Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2026:4346

2026-03-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11721043 \ CV EXPL 25-4425
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2026-03-11
Publicatiedatum
2026-06-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11721043 \ CV EXPL 25-4425
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

UItleg overeenkomst online marketing. Haviltex. Letterlijke tekst overeenkomst geeft uitleg die past bij gedaagde. Nagelaten correspondentie rondom sluiting overeenkomst in geding te brengen. Bewijsopdracht aan eiser.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.419 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: 11721043 \ CV EXPL 25-4425




Vonnis van 11 maart 2026




in de zaak van




BOOOM DIGITAL B.V.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Booom,
gemachtigde: mr. Y.T.J.M. Niels,



tegen





[gedaagde]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. P.J.A. Plattel.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 19
- de conclusie van antwoord met reconventie 1 t/m 11
- de conclusie van antwoord in reconventie en wijziging eis in conventie en producties 20 t/m 35
- de aanvullende productie namens [gedaagde]



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 januari 2026. Namens Booom zijn verschenen de heer [bestuurder] (statutair bestuurder) en haar gemachtigde. Ook zijn verschenen [gedaagde] , de heer [adviseur] (haar adviseur) en haar gemachtigde.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Booom drijft een onderneming voor branding, websites en online marketing.



2.2.

[gedaagde] drijft de eenmanszaak [eenmanszaak] . [eenmanszaak] is een medische en cosmetische huidkliniek die zich richt op schoonheidsverzorging, pedicures, manicures en overige paramedische praktijken.



2.3.
Op 6 augustus 2024 heeft Booom aan [gedaagde] een offerte gestuurd met daarin een voorstel om te gaan samenwerken op het gebied van online marketing (hierna: de offerte). [gedaagde] heeft dit voorstel geaccepteerd. De offerte bevat - onder meer - de volgende inhoud:





















3Het geschil



in conventie




3.1.

Booom vordert na wijziging van eis in conventie – samengevat – om bij vonnis
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van:

- € 18.809,45 inclusief btw, te vermeerderen met primair de contractuele rente, subsidiair
de wettelijke handelsrente en meer subsidiair de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de afzonderlijke facturen;
- de contractuele incassokosten van € 2.821,40, dan wel subsidiair de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente en subsidiair de wettelijke rente.



3.2.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Booom, met veroordeling van Booom in de kosten van deze procedure.



in reconventie





3.3.

[gedaagde] vordert na vermindering van haar eis in reconventie – samengevat – om bij vonnis Booom te veroordelen tot betaling van:
- € 7.374,95, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;
- de proceskosten.



3.4.
Booom voert verweer. Booom concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.



3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Procedure in conventie





Omvang financiële verplichting [gedaagde]




4.1.

In de kern verschillen partijen van mening over wat zij precies zijn overeengekomen. Het gaat dan met name over de vraag wat de financiële verplichtingen voor [gedaagde] zijn. In conventie vordert Booom nakoming van de contractueel overeengekomen betalingsverplichting. Booom stelt dat [gedaagde] naast een vaste vergoeding van € 3.040,00 (exclusief btw), iedere maand een bedrag van € 1.500,00 (exclusief btw) is verschuldigd. [gedaagde] betwist deze betalingsverplichting. Volgens [gedaagde] is zij namelijk met Booom overeengekomen dat zij voor de online marketing
een vast bedrag van in totaal € 3.040,00 (exclusief btw) dient te voldoen en voor het expertisepakket in totaal € 1.500,00 (exclusief btw). Dit laatste bedrag is verschuldigd in
12-maandelijkse termijnen van € 125,00 (exclusief).




4.2.
Partijen beroepen zich ieder op dezelfde tekst in de tussen partijen gesloten overeenkomst, maar geven elk een andere uitleg aan de geschreven tekst. De kantonrechter overweegt dat de vraag hoe in een schriftelijke overeenkomst de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.



4.3.
De letterlijke tekst van de overeenkomst wijst, zo oordeelt de kantonrechter, op de lezing die door [gedaagde] wordt aangehouden. Naast een eenmalige vaste vergoeding van € 3.040,00 (exclusief btw), is voor het expertisepakket in totaal een vergoeding van € 1.500,00 (exclusief btw) verschuldigd. Deze laatste vergoeding dient in twaalf maandelijkse betalingen te worden voldaan. Redengevend voor dit oordeel is de vermelding van het woord totaal in de kolom met kosten, alsmede de optelling die is opgenomen in de overeenkomst, welke sluit op een totaalbedrag van € 4.540,00 (exclusief btw) en 5.493,40 (inclusief btw). Partijen hebben nagelaten om nadere stukken rondom de contractsluiting in het geding te brengen, waaruit een andere conclusie kan volgen. Zo is geen correspondentie in het geding gebracht die aan het sluiten van de overeenkomst is voorafgegaan. Dit heeft de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling aan de orde gesteld, waarop door Booom is verklaard dat in de aanloop naar het sluiten van de overeenkomst is gesproken over de financiële verplichtingen voor [gedaagde] .



4.4.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] de omvang van de betalingsverplichting van [gedaagde] niet vaststaat. Daardoor staat ook niet vast dat [gedaagde] nog een bedrag verschuldigd is aan Booom. Bij die stand van zaken en gelet op het bewijsaanbod van Booom, zal de kantonrechter Booom toelaten tot het leveren van het bewijs dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een maandelijkse vergoeding van € 1.500,00 (exclusief btw) aan Booom verschuldigd is
in verband met het expertisepakket.




4.5.
Booom kan het gevraagde bewijs leveren door overlegging van schriftelijk bewijs of door middel van getuigen. In dat laatste geval zal de rechtbank een getuigenverhoor bepalen op een terechtzitting van de kantonrechter. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 45 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.



4.6.
De uitkomst van dit geschil in conventie zal in hoge mate afhangen van de vraag of Booom slaagt in haar bewijslevering. Indien zij daarin slaagt, zal [gedaagde] in beginsel het gevorderde bedrag verschuldigd zijn. Indien Booom daarin niet slaagt, liggen de vorderingen in conventie voor afwijzing gereed.



4.7.

Indien Booom slaagt in haar bewijslevering, overweegt de kantonrechter als volgt over de nevenvorderingen; rente en buitengerechtelijke incassokosten. Primair vordert Booom dat de hoogte van deze nevenvorderingen moet worden gebaseerd op hetgeen is bepaald in de algemene voorwaarden. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord de betreffende bedingen uit de algemene voorwaarden vernietigd op de grond Booom haar
niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis
te nemen. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Artikel 6:234 lid 1 BW geeft een uitwerking van mogelijkheden waarop een gebruiker van algemene voorwaarden een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Aangezien sprake is van een overeenkomst die valt binnen het bereik van artikel 6:230a BW, heeft Booom gebruik kunnen maken van de mogelijkheid van artikel 6:230c BW. Kennisname van de algemene voorwaarden kan dan geschieden indien voor de algemene voorwaarden voor de afnemer gemakkelijk elektronisch toegankelijk zijn op een door de dienstverrichter meegedeeld adres. Hiervan is in deze zaak sprake. De gesloten overeenkomst bevat een rechtstreekse hyperlink naar de algemene voorwaarden. Aldus kunnen, zo overweegt de kantonrechter, de algemene voorwaarden zonder noemenswaardige inspanning op de website van Booom gevonden worden.




4.8.

Het voorgaande betekent dat [gedaagde] de contractueel overeengekomen rente
is verschuldigd over een eventueel toe te wijzen bedrag. Over de omvang van de buitengerechtelijke incassokosten overweegt de kantonrechter dat in artikel 11 van de algemene voorwaarden is bepaald dat [gedaagde] een bedrag verschuldigd is gelijk aan
15% van de verschuldigde hoofdsom. Deze bepaling is, in beginsel, tussen partijen van toepassing. De kantonrechter ziet echter aanleiding om de vergoeding op grond van het bepaalde in artikel 242 Rv ambtshalve te matigen tot het toepasselijke tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit), welk tarief wordt geacht redelijk te zijn. Onvoldoende is gesteld of gebleken dat de werkelijke kosten van Booom hoger zijn dan dit tarief. De kantonrechter verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1868 (rechtsoverweging 3.5.3 en 3.5.7). Booom heeft ter zitting, na vragen van de kantonrechter, verklaard dat de enige onderbouwing moet worden gezocht in de omstandigheid dat een van de wettelijke regeling afwijkende tariefstelling is bepaald.




4.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.



Procedure in reconventie





Overeenkomst niet ontbonden





4.10.
Ter zitting is door [gedaagde] haar vordering in reconventie nader geconcretiseerd. Zij stelt dat de overeenkomst is ontbonden wegens meerdere tekortkomingen van Booom. Kort en goed volgt de kantonrechter [gedaagde] hierin niet. Door [gedaagde] zijn onvoldoende rechtsfeiten gesteld waaruit volgt dat Booom is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Het door [gedaagde] ingediende rapport (productie 12) is van onvoldoende concrete onderbouwing voorzien, zodat hieraan geen conclusies kunnen worden verbonden. Bovendien geldt dat niet gebleken is dat [gedaagde] Booom ter zake van bevindingen die zijn opgenomen in deze rapportage in gebreke heeft gesteld. Verder is niet gebleken dat partijen een resultaatsverbintenis zijn overeengekomen, inhoudende dat door Booom een zekere minimale omzet zou worden gegarandeerd die door aanpassingen in de online marketing zou worden behaald. Op die redenering steunt mede de ontbindingsgrond van [gedaagde] .



4.11.
Gezien het voorgaande bestaat geen grond voor de conclusie dat Booom uit hoofde van een ongedaanmakingsverplichting reeds door [gedaagde] betaalde vergoedingen moet terugbetalen. Bij die stand van zaken, zal bij eindvonnis de vordering in reconventie worden afgewezen.



4.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





5De beslissing


De kantonrechter




in conventie





5.1.
draagt Booom op te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een maandelijkse vergoeding van € 1.500,00 (exclusief btw) aan Booom verschuldigd is in verband met het expertisepakket,



5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 8 april 2026 voor uitlating door Booom of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,



5.3.
bepaalt dat, als Booom geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,



5.4.
bepaalt dat, als Booom getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden juli 2026 tot en met november 2026 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,



5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. M.D.R. Joppe, in het paleis van justitie te Arnhem, Walburgstraat 2-4,



5.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,



5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.



in reconventie





5.8.
houdt iedere verdere beslissing aan.










Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
















































61389 / 51588