Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2025:2787

2025-01-08 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/05/437325 / HA ZA 24-314
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2025-01-08
Publicatiedatum
2025-04-11
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/05/437325 / HA ZA 24-314
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Kennelijke verschrijving en bedoeling in de dagvaarding.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.124 tekens)
RECHTBANK Gelderland


Civiel recht



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: C/05/437325 / HA ZA 24-314




Vonnis van 8 januari 2025




in de zaak van





[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R.E.P. de Koning te Veenendaal,



tegen





[gedaagde]
,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen Nederland of daarbuiten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het tussenvonnis van 17 juli 2024;


het tegen [gedaagde] verleende verstek.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De beoordeling


2.1.

[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.



2.2.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.



2.3.
Onder I. van het petitum van de dagvaarding heeft [eiser] primair gevorderd om voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser] is vernietigd op grond van dwaling. Gelet op de inhoud van het lichaam van de dagvaarding, voornamelijk randnummer 34 en 49, en de inhoud van II. van het petitum, gaat de rechtbank ervan uit dat de genoemde vernietigingsgrond (dwaling) op een verschrijving berust en dat de door [eiser] bedoelde vernietigingsgrond bedrog is (artikel 3:44 lid 1 en 3 BW jo. artikel 3:49 BW). Het primair gevorderde is in zoverre toewijsbaar. Daarbij komt dat [eiser] (onder V. van het petitum) kennelijk € 130.000,00 als onverschuldigd betaald van [gedaagde] vordert (artikel 6:203 e.v. BW). Ook deze vordering is toewijsbaar. [eiser] heeft wettelijke rente met ingang van 10 januari 2021 gevorderd. Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat [eiser] niet heeft onderbouwd waarom vanaf die datum wettelijke rente zou zijn verschuldigd. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de dag van (eerste) dagvaarding, zoals subsidiair door [eiser] is gevorderd.



2.4.

[eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten, ter grootte van € 2.890,92 (€ 690,92 voor explootkosten, € 320,00 voor griffierecht en € 1.880,00 voor salaris advocaat). Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar, als volgt:











- informatiekosten


€


28,06




- explootkosten


€


662,86







- griffierecht


€


320,00







- salaris advocaat


€


1.929,00


(1 punt × € 1.929,00)




Totaal


€


2.939,92.











2.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


137,38







- griffierecht


€


2.306,00


(€ 2.626,00 - € 320,00)




- salaris advocaat


€


1.929,00


(1 punt × € 1.929,00)




- nakosten


€


178,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


4.550,38.













3De beslissing


De rechtbank



3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser] is vernietigd op grond van bedrog,



3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen, zulks tegen behoorlijk bewijs van betaling, een bedrag van € 130.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,



3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, vastgesteld op € 2.939,92,



3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.550,38, te betalen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten vanaf de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening,



3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.