Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2026:4979
2026-02-20
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/05/462545
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging Wvggz; Aanhouding wegens noodzaak aanvullende medische verklaring; wilsbekwaamverzet artikel 2:1 lid 6 BW
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2022:123 Hoge Raad 04-02-2022
- ECLI:NL:HR:2022:123 Hoge Raad 04-02-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.379 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/462545 / FA RK 26-355
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Tussenbeschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[naam betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Syrië),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in Wijchen,
advocaat mr. M.A. Smits uit Nijmegen.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026;
het verweerschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mw. [psychiater] , als psychiater verbonden aan Pro Persona.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 25 februari 2026.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, subsidiair voor de duur van zes maanden..
4De beoordeling
4.1.
Betrokkene heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij klachten ervaart, zoals angstgevoelens, maar dat dit niet hetzelfde is als verkeren in een psychose. Betrokkene is van mening dat hij een depressie heeft in combinatie met een aanpassingsstoornis. Daarom denkt hij dat het medicatiebeleid onjuist is. Hij ervaart klachten van de medicatie die hij krijgt. Hij heeft nu nergens zin in, zijn emoties worden afgevlakt, er is sprake van gewichtstoename en hij heeft geen libido.
4.2.
De advocaat heeft namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek verzocht, omdat betrokkene wilsbekwaam is en invoelbare bezwaren heeft tegen de huidige medicatie gebaseerd op een onjuiste diagnose. Uit de medische verklaring blijkt niet dat betrokkene wilsonbekwaam is. Het wilsbekwaam verzet moet worden gerespecteerd, aangezien er geen sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene dan wel (een aanzienlijk risico op) gevaar voor derden. De advocaat heeft namens betrokkene subsidiair verzocht om aanhouding van het verzoek zodat een deskundige kan worden benoemd die zich kan uitlaten over de actuele symptomen, de diagnose en het daarop gebaseerde medicatiebeleid. De advocaat heeft namens betrokkene meer subsidiair verzocht dat het verzoek tot verlenen van de zorgmachtiging moet worden toegewezen voor de duur van zes maanden, omdat het niet proportioneel is om voor een heel jaar de zorgmachtiging toe te wijzen gelet op de onjuiste beeldvorming in de stukken.
4.3.
De psychiater heeft tijdens de zitting toegelicht dat er sprake is van schizofrenie, waardoor betrokkene een aantal keren psychotisch is ontregeld. Om ervoor te zorgen dat betrokkene zijn medicatie inneemt is een zorgmachtiging noodzakelijk. Er is onvoldoende vertrouwen dat betrokkene op vrijwillige basis zijn medicatie inneemt. De psychiater verwacht niet dat een andere deskundige tot een ander oordeel zal komen over de diagnose van betrokkene. Volgens haar is de conclusie steeds dat er sprake is van een psychotisch toestandsbeeld.
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt.
4.5.
Artikel 2:1, lid 6, aanhef en onder b van de Wvggz bepaalt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:
betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of
acuut levensgevaar voor betrokkene dreigt dan wel een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, materiele, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
4.6.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) overwogen dat indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in artikel 2:1 lid 6, onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Hiertoe dient, indien daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd, een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig dient de procedure daartoe te worden aangehouden.
4.7.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene voldoende heeft toegelicht dat hij bezwaar heeft tegen de zorgmachtiging, met name de verplichte vorm van zorg ‘het toedienen van medicatie’ en dat de situaties als genoemd in artikel 2:1 lid 6 onder b Wvggz zich niet voordoen. Omdat in de medische verklaring bij dit verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging niet is gerapporteerd over de wilsbekwaamheid, dient een aanvullende verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of betrokkene tot een redelijke waarderingen van zijn belangen ter zake in staat is.
4.8.
De rechtbank zal de zaak daarom aanhouden, zodat een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog een aanvullende verklaring kan opstellen waaruit blijkt of betrokkene wilsbekwaam is ten aanzien van zijn verzet tegen de verplichte vormen van zorg en het verlenen van zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
4.9.
Nu de rechtbank de zaak aanhoudt voor een nader deskundigenonderzoek, namelijk een aanvullende medische verklaring op het punt van wilsbekwaamheid, wordt de beslistermijn op het verzoek met drie weken verlengd (artikel 6:2 lid 4 jo 6:1 lid 5 Wvggz, vergelijk ook ECLI:NL:HR:2022:123, r.o. 3.1.5.). De beslistermijn eindigt daardoor op 16 maart 2026.
4.10.
De rechtbank acht het van belang dat niet alleen een oordeel wordt gevormd over de wilsbekwaamheid van betrokkene, maar ook over de gestelde diagnose en het daarmee samenhangende medicatiebeleid. In de medische verklaring van 29 januari 2026 staat dat er sprake lijkt te zijn van paranoïde psychoses waarschijnlijk in het kader van een schizofrene stoornis. De rechtbank is van oordeel dat deze diagnose te veel onzekerheden bevat om tot een oordeel over de aangevraagde zorgmachtiging te komen.
4.11.
De advocaat heeft aangevoerd dat het deskundigenonderzoek gelet op het bij betrokkene ontbrekende vertrouwen in Pro Persona niet door een deskundige van Pro Persona moet worden uitgevoerd, maar – bij voorkeur – door een onafhankelijke psychiater, bij voorkeur van het CWZ. De rechtbank verzoekt de officier van justitie om hier gehoor aan te geven.
4.12.
De rechtbank zal de officier van justitie verzoeken zo spoedig mogelijk een aanvullende medische verklaring te overleggen van een onafhankelijke arts dan wel klinisch psycholoog, waarin de vraag wordt beantwoord of betrokkene wilsbekwaam kan worden geacht ten aanzien van zijn verzet tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en tegen de verplichte zorgvormen. Ook dient te worden beantwoord welke psychische stoornis bij betrokkene kan worden vastgesteld en welke medicatie daarvoor noodzakelijk wordt geacht. Daarbij zal de rechtbank de officier van justitie verzoeken om deze aanvullende medische verklaring uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de nieuwe zitting aan de rechtbank, de advocaat van betrokkene en Pro Persona te doen toekomen.
4.13.
De nieuwe zitting dient plaats te vinden vóór het einde van de beslistermijn. Dat betekent dat de nieuwe zitting zal plaatsvinden vóór 16 maart 2026.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1.
houdt iedere beslissing aan en bepaalt dat er een nieuwe zitting plaatsvindt vóór 16 maart 2026;
5.2.
stelt de officier van justitie in de gelegenheid om uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de nieuwe zittingsdatum een aanvullende medische verklaring van een onafhankelijk arts/klinisch psycholoog over te leggen waarin de vraag wordt beantwoord of betrokkene wilsbekwaam kan worden geacht ten aanzien van zijn verzet, van welke diagnose er sprake is én welke medicatie hiervoor noodzakelijk wordt geacht.
Deze tussenbeschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. A.G. Broek-de Stigter, rechter, in aanwezigheid van mr. V.A.L. Hilgeman, griffier, en op schrift gesteld op 24 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/462545 / FA RK 26-355
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Tussenbeschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[naam betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Syrië),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in Wijchen,
advocaat mr. M.A. Smits uit Nijmegen.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026;
het verweerschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mw. [psychiater] , als psychiater verbonden aan Pro Persona.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 25 februari 2026.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, subsidiair voor de duur van zes maanden..
4De beoordeling
4.1.
Betrokkene heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij klachten ervaart, zoals angstgevoelens, maar dat dit niet hetzelfde is als verkeren in een psychose. Betrokkene is van mening dat hij een depressie heeft in combinatie met een aanpassingsstoornis. Daarom denkt hij dat het medicatiebeleid onjuist is. Hij ervaart klachten van de medicatie die hij krijgt. Hij heeft nu nergens zin in, zijn emoties worden afgevlakt, er is sprake van gewichtstoename en hij heeft geen libido.
4.2.
De advocaat heeft namens betrokkene primair om afwijzing van het verzoek verzocht, omdat betrokkene wilsbekwaam is en invoelbare bezwaren heeft tegen de huidige medicatie gebaseerd op een onjuiste diagnose. Uit de medische verklaring blijkt niet dat betrokkene wilsonbekwaam is. Het wilsbekwaam verzet moet worden gerespecteerd, aangezien er geen sprake is van acuut levensgevaar voor betrokkene dan wel (een aanzienlijk risico op) gevaar voor derden. De advocaat heeft namens betrokkene subsidiair verzocht om aanhouding van het verzoek zodat een deskundige kan worden benoemd die zich kan uitlaten over de actuele symptomen, de diagnose en het daarop gebaseerde medicatiebeleid. De advocaat heeft namens betrokkene meer subsidiair verzocht dat het verzoek tot verlenen van de zorgmachtiging moet worden toegewezen voor de duur van zes maanden, omdat het niet proportioneel is om voor een heel jaar de zorgmachtiging toe te wijzen gelet op de onjuiste beeldvorming in de stukken.
4.3.
De psychiater heeft tijdens de zitting toegelicht dat er sprake is van schizofrenie, waardoor betrokkene een aantal keren psychotisch is ontregeld. Om ervoor te zorgen dat betrokkene zijn medicatie inneemt is een zorgmachtiging noodzakelijk. Er is onvoldoende vertrouwen dat betrokkene op vrijwillige basis zijn medicatie inneemt. De psychiater verwacht niet dat een andere deskundige tot een ander oordeel zal komen over de diagnose van betrokkene. Volgens haar is de conclusie steeds dat er sprake is van een psychotisch toestandsbeeld.
4.4.
De rechtbank overweegt als volgt.
4.5.
Artikel 2:1, lid 6, aanhef en onder b van de Wvggz bepaalt dat de wensen en voorkeuren van de betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:
betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of
acuut levensgevaar voor betrokkene dreigt dan wel een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, materiele, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
4.6.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) overwogen dat indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in artikel 2:1 lid 6, onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Hiertoe dient, indien daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd, een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig dient de procedure daartoe te worden aangehouden.
4.7.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene voldoende heeft toegelicht dat hij bezwaar heeft tegen de zorgmachtiging, met name de verplichte vorm van zorg ‘het toedienen van medicatie’ en dat de situaties als genoemd in artikel 2:1 lid 6 onder b Wvggz zich niet voordoen. Omdat in de medische verklaring bij dit verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging niet is gerapporteerd over de wilsbekwaamheid, dient een aanvullende verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of betrokkene tot een redelijke waarderingen van zijn belangen ter zake in staat is.
4.8.
De rechtbank zal de zaak daarom aanhouden, zodat een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog een aanvullende verklaring kan opstellen waaruit blijkt of betrokkene wilsbekwaam is ten aanzien van zijn verzet tegen de verplichte vormen van zorg en het verlenen van zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden.
4.9.
Nu de rechtbank de zaak aanhoudt voor een nader deskundigenonderzoek, namelijk een aanvullende medische verklaring op het punt van wilsbekwaamheid, wordt de beslistermijn op het verzoek met drie weken verlengd (artikel 6:2 lid 4 jo 6:1 lid 5 Wvggz, vergelijk ook ECLI:NL:HR:2022:123, r.o. 3.1.5.). De beslistermijn eindigt daardoor op 16 maart 2026.
4.10.
De rechtbank acht het van belang dat niet alleen een oordeel wordt gevormd over de wilsbekwaamheid van betrokkene, maar ook over de gestelde diagnose en het daarmee samenhangende medicatiebeleid. In de medische verklaring van 29 januari 2026 staat dat er sprake lijkt te zijn van paranoïde psychoses waarschijnlijk in het kader van een schizofrene stoornis. De rechtbank is van oordeel dat deze diagnose te veel onzekerheden bevat om tot een oordeel over de aangevraagde zorgmachtiging te komen.
4.11.
De advocaat heeft aangevoerd dat het deskundigenonderzoek gelet op het bij betrokkene ontbrekende vertrouwen in Pro Persona niet door een deskundige van Pro Persona moet worden uitgevoerd, maar – bij voorkeur – door een onafhankelijke psychiater, bij voorkeur van het CWZ. De rechtbank verzoekt de officier van justitie om hier gehoor aan te geven.
4.12.
De rechtbank zal de officier van justitie verzoeken zo spoedig mogelijk een aanvullende medische verklaring te overleggen van een onafhankelijke arts dan wel klinisch psycholoog, waarin de vraag wordt beantwoord of betrokkene wilsbekwaam kan worden geacht ten aanzien van zijn verzet tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en tegen de verplichte zorgvormen. Ook dient te worden beantwoord welke psychische stoornis bij betrokkene kan worden vastgesteld en welke medicatie daarvoor noodzakelijk wordt geacht. Daarbij zal de rechtbank de officier van justitie verzoeken om deze aanvullende medische verklaring uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de nieuwe zitting aan de rechtbank, de advocaat van betrokkene en Pro Persona te doen toekomen.
4.13.
De nieuwe zitting dient plaats te vinden vóór het einde van de beslistermijn. Dat betekent dat de nieuwe zitting zal plaatsvinden vóór 16 maart 2026.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1.
houdt iedere beslissing aan en bepaalt dat er een nieuwe zitting plaatsvindt vóór 16 maart 2026;
5.2.
stelt de officier van justitie in de gelegenheid om uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de nieuwe zittingsdatum een aanvullende medische verklaring van een onafhankelijk arts/klinisch psycholoog over te leggen waarin de vraag wordt beantwoord of betrokkene wilsbekwaam kan worden geacht ten aanzien van zijn verzet, van welke diagnose er sprake is én welke medicatie hiervoor noodzakelijk wordt geacht.
Deze tussenbeschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. A.G. Broek-de Stigter, rechter, in aanwezigheid van mr. V.A.L. Hilgeman, griffier, en op schrift gesteld op 24 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.