Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2025:12050

2025-12-10 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11478140 \ CV EXPL 25-246
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2025-12-10
Publicatiedatum
2026-06-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11478140 \ CV EXPL 25-246
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huur printers. Algemene voorwaarden. Verweer gedaagde slaagt niet.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.744 tekens)
RECHTBANK
GELDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Arnhem



Zaaknummer: 11478140 \ CV EXPL 25-246




Vonnis van 10 december 2025




in de zaak van




ITEC B.V.,
gevestigd te Zaltbommel,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: ITEC,
gemachtigde: mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen,



tegen




ABB FOAM B.V.,
gevestigd te Zaltbommel,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: ABB Foam,
gemachtigde: mr. K.D.C. Schemkes.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 6
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 13 en de eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis in conventie
en de producties 7 t/m 12



1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 september 2025. Namens ITEC zijn verschenen de heer [bestuurder ITEC] , bestuurder, en haar gemachtigde. Namens ABB Foam zijn verschenen de heer [directeur ABB Foam] , directeur en de heer [operationeel directeur ABB Foam] , operationeel directeur en haar gemachtigde. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken. Op verzoek van partijen is de procedure na de mondelinge behandeling aangehouden teneinde een onderlinge regeling te kunnen treffen. De gemachtigde van ITEC heeft de kantonrechter bericht dat geen regeling is getroffen en heeft vonnis gevraagd.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
ITEC is een leverancier van kantoorapparatuur en documentoplossingen.



2.2.
ITEC heeft met ABB Foam verschillende huur- en onderhoudsovereenkomsten gesloten voor printerapparatuur. De eerste overeenkomst tussen partijen is gesloten in 2017. Gedurende de afgelopen jaren hebben meerdere overeenkomsten bestaan die zijn geëindigd of zijn opgevolgd door andere overeenkomsten. Op dit moment gelden tussen partijen de volgende overeenkomsten:



S002

Ingangsdatum 01 april 2020, looptijd: 96 maanden tot 1 april 2028
All-in maandbedrag: € 425,00




S005

Ingangsdatum 01 oktober 2020, looptijd: 96 maanden, met aanvullende drie maanden gratis (totale looptijd 99 maanden) tot 01 januari 2029
All-in maandbedrag: € 750,00




S006

Ingangsdatum 01 augustus 2021, looptijd: 96 maanden tot 01 augustus 2029
All-in maandbedrag: € 500,00




S007

Ingangsdatum 01 juli 2023, looptijd 84 maanden tot 01 juli 2030
All-in maanbedrag: € 1.318,63.




Addendum

Ingangsdatum 01-07-2023. In dit addendum is overeengekomen dat een credit van € 10.929,09 van toepassing is en dat het totale maandtarief van de vier overeenkomsten
in poolconstructie wordt verlaagd van € 3.765,12 naar € 3.500,00 excl. btw.




2.3.
Op alle overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van ITEC van toepassing verklaard. In deze algemene voorwaarden is onder meer het volgende opgenomen:



‘Artikel 9-Wanprestatie, beëindiging, opzegging en verlenging


(…)




9.5

Deze overeenkomst betreft een ‘duurovereenkomst’ en geldt voor een vaste bepaalde duur. De Huurder kan de overeenkomst evenwel te allen tijde (eenzijdig) voortijdig opzeggen, middels aangetekend schrijven aan de afdeling contractbeheer van Verhuurder, zulks met inachtneming van een opzeggingstermijn van minimaal 12 maanden voor de expiratiedatum van de vigerende overeenkomst. De opzegtermijn vangt aan vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de opzegging is gedaan.



9.6

Uitdrukkelijk wordt gesteld dat indien de overeenkomst door Huurder niet tijdig wordt opgezegd, de overeenkomst in dat geval stilzwijgend wordt verlengd met een duur die gelijk is aan het oorspronkelijk aantal maanden dat de overeenkomst initieel heeft geduurd, exclusief de eventuele maanden van gratis gebruik. Deze overeenkomst eindigt dus niet van rechtswege en dient t allen tijde door Huurder worden opgezegd.



9.7

In geval van voortijdige opzegging door Huurder, is Huurder een forfaitaire opzeggingsvergoeding verschuldigd aan Verhuurder. De opzegvergoeding wordt berekend door het gemiddelde facturentotaal dat Huurder de laatste 12 maanden in rekening is gebracht (inclusief de afrekeningen van extra-teller-tikken, indexeringen en/of verbruikte vlakvullingspercentages), naar rato te vermenigvuldigen met het aantal maanden/kwartalen dat de huurovereenkomst tot aan de overeengekomen expiratiedatum, dan wel de eerstvolgende expiratiedatum, zou hebben voortgeduurd.



9.8


De opzeggingsvergoeding wordt verhoogd met de in artikel 2.2 genoemde ophaalkosten per object, de technische- en administratieve afwikkelingskosten ad € 750,00 de in artikel 8.3 van deze algemene voorwaarden genoemde contractuele rente van 1,5% na vervaldatum van de opeisbare factuur (of indien van toepassing) de wettelijke rente, alsmede (indien van toepassing) de (buiten)gerechtelijke invorderings- en rechtsplegingskosten, waaronder die van ingehuurde rechtsbijstand. Een en ander laat onverlet het recht van Verhuurder om, naast de in dit artikel genoemde kosten en vergoedingen, tevens alle daadwerkelijk door Verhuurder geleden schade of onbetaalde facturen van Huurder te vorderen. Zolang de opzegvergoeding niet wordt aanvaard of niet is voldaan blijft de overeenkomst gewoon onder de overeengekomen condities doorlopen.


(…)


Artikel 14-Prijswijziging/Indexering




14.1.


Verhuurder kan de prijs jaarlijks tussentijds wijzigen in geval verhoogde volumes daartoe aanleiding geven. Tevens kan een prijswijziging worden doorgevoerd als gevolg


van kostenstijgingen aan de zijde van door Itec in te kopen grondstoffen, onderdelen, hulpmiddelen, als ook uit hoofde van gestegen kosten van bedrijfsvoering welke, o.a.


(doch niet uitsluitend) het gevolg kunnen zijn van door de overheid genomen maatregelen, zoals bijvoorbeeld belastingen en heffingen e.d., dan wel maatregelen die als gevolg van economische of maatschappelijke ontwikkelingen een kostenverhogend effect zullen hebben.




14.2.

Een prijswijziging wordt minimaal 2 maanden voorafgaand aan de wijziging schriftelijk en uitdrukkelijk middels vermelding op de aan Huurder toegezonden facturen aangekondigd.’




2.4.

ABB Foam heeft vier termijnfacturen van ITEC over 2024 onbetaald gelaten. Het gaat om de facturen van 11 januari 2024 van € 13.359,48, 9 april 2024 van € 13.359,48,
4 juli 2024 van € 13.359,48 en 3 oktober 2024. Ondanks diverse aanmaningen heeft ABB Foam niet voldaan aan zijn betalingsverplichtingen.




2.5.
Op 5 december 2024 heeft ITEC conservatoir beslag laten leggen onder de ABN AMRO Bank ten laste van ABB Foam.





3Het geschil



in conventie




3.1.

ITEC vordert in conventie (na vermeerdering van eis) – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. betaling van een bedrag van € 56.938,31 inclusief btw, bestaande uit € 53.437,92 aan factuurbedragen en € 3.500,39 aan wettelijke handelsrente tot en met 11 december 2024,
te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 11 december 2024;
II. betaling van een bedrag van € 42.403,35, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2025;
III. verklaring voor recht dat de huur- en onderhoudscontracten bestaan en dat ABB aan ITEC moet voldoen de vastgestelde termijnbedragen en afdrukkosten inclusief indexering, over 2025 vastgesteld op een bedrag van € 14.134,45;
IV. betaling van de beslagkosten van € 1.473,84 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
V. betaling van de proceskosten.




3.2.
ABB Foam voert verweer.



in reconventie





3.3.
ABB Foam vordert – samengevat – in reconventie bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:



Primair




I. de artikelen 9.5, 9.6, 9.7, 9.8 en 14 van de algemene voorwaarden van ITEC, zoals van toepassing verklaard op de overeenkomsten S002, S005, S006 en S007, te vernietigen;
II. verklaring voor recht dat de ABB Foam de overeenkomsten S002, S005, S006 en S007 op 25 april 2024 per direct heeft opgezegd, dan wel heeft opgezegd met een opzegtermijn die de kantonrechter passend vindt en dat geen opzegvergoeding is verschuldigd, dan wel een opzegvergoeding die de kantonrechter passend vindt;




Subsidiair




III. verklaring voor recht dat ITEC tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomsten S002, S005, S006 en S007 en dat zij op 26 april 2023 in verzuim is komen te verkeren en de overeenkomsten per 25 april 2024 rechtsgeldig door ABB Foam zijn ontbonden.




3.4.
ITEC voert verweer.



3.5.
Op de standpunten van partijen, in conventie en in reconventie, wordt - voor zover voor de beoordeling van belang - hieronder nader ingegaan.





4De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie


4.1.
Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.



De overeenkomsten





4.2.

ABB Foam heeft in de periode januari 2020 – juli 2023 met ITEC een viertal huur-
en onderhoudsovereenkomsten (S002, S005, S006 en S007) gesloten ten aanzien van de huur en het onderhoud van de print- en scanapparatuur binnen het bedrijf van ABB Foam. Ten aanzien van alle overeenkomsten is een all-in prijs overeengekomen. ABB Foam heeft de termijnfacturen van 11 januari 2024, 9 april 2024, 4 juli 2024, 3 oktober 2024, 3 januari 2025, 10 april 2025 en 3 juli 2025 niet betaald.




Niet onbevoegd getekend





4.3.

ABB Foam heeft in eerste instantie verklaard dat de overeenkomst S007 zou zijn getekend door iemand die niet bevoegd was om te tekenen. ITEC heeft dit gemotiveerd weersproken door erop te wijzen dat zowel de heer [operationeel directeur ABB Foam] en de heer [directeur ABB Foam] het addendum bevoegd hebben getekend voor akkoord én de facturen op basis van dit addendum in 2023 ook hebben betaald. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [directeur ABB Foam] voor het eerst verklaard dat alle overeenkomsten onbevoegd zouden zijn getekend. ITEC heeft dit wederom gemotiveerd weersproken. De printers zijn gewoon in gebruik genomen door ABB Foam en de facturen tot en met 2023 zijn ook betaald, aldus ITEC. Bovendien is niet weersproken dat de overeenkomst S006 door de hiertoe bevoegde directeur [directeur ABB Foam] is getekend.
De kantonrechter volgt ABB Foam dan ook niet in haar stelling dat de overeenkomsten onbevoegd zijn getekend. Dit betekent dat ABB Foam de overeenkomsten - in beginsel - moet nakomen.




Vernietiging van de algemene voorwaarden slaagt niet





4.4.
Volgens ABB Foam zijn de artikelen 9,5 9.6, 9.7, 9.8 en 14 ieder afzonderlijk maar ook in onderlinge samenhang onredelijk bezwarend en moeten ze worden vernietigd. ABB Foam heeft daarnaast ook een beroep gedaan op de reflexwerking van 6:236 en 6:237 BW.



4.5.

Over de reflexwerking van de artikelen 6:236 en 6:237 BW overweegt de kantonrechter als volgt. Alhoewel deze wetsartikelen in de eerste plaats bedoeld zijn
voor consumenten, komt aan kleine ondernemers of rechtspersonen die zich niet in de professionele economie bevinden, ook onder omstandigheden een beroep toe.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat toepassing van de reflexwerking voor de hand ligt bij een rechtspersoon die wel in de uitoefening van haar beroep of bedrijf een overeenkomst sluit, wanneer die overeenkomst geen betrekking heeft op haar eigenlijke beroeps- of bedrijfsactiviteiten.




4.6.
De vernietiging van een beding in de algemene voorwaarden wordt geregeld in artikel 6:233 aanhef en onder sub a BW: Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Uit artikel 6:235 BW blijkt echter dat op de vernietigingsgronden van artikel 6:233 BW geen beroep kan worden gedaan door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:360 BW, die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst laatstelijk haar jaarrekening openbaar heeft gemaakt. ITEC heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken verklaard dat ABB Foam een besloten vennootschap is die vanaf 2019 jaarlijks haar jaarrekeningen openbaar maakt. Dit betekent dat zij een rechtspersoon is zoals bedoeld in artikel 6:235 BW en daarom geen beroep kan doen op artikel 6:233 aanhef en onder sub a BW, dan wel de reflexwerking van artikel 6:236 BW en artikel 6:237 BW. De vordering om de artikelen 9,5 9.6, 9.7, 9.8 en 14 uit de algemene voorwaarden te vernietigen zal daarom worden afgewezen.



4.7.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog als volgt over de vernietiging van de genoemde bepalingen uit de algemene voorwaarden van ITEC. Ter zitting is van de zijde van ABB Foam bevestigd dat zij heeft ingestemd met de looptijd van zeven of acht jaar van de verschillende overeenkomsten. De bepalingen 9.5 en 9.6 van de algemene voorwaarden die ABB Foam tracht te vernietigen regelen een opzegtermijn van twaalf maanden voor afloop van de overeenkomst en bepalen dat bij niet tijdige opzegging de overeenkomst wordt verlengd met een duur die gelijk is aan de initiële looptijd. Gelet op de nog resterende looptijd van de overeenkomsten, is ABB Foam tijdig met een eventuele opzegging. In dat geval eindigt de overeenkomst na afloop van de looptijd. Ingeval van opzegging van de overeenkomsten wordt ABB Foam niet benadeeld door de geldende opzegtermijn en speelt het verlengingsmechanisme ook geen rol.



4.8.
Verder is ter zitting door ABB Foam verklaard dat de overeenkomsten niet zijn opgezegd. In zoverre speelt de opzegvergoeding ook geen rol. Voor zover ABB Foam betoogt dat zij wordt beperkt in de mogelijkheid van tussentijdse opzegging vanwege de hoogte van de opzegvergoeding, geldt het volgende. Op de datum van het wijzen van dit vonnis geldt dat de diverse overeenkomsten nog een looptijd kennen van tussen de 2,5 en 4,5 jaren. Gezien deze resterende looptijd, valt zonder nadere onderbouwing, die door ABB Foam niet is gegeven, niet in te zien dat sprake is van een onredelijk hoge opzegverhoging. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat gelet op de regeling van artikel 7:228 lid 1 BW, de huurovereenkomst die voor bepaalde tijd is aangegaan enkel eindigt door tijdsverloop. Mede in dit licht moet de bevoegdheid tot het tussentijds opzeggen van de overeenkomst met de verschuldigdheid van een opzegvergoeding worden gezien.



4.9.

ABB Foam vordert ook een verklaring voor recht dat zij de overeenkomsten
S002, S005, S006 en S007 op 25 april 2024 per direct heeft opgezegd, dan wel heeft opgezegd met een opzegtermijn die de kantonrechter passend vindt en dat geen opzegvergoeding is verschuldigd, dan wel een opzegvergoeding die de kantonrechter passend vindt. Nu de artikelen 9.5, 9.6, 9.7, 9.8 en 14 uit de algemene voorwaarden niet worden vernietigd, staat vast dat ABB Foam de overeenkomsten op 25 april 2024 niet rechtsgeldig heeft opgezegd. Immers uit artikel 9.8 van de algemene voorwaarden volgt
dat voor rechtsgeldige opzegging is vereist dat de opzegvergoeding door ITEC is aanvaard of betaald. Daar is geen sprake van.




Geen ontbinding





4.10.

ABB Foam vordert subsidiair een verklaring voor recht dat ITEC tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomsten S002, S005, S006 en S007, dat zij op 26 april 2023 in verzuim is komen te verkeren en dat de overeenkomsten per 25 april 2024 rechtsgeldig door ABB Foam zijn ontbonden. ABB Foam stelt dat ITEC aantoonbaar tekort is geschoten in de op haar rustende contractuele verplichting service te verlenen. ABB Foam stelt dat zij gedurende de hele contractperiode hebben ondervonden dat meldingen niet dan wel niet adequaat werden opgepakt door ITEC. Ook zijn de door ITEC uitgevoerde service-werkzaamheden niet gespecificeerd en niet halfjaarlijks geëvalueerd, aldus ABB Foam. ITEC heeft de stellingen van ABB Foam gemotiveerd betwist. Volgens haar heeft zij op elke storingsmelding van ABB Foam adequaat gereageerd en de storingen verholpen.
Ter onderbouwing van haar stellingen heeft zij een onderhoudsoverzicht overgelegd.
De kantonrechter is van oordeel dat ABB Foam onvoldoende rechtsfeiten heeft gesteld
die het oordeel kunnen dragen dat ITEC niet heeft voldaan aan haar serviceverplichting. Zeker in het licht van het door ITEC overgelegde en niet door ABB Foam weersproken onderhoudsoverzicht. Aldus is geen sprake van een tekortkoming op grond waarvan de overeenkomsten zouden kunnen worden ontbonden. Laat staan dat ITEC in verzuim is geraakt. Dit geldt eveneens voor het specificeren van de onderhoudswerkzaamheden en het niet halfjaarlijks evalueren. Deze tekortkomingen, voor zover daarvan al sprake zou zijn, rechtvaardigen niet de ontbinding van de overeenkomsten. ABB Foam heeft hier bovendien nimmer over geklaagd, zodat geen sprake kan zijn van verzuim aan de zijde van ITEC. Dit betekent dat de kantonrechter de gevorderde verklaring voor recht zal afwijzen.




Conclusie: ABB Foam moet de vorderingen van ITEC betalen





4.11.

Uit het voorgaande blijkt dat de verweren van ABB Foam niet slagen. Dat betekent dat zij de openstaande facturen aan ITEC moet betalen. De kantonrechter wijst daarom
de gevorderde bedragen van € 53.437,92 en € 42.403,35 toe. De door ITEC gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomsten (nog) bestaan en dat ABB Foam op basis van deze overeenkomst(en) de termijnbedragen tot aan het einde van de looptijd aan ITEC dient te voldoen zal worden afgewezen. Eerder in dit vonnis is namelijk vastgesteld dat de overeenkomsten niet vernietigd, ontbonden of opgezegd zijn en dus nog doorlopen, waardoor ITEC geen belang meer heeft bij een verklaring voor recht.




De wettelijke (handels)rente





4.12.
ABB Foam moet de wettelijke (handels)rente over de facturen betalen, zij is namelijk in verzuim met betaling van de facturen. De reeds verschenen wettelijke handelsrente tot de datum van dagvaarding bedraagt € 3.500,39. Dit bedrag zal overeenkomstig haar vordering worden toegewezen bij de hoofdsom van € 53.437,92. De wettelijke handelsrente zal voor het overige worden toegewezen op de manier zoals die in de beslissing is vermeld. Aangezien ITEC ten aanzien van de gevorderde hoofdsom van € 42.403,35 de gewone wettelijke rente vordert, zal de kantonrechter over dit bedrag de gewone wettelijke rente toewijzen.



De beslagkosten





4.13.
ITEC vordert een bedrag van € 1.473,84 aan beslagkosten. Dit bedrag zal worden toegewezen gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv. ABB Foam heeft deze kosten niet betwist en het is de kantonrechter niet gebleken dat het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was. De gevorderde wettelijke handelsrente over dit bedrag is echter niet toewijsbaar. Wel zal de kantonrechter ABB Foam veroordelen te betaling van de gewone wettelijke rente over dit bedrag, indien zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving dit bedrag vrijwillig voldoet.



De proceskosten





4.14.
ABB Foam is in conventie en in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ITEC in conventie worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


112,37







- griffierecht


€


773,00







- salaris gemachtigde


€


1.630,00


(2 punten × € 815,00)




- nakosten


€


135,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.650,37











4.15.
Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en in reconventie worden de proceskosten in reconventie begroot op nihil.





5De beslissing


De kantonrechter




in conventie




5.1.
veroordeelt ABB Foam om aan ITEC te betalen een bedrag van € 56.938,31, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de hoofdsom van € 53.437,92, met ingang van 12 december 2024, tot de dag van volledige betaling;



5.2.
veroordeelt ABB Foam om aan ITEC te betalen een bedrag van € 42.403,35 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf 19 september 2025, tot de dag van volledige betaling;



5.3.
veroordeelt ABB Foam tot betaling van de beslagkosten van € 1.473,84, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, indien ABB Foam niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe tot betaling overgaat, tot de dag van volledige betaling;



5.4.
veroordeelt ABB Foam in de proceskosten van € 2.650,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als ABB Foam niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.



5.5.
verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad.



5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af;



in reconventie





5.7.
wijst de vorderingen af;



5.8.
stelt de proceskosten vast op nihil.










Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.















































61389 \ 51588