Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:6971

2026-02-26 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/694576 / FA RK 25-8591
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-02-26
Publicatiedatum
2026-03-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/694576 / FA RK 25-8591
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek voorlopige voorzieningen ex 223 Rv (alimentatie)

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.365 tekens)
0Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige Kamer


Rekestnummer: FA RK 25-8591
Zaaknummer: C/09/694576
Datum beschikking: 26 februari 2026


Voorlopige voorzieningen ex 223 Rv (alimentatie)



Beschikking op het op 10 november 2025 ingekomen verzoek van:




[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.D. van den Berg in Dordrecht.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Kranendonk in 's-Gravendeel.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.



Feiten


De vrouw en de man hebben een affectieve relatie gehad.


Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:



[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats];



[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats].


De man heeft de kinderen erkend.





Verzoek
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe om bij wijze van voorwaardelijke voorlopige voorzieningen ex artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te bepalen dat, als in de procedure met kenmerk 200.354.386/01 bij het gerechtshof Den Haag de vordering ten aanzien van de kinderalimentatie niet wordt toegewezen, de man met ingang van 17 september 2024 dan wel 4 oktober 2024 bij zal dragen in de kosten van de kinderen met een bedrag van € 449,- dan wel € 315,- per maand per kind, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, althans een bedrag en een ingangsdatum als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.



Beoordeling


Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid van dit artikel moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).



De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarde dat de gevraagde voorziening samenhangt met het verzoek van de vrouw in de bodemprocedure. In de bodemprocedure verzoekt de vrouw namelijk ook een bijdrage in de kosten van de kinderen. De vrouw is daarom ontvankelijk in haar verzoek, zodat de rechtbank zal overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.




Spoedeisend belang

Voor vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor de duur van de bodemprocedure in het kader van artikel 223 Rv alleen plaats, als naar het oordeel van de rechtbank een (spoedeisend) belang bestaat, in die zin dat van de vrouw niet gevergd kan worden dat zij de afloop van de bodemprocedure afwacht.



De vrouw stelt dat de kans van slagen in de bodemprocedure groot is, dat de man draagkracht heeft en dat de man ook al heeft toegezegd om een bijdrage te voldoen.



De rechtbank is van oordeel dat de vrouw haar belang bij een voorlopige voorziening onvoldoende heeft onderbouwd. De vrouw heeft niet gesteld of aangetoond dat sprake is van een situatie waarin van de vrouw niet gevergd kan worden dat zij de eindbeslissing in de hoofdzaak afwacht. Uit het vonnis in kort geding van 24 april 2025 blijkt immers dat er al een bindende afspraak over de kinderalimentatie is. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om voorlopige voorzieningen te treffen dan ook afwijzen.




Beslissing
De rechtbank:


wijst af het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen.










Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 februari 2026.