Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2023:7563

2023-12-18 Strafrecht 05-036143-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2023-12-18
Publicatiedatum
2026-07-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
05-036143-23
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het rijden onder invloed en het veroorzaken van een verkeersongeval. Dit levert op overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van deze wet en overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte krijgt hiervoor een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.949 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND




Team strafrecht



Zittingsplaats Arnhem



Parketnummer: 05/036143-23
Datum uitspraak : 18 december 2023



Tegenspraak




vonnis van de meervoudige militaire kamer




in de zaak van




de officier van justitie




tegen





[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] .



Raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat in Apeldoorn.




Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.





1De inhoud van de tenlastelegging


Aan verdachte is ten laste gelegd dat:



1.
hij op of omstreeks 31 augustus 2022 te Mariahout, gemeente Laarbeek, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Sonseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, bij het afslaan naar links, teneinde de Broek in/op te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorfiets niet heeft laten voorgaan, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten (complexe) polsbreuken linker- en rechterpols en/of een bekkenbreuk (rechts) en/of (uitgebreid) knieletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;



subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 31 augustus 2022 te Mariahout, gemeente Laarbeek als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Sonseweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Broek in/op te rijden te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorfiets niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan
goederen is toegebracht.



2.
hij op of omstreeks 31 augustus 2022 te Mariahout, gemeente Laarbeek, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 330 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.





2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs






Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde.




Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat er geen sprake is van de voor feit 1 primair vereiste schuld. Verdachte heeft het slachtoffer eenvoudigweg niet gezien toen verdachte afsloeg naar links. Het alcoholpercentage in zijn bloed heeft geen rol gespeeld bij het ongeval. Enkel het subsidiair tenlastegelegde kan bewezen worden verklaard.




Beoordeling door de militaire kamer





De bewijsmiddelen

Op 31 augustus 2022 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de Sonseweg, buiten de bebouwde kom van Mariahout, gemeente Laarbeek. Hierbij waren een personenauto betrokken, bestuurd door verdachte, en een motorfiets, bestuurd door [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Op basis van de aangetroffen schade aan de motorfiets is het waarschijnlijk dat de bestuurder van de motorfiets de plaats van het verkeersincident naderde over de Sonseweg, komende uit de richting van Lieshout. Ter hoogte van de kruising met de Broek reed de motorfiets rechtdoor in de richting van Son. Verdachte verleende de voor hem tegemoetkomende motorfiets geen voorrang, waardoor de personenauto op de kruising Sonseweg/Broek met de rechtervoorzijde in botsing is gekomen met de voorzijde van de motorfiets.



Op 31 augustus 2022 om 23:48 uur is bij verdachte een ademanalyseonderzoek als bedoeld in artikel 8, lid 2, onder, a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) afgenomen. Het resultaat hiervan bedroeg 330 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.

[slachtoffer] heeft letsel opgelopen als gevolg van het ongeluk, te weten complexe breuken aan beide polsen, een bekkenbreuk rechts, en uitgebreid letsel aan de rechterknie. Hiervoor heeft hij meerdere operaties moeten ondergaan en moeten revalideren door middel van fysiotherapie. [slachtoffer] heeft hierdoor ongeveer een half jaar niet kunnen werken of studeren. Zijn rechterknie was in november 2023 nog niet volledig hersteld en de verwachting is dat dit waarschijnlijk ook niet (meer) volledig zal gebeuren.




[slachtoffer] heeft verklaard dat een auto hem tegemoet reed op de weg van het ongeval. Toen hij bij een kruising arriveerde, sloeg de hem tegemoetkomende auto ineens linksaf, waardoor hij geen tijd meer had om te remmen en tegen de auto aanbotste.



Verdachte heeft verklaard dat hij, voorafgaand aan het besturen van de auto alcohol heeft gedronken. Hij wilde afslaan naar links, een smalle weg in, en heeft dat ook gedaan. Hierbij nam verdachte de binnenbocht. Hij keek links de bocht in en de motorfiets botste tegen de rechtervoorkant van zijn auto.




De beoordeling door de militaire kamer





De mate van schuld

De rechtbank dient eerst de vraag te beantwoorden of de verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van dit artikel komt het volgens vaste jurisprudentie aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval (zie het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:470). Het gedrag van de verdachte wordt in die beoordeling afgemeten aan dat wat van een verkeersdeelnemer in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht. Dit toetsingskader brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994.



Van iedere bestuurder mag worden verwacht dat deze anticipeert op komende verkeerssituaties en voortdurend (geestelijk en lichamelijk) in staat is zijn voertuig onder controle te houden om veilig aan het verkeer deel te nemen en om de benodigde verkeershandelingen te verrichten. Deze zorgplicht geldt dus ook voor verdachte.




Het rijden onder invloed van alcohol

Door middel van het ademanalyseonderzoek is objectief vastgesteld dat het alcoholgehalte van de adem van verdachte 330 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bedroeg. Dit resultaat wordt niet verklaard door de hoeveelheid alcohol die verdachte zegt te hebben genuttigd. De verklaring van getuige Van Wezel ter terechtzitting doet daar niet aan af.




De militaire kamer stelt op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte onder invloed was van een grotere hoeveelheid alcohol dan wettelijk is toegestaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van alcoholhoudende drank de rijvaardigheid, waaronder het beoordelen van verkeerssituaties, negatief beïnvloedt.




Het afslaan naar links

De verdediging heeft betoogd dat verdachte [slachtoffer] over het hoofd heeft gezien omdat er auto’s voor verdachte reden.



De militaire kamer overweegt hieromtrent als volgt. Het procesdossier bevat geen aanknopingspunten om vast te stellen dat de auto’s die voor verdachte reden zó dicht voor hem reden dat deze hem het zicht op [slachtoffer] ontnamen. Echter, zelfs als dit het geval zou zijn geweest en verdachte minder goed overzicht had, dan zou dit tot extra voorzichtigheid bij verdachte hebben moeten leiden vanwege de onoverzichtelijke verkeerssituatie. Het zou verdachte niet hebben ontslagen van de verplichting om [slachtoffer] vrijelijk doorgang te verlenen.



Verder stelt de militaire kamer vast dat verdachte bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse omdat hij daar vaak rijdt en hij wist dat de Sonseweg en de Broek, de weg die hij in wilde slaan, smal zijn. Verdachte had de kruising dus voorzichtig moeten benaderen om tegemoetkomend verkeer en verkeer vanuit de Broek niet in gevaar te brengen, te meer omdat het donker was en er geen straatverlichting aanwezig was. Kennelijk heeft verdachte geen bijzondere oplettendheid betracht, want [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte ineens linksaf sloeg, waardoor hij niet meer kon remmen, en verdachte heeft verklaard dat hij hierbij de binnenbocht nam richting de Broek. De militaire kamer heeft geen reden om aan verklaring van [slachtoffer] hieromtrent te twijfelen, nu in de verkeersongevallenanalyse geen melding wordt gemaakt van remsporen door [slachtoffer] motor.



Naar het oordeel van de militaire kamer heeft verdachte zich niet gedragen zoals van een verkeersdeelnemer mag worden verwacht. Door plotseling af te slaan zonder zich er terdege van te vergewissen dat de weg vrij was en hij geen andere verkeersdeelnemers hinderde, heeft hij [slachtoffer] geen voorrang verleend.



Nu verdachte zich meermaals heeft laten ontvallen dat [slachtoffer] op zijn motorfiets te hard of zonder verlichting reed, overweegt de militaire kamer ten overvloede als volgt. Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt niet hoe hard beide voertuigen hebben gereden. Hieraan kunnen dus geen conclusies worden verbonden. Ofschoon niet kon worden vastgesteld of de verlichting aan de voorzijde van de motorfiets werkte, was de verlichtingsknop op het stuur ingeschakeld. De militaire kamer heeft dan ook geen reden om aan te nemen dat de verlichting van de motorfiets niet brandde.




Het lichamelijk letsel van het slachtoffer

De militaire kamer is van oordeel dat het letsel dat door de gedragingen van de verdachte bij het slachtoffer is veroorzaakt, te weten complexe breuken aan beide polsen, een bekkenbreuk rechts, en uitgebreid letsel aan de rechterknie, gelet op de aard en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Immers, het slachtoffer heeft meerdere operaties moeten ondergaan voor deze breuken en lange tijd moeten revalideren. Hierdoor heeft hij gedurende ongeveer een half jaar zijn studie moeten stopzetten en zich ziek moeten melden op zijn werk. De rechterknie van het slachtoffer is nog altijd niet helemaal hersteld en volledig herstel is onwaarschijnlijk. Dit betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan worden bewezen verklaard.




Conclusie

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte als bestuurder van een personenauto op de openbare weg een verkeersongeval heeft veroorzaakt doordat hij bij het ineens afslaan naar links (en het nemen van de binnenbocht richting de Broek), geen voorrang heeft verleend aan [slachtoffer] , terwijl verdachte onder invloed was van een grotere hoeveelheid alcohol dan wettelijk toegestaan, te weten 330 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Deze omstandigheden leiden volgens de militaire kamer tot het oordeel dat de gedragingen van verdachte zijn aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Als gevolg van het verkeersongeval heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen.



De militaire kamer komt dan ook tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde.



De militaire kamer is van oordeel dat de gedragingen van verdachte niet toereikend zijn voor het oordeel dat sprake is geweest van roekeloos of zeer onvoorzichtig / onoplettend rijgedrag. Verder blijkt op geen enkele manier uit het procesdossier dat verdachte zijn medewerking heeft geweigerd aan adem- of bloedonderzoek. De militaire kamer zal verdachte vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging.




Eendaadse samenloop

De rechtbank neemt voor wat de bewezenverklaarde feiten 1 primair en 2 eendaadse samenloop aan. De in de feiten 1 primair en 2 bewezen verklaarde feitelijkheden, die zien op het onder veroorzaken van een verkeersongeval en het rijden invloed van alcohol, vallen onder de strafbepalingen van artikel 6 en 8 van de WVW en leveren een in zodanige mate samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen in grote mate overeenkomt, namelijk de bescherming van de verkeersveiligheid.





3De bewezenverklaring


Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:



1.
hij op of omstreeks 31 augustus 2022 te Mariahout, gemeente Laarbeek, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Sonseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, bij het afslaan naar links, teneinde de Broek in/op te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorfiets niet heeft laten voorgaan, waardoor een ander, (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten (complexe) polsbreuken aan de linker- en rechterpols en/of een bekkenbreuk (rechts) en/of (uitgebreid) knieletsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;



2.
hij op of omstreeks 31 augustus 2022 te Mariahout, gemeente Laarbeek, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 330 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.



Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.



Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.





4De kwalificatie van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde levert op:



de eendaadse samenloop van:




feit 1 primair:


overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van deze wet;




en




feit 2:


overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.






5De strafbaarheid van de feiten


De feiten zijn strafbaar.





6De strafbaarheid van de verdachte


Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.





7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel



Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van achttien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.




Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat bij de oplegging van de straf geen rekening moet worden gehouden met de ernst van het door het slachtoffer opgelopen letsel. De raadsman heeft verder aandacht gevraagd voor de beperkte overschrijding van de wettelijk toegestane hoeveelheid alcohol, de houding van verdachte en de gevolgen die onderhavige zaak voor verdachte en zijn naasten, waaronder mogelijke intrekking van zijn VGB. Ten slotte heeft de raadsman verzocht de militaire clausule toe te passen ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde ontzegging van de rijbevoegdheid.




De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.




De ernst van de feiten

Verdachte is in zijn auto gestapt, terwijl het alcoholgehalte in zijn adem 330 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bedroeg. Verder is hij ineens linksaf geslagen, waarbij hij de binnenbocht nam, zonder het slachtoffer, die hem op dezelfde weg tegemoet kwam, voorrang te verlenen. Daardoor heeft hij een verkeersongeval veroorzaakt, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel, bestaande uit meerdere breuken, heeft opgelopen. Dit zijn ernstige strafbare feiten, waarmee verdachte niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook die van de overige deelnemers in het verkeer in gevaar heeft gebracht. Dit wordt bevestigd door de botsing die met [slachtoffer] heeft plaatsgevonden.



Op de terechtzitting heeft het slachtoffer verklaard over de gevolgen die het verkeersongeval voor hem heeft gehad. Ondanks de positieve instelling van het slachtoffer is duidelijk geworden dat hij ten gevolge van het verkeersongeval meerdere operaties heeft moeten ondergaan en lang heeft moeten revalideren. Ook heeft hij hierdoor studievertraging opgelopen en ongeveer een half jaar niet kunnen werken. Tot op heden heeft hij nog steeds lichamelijke klachten en is het onwaarschijnlijk dat hij volledig zal herstellen. De militaire kamer rekent het verdachte aan dat hij voornoemd letsel en de daaruit voortvloeiende gevolgen bij het slachtoffer heeft veroorzaakt.




De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

Verdachte heeft een blanco strafblad. Hij is werkzaam bij Defensie in de rang van Luitenant-kolonel en heeft zijn rijbewijs nodig voor zijn werk. Onder zijn commando vallen een drietal locaties die slecht bereikbaar zijn met het openbaar vervoer.



Het is de militaire kamer duidelijk dat het verkeersongeval ook een grote impact heeft gehad op verdachte en zijn naasten, zo blijkt uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting en de brieven die verdachte en zijn echtgenote aan de rechtbank hebben doen toekomen. Hoewel verdachte geen (volledige) verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn alcoholgebruik en de invloed daarvan op zijn beoordelingsvermogen en rijvaardigheid, neemt hij zijn verantwoordelijkheid voor het veroorzaken van het verkeersongeval. Hij heeft zijn excuses aangeboden aan het slachtoffer en heeft meerdere keren met hem contact opgenomen om te informeren naar zijn herstel.




Conclusie

De rechtbank acht, alles afwegende, de eis van de officier van justitie in principe passend en geboden. De militaire kamer is echter wel van oordeel dat verdachte gedurende de onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid in staat moet zijn om zijn beroep te blijven uitoefenen. Gelet op het voorgaande zal de militaire kamer aan verdachte een straf opleggen die in overeenstemming is met de afdoening in vergelijkbare zaken, met dien verstande dat een straf wordt opgelegd waarbij het besturen van militaire voertuigen mogelijk blijft. Dit betreft de zogenaamde militaire clausule.



De militaire kamer legt verdachte op een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van achttien maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met toepassing van de militaire clausule.





8De toegepaste wettelijke bepalingen


De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 22 c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.




9De beslissing


De militaire kamer:



 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;



 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;



 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;



 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;



 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;


 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd is geweest;

 bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 bepaalt de militaire clausule van toepassing, met dien verstande dat binnen de onvoorwaardelijke periode van de ontzegging militaire motorvoertuigen mogen worden bestuurd, indien en voor zover dit gebeurt in opdracht van de commandant van verdachte.









Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings, rechters, en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 december 2023.












































Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door wachtmeesters [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van Koninklijke Marechaussee, brigade Brabant-Noord/Limburg-Noord, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27YN/23-000248, gesloten op 24 januari 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.


Proces-verbaal onderzoek plaats delict, p. 48, 50 en 67.


Geschrift, te weten een ademanalyse op naam van verdachte, p. 14.


Geschrift, te weten medische informatie over [slachtoffer] , p. 18.


Geschrift, te weten een brief van [naam] en [naam] , p. 2-4 (geen onderdeel van het doorgenummerde dossier).


Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , p. 41.


Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 24.


Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 32 en 34 en verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 4 december 2023.