaan immers over hetzelfde (gestelde) feitencomplex. In wezen gaan conventie en reconventie beide onder meer over het verwijt van Thomassen Energy dat [de eiser] op onrechtmatige wijze gebruikmaakt van haar merken en handelsnamen. Als verschillende rechters over beide vorderingen zouden oordelen, zou dat bovendien kunnen leiden tot tegenstrijdige beslissingen. De rechtbank concludeert daarom dat zij niet alleen internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in conventie, maar ook van die in reconventie.



3.4.

[de eiser] is in het ongelijk gesteld in het incident en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Thomassen Energy worden begroot op € 842,00 (€ 653,00 aan salaris advocaat (1 punt × € 653,00) en € 189,00 aan nakosten), plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.



3.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





4De beoordeling in de hoofdzaak


4.1.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.



4.2.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.



4.3.
Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan.



4.4.
De rechtbank stelt Thomassen Energy in de gelegenheid om op de hierna te noemen roldatum een akte te nemen teneinde de omissie/kennelijke verschrijving in het petitum in reconventie te herstellen. De rechtbank wijst Thomassen Energy op de foutmeldingen in de tekst van vordering 2 in reconventie.



4.5.
Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen.



4.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





5De beslissing


De rechtbank




in het incident




5.1.
wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af,



5.2.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
veroordeelt [de eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,



in de hoofdzaak





5.5.
beveelt een mondelinge behandeling ten overstaan van mr. M.D.R. Joppe, in het paleis van justitie te Arnhem, Walburgstraat 2-4, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,



5.6.
bepaalt dat [de eiser] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Thomassen Energy dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,



5.7.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van [datum] 2026 voor het nemen van de hiervoor onder 4.4 bedoelde akte door Thomassen Energy alsmede een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden Januari tot en met maart 2027, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,



5.8.
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,



5.9.
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,



5.10.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling twee uur zal worden uitgetrokken,



5.11.
houdt iedere verdere beslissing aan.









Dit vonnis is gewezen door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.


















































Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).


Vgl. o.m. overweging 14 bij de Verordening Brussel I-bis.