Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:27926

2026-09-08 Bestuursrecht; Belastingrecht AWB - 25 _ 3715
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
AWB - 25 _ 3715
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Viditax (FutD) 2026100110; V-N Vandaag 2026/2026

Inhoudsindicatie

Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Deze fiscale eenheid bestaat uit zes vennootschappen waaronder R. Eiseres heeft optometristen en orthoptisten in dienst. Zij biedt onder meer optometristische diensten aan zorgverleners aan. Eiseres detacheert de optometristen bij de afnemers, waar de optometristen medische diensten aan de patiënten van de afnemers verrichten. R sluit hiertoe een overeenkomst met de afnemers. Eiseres heeft in haar aangifte omzetbelasting 21% omzetbelasting aangegeven over de door R verleende diensten aan de afnemers. Zij heeft een bezwaarschrift ingediend tegen deze voldoening op aangifte. Primair is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Subsidiair is in geschil of de dienstverlening van R onder de medische vrijstelling valt van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De rechtbank acht het beroep van eiseres ontvankelijk. Met betrekking tot het subsidiaire geschilpunt oordeelt de rechtbank dat eiseres zélf geen dienst verricht die meer omvat dan het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. De dienstverlening van eiseres valt niet onder de medische vrijstelling. Eiseres heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over de diensten. Het beroep is ongegrond.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.096 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Team belastingrecht



zaaknummer: SGR 25/3715


uitspraak van de meervoudige kamer van 8 september 2026 in de zaak tussen


[eiseres] BV, gevestigd te [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. I. de Roos),


en


de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.




Procesverloop


Eiseres heeft over het tijdvak april 2024 haar aangifte omzetbelasting ingediend. Tegen deze voldoening op aangifte heeft zij een bezwaarschrift ingediend.



Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 december 2024 het bezwaar van eiseres tegen de voldoening op aangifte afgewezen.



Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026.
Namens eiseres is haar gemachtigde en [naam 1] verschenen. Namens verweerder zijn mr. [naam 2] en mr. [naam 3] verschenen.




Overwegingen



Feiten


1. Eiseres is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Deze fiscale eenheid bestaat uit zes vennootschappen, waaronder een holdingvennootschap en een van de vijf dochtervennootschappen: [bedrijfsnaam] BV (R).

2. Eiseres heeft 45 optometristen en orthoptisten (de optometristen) in dienst, welke allemaal BIG-geregistreerd zijn. De optometristen verlenen oogheelkundige zorgwerkzaamheden, bestaande uit onder meer low vision zorg, algemeen oogheelkundig onderzoek, contactlenzen aanmeten, screening en verwijzing naar een oogarts. Om hun BIG-registratie te behouden, dienen de optometristen periodiek geaccrediteerde nascholing te volgen. Eiseres biedt nascholingsbijeenkomsten aan waarmee zij dergelijke accreditatiepunten kunnen behalen. Het staat de optometristen vrij om (ook) elders hun verplichte nascholing te volgen.

3. Eiseres biedt onder meer optometristische diensten aan zorgverleners aan. Deze zorg vindt plaats op de locatie van de zorgverlener. Dit zijn meestal ziekenhuizen en oogklinieken (de afnemers). De afnemers kwalificeren als instelling waarop de medische vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a (de medische vrijstelling) van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) van toepassing is. Eiseres detacheert de optometristen bij de afnemers, waar de optometristen medische diensten aan de patiënten van de afnemers verrichten. Afhankelijk van de voorkeuren en competenties van de desbetreffende optometrist wordt hij of zij bij één of meerdere afnemers gedetacheerd.

4. R sluit met de afnemers een overeenkomst tot het verlenen van oogheelkundige zorgdiensten, welke nagenoeg gelijkluidend zijn. De overgelegde “standaardovereenkomst” bevat voor zover van belang onder andere de volgende bepalingen:



“Artikel 1: Doel en omvang van de dienstverlening
1. R] levert aan de Afnemer Oogheelkundige zorgdiensten en maakt daarbij gebruik van door haar aan Afnemer ter beschikking gestelde Optometristen, Orthoptisten, TOA's en basisartsen welke werkzaam zullen zijn op Locatie van Afnemer in de functie van…..
2. De Optometristen en de Orthoptisten zijn BIG geregistreerd en beschikken over de vereisten zoals

gesteld door de Afnemer. De vereisten en werkzaamheden van de optometristen en orthoptisten
zijn vermeld in bijlage 1 van deze overeenkomst.

3. De Oogheelkundige zorgdiensten zullen worden verricht op de Locatie. Per week zullen gemiddeld
gedurende … zorgdiensten worden verleend.



Artikel 2 Definities

Oogheelkundige zorgverlener: optometristen, orthoptisten, TOA’s en basisartsen van [R], die oogheelkundige werkzaamheden verrichten ten behoeve van patiënten van Afnemer op Locatie van Afnemer.
(…)
Oogheelkundige zorgdiensten: de diensten die [R]verleent aan Afnemer bestaande uit het verlenen van optometrische zorg, orthoptie, technische oogheelkundige diensten en medische diensten aan patiënten van Afnemer.




Artikel 3: Duur van de Overeenkomst
1. Deze Overeenkomst is aangegaan voor een duur van….maanden en is aangevangen op …..
2024.
2. Indien Partijen niet opzeggen in overeenstemming met artikel 13 van de Overeenkomst wordt de
Overeenkomst stilzwijgend verlengd.



Artikel 4: Tarieven en betaling

1. De vergoeding voor de verlening van de Oogheelkundige zorgdiensten bedraagt € … per dag exclusief BTW.
(…)




Artikel 5: Werkwijze
1. Afnemer en [R] benoemen beiden een eindverantwoordelijke binnen hun organisatie die

onderhavig contract naleven. Bij aanvang van deze overeenkomst zijn dat de volgende personen
…… ([R]) en …….(Afnemer)

2. De Afnemer en [R] plannen periodiek gezamenlijk evaluaties waar bij de inzet van de

Oogheelkundige zorgdiensten, de resultaten en alle gegevens die relevant zijn voor de uitvoering van
de Oogheelkundige zorgdiensten worden besproken.

3. De Oogheelkundige zorgdiensten zullen worden verricht op weekdagen tussen 8 uur en 17 uur met 30 minuten pauze.
4. In overleg met de Afnemer zal met de Oogheelkundige zorgverlener worden overlegd dat geen

diensten zullen worden verricht op verlofdagen en eventuele andere vrije dagen, zoals bijvoorbeeld
opleidingsdagen van de Oogheelkundige zorgverlener.

5. Bij ziekte en afwezigheid van de Oogheelkundige zorgverlener die verlening van de Oogheelkundige zorgdiensten uitvoert voor Afnemer, zullen [R] en Afnemer gezamenlijk overleggen over eventuele vervanging door een andere Oogheelkundige zorgverlener.



Artikel 6: Inzet Oogheelkundige zorgverleners ten behoeve van de Oogheelkundige zorgdiensten


1. Afnemer streeft ernaar 3 maanden van tevoren een forecast aan [R] te geven waarin wordt

aangegeven hoeveel dagdelen [R] de Oogheelkundige zorgdiensten ter beschikking dient te
stellen aan de Afnemer en op welke Locatie(s).

2. [ R] geeft 3 maanden van tevoren een bezettingsschema door van de beschikbare
Oogheelkundige zorgdiensten voor de Afnemer, waarbij gestreefd wordt naar een vaste bezetting.
3. Teneinde de continuïteit te garanderen stelt [R] voor Afnemer een team van Oogheelkundige zorgverleners samen, waardoor uitval van de geplande dagdelen tot een minimum beperkt blijft.
4. [ R] geeft minimaal 1 week voor aanvang van de dienstverlening eventuele wijzigingen in de ingeplande Oogheelkundige zorgverlener aan de Afnemer door.
5. Indien een door [R] ingeplande Oogheelkundige zorgverlener wegens ziekte of wegens een ander ongeplande en onvoorziene reden verhinderd is de diensten te verlenen, is [R]verplicht daarvan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 8.00 uur 's morgens van het geplande dagdeel mededeling te doen aan de Afnemer. [R] zal waar mogelijk passende vervanging regelen.



Artikel 7: Verplichtingen van de Afnemer
1. De Afnemer zal zorgdragen voor adequate werkruimte en instrumentarium en aan de Oogheelkundige zorgverlener alle voor de uitvoering van de Overeenkomst benodigde faciliteiten beschikbaar stellen.
2. De Afnemer zal de Oogheelkundige zorgverlener niet in dienst nemen tijdens de uitvoering van de
Overeenkomst en gedurende een jaar na het einde van de Overeenkomst, zulks op straffe van een direct opeisbare boete van € 5.000,- per overtreding en tevens € 500,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van [R] de volledige schadevergoeding te vorderen van de Afnemer indien deze meer mocht belopen.
3. De Afnemer verklaart dat alle benodigde verzekeringen zijn afgesloten.
4. Afnemer is jegens [R] aansprakelijk voor de schade die [R] en/of derden leiden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming door Afnemer in de nakoming van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen (bijv. het niet of niet op juiste wijze uitoefenen van de overeengekomen werkzaamheden).



Artikel 8: Verplichtingen [R]
1. De Oogheelkundige zorgverlener zal de bij de Afnemer geldende huisregels in acht nemen. De Afnemer stelt deze regels ter beschikking aan de Oogheelkundige zorgverlener.
2. [ R] verplicht zich de Oogheelkundige zorgverlener afdoende te verzekeren in het kader van
beroepsrisico's.”
5. Eiseres heeft op 24 mei 2024 haar aangifte omzetbelasting ingediend over het tijdvak april 2024. In deze aangifte heeft zij 21% omzetbelasting aangegeven over de door R verleende diensten aan de afnemers. Zij heeft een bezwaarschrift ingediend tegen deze voldoening op aangifte.



Geschil 6. Primair is in geschil of het beroep ontvankelijk is. Subsidiair is in geschil of de dienstverlening van R onder de medische vrijstelling valt en daardoor vrijgesteld is van omzetbelasting.

7. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar beroep ontvankelijk is. Verder stelt eiseres dat zij via de optometristen aan de afnemers zorgdiensten verleent die vrijgesteld zijn van omzetbelasting.

8. Verweerder stelt dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend. Verder is volgens verweerder sprake van het ter beschikking stellen van personeel tegen het algemene tarief van de omzetbelasting. Op de dienstverlening van R is de medische vrijstelling niet van toepassing.



Beoordeling van het geschil


Ontvankelijkheid beroep


9. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zes weken. Artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) bepaalt dat in afwijking van artikel 6:8 van de Awb de termijn voor het instellen van beroep aanvangt met ingang van de dag na die van dagtekening van de uitspraak. Op grond van het bepaalde in artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, met dien verstande dat bij verzending per post, gelet op het tweede lid van artikel 6:9 van de Awb, het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

10. De in artikel 26c van de AWR neergelegde regel over aanvang van de beroepstermijn geldt alleen indien een uitspraak op bezwaar uiterlijk op de datum van dagtekening op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Indien een uitspraak op bezwaar niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, vangt de beroepstermijn van zes weken pas aan op de dag waarop eiseres (een afschrift van) de uitspraak heeft gekregen.

11. Op grond van artikel 7:12, tweede lid, van de Awb wordt de beslissing op bezwaar bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht. Onder toezending wordt verstaan: verzending per post. Bij niet-aangetekende verzending per post is het in beginsel aan verweerder om aannemelijk te maken dat een uitspraak op bezwaar op het adres van eiseres is ontvangen of aangeboden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd of aangeboden, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst of aanbieding van de uitspraak op bezwaar op dat adres. Dit brengt mee dat verweerder in eerste instantie kan volstaan met het bewijs van verzending naar het juiste adres. Het ligt vervolgens op de weg van eiseres om voormeld vermoeden te ontzenuwen.

12. Verweerder stelt op 20 december 2024 uitspraak op bezwaar te hebben gedaan en deze uitspraak per gewone post aan eiseres te hebben verzonden. Verweerder heeft daarbij verwezen naar de overgelegde verzendadministratie.

13. Eiseres stelt dat zij (een kopie van) de uitspraak op bezwaar met dagtekening 20 december 2024 voor het eerst op 20 mei 2025 van verweerder per mail heeft ontvangen nadat zij daar op 8 januari, 4 maart en 20 mei 2025 om heeft verzocht. Tevens wijst eiseres er op dat uit de overgelegde verzendadministratie volgt dat één poststuk niet verzonden is.

14. De rechtbank acht het beroep van eiseres ontvankelijk. Uit de door verweerder overgelegde verzendadministratie kan niet worden afgeleid dat de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk is verzonden en daarnaast heeft eiseres herhaaldelijk verzocht om de uitspraak op bezwaar. Indien verweerder bij het eerste verzoek van eiseres (een kopie van) de uitspraak op bezwaar had verstrekt, dan wel kenbaar had gemaakt dat de uitspraak op bezwaar inmiddels was gedaan, had eiseres nog op tijd (pro forma) beroep in kunnen stellen. Bovendien is tussen partijen op 24 november 2024 overeengekomen dat, ter voorkoming van indiening van een reeks van bezwaarschriften, zou worden volstaan met een procedure over het onderhavige kwartaal. Nu eiseres op 27 mei 2025 pro-forma beroep heeft ingesteld, is het beroep, gelet op de ontvangst van (de kopie van) de uitspraak op bezwaar van 20 mei 2025, ontvankelijk.



Is de medische vrijstelling van toepassing?


15. Op grond van artikel 132, eerste lid, onderdeel c, van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde verlenen lidstaten vrijstelling voor medische verzorging in het kader van de uitoefening van medische en paramedische beroepen als omschreven door de betrokken lidstaat. Nederland heeft aan deze bepaling uitvoering gegeven door in artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, onder a van de Wet OB (de medische vrijstelling) te bepalen dat van de belasting vrijgesteld zijn de diensten op het vlak van de geneeskundige verzorging van de mens door beoefenaren van een medisch of paramedisch beroep die een op dit beroep gerichte opleiding hebben voltooid waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), voor zover deze diensten tot het gebied van deskundigheid van dit beroep behoren en onderdeel vormen van bedoelde opleiding.

16. Niet in geschil is dat de optometristen in dienst zijn bij eiseres, BIG-geregistreerd zijn en dat zij op de locatie van de afnemers werkzaamheden verrichten die onder andere bestaan uit algemeen oogheelkundig onderzoek, oogheelkundige screening en verwijzing naar een oogarts. Voor bepaalde afnemers verrichten de optometristen (ook) de zogenoemde low vision zorg. Beoordeeld dient te worden of de dienstverlening van eiseres aan de afnemers aangemerkt kan worden als gezondheidskundige verzorging in de zin van de medische vrijstelling.

17. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de door R overgelegde standaardovereenkomst, welke zij aangaat met de afnemers, en hetgeen door partijen naar voren is gebracht dat eiseres een dienst verricht aan de afnemers, te weten het ter beschikking stellen van personeel (door de optometristen ter beschikking te stellen aan de afnemers). Het is immers R die voor de desbetreffende afnemer een bezettingsrooster maakt van de in te zetten optometristen en voor passende vervanging van een optometrist dient te zorgen in geval van ziekte. Uit de standaardovereenkomst volgt verder dat er afspraken gemaakt zijn over de vergoeding per dag, de werktijden waarop de optometristen hun werkzaamheden verrichten en dat de optometristen zich moeten houden aan de huisregels van de afnemer.

18. Eiseres heeft naar voren gebracht dat haar dienstverlening meer inhoudt dan enkel het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. Zo houdt zij bij het opmaken van een bezettingsrooster rekening met de competenties en voorkeuren van de desbetreffende optometrist, verzorgt zij bij- en nascholingscursussen en faciliteert zij intercollegiaal overleg via een app. Genoemde extra werkzaamheden die eiseres verricht dan wel verzorgt, maken echter niet dat zij daardoor diensten verricht die onder de medische vrijstelling vallen. Deze dienstverlening betreft immers niet de gezondheidskundige verzorging van de patiënt. Eiseres heeft ook benadrukt dat de optometristen zelfstandig paramedische beslissingen nemen. Dit maakt het oordeel van de rechtbank, zoals vermeld onder 17, evenmin anders aangezien de dienstverlening van eiseres richting de afnemers ter beoordeling voorligt en niet de werkwijze van de optometristen. De parallel die eiseres wenst te trekken met het arrest van het Hof van Justitie van 20 december 2017 gaat niet op. Anders dan eiseres stelt is die parallel niet te trekken, omdat de feiten, omstandigheden en de juridische problematiek niet vergelijkbaar zijn met onderhavige zaak. Het door eiseres ingenomen standpunt dat sprake is van concurrentievervalsing en strijd met de fiscale neutraliteit doordat zelfstandige optometristen die aan de slag gaan bij een ziekenhuis of oogkliniek wel de medische vrijstelling kunnen toepassen en eiseres 21% omzetbelasting over haar diensten moet berekenen, volgt de rechtbank evenmin. Er is geen sprake van vergelijkbare diensten. Eiseres stelt immers personeel ter beschikking aan de afnemers, terwijl zelfstandige optometristen zich direct laten inhuren door een zorginstelling.

19. Gelet op wat is overwogen onder 17 en 18 verricht eiseres zélf geen dienst die meer omvat dan het ter beschikking stellen van de optometristen aan de afnemers. De rechtbank is van oordeel dat deze dienstverlening van eiseres niet onder de medische vrijstelling valt. Eiseres heeft terecht 21% omzetbelasting afgedragen over de door R verrichtte diensten. Het beroep is ongegrond.



Proceskosten


20. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Overigens ziet de rechtbank geen aanleiding om voor het geschilpunt betreffende de ontvankelijkheid een aparte proceskostenvergoeding toe te kennen.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Drok, voorzitter, en mr. E. Kouwenhoven en
mr. J.J. Arts, leden, in aanwezigheid van mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.








griffier voorzitter






Afschrift verzonden aan partijen op:







Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.



Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).



Ter zitting heeft eiseres desgevraagd toegelicht dat in deze overeenkomst twee verschillende benamingen worden gebruikt voor R. In verband met de leesbaarheid zijn in het citaat daarom beide benamingen door de rechtbank reeds vervangen door R.


Hoge Raad 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:960.


Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:758.


ECLI:EU:C:2017:981 (Elite Taxi/Uber Systems Spain).