Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Gelderland

ECLI:NL:RBGEL:2021:5092

2021-08-09 Strafrecht 05.011038.21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Uitspraakdatum
2021-08-09
Publicatiedatum
2021-09-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
05.011038.21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor aan iemand anders zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, tot een geldboete van € 750,- en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.968 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND




Team strafrecht



Zittingsplaats Arnhem



Parketnummer: 05/011038-21
Datum uitspraak : 9 augustus 2021



Tegenspraak




vonnis van de meervoudige militaire kamer




in de zaak van




de officier van justitie




tegen





[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] te [woonplaats] .



Raadsman: mr. H. Sytema, advocaat in 's-Gravenhage.




Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
26 juli 2021.






1De inhoud van de tenlastelegging


Aan verdachte is ten laste gelegd dat:



1.
hij op of omstreeks 24 juni 2020 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (militair) motorrijtuig(personenauto, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] ), komende uit de richtingBunschoten-Spakenburg en/of gaande in de richting van Nijkerk, daarmee rijdendeover de weg, de Nijkerkerweg (N806),zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, voornoemdmotorrijtuig heeft bestuurd en hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte- met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse voor hem, verdachte toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een voor die wegsituatie te hogesnelheid en/of- terwijl hij, verdachte bekend was met de verkeerssituatie en/of- terwijl het zicht voor hem, verdachte niet werd beperkt of gehinderd en/of- terwijl hij, verdachte tijdens het rijden, -kort voor of tijdens de hierna te noemenbotsing of aanrijding-, één of meer handelingen heeft verricht aan zijn mobieletelefoon en/of- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voorhem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Nijkerkerweg (N806)) en/of ophet zich daarop bevindende verkeer en/of- (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een fiets en/ofde bestuurder van die fiets, welke bestuurder van die fiets doende was die weg (deNijkerkerweg (N806)) gezien, zijn verdachtes rijrichting van links naar rechts over testeken en/of ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel en/ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:hij op of omstreeks 24 juni 2020 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (militair) motorrijtuig(personenauto, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] ], komende uit de richtingBunschoten-Spakenburg en/of gaande in de richting van Nijkerk, daarmee rijdendeover de weg, de Nijkerkerweg (N806),- met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse voor hem, verdachte toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een voor die wegsituatie te hogesnelheid en/of- terwijl hij, verdachte bekend was met de verkeerssituatie en/of- terwijl het zicht voor hem, verdachte niet werd beperkt of gehinderd en/of- terwijl hij, verdachte tijdens het rijden –kort voor of tijdens de botsing ofaanrijding- één of meer handelingen heeft verricht aan zijn mobiele telefoon en/of- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voorhem gelegen weggedeelte van die weg (Nijkerkerweg (N806) gezien, zijn verdachtesrijrichting van links naar rechts over te steken en/of ten gevolge waarvan debestuurder van die fiets ten val is gekomen,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd.




2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs






De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.



Op 24 juni 2020 heeft op de Nijkerkerweg (N806) te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, een ongeval plaatsgevonden. Hierbij waren een militair voertuig, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] , bestuurd door de verdachte, en een elektrische fiets die werd bestuurd door [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer), betrokken. De maximumsnelheid ter plaatse betreft vijftig kilometer per uur.



De verdachte kwam uit de richting van Bunschoten-Spakenburg en reed in de richting van Nijkerk. Het slachtoffer stak plotseling de Nijkerkerweg over nadat hij een geslotenverklaring was ingereden. Uit analyse van de data van het militair voertuig bleek dat deze kort voor het ongeval met een snelheid van 97 kilometer per uur reed (na wettelijke correctie). Vervolgens zijn de verdachte en het slachtoffer met elkaar in botsing gekomen.



De verdachte heeft verklaard dat hij bekend is met de verkeerssituatie ter plaatse. Hij wist ook dat die situatie onoverzichtelijk is. Hij had niet door dat hij 97 kilometer per uur reed. De verdachte had goed zicht. Het slachtoffer kwam van de linkerkant en wilde oversteken naar rechts. Toen hij het slachtoffer zag oversteken, had hij niet genoeg tijd om te remmen. Toen de verdachte eerder de rotonde af reed, heeft hij het slachtoffer wel in een flits gezien, maar daar verder niet over nagedacht. De verdachte reed op de automatische piloot. Naar eigen zeggen was het ongeval waarschijnlijk niet gebeurd als zijn snelheid veilig was en hij had opgelet.



Het slachtoffer heeft door het ongeval meerdere breuken opgelopen, waaronder breuken in de enkel/het onderbeen, de knieschijf, wervelkolom en voet. Hij is geopereerd aan zijn rechterenkel en moest daardoor tien dagen in het ziekenhuis blijven.




Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, met uitzondering van het gedachtestreepje dat ziet op het verrichten van handelingen aan de telefoon.





Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit, omdat het handelen van de verdachte niet te kwalificeren is als ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’. Het subsidiair ten laste gelegde feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.




Beoordeling door de meervoudige militaire kamer

De meervoudige militaire kamer ziet zich geplaatst voor de vraag of en in welke mate de verdachte schuld heeft gehad aan het veroorzaken van het verkeersongeval.



Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) komt het volgens vaste jurisprudentie aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval (zie het arrest van de Hoge Raad van 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:470). Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld zoals bedoeld in artikel 6 WVW. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.



De verdachte reed op de automatische piloot en had niet door hoe hard hij reed. Hij reed met een snelheid van 97 kilometer per uur, bijna twee keer zo hard als ter plaatse is toegestaan. Nadat hij de rotonde af reed, heeft hij het slachtoffer in een flits opgemerkt maar daar verder niet bij stilgestaan. Vervolgens heeft hij het slachtoffer pas weer gezien toen deze vlak vóór het ongeval de weg over probeerde te steken.
De verdachte is ter plaatse bekend en wist dat de verkeerssituatie daar onoverzichtelijk was.



De meervoudige militaire kamer is van oordeel dat van de verdachte in een dergelijke onoverzichtelijke situatie, die hem bekend was, meer oplettendheid mocht worden verwacht. Hij had moeten anticiperen op mogelijke fouten van overige verkeersdeelnemers, zoals fietsers die op onverwachte plaatsen over konden steken.



Gelet op de gedragingen van de verdachte, in samenhang bezien, is sprake van meer dan een overtreding van één enkele verkeersregel en een meer dan momentane onoplettendheid. De meervoudige militaire kamer is dan ook van oordeel dat het gedrag van de verdachte als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend kan worden beschouwd.



Uit het procesdossier blijkt dat de verdachte enige tijd voor het ongeval handelingen heeft verricht op zijn telefoon. De verdachte heeft verklaard dat hij op zijn telefoon muziek luisterde via YouTube en kort voor of tijdens het ongeval geen handelingen heeft verricht aan zijn telefoon. De meervoudige militaire kamer acht deze verklaring niet onaannemelijk en zal de verdachte dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.




Het letsel van het slachtoffer

De meervoudige militaire kamer stelt aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat door de gedragingen van de verdachte letsel is veroorzaakt bij het slachtoffer, te weten meerdere botbreuken, waaronder een enkelfractuur en een gebroken rugwervel. Dit letsel was van dien aard dat operatief ingrijpen noodzakelijk is gebleken. Op grond hiervan is de meervoudige militaire kamer van oordeel dat dit letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.





Conclusie

De meervoudige militaire kamer is van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, zoals hieronder bewezen is verklaard.





3De bewezenverklaring


Naar het oordeel van de meervoudige militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:



1.
hij op of omstreeks 24 juni 2020 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (militair) motorrijtuig(personenauto, merk Kia, type Ceed, kenteken [kenteken] ), komende uit de richtingBunschoten-Spakenburg en/of gaande in de richting van Nijkerk, daarmee rijdendeover de weg, de Nijkerkerweg (N806),zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, voornoemdmotorrijtuig heeft bestuurd en hieruit heeft bestaan dat hij, verdachte- met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, in elk geval met een (veel)hogere snelheid dan de ter plaatse voor hem, verdachte toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, althans met een voor die wegsituatie te hogesnelheiden/of- terwijl hij, verdachte bekend was met de verkeerssituatie en/of- terwijl het zicht voor hem, verdachte niet werd beperkt of gehinderd en/of - terwijl hij, verdachte tijdens het rijden, -kort voor of tijdens de hierna te noemenbotsing of aanrijding-, één of meer handelingen heeft verricht aan zijn mobieletelefoon en/of- niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voorhem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Nijkerkerweg (N806)) en/of ophet zich daarop bevindende verkeer en/of- (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een fiets en/ofde bestuurder van die fiets, welke bestuurder van die fiets doende was die weg (deNijkerkerweg (N806)) gezien, zijn verdachtes rijrichting van links naar rechts over testeken en/of ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel en/ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte ofverhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.



Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.



Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.






4De kwalificatie van het bewezenverklaarde


Het bewezenverklaarde levert op:




feit 1 primair:


overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht






5De strafbaarheid van het feit


Het feit is strafbaar.





6De strafbaarheid van de verdachte


Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.





7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel



Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van zevenhonderd vijftig euro, subsidiair vijftien dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren.




Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot de strafoplegging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.




De beoordeling door de meervoudige militaire kamer

De meervoudige militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De meervoudige militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.



De verdachte heeft veel te hard gereden en onvoldoende op de weg gelet. Hierdoor is hij in aanrijding gekomen met het slachtoffer, die zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft een operatie moeten ondergaan, een aantal dagen in het ziekenhuis doorgebracht en is nog steeds niet volledig hersteld. Hoewel de verdachte het verkeersongeval niet bewust heeft veroorzaakt, neemt de meervoudige militaire kamer het hem kwalijk dat hij niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die nodig is om veilig deel te kunnen nemen aan het verkeer. Juist als militair zou de verdachte zich hiervan rekenschap hebben moeten geven. Het wordt de verdachte aangerekend dat hij door zijn optreden het aanzien van Defensie heeft geschaad.



Na het ongeval heeft de verdachte contact gezocht met het slachtoffer en zijn ouders. Hij heeft zijn excuses aangeboden en zijn medeleven betuigd. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij naar aanleiding van het ongeval zijn rijstijl heeft aangepast. De meervoudige militaire kamer weegt deze omstandigheden mee in het voordeel van de verdachte.




De meervoudige militaire kamer heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 14 juni 2021. Nu op 11 januari 2021 een strafbeschikking aan de verdachte is opgelegd, is artikel 63 Sr van toepassing.



Alles afwegend is de meervoudige militaire kamer van oordeel dat een geldboete van € 750,-, subsidiair vijftien dagen hechtenis, passend en geboden is. Om tot uitdrukking te brengen dat het hier gaat om een ernstig feit acht de militaire kamer daarnaast een voorwaardelijke ontzegging van rijbevoegdheid voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren, op zijn plaats.





8De toegepaste wettelijke bepalingen


De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 23, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.






9De beslissing


De meervoudige militaire kamer:



 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;



 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;



 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;



 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;



 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 750,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vijftien dagen hechtenis;


 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden;

 bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.










Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel, rechters, en kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 augustus 2021.















Mr. Y. van Wezel en mr. Y.H.M. Marijs zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.




























Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Utrecht, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27WU/20-003610, gesloten op 16 december 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.


Proces-verbaal Onderzoek plaats delict, p. 32 en 34.


Proces-verbaal Onderzoek plaats delict, p. 77.


Proces-verbaal Onderzoek plaats delict, p. 75.


Proces-verbaal Onderzoek plaats delict, p. 77.


Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 134.


Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 135.


Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 134.


Verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 26 juli 2021.


Een schriftelijk stuk, te weten een brief van huisarts [arts] d.d. 8 juli 2020, p. 126.


Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , p. 119-120.