Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:4752

2026-06-16 Strafrecht 405498-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-06-16
Publicatiedatum
2026-06-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
405498-24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 47-jarige man tot een gevangenisstraf van 6 jaren en tbs met dwangverpleging wegens meervoudige verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot doodslag. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging doodslag, seksueel misbruik en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een toen 26-jarige vrouw. Verdachte koos een kwetsbaar slachtoffer uit, omdat hij wist dat zij dakloos was en verslaafd aan alcohol toen hij haar onderdak bood. Hij heeft haar grote hoeveelheden drank gegeven en terwijl zij fors onder invloed was, heeft hij haar meerdere malen met geweld verkracht. Hij heeft haar opgesloten in zijn woning en haar telefoon afgepakt, zodat zij geen hulp kon inroepen. Toen de politie na vier dagen voor de deur stond, heeft hij haar zo hard bij de keel vastgepakt, dat zij hierdoor had kunnen overlijden. Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Hij heeft haar fors letsel toegebracht over haar hele lichaam. Zij heeft doodsangsten uitgestaan. Ook heeft hij veel pijn en leed bij haar veroorzaakt. Zij heeft nog steeds last van herbelevingen, nachtmerries en angst en zal deze traumatische gebeurtenissen nog lange tijd met zich meedragen. Gedragsdeskundigen hebben vastgesteld dat bij verdachte sprake is van verschillende stoornissen, waaronder Niet-Aangeboren Hersenletsel met gedragsstoornissen en een stoornis in het gebruik van cannabis. De rechtbank neemt hun advies over om de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Het risico dat de verdachte opnieuw de fout in gaat, wordt beoordeeld als hoog. Verdachte heeft zich eerder niet aan voorwaarden gehouden. Dit alles brengt de rechtbank ertoe om tbs met dwangverpleging op te leggen, met daarnaast nog een gevangenisstraf van 6 jaren. Dit is gelijk aan de eis van de officier van justitie. Ten slotte moet verdachte aan de vrouw een schadevergoeding van € 17.750,- betalen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (51.955 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND




Team strafrecht



Zittingsplaats [woonplaats]



Parketnummer: 05.405498.24
Datum uitspraak : 16 juni 2026



Tegenspraak




vonnis van de meervoudige kamer




in de zaak van




de officier van justitie




tegen





[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats],
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].



Raadsman: mr. T. Kocabas, advocaat in Zoetermeer.



Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.





1De inhoud van de tenlastelegging


Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging en een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:



1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal, met een persoon, te weten [slachtoffer],
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten,

- het (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand(en) en/of mond/tong) betasten van de billen en/of benen en/of borsten en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer],

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak,
en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- die [slachtoffer] in huis te nemen, terwijl hij, verdachte, wist dat zij onder invloed was en/of verslavingsproblematiek had/heeft en/of
- ( het op slot draaien van de deuren) die [slachtoffer] te beletten zijn, verdachtes, huis uit te gaan en/of
- de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en/of onder zich te houden en/of
- ( hiermee) te beletten dat die [slachtoffer] contact kon opnemen met anderen en/of
- die [slachtoffer] verdovende middelen en/of alcohol toe te dienen en/of
- die [slachtoffer] te trappen/schoppen en/of te slaan en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij tegen een hulpverlener moest verklaren dat haar verwondingen afkomstig waren van een val, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- die [slachtoffer] bij haar keel vast te pakken en/of- die [slachtoffer] aan haar haren te trekken en/of- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of- bovenop die [slachtoffer] te liggen en/of- (aldus) misbruik te maken van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer] en/of- misbruik te maken van het feit dat die [slachtoffer] onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of- zich agressief en/of intimiderend en/of opdringerig en/of dwingend en/of dominant en/of gebiedend op te stellen ten opzichte van die [slachtoffer] en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde ontuchtige/seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;


subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,meermalen, althans eenmaal,met een persoon, te weten [slachtoffer],een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten,

- het (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand(en) en/of mond/tong) betasten van de billen en/of benen en/of borsten en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en/of- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer],terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak;

2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,meermalen, althans eenmaal, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door- die [slachtoffer] in huis te nemen, terwijl hij, verdachte, wist dat zij onder invloed was en/of verslavingsproblematiek had/heeft en/of- (het op slot draaien van de deuren) die [slachtoffer] te beletten zijn, verdachtes, huis uit te gaan en/of- de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en/of onder zich te houden en/of- (hiermee) te beletten dat die [slachtoffer] contact kon opnemen met anderen en/of- die [slachtoffer] verdovende middelen en/of alcohol toe te dienen en/of
- die [slachtoffer] te trappen en/of te slaan en/of- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij tegen een hulpverlener moest verklaren dat haar verwondingen afkomstig waren van een val, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- die [slachtoffer] bij haar keel vast te pakken en/of- die [slachtoffer] aan haar haren te trekken en/of- bovenop die [slachtoffer] te liggen en/of- (aldus) misbruik te maken van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer] en/of- misbruik te maken van het feit dat die [slachtoffer] onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of- zich agressief en/of intimiderend en/of opdringerig en/of dwingend en/of dominant en/of gebiedend op te stellen ten opzichte van die [slachtoffer] en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon en/of durfde te onttrekken;


3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven,
die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal

- ( met meer dan geringe kracht) (met zijn gebalde vuist) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of
- ( met meer dan geringe kracht) (met geschoeide voet) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt/geschopt en/of
- aan haar haren heeft getrokken en/of
- naar de grond heeft toegetrokken en/of
- ( met kracht) bij haar keel heeft vastgepakt en/of (met kracht) haar keel heeft dicht geknepen en gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


subsidiairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,aan een ander, te weten [slachtoffer]opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht,
door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal- (met meer dan geringe kracht) (met zijn gebalde vuist) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of- (met meer dan geringe kracht) (met geschoeide voet) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen/schoppen en/of- aan haar haren te trekken en/of- naar de grond toe te trekken en/of- bij haar keel vast te pakken;



meer subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengendie [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal- (met meer dan geringe kracht) (met zijn gebalde vuist) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of- (met meer dan geringe kracht) (met geschoeide voet) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt/geschopt- aan haar haren heeft getrokken en/of

- naar de grond heeft toegetrokken en/of- bij haar keel heeft vastgepakt,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


meest subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal- (met meer dan geringe kracht) (met zijn gebalde vuist) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of- (met meer dan geringe kracht) (met geschoeide voet) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen/schoppen en/of- aan haar haren te trekken en/of- naar de grond toe te trekken en/of- bij haar keel vast te pakken;


2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs





Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd onder feit 1 primair, feit 2 en feit 3 primair.




Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Voor feit 1 is aangevoerd dat de verklaring van aangeefster op het punt van de seksuele handelingen onvoldoende betrouwbaar is om als bewijs te dienen omdat haar herinnering aan wat er is gebeurd gebrekkig is. Ook kan niet buiten gerede twijfel worden vastgesteld dat verdachte wist dat de seksuele handelingen tegen haar wil waren. Subsidiair is er onvoldoende steunbewijs voor het gebruik van dwang, geweld of bedreiging door verdachte. Voor feit 2 is naar voren gebracht dat de lezing van verdachte dat aangeefster uit eigen wil in zijn woning verbleef, ondersteund wordt door drie onafhankelijke getuigen.
Voor feit 3 is aangevoerd dat verdachte ontkent geweld te hebben gebruikt tegen aangeefster. Zijn verklaring wordt objectief ondersteund door de conclusie van de radioloog van het Deventer Ziekenhuis, dat op de scans van 23 december 2024 geen inwendige verwondingen en botbreuken waren te zien bij aangeefster. Het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO heeft geen enkele verklaring gegeven voor haar latere andersluidende beoordeling. Mede hierom is er ernstige reden voor twijfel aan de juistheid van die beoordeling.




Beoordeling door de rechtbank

Gelet op de nauwe onderlinge samenhang, zal de rechtbank de drie feiten gezamenlijk beoordelen, waarbij de bewijsmiddelen zien op het feit of de feiten waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.



Op maandag 23 december 2024 trof de wijkagent aangeefster [slachtoffer] aan in [woonplaats] in de woning van verdachte in een tweepersoonsbed boven op de slaapkamer. Hij schrok van haar letsel. Haar ogen waren volledig donker rood/zwart van een bloeduitstorting, haar kaak was opgezwollen en op haar arm zat een blauwe plek. Op het beddengoed waren bloedvlekken te zien. Naast het bed stond een bak met braaksel. Zij keek angstig en probeerde naar achteren te bewegen.
De wijkagent vroeg aangeefster wat er was gebeurd en hoe zij aan haar letsel was gekomen. Aangeefster verklaarde dat zij dit niet durfde te vertellen. Zij gaf aan dat zij weg wilde, maar niet kon vertrekken omdat verdachte haar telefoon had afgepakt. Nadat de wijkagent haar gerust had gesteld dat zij veilig was, verklaarde zij dat zij behoorlijk onder invloed van alcohol was toen zij met verdachte meeging naar zijn woning. Zij kende verdachte daarvoor niet. Bij hem thuis had verdachte tegen haar gezegd dat zij moest gaan douchen omdat zij stonk. Terwijl zij onder de douche stond, was hij binnengekomen. Hij wilde seks met haar en heeft haar met geweld naar de grond gewerkt waarbij hij haar een blauw oog heeft toegebracht. Toen zijn begeleider de volgende dag langs kwam, moest zij van verdachte over het blauwe oog zeggen dat zij was gevallen tegen een kast; dat was geloofwaardiger. Die avond had verdachte haar zwaar mishandeld en het overige letsel toegebracht. Hij was ineens, vanuit rust, agressief geworden. Hij heeft tegen haar wil seks met haar gehad.



Later die dag heeft de politie aangeefster in het ziekenhuis gehoord. Zij kon geen zithouding vinden en had overal pijn. Zij verklaarde dat zij de woning niet kon verlaten omdat verdachte de deuren, ook die van de slaapkamer, op slot had gedraaid. Wanneer zij tegen verdachte zei dat zij geen seks met hem wilde, sloeg en schopte hij haar, zoals die keer in de douche waarbij zij bewusteloos was geraakt. Ook moest zij hem bijna ieder uur pijpen. Daarbij ejaculeerde verdachte in haar mond en dwong hij haar om het sperma door te slikken. Aangeefster verklaarde dat zij dit afschuwelijk vond en daarvan moest braken. De verbalisant constateerde dat het lichaam van aangeefster schokte en dat zij moest overgeven toen zij hierover verklaarde. Zij had geprobeerd om via haar telefoon hulp in te roepen. Verdachte had dit opgemerkt, waarna hij haar telefoon had afgepakt en haar had medegedeeld dat hij haar telefoon had weggegooid. Daarnaast gaf aangeefster aan aangifte te willen doen van het feit dat verdachte haar aan de haren had getrokken. Zij verklaarde dat zij gedurende haar verblijf in de woning erg bang was geweest.



Tijdens haar aangifte op 24 december 2024 heeft aangeefster verder verklaard dat de seksuele handelingen steeds begonnen met pijpen. Op donderdagavond 19 december 2024 was zij bij verdachte thuis op de bank in slaap gevallen. Toen zij de volgende dag wakker werd, droeg zij geen broek meer. Toen er op de deur van de woning werd geklopt, moest zij stil zijn van hem. Hij heeft haar toen met zijn handen om haar keel vastgepakt. Daarna werd er nog een keer geklopt en stond de politie voor de deur.





Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat aangeefster ten tijde van het afleggen van bovenstaande verklaringen fors onder invloed was van alcohol en/of medicatie en dat zij zich delen van de gebeurtenissen niet meer kon herinneren. Met haar verklaringen moet dan ook behoedzaam worden omgegaan. Aangeefster is tijdens en kort nadat zij werd aangetroffen in de woning van verdachte op meerdere momenten gehoord. Zij heeft bij die gelegenheden telkens specifiek aangegeven wat zij zich nog kon herinneren. Daarover heeft zij steeds authentiek, consistent en voldoende gedetailleerd verklaard. Dat aangeefster kort na deze verhoren een psychose heeft gehad en zich hierna minder kon herinneren van het gebeuren, doet hieraan niet af. De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen. Daarnaast worden haar verklaringen ondersteund door de volgende bewijsmiddelen.




Steunbewijs

Uit een letselrapportage van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO (LOEF) van 22 mei 2025 blijkt dat bij aangeefster het volgende letsel is geconstateerd: twee blauwe gezwollen ogen, breuk in de rechter oogkas, mogelijk ook een breuk in de linker oogkas, bloeding in het oogwit van beide ogen, zwellingen op het hoofd en in het gezicht, bloeduitstortingen over het hele lichaam waaronder ook in de hals en de tong, een zwelling in de hals, talloze puntbloedingen in het gezicht en een gebroken tongbeentje met een knikstand naar binnen. Geconcludeerd is dat al deze letsels passen bij stomp inwerkend geweld op het hoofd en het lichaam dan wel bij samendrukkend geweld op de hals. Ook is beschreven dat de letsels bij het oog veel waarschijnlijker zijn bij toegebracht letsel dan bij stoten of vallen tegen een kast. Puntbloedingen in het gezicht en een snel wegtrekkende zwelling van het gezicht (zoals bij aangeefster) ontstaan door stuwing die kan optreden als gevolg van samendrukkend geweld op de hals. De bloeduitstortingen op de tong en in de wangzak passen bij inklemming van dit weefsel door het dichtduwen van de tandenrijen op elkaar. De combinatie van de letsels aan het hoofd en in de hals, in het bijzonder het gebroken tongbeentje met knikstand naar binnen en de zwelling van de huidspier, is kenmerkend voor verwurging met de hand. Voorts is beschreven dat aangeefster als gevolg van deze samendrukkende kracht op de hals in acuut levensgevaar heeft verkeerd. Uit het medisch dossier van aangeefster blijkt dat al deze letsels niet aanwezig waren ten tijde van haar ontslag uit het Deventer Ziekenhuis op 19 december 2024. Haar letsel bestond toen uit een oud uitzakkend blauw oog en een schaafwond op de knie. Alle geconstateerde letsels zijn dus nadien ontstaan.



Op de deur van de douchecabine, de bank en de vloer van de slaapkamer in de woning van verdachte trof de politie bloedsporen aan die van aangeefster afkomstig zijn. In bemonstering van bloeduitstortingen op de arm, knieën en het gezicht van aangeefster, is DNA-materiaal aangetroffen dat herleidbaar is tot verdachte (bewijskracht meer dan 1 miljard, dan wel 10.000 -1.000.000).



Verdachte heeft verklaard dat aangeefster dronken en dakloos was toen hij haar op donderdagavond 19 december 2024 mee naar huis nam. Zij had toen geen blauw oog. Het letsel aan haar ogen heeft zij bij hem thuis opgelopen. Zij heeft die donderdagavond bier van 10 procent gedronken dat hij in huis had. Zij vertelde dat zij verslaafd was aan alcohol. Hij heeft haar die avond op de bank gemasseerd over onder meer haar benen en ‘poesje’ [de rechtbank begrijpt: schaamstreek]. Zij was naakt. Ze hebben ook getongzoend en tweemaal seks gehad: donderdagavond op de bank en vrijdagavond in bed. Hij lag boven op haar. Daarvoor had zij hem gepijpt. Na vrijdag werd zij ongesteld. Op vrijdagmiddag heeft hij vier flessen wijn gekocht, die zij dezelfde dag heeft leeggedronken. Op zaterdag en zondag hebben zij samen flessen drank gekocht. Toen zijn begeleider en moeder tijdens haar verblijf bij zijn woning langskwamen en hij te horen kreeg dat hij haar beter kon skippen, werd hij wakker geschud en had hij het gevoel dat zij een spel met hem speelde. Toen de wijkagent en zijn begeleider op maandag zijn woning binnenkwamen, had hij de deur van de slaapkamer op slot gedaan.



Op camerabeelden in het dossier die door de politie zijn beschreven, zijn verdachte en aangeefster samen te zien bij Gall en Gall op zaterdagochtend 21 december 2024. Geconcludeerd is dat op het gezicht van aangeefster geen verwondingen zijn te zien.




[getuige 1], ambulant hulpverlener van verdachte, heeft verklaard dat hij op zondagavond 22 december 2024 op huisbezoek was bij verdachte. Aangeefster was toen bij verdachte en had één blauw oog.



Bij doorzoeking van de woning van verdachte, vond de politie de telefoon van aangeefster in de jas van verdachte, die beneden in de hal hing. Uit onderzoek blijkt dat de telefoon op 21 december 2024 om 22:57 uur voor het laatst is gebruikt. Op de telefoon van aangeefster stonden onder meer onderstaande chatberichten, die op 21 december 2024 tussen 10:54 en 13:25 uur zijn verzonden aan haar vriend [getuige 2]:
haal me op
Alsjeblieft
Red me zo snel mogelijk
Live locatie wordt gedeeld.



In de ochtend van 23 december 2024 hebben [getuige 1] en de wijkagent op verschillende momenten bij de woning aangebeld en op de ramen gebonsd. Verdachte deed niet open. Ook nam hij zijn telefoon niet op. Uiteindelijk is de huissleutel van verdachte opgehaald en zijn zij op die manier binnengekomen.




Bewijsoverwegingen

De rechtbank zal eerst feit 3 bespreken, dan feit 2 en tot slot feit 1.



De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan de conclusies in de letselrapportage van het LOEF. Het LOEF heeft uitvoerig onderzoek verricht naar de verwondingen van aangeefster. Daarbij is ook de herbeoordeling betrokken van de CT-scans van het hoofd en de nek van aangeefster, uitgevoerd door een extern forensisch radioloog. Het LOEF heeft de resultaten hiervan inzichtelijk en uitgebreid beschreven en duidelijk weergegeven op afbeeldingen van de scans. Dat het onderliggende rapport van de radioloog niet is bijgevoegd, doet daaraan niet af. Ook is het LOEF uitgebreid ingegaan op het ontstaan van de (hals)letsels. De rechtbank acht de bevindingen van het LOEF voldoende onderbouwd. Het LOEF heeft de CT-scans en de letsels in onderlinge samenhang bekeken met een forensische blik en bezien in relatie met de verklaringen van aangeefster. Dit kan het verschil verklaren met de resultaten van de initiële beoordeling door het ziekenhuis. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.




feit 3

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de bij aangeefster geconstateerde verwondingen zijn ontstaan tussen haar ontmoeting met verdachte op donderdagavond 19 december 2024 en het moment dat de politie haar aantrof in zijn woning op maandag 23 december 2024. Op grond van de verklaringen van aangeefster, bezien in onderlinge samenhang met de letselrapportage, het sporenonderzoek en de DNA-resultaten, concludeert de rechtbank dat verdachte deze letsels heeft toegebracht door uitoefening van de ten laste gelegde geweldshandelingen. Naast onder meer schoppen en slaan, heeft verdachte aangeefster met zodanige kracht bij de hals vastgepakt en haar keel zo lang dicht geknepen, dat hierdoor uitgebreide puntbloedingen in het gezicht, een zwelling aan de hals en een breuk in het tongbeentje zijn ontstaan. Aangeefster heeft ten gevolge hiervan in acuut levensgevaar verkeerd. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van deze geweldshandelingen, heeft verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op de dood van aangeefster.



De rechtbank komt dan ook tot bewezenverklaring van poging doodslag, ten laste gelegd onder feit 3 primair.




feit 2

Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster vanaf enig moment na het bezoek aan Plus op zondag tot aan het moment dat de politie haar de volgende dag aantrof op de slaapkamer van verdachte, wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden door het plegen van de handelingen opgenomen in de tenlastelegging. De verklaringen van aangeefster hierover vinden steun in de bevindingen van de politie over het niet openen van de deur door verdachte op maandag en haar verwondingen, waaronder in de hals. Dat verdachte haar telefoon had afgepakt, wordt ondersteund door het aantreffen van de telefoon in de jas van verdachte en de omstandigheid dat haar telefoon na zaterdag niet meer actief is geweest. Voorts erkent verdachte dat hij de deur van de slaapkamer op slot had gedaan toen de politie zijn woning binnenkwam. Verder volgt uit de verklaring van verdachte dat hij wist dat aangeefster flink onder invloed was, toen hij haar onderdak bood. Ook wist hij dat zij verslaafd was aan alcohol en heeft hij hiervan misbruik gemaakt door haar te voorzien van grote hoeveelheden drank. Tevens acht de rechtbank bewezen dat verdachte door zijn agressieve en dominante opstelling, een zodanig bedreigende en beangstigende situatie voor aangeefster had gecreëerd dat zij zich niet aan zijn handelingen kon en durfde te onttrekken.



De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van aangeefster niet ondubbelzinnig volgt dat zij in de periode daarvóór niet weg kon of niet weg mocht van verdachte. Bovendien is uit de camerabeelden waarop aangeefster en verdachte op zaterdagochtend en zondagmiddag samen zijn te zien bij het kopen van flessen drank in Gall & Gall respectievelijk Plus, op te maken dat zij op die momenten feitelijk gezien anderen had kunnen aanspreken voor hulp of had kunnen vluchten. De omstandigheid dat zij dit niet heeft gedaan, laat de mogelijkheid open dat zij daarvoor uit afhankelijkheid van alcohol bij verdachte is gebleven. Dat is echter onvoldoende voor bewezenverklaring van wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank zal de periode in de bewezenverklaring in die zin aanpassen. Voorts ziet de rechtbank geen bewijs dat verdachte aangeefster verdovende middelen heeft toegediend. Ook acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte aangeefster van haar vrijheid heeft beroofd door bovenop haar te liggen.




feit 1

Verdachte erkent dat hij meerdere malen seks heeft gehad met aangeefster, bestaande uit de handelingen beschreven in de tenlastelegging. De verklaring van aangeefster dat de seks tegen haar wil was, vindt steun in haar schokkende bewegingen en het overgeven tijdens het beschrijven van de ondergane seksuele handelingen aan verbalisant en de berichten op haar telefoon. Dat verdachte aangeefster tot de seksuele handelingen heeft gedwongen door het gebruik van geweld, wordt ondersteund door de letselrapportage en haar vele verwondingen. Daarbij heeft hij misbruik gemaakt van zijn fysieke overwicht. Ook heeft verdachte bij het afdwingen van de seksuele handelingen misbruik gemaakt van het feit dat aangeefster onder invloed van alcohol was en bleef door de grote hoeveelheden drank die hij haar gaf. Tevens heeft hij dwang uitgeoefend door haar telefoon af te pakken en de deuren op slot te doen. Verdachte wist dat de seksuele handelingen tegen de wil van aangeefster waren en heeft haar verbale en non-verbale verzet volledig genegeerd. Verdachte heeft zich hiermee bij herhaling schuldig gemaakt aan opzetverkrachting, ten laste gelegd onder feit 1 primair.



Niet kan worden vastgesteld dat het bij de keel vastgrijpen door verdachte gericht is geweest op het afdwingen van seksuele handelingen zodat de rechtbank deze geweldshandeling voor bewezenverklaring van dit feit niet meeneemt. Voorts ziet de rechtbank geen bewijs dat verdachte ook de billen en borsten van aangeefster heeft betast.





3De bewezenverklaring


Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:


1. primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,meermalen, althans eenmaal,met een persoon, te weten [slachtoffer],een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten,

- het (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand(en) en/of mond/tong) betasten van de billen en/of benen en/of borsten en/of schaamstreek van die [slachtoffer] en/of- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en/of- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer],terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak,


en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging met geweld, door- die [slachtoffer] in huis te nemen, terwijl hij, verdachte, wist dat zij onder invloed was en/of verslavingsproblematiek had/heeft en/of- (het op slot draaien van de deuren) die [slachtoffer] te beletten zijn, verdachtes, huis uit te gaan en/of- de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en/of onder zich te houden en/of (hiermee) te beletten dat die [slachtoffer] contact kon opnemen met anderen en/of- die [slachtoffer] verdovende middelen en/of alcohol toe te dienen en/of- die [slachtoffer] te trappen/schoppen en/of te slaan en/of- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij tegen een hulpverlener moest verklaren dat haar verwondingen afkomstig waren van een val, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- die [slachtoffer] bij haar keel vast te pakken en/of- die [slachtoffer] aan haar haren te trekken en/of- voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of- bovenop die [slachtoffer] te liggen en/of- (aldus) misbruik te maken van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer] en/of- misbruik te maken van het feit dat die [slachtoffer] onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of- zich agressief en/of intimiderend en/of opdringerig en/of dwingend en/of dominant en/of gebiedend op te stellen ten opzichte van die [slachtoffer] en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde ontuchtige/seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door- die [slachtoffer] in huis te nemen, terwijl hij, verdachte, wist dat zij onder invloed was en/of verslavingsproblematiek had/heeft en/of- (het op slot draaien van de deuren) die [slachtoffer] te beletten zijn, verdachtes, huis uit te gaan en/of- de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en/of onder zich te houden en/of- (hiermee) te beletten dat die [slachtoffer] contact kon opnemen met anderen en/of- die [slachtoffer] verdovende middelen en/of alcohol toe te dienen en/of
- die [slachtoffer] te trappen en/of te slaan en/of - tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij tegen een hulpverlener moest verklaren dat haar verwondingen afkomstig waren van een val, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of- die [slachtoffer] bij haar keel vast te pakken en/of- die [slachtoffer] aan haar haren te trekken en/of - bovenop die [slachtoffer] te liggen en/of- (aldus) misbruik te maken van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer] en/of- misbruik te maken van het feit dat die [slachtoffer] onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of- zich agressief en/of intimiderend en/of opdringerig en/of dwingend en/of dominant en/of gebiedend op te stellen ten opzichte van die [slachtoffer] en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde handelingen kon en/of durfde te onttrekken;
3. primair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 december 2024 tot en met
23 december 2024 te [woonplaats], althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] van het leven te beroven,
die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal

- ( met meer dan geringe kracht) (met zijn gebalde vuist) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of
- ( met meer dan geringe kracht) (met geschoeide voet) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt/geschopt en/of
- aan haar haren heeft getrokken en/of
- naar de grond heeft toegetrokken en/of
- ( met kracht) bij haar keel heeft vastgepakt en/of (met kracht) haar keel heeft dicht geknepen en gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.





4De kwalificatie van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde levert op:




feit 1 primair:


opzetverkrachting voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang, geweld of bedreiging, meermalen gepleegd





feit 2:


opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden





feit 3 primair:


poging tot doodslag




deels in eendaadse samenloop





5De strafbaarheid van de feiten


De feiten zijn strafbaar.




6. De strafbaarheid van de verdachte en overwegingen ten aanzien van straf en maatregel





Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar, met aftrek van voorarrest, met daarnaast oplegging van de maatregel tbs met dwangverpleging.




Het standpunt van de verdediging

In geval van bewezenverklaring, heeft de raadsman gepleit voor matiging van de op te leggen gevangenisstraf vanwege de verminderde toerekenbaarheid voor feit 1. De oplegging van tbs is niet gerechtvaardigd. Niet is vastgesteld dat de stoornis ook heeft doorgewerkt in het tenlastegelegde onder feit 2 en 3. Verdachte heeft geen behandeling nodig maar een passende woonsetting. Dat verdachte vanwege capaciteitsproblemen niet kon worden geplaatst op de titel van een rechterlijke machtiging, kan hem niet worden tegengeworpen. Subsidiair is gepleit voor tbs met voorwaarden.




De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.




Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging doodslag, seksueel misbruik en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een toen 26-jarige vrouw. Hij wist dat zij dakloos was en verslaafd aan alcohol toen hij haar onderdak bood. Hij heeft haar grote hoeveelheden drank gegeven en terwijl zij fors onder invloed was, meerdere malen met geweld verkracht. Hij heeft haar opgesloten in zijn woning en haar telefoon afgepakt, zodat zij geen hulp kon inroepen. Toen de politie na vier dagen voor de deur stond, heeft hij haar zo hard bij de keel vastgepakt, dat zij hierdoor had kunnen overlijden. Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Hij heeft haar fors letsel toegebracht over haar hele lichaam. Zij heeft doodsangsten uitgestaan. Ook heeft hij veel pijn en leed bij haar veroorzaakt. Zij heeft nog steeds last van herbelevingen, nachtmerries en angst en zal deze traumatische gebeurtenissen nog lange tijd met zich meedragen.




Verminderd toerekenbaar

Psychiater I. Hazemeijer en psycholoog D.R. van der Velden hebben onderzoek gedaan naar verdachte. Uit hun rapporten van 17 en 28 november 2025 volgt dat bij verdachte sprake is van Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) met gedragsstoornissen en een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol in remissie onder gecontroleerde omstandigheden. De psychiater heeft beschreven dat verdachte vanwege de neurocognitieve stoornis niet goed in staat is het gedrag van anderen goed in te schatten en heeft geconcludeerd dat de ten laste gelegde verkrachting daarom verminderd kan worden toegerekend. Over de mate van toerekenbaarheid van de andere twee feiten kan de psychiater geen uitspraak doen omdat verdachte deze volledig heeft ontkend. De psycholoog heeft beschreven dat het inschattings- en sturingsvermogen van verdachte gekleurd wordt door de NAH. Verdachte handelt impulsief, ongeremd en vanuit directe behoeftebevrediging. Op basis van het onderzoek kan de psycholoog de precieze doorwerking en de mate van toerekenen niet goed vaststellen.



De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen over dat tijdens het begaan van het tenlastegelegde bij verdachte sprake was van stoornissen die zijn inschattings- en sturingsvermogen negatief beïnvloedden. Gelet op de onderlinge samenhang tussen de drie feiten die binnen het hetzelfde tijdsbestek hebben plaatsgevonden, merkt de rechtbank deze aan als één feitencomplex. Mede gelet op het advies van de psychiater voor feit 1, zal de rechtbank ook de andere twee feiten verminderd toerekenen aan verdachte. Dit neemt de rechtbank mee in strafverminderende zin. Dat betekent echter ook dat de feiten verdachte deels wél kunnen worden toegerekend en dat hij dus nog steeds strafbaar is.




De oplegging van een gevangenisstraf

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daarop staan geen relevante veroordelingen. Ook heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten waarin voor eenmalige verkrachting (242 oud Sr) met ernstig geweld of een daarmee vergelijkbare mate van dwang een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden als uitgangspunt wordt genomen. In deze zaak is sprake van meervoudige verkrachting met ernstig geweld waarbij misbruik is gemaakt van de kwetsbare positie van het slachtoffer en daarnaast van poging doodslag en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Alles afwegend en rekening houdend met de verminderde toerekenbaarheid en de op te leggen tbs-maatregel, zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 jaar met aftrek van het voorarrest. Een lagere straf doet onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Dit is gelijk aan de eis van de officier van justitie.



Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.




De oplegging van tbs met dwangverpleging

Volgens de psycholoog en psychiater is sprake van een hoge kans op herhaling en is verblijf van verdachte in een instelling gericht op mensen met een verstandelijke beperking en complexe gedragsstoornissen met 24-uurs toezicht noodzakelijk om dit risico terug te dringen. De psycholoog heeft verder beschreven dat verdachte blijvend afhankelijk is van intensieve en externe ondersteuning voor toezicht, begrenzing, bescherming en veiligheid. Een voorwaardelijk juridisch kader is volgens de deskundigen niet passend. Verdachte heeft eerder laten zien dat hij voorwaarden steeds weer schendt. Ook is beschreven dat duidelijk is dat verdachte niet bereid is mee te werken aan begeleid wonen. Indien een rechterlijke machtiging niet mogelijk is, is verblijf in een zorginstelling in een kader van tbs met dwangverpleging het enige alternatief volgens de deskundigen.



De rechtbank overweegt dat inmiddels is gebleken dat een rechtelijke machtiging geen optie is. Aan de in maart 2026 afgegeven machtiging kon geen uitvoering worden gegeven omdat Wzd-plaatsen met beveiligingsniveau 4 niet bestaan binnen de WLZ en een lager beveiligingsniveau gezien de agressieproblematiek van verdachte niet afdoende is.



De vraag is vervolgens of wordt voldaan aan de voorwaarden voor oplegging van een tbs. De rechtbank is van oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. De rechtbank stelt verder vast dat de bewezenverklaarde feiten misdrijven opleveren als bedoeld in artikel 37a, lid 1 onder 2 Sr, waarvoor tbs mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van tbs met dwangverpleging eist. Dit is een verstrekkende en ingrijpende maatregel. De rechtbank acht deze maatregel noodzakelijk en proportioneel gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten en het hoge recidiverisico. Tbs met voorwaarden is op grond van artikel 38, lid 3 Sr niet mogelijk in combinatie met de door de rechtbank op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaar. Reeds hierom is tbs met voorwaarden niet aan de orde.



De bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e lid 1 Sr is de tbs dan niet in duur gemaximeerd.




Geen contactverbod in de zin van 38v Sr

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een contactverbod als bedoeld in artikel 38v Sr, zoals namens de benadeelde partij is verzocht. Er zijn geen signalen dat verdachte contact zoekt met het slachtoffer.






7De beoordeling van de civiele vordering


De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met feit 1, 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 250,- aan materiële schade, bestaande uit de geschatte waarde van de schoenen en kleding die voor onderzoek in beslag zijn genomen en niet meer zijn teruggegeven. Daarnaast vordert de benadeelde partij
€ 17.500,- aan smartengeld. Verder is verzocht om toekenning van de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.




Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.



De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat nader onderzoek nodig is voor de vaststelling van het precieze causale verband tussen de immateriële schade en de gedragingen van verdachte. Dit onderzoek levert een onevenredige belasting op zodat niet-ontvankelijkheid moet volgen. Subsidiair is verzocht om matiging van het smartengeld. De materiële schade is niet onderbouwd met stukken en moet daarom worden afgewezen dan wel worden gematigd tot een symbolisch bedrag.




Overweging van de rechtbank





Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.



Vast staat dat de politie kledingstukken van de benadeelde partij in de woning van verdachte in beslag heeft genomen voor onderzoek. Duidelijk is dat de benadeelde partij hierdoor schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank acht deze post, geschat op € 250,- redelijk, ook al is deze niet onderbouwd met stukken, en zal deze schade toewijzen. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 23 december 2024.




Immateriële schade

De rechtbank acht ook de immateriële schade voldoende overzichtelijk.



Volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht heeft de benadeelde partij onder meer recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:



de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,


de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.




Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, acht de rechtbank – ook zonder medische stukken ter onderbouwing van de psychische schade – voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen deze categorieën van artikel 6:106 BW valt. Door zijn handelen heeft verdachte aan de benadeelde fors letsel toegebracht over haar hele lichaam. Ook heeft hij een diepe inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en seksuele integriteit en haar persoonlijke vrijheid. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Beschreven is dat bij de benadeelde partij sprake is van PTSS en dat zij hiervoor EMDR heeft gevolgd. Ook indien vóór de ontmoeting met verdachte al sprake zou zijn geweest van (psychische) problematiek bij de benadeelde, leidt dit de rechtbank niet tot een ander oordeel omdat de bewezenverklaarde feiten zo ingrijpend zijn, dat deze op zichzelf al tot de psychische schade leiden. Gelet op de aard, de ernst en intensiteit van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in soortgelijke zaken toewijzen, acht de rechtbank het gevorderde smartengeld van € 17.500,- redelijk en billijk. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 23 december 2024.




Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank acht het wenselijk dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. De rechtbank zal daarom aan verdachte de maatregel tot schadevergoeding opleggen tot een bedrag van (€ 250,- + € 17.500,- =) € 17.750,-. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2024. Eventuele toegekende proceskosten, tot op heden begroot op nul, zijn daar niet bij ingegrepen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 113 dagen kan worden toegepast als verhaal niet mogelijk blijkt. Toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.






8De toegepaste wettelijke bepalingen


De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 37a, 37b, 45, 55, 57, 63, 243, 282 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.






9De beslissing


De rechtbank:



 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;



 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;



 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;



 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;


 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd;




vordering benadeelde partij





veroordeelt verdachte in verband met feit 1, 2 en 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 250,- aan materiële schade en € 17.500,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;


veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;





legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 250,- aan materiële schade en € 17.500,- aan smartengeld. Dit wordt telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag, in totaal € 17.750,-, niet wordt betaald, kunnen 113 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;


bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.











Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen, voorzitter, mr. W.H.S. Duinkerke en mr. O. El Kadi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.














































Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 202501141000, onderzoek ON3R024101, gesloten op 25 april 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.


Proces-verbaal van bevindingen p. 89-91.


Proces-verbaal van bevindingen p. 91, proces-verbaal van bevindingen p. 114, proces-verbaal van bevindingen p. 107.


Proces-verbaal van bevindingen p. 114-115


Proces-verbaal van bevindingen p. 117-118.


Forensisch medische letselrapportage van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO p. 8, 14, 22, 23, 25-28.


Rapport van het NFI p. 377 gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal forensisch onderzoek woning p. 225-227.


Rapport van het NFI p. 378-380 en 376.


Proces-verbaal van verhoor verdachte p.412, 424, 426, 423, 430.


Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2026.


Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 415.


Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2026.


Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 424.


Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 424, 426-428, 430.


Proces-verbaal van bevindingen p. 161, 163-165.


Proces-verbaal van verhoor getuige p. 132 en proces-verbaal van bevindingen p. 137.


Proces-verbaal forensisch onderzoek woning p. 225 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2026.


Proces-verbaal van bevindingen p. 293, 305, 309, proces-verbaal van verhoor getuige p. 148.


Proces-verbaal van bevindingen p. 90.