Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:6914

2026-01-27 Bestuursrecht 25/8978
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-01-27
Publicatiedatum
2026-03-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
25/8978
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om PKV na intrekking VOVO. Verzoekster, met de Oekraïense nationaliteit, heeft verweerder verzocht om overplaatsing naar een andere opvanglocatie. Verweerder heeft daarop bepaald dat verzoekster en haar kinderen worden overgeplaatst. Omdat de kinderen door de overplaatsing van school moeten wisselen, wenst verzoekster niet langer te worden overgeplaatst. Verweerder heeft laten weten dat de overplaatsing niet meer kan worden stopgezet. Verzoekster heeft daarom bezwaar gemaakt tegen het besluit tot overplaatsing en de voorzieningenrechter verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. Omdat verweerder heeft bevestigd dat het voor de kinderen mogelijk is om op de school te blijven waar zij nu zitten, en hij (voor langere termijn) voorziet in leerlingenvervoer, heeft verzoekster niet langer bezwaar tegen de overplaatsing en heeft zij het verzoek ingetrokken. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Verzoek o

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.671 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 25/8978


uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 januari 2026 in de zaak tussen



[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),


en




het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, verweerder
(gemachtigde: mr. R. Janssen).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen het besluit van verweerder om verzoekster en haar zes kinderen op 17 december 2025 over te plaatsen naar een andere opvanglocatie.



1.1.
Verzoekster, met de Oekraïense nationaliteit, heeft verzocht om overplaatsing naar een andere opvanglocatie vanwege een onveilige situatie met haar ex-partner. Deze situatie bleek daarna op een misverstand te berusten. Omdat haar kinderen door de overplaatsing van school moeten wisselen wenst zij niet langer te worden overgeplaatst. Verweerder heeft laten weten dat de overplaatsing niet meer kan worden stopgezet. Verzoekster had daarom bezwaar gemaakt tegen het besluit tot overplaatsing en zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij en haar kinderen niet zullen worden overgeplaatst totdat verweerder een beslissing op haar bezwaar heeft genomen.



1.2.
Verzoekster heeft het verzoek ingetrokken omdat verweerder op 17 december 2025 heeft bevestigd dat het voor de kinderen mogelijk is om op de school te blijven waar zij nu zitten. Verweerder voorziet (voor langere termijn) in leerlingenvervoer van en naar de andere opvanglocatie.



1.3.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet voor een proceskostenveroordeling, omdat hij niet is teruggekomen van zijn besluit tot overplaatsing naar een andere opvanglocatie.



1.4.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.


3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.



Is verweerder aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. Gelet op de gedingstukken en het in de inleiding opgenomen procesverloop is verweerder niet tegemoet gekomen aan het verzoek om een voorlopige voorziening. Met haar verzoek heeft verzoekster willen bereiken dat zij en haar kinderen niet worden overgeplaatst naar een nieuwe opvanglocatie. Verweerder heeft niet afgezien van het overplaatsen van verzoekster en haar kinderen, zij zijn inmiddels overgeplaatst. Verzoekster heeft het verzoek ingetrokken omdat zij niet langer een bezwaar heeft tegen de overplaatsing naar de nieuwe opvanglocatie, omdat haar is bevestigd dat de gemeente leerlingenvervoer faciliteert. Dit betekent op zichzelf nog niet dat verweerder is tegemoetgekomen aan het verzoek. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.





Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2026.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.


Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.