IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 7 Rv
Genoemd in 371 uitspraken · Officiële wettekst
371 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
beslissingen over bevoegdheid rechtbank, toepasselijkheid WAMCA en ontvankelijkheid in collectieve actie van Bureau Clara Wichmann tegen AbbVie c.s. (producent van borstimplantaten)
collectieve actie manipulatie rentebenchmarks, incidentele vordering tot aanhouding i.v.m. Amerikaanse collectieve acties ex art. 33 en 34 Brussel I bis-Vo afgewezen, incidentele vordering tot onbevoegdheid gedeeltelijk toegewezen (art. 8 en 7 Brussel I bis-Vo.
Collectieve actie op de voet van artikel 3:305a (oud) BW waarin verklaringen voor recht worden gevorderd over onrechtmatige gedragingen en ongerechtvaardigde verrijking van Rabobank c.s. in verband met gestelde beïnvloeding van rentebenchmarks. De rechtbank heeft zich bevoegd ver
WAMCA-zaak. Internationale bevoegdheid: plaats schadebrengend feit (artikel 7 pt 2 Brussel I-bis), Erfolgsort, relatieve bevoegdheid en forumkeuze. Procesrecht (nieuw) WAMCA van toepassing; één gebeurtenis die voortduurt. Ontvankelijkheidseisen belangenorganisatie; minnelijk over
In twee gevoegde zaken worden door claimstichtingen vorderingen ingesteld in een collectieve actie namens beleggers met als grondslag dat deze beleggers schade hebben geleden omdat zij op basis van onjuiste, misleidende respectievelijk onvolledige informatie beursgenoteerde aande
Collectieve actie SDEJ/Stellantis c.s. met betrekking tot voertuigen met dieselmotoren die volgens SDEJ vanwege een verboden manipulatie-instrument niet voldeden en nog steeds niet voldoen aan de Euro 5 en Euro 6 emissienormen. In dit arrest worden twee vragen beantwoord, te wete
Procesrecht. IPR. Collectieve actie o.g.v. art. 3:305a (oud) BW en de WAMCA. Bevoegdheid Nederlandse rechter en rechtbank Amsterdam o.g.v. art. 8 aanhef en onder 1 dan wel art. 7 aanhef en onder 2 Brussel I-bis om kennis te nemen van collectieve vordering (mede) tegen buitenlands
Procedure naar aanleiding van een beschikking van de Europese Commissie waarin een inbreuk op art. 101 VWEU is vastgesteld met betrekking tot een kartel in stroomkabels. Voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU over de uitleg van art. 8 lid 1 Verordening Brussel
Data Privacy Stichting mag namens Nederlandse gebruikers van de Facebook-dienst voor de Nederlandse rechter procederen tegen Facebook over de vraag of Facebook de privacy van haar gebruikers heeft geschonden.
IPR. Rechtsmacht. Art. 7 lid 1 Rv. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse Rechter. Voorwaarden voor toepassing van art. 7 lid 1 Rv.
Collectieve actie 3:305a BW. Rechtsmacht. Ontvankelijkheidseisen; representativiteitseis. Verhouding tussen de WAMCA en de AVG. Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op schadevergoeding. De zaak wordt aangehouden in afwachting van de beslissing over het stellen
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Rechtsmacht Nederlandse rechter; art. 7 lid 1 Rv. Voldoende samenhang tussen vorderingen tegen verweerders? Samenhang met zaak 18/04794.
Bewijsbeslag in Nederland ter zake van gestelde inbreuk op Europees octrooi in Duitsland. Monsters en bescheiden. Internationale rechtsmacht. Artt. 1019 e.v. Rv staan ook ten dienste aan gerechtigde tot Europees octrooi dat niet medevoor nederland is verleend. Eis in de hoofdzaak
Unierecht. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter; pluraliteit van verweerders (art. 8 punt 1 Brussel I-bis); nauwe samenhang met vordering tegen Nederlandse ankergedaagde; mededingingsrechtelijk vermoeden van beslissende invloed moeder op dochter. Vervolg o
Collectieve actie 3:305a BW; Rechtsmacht; Ontvankelijkheidseisen; Verhouding tussen de WAMCA en de AVG; Uitleg artikel 80 lid 2 AVG met betrekking tot het recht op schadevergoeding. De rechtbank is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese
WAMCA-procedure met 3 stichtingen als eisers in verband met vermeende inbreuk op de mededinging. Een van de stichtingen is niet ontvankelijk omdat haar dagvaarding te laat is uitgebracht. Gedaagden niet in Nederland gevestigd. Voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan het H
‘Sjoemeldieselzaak’. Rechtsmacht. Toepasselijkheid oud of nieuw collectieve-actierecht.
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Geldigheid appeldagvaarding bij kennelijke vergissing. Ontvankelijkheid milieuorganisa
uittredingsprocedure, artikel 2:343 BW
OK; uitkoop; bevoegdheid Ondernemingskamer bij in buitenland gevestigde gedaagden; 2:359c BW
Internetbedrijf Facebook moet meer doen om te voorkomen dat er op Facebook en Instagram nog langer nep-advertenties van kledingmerk Tommy Hilfiger worden getoond.
De rechtbank is bevoegd kennis te nemen van de vordering ex artikel 431 lid 2 Rv (pseudo-exeqatur). Voldaan is aan de criteria Gazprombankarrest voor erkenning buitenlands vonnis. Bovendien is het Albanse vonnis op dit moment uitvoerbaar in Albanië. Vanwege het aanzienlijke resit
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Ontvankelijkheid milieuorganisatie o.g.v. art. 3:305a BW. Aansprakelijkheid in concern
Onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW; in strijd handelen met het bepaalde in de artikelen 5:59, 5:58 lid 1 aanhef en sub d van de Wet op het financieel toezicht (“Wft”), zoals die wet tot 1 januari 2009 gold door Fortis en drie oud-topmannen? De rechtbank oordeelt