Rechtbank Gelderland
ECLI:NL:RBGEL:2017:844
2017-02-16
Strafrecht
05/881172-14
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft 2 mannen uit Warnsveld veroordeeld voor het medeplegen van het kweken van hennep. Het tweetal kreeg een werkstraf opgelegd. Twee medeverdachten uit Zutphen zijn vrijgesproken voor het medeplegen van het kweken van hennep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.764 tekens)
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/881172-14
Datum uitspraak : 16 februari 2017
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .
raadsman: mr. J.H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 2 februari 2017.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van
1 mei 2014 tot en met 30 juni 2014 te Zutphen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] )
een hoeveelheid van 413, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet
terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,
welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 413 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);
art 11 lid 3 Opiumwet art 11 lid 5 Opiumwet
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De rechtbank is van oordeel, evenals de officier van justitie en de verdediging, dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen hennep heeft geteeld dan wel aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 2] te Zutphen in de periode van 1 mei 2014 tot en met 30 juni 2014 en zal verdachte daarvan vrijspreken.
3De beslissing
De rechtbank:
Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. E.M. Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2017.
Mr. Post is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/881172-14
Datum uitspraak : 16 februari 2017
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] .
raadsman: mr. J.H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 2 februari 2017.
1De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van
1 mei 2014 tot en met 30 juni 2014 te Zutphen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) in de uitoefening van een beroep of bedrijf,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] )
een hoeveelheid van 413, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,
in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet
terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,
welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 413 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);
art 11 lid 3 Opiumwet art 11 lid 5 Opiumwet
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De rechtbank is van oordeel, evenals de officier van justitie en de verdediging, dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen hennep heeft geteeld dan wel aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 2] te Zutphen in de periode van 1 mei 2014 tot en met 30 juni 2014 en zal verdachte daarvan vrijspreken.
3De beslissing
De rechtbank:
Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. E.M. Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2017.
Mr. Post is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.