Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:27847

2026-08-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht K/4502/12153215
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-24
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K/4502/12153215
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Consumentenrecht; overeenkomst op afstand; boete in algemene voorwaarden; informatieplichten; beroep op maatwerk afgewezen; beperking herroepingsrecht; afwijzen vordering

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (22.898 tekens)
RECHTBANK
DEN HAAG



RvdB b/c



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Den Haag



Zaaknummer: 12153215 \ RL EXPL 26-6687




Vonnis van 24 augustus 2026 (bij vervroeging)




in de zaak van




SUELO PVC B.V.,
gevestigd te Wageningen,
eisende partij,
hierna te noemen: Suelo,
gemachtigde: mr. A.A. Bart,



tegen





[gedaagde partij]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij],
gemachtigde: mr. H.W. van Eeuwijk.






1De procedure


1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:


de dagvaarding van 10 maart 2026 met 8 producties


de conclusie van antwoord met 2 producties;


de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; en


het bericht van Suelo met aanvullende producties 9 tot en met 17.





1.2.
Op 10 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens Suelo was [naam], directielid, aanwezig, vergezeld door mr. A.A. Bart. [gedaagde partij] verscheen in persoon, vergezeld door mr. H.W. van Eeuwijk.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag, dat bij vervroeging wordt gewezen.









2De feiten die voor de beslissing van belang zijn


2.1.
Op 26 maart 2025 heeft [gedaagde partij] digitaal een offerte opgevraagd bij Suelo voor het (aan)leggen van vloerverwarming en een pvc-vloer in haar woning aan de [adres] in [plaats].



2.2.
Op 5 april 2025 heeft Suelo per e-mail hierop gereageerd en een afspraak ingepland op 8 april 2025 voor het opnemen van de situatie ter plaatse. In die e-mail is onder meer vermeld:



“Op al onze leveringen en diensten zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals deze gedeponeerd bij de kamer van koophandel onder nummer 812468889





Klik
hier
voor onze algemene voorwaarden (…)”





2.3.

Op 8 april 2025 is een verkoopmedewerker van Suelo naar de woning aan de [adres] gegaan en heeft daar gesproken met [gedaagde partij]. Tijdens deze afspraak heeft Suelo een opname uitgevoerd en zijn de uitvoeringswensen van [gedaagde partij] besproken.
Suelo zou de vloerverwarming inslijpen, sleuven dichtzetten, de vloer egaliseren en een pvc-vloer leveren en in visgraatpatroon leggen. Deze werkzaamheden zijn voor een bedrag van € 10.000,- geoffreerd aan [gedaagde partij]. Op de offerte staan ook twee datumopties vermeld voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Verder staat op de offerte:




“* Deze offerte zal u ook digitaal worden aangeboden en een kopie van de geaccepteerde offerte wordt als bijlage toegevoegd.


*Op al onze goederen/diensten zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Bij bevestiging van deze offerte gaat u akkoord met onze algemene voorwaarden, de voorwaarden zijn als bijlage bijgevoegd”





2.4.
Tijdens deze afspraak heeft [gedaagde partij] een fysieke versie van de offerte ondertekend met haar voornaam en een krabbel, dat naar eigen zeggen niet haar handtekening is.



2.5.
Op 6 mei 2025 heeft [gedaagde partij] twee afzonderlijke e-mails gestuurd aan Suelo. In de ene e-mail heeft zij Suelo laten weten dat de werkzaamheden niet konden beginnen vanwege een leidingprobleem in de woning. In de andere e-mail heeft zij de fysiek ondertekende offerte aan Suelo toegestuurd. Suelo heeft diezelfde dag op beide e-mails afzonderlijk gereageerd en een nieuwe planning toegestuurd en een digitale versie van de offerte verstrekt aan [gedaagde partij].



2.6.
Op 13 mei 2025 heeft [gedaagde partij] aan Suelo laten weten dat zij de opdracht annuleert. Suelo heeft daar bij e-mail van 19 mei 2025 op gereageerd en onder meer aangegeven dat aan de annulering kosten zijn verbonden, namelijk € 2.500,- zijnde 25% van het totale aankoopbedrag.



2.7.

Op 22 mei 2025 heeft Suelo via een e-mail aan [gedaagde partij] een factuur gestuurd van € 2.500,-. [gedaagde partij] heeft daar diezelfde dag op gereageerd en bestreden dat zij tot betaling zou zijn gehouden. Daarin wordt onder meer gezegd:

“Mijn intentie was nooit om de opdracht te annuleren, maar na de manier waarop ik door uw medewerkers ben behandeld, voelde ik mij genoodzaakt de samenwerking te beëindigen. (…)


Daarnaast heb ik zelf het contract naar u toegestuurd per e-mail, omdat u dit intern niet kon terugvinden – vermoedelijk omdat de afspraak zonder btw was. (…)”





2.8.
Op 23 mei 2025 heeft Suelo een e-mail gestuurd aan [gedaagde partij]. Daarin heeft zij onder andere aangegeven dat [gedaagde partij] een overeenkomst heeft gesloten met Suelo en dat op basis van de algemene voorwaarden annuleringskosten in rekening mogen worden gebracht. Op diezelfde dag heeft [gedaagde partij] hierop gereageerd:



“Onderwerp: Definitieve beëindiging samenwerking


(…)


Laat ik helder zijn: ik heb één keer een formulier ondertekend, en dat betrof uitsluitend het formulier waarop de kleur en type vloer stonden vermeld. De algemene voorwaarden die u mij nu – pas op dit late moment – toestuurt, heb ik niet eerder ontvangen en ook nooit ondertekend of geaccepteerd. Uw bewering dat ik hiermee akkoord zou zijn gegaan, is dan ook onjuist en misleidend.”





2.9.
Op 30 mei 2025 heeft Suelo een herinnering gestuurd voor de op 22 mei 2025 verstuurde factuur. Hierop is door [gedaagde partij] gereageerd en heeft zij herhaald dat er volgens haar geen reden zou bestaan tot betaling.



2.10.
Op 16 juni 2025 heeft de gemachtigde van Suelo [gedaagde partij] een laatste kans geboden om de hiervoor genoemde factuur te betalen. [gedaagde partij] heeft hier niet op gereageerd. Suelo heeft [gedaagde partij] via een brief van 3 juli 2025 in gebreke gesteld.



2.11.
Op 14 juli 2025 en 22 juli 2025 heeft Suelo [gedaagde partij] gesommeerd tot betaling van voormelde factuur. De gemachtigde van [gedaagde partij] heeft op 22 juli 2025 hierop gereageerd en weersproken dat sprake zou zijn van enige betalingsverplichting.





3Het geschil


3.1.
Suelo vordert - samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van € 2.975,68, vermeerderd met rente en kosten.



3.2.
Suelo baseert haar vordering op het volgende. Door ondertekening van de offerte door [gedaagde partij] is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen, waarop de algemene voorwaarden van Suelo van toepassing zijn. Op basis van artikel 3b van de algemene voorwaarden is [gedaagde partij] gehouden tot betaling van 25% van het totale aankoopbedrag als de overeenkomst 72 uur na van de datum van het versturen van de getekende offerte wordt geannuleerd. [gedaagde partij] heeft de overeenkomst niet ontbonden binnen 72 uur na het versturen van de ondertekende offerte, maar pas daarna. Daarom moet zij € 2.500,- betalen, zijnde 25% van het totale aankoopbedrag.



3.3.

[gedaagde partij] is het hier niet mee eens. Volgens haar is er geen overeenkomst tot stand gekomen en zijn de algemene voorwaarden niet van toepassing, omdat de ondertekening alleen bedoeld was om de prijs vast te zetten zodat eventuele latere prijsschommelingen niet ten nadele van haar zouden komen. Als zij de factuur toch zou moeten betalen, dan vindt zij dat de annuleringskosten moeten worden gematigd. Suelo zou namelijk geen schade hebben ondervonden van de annulering.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Tussen Suelo en [gedaagde partij] is een overeenkomst tot stand gekomen




4.1.
De kantonrechter oordeelt dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen en overweegt als volgt.



4.2.
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De vraag is of de offerte van Suelo als een aanbod voor alle werkzaamheden heeft te gelden en of [gedaagde partij] dat aanbod heeft aanvaard. Met andere woorden: wat was Suelo van plan te gaan doen en heeft [gedaagde partij] daarmee ingestemd. In de wet staat dat instemmen niet altijd een duidelijke “ja” of “akkoord” hoeft te zijn, maar kan ook volgen uit wat iemand verder zegt of doet (artikel 3:37 lid 1 BW). In de wet staat ook dat iemand die niet zou instemmen, maar wel dingen zegt of doet waardoor het lijkt alsof zij wél akkoord is, soms toch aan afspraken gehouden kan worden (artikel 3:35 BW). Dat is zo wanneer de andere partij er redelijkerwijs van mocht uitgaan dat iemand akkoord ging met het gedane aanbod.



4.3.
Tijdens het bezoek van Suelo aan de woning van [gedaagde partij] hebben partijen besproken hoe het werk door Suelo zou worden uitgevoerd en welke materialen zouden worden gebruikt (zoals de kleur en het type van de pvc-vloer). Die afspraken zijn neergelegd in de offerte. [gedaagde partij] heeft deze offerte ondertekend. Dat zij dat heeft gedaan met haar voornaam en een krabbel (die niet haar handtekening betreft) is daarbij niet relevant. Het opschrijven van de eigen naam en bij het vakje “handtekening” een krabbel zetten is een duidelijk gebaar dat iemand instemt met het aanbod en alle daarin opgenomen verplichtingen. Daarnaast heeft [gedaagde partij] ook na de ondertekening nog een aantal keer laten blijken dat zij wil dat Suelo het werk uitvoert. Op 6 mei 2025 heeft zij bijvoorbeeld Suelo laten weten dat het werk niet kon doorgaan op de oorspronkelijke uitvoeringsdatum en toen is een nieuwe datum ingepland. Ook uit latere e-mailgesprekken volgt dat [gedaagde partij] er ook zelf van uitging dat sprake was van een overeenkomst:


de e-mail van 22 mei 2025, waarin staat: “Mijn intentie was nooit om de opdracht te annuleren, maar na de manier waarop ik door uw medewerkers ben behandeld, voelde ik mij genoodzaakt de samenwerking te beëindigen”, en “daarnaast heb ik zelf het contract naar u toegestuurd per e-mail, omdat u dit intern niet kon terugvinden (…).


de e-mail van 30 mei 2025, waarin staat: “Graag wil ik nogmaals mijn standpunt helder uiteenzetten. Het project is door mij tijdelijk on hold gezet, niet geannuleerd. (…)”





4.4.
Uit de hiervoor genoemde omstandigheden volgt dat [gedaagde partij] het aanbod van Suelo heeft aanvaard. Tussen partijen is dus een overeenkomst tot stand gekomen.



4.5.

[gedaagde partij] heeft aangevoerd dat de algemene voorwaarden van Suelo niet van toepassing zijn. De kantonrechter volgt haar daarin niet. Zowel op de offerte als in de e-mail van 5 april 2025 van Suelo staat duidelijk vermeld dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. In de hiervoor genoemde e-mail is ook een hyperlink opgenomen naar die algemene voorwaarden, waardoor ze voor [gedaagde partij] toegankelijk zijn en zij er kennis van had kunnen nemen. Dat zij niet op de hyperlink heeft geklikt of op een andere manier de algemene voorwaarden heeft gelezen, is daarbij niet van belang (artikel 6:234 lid 2 BW).



Het consumentenrecht is van toepassing





4.6.

[gedaagde partij] is de overeenkomst aangegaan als natuurlijk persoon niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De wet beschouwt haar dan als consument in de zin van artikel 6:230g lid 1 onder a BW. Suelo is een rechtspersoon die zich bezighoudt met onder meer het (aan)leggen van vloerverwarming en vloeren. Zij kwalificeert daarmee als een handelaar in de zin van artikel 6:230g lid 1 onder b BW. Dat betekent dat de regels uit het consumentenrecht van toepassing zijn op de overeenkomst.



Het gaat om een overeenkomst op afstand en in dit geval gelden er informatieplichten





4.7.
De overeenkomst is op 8 april 2025 in de woning van [gedaagde partij] tot stand gekomen. De wet kwalificeert dit als een overeenkomst op afstand, waarvoor specifieke regels gelden (artikel 6:230g lid 1 sub f onder 1 BW). Daarnaast is de overeenkomst een zogeheten gemengde overeenkomst, omdat het zowel elementen bevat van een consumentenkoop (het kopen van de materialen) als een aanneming van werk (het (aan)leggen van de vloerverwarming en de pvc-vloer). In beide gevallen geeft de wet specifieke regels voor bijvoorbeeld het ontbinden van de overeenkomst. Als sprake is van een dergelijke samenloop van regels, dan gelden de regels van een consumentenkoop.



4.8.
Omdat de regels van consumentenkoop gelden, zijn ook de informatieplichten van artikel 6:230m BW en verder van toepassing. De informatie moet op een duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument worden gegeven. De handelaar kan daarom niet volstaan met het opnemen van die informatie in de algemene voorwaarden. Tijdens het verkoopproces moet de consument stap voor stap langs de informatie worden geleid. Op die manier kan geen misverstand ontstaan over de vraag of de consument de informatie bewust onder ogen heeft gekregen. De consument kan dan een goed doordachte beslissing nemen over de verplichtingen die zij aangaat.



4.9.
Een van die informatieplichten is het wijzen op het recht op ontbinding van de overeenkomst. Dit recht houdt in dat een consument, zoals [gedaagde partij], een overeenkomst zonder opgave van redenen kan ontbinden binnen een termijn van veertien dagen na de dag waarop de consument de zaak heeft ontvangen. De consequentie van het niet verstrekken van informatie over het ontbindingsrecht, is dat de ontbindingstermijn wordt verlengd totdat de informatie alsnog op de voorgeschreven wijze is verstrekt, met ten hoogste één jaar (artikel 6:230o BW).



4.10.
Het hiervoor beschreven ontbindingsrecht geldt niet als sprake is van maatwerk (artikel 6:230p BW). Als maatwerk gelden bijvoorbeeld unieke of gepersonaliseerde producten. Als de consument de keuze heeft uit een aantal standaardmaten van bijvoorbeeld tafels, dan is dat geen voor de consument op maat gemaakte zaak. Ook het kunnen kiezen uit een lijst van standaardopties betekent niet dat sprake is van maatwerk.



4.11.
De kantonrechter moet op eigen initiatief controleren of de informatieplicht voor het ontbindingsrecht wordt nageleefd, dus ook als er geen van de partijen daar iets over heeft aangevoerd. Als niet wordt voldaan aan die informatieplicht, dan moet de rechter de sanctie toepassen die de wet daaraan verbindt.



Suelo heeft geen informatie gegeven over (de beperking van) het ontbindingsrecht





4.12.
In artikel 3b van de algemene voorwaarden staat dat er annuleringskosten in rekening worden gebracht als de overeenkomst 72 uur na de datum van het versturen van de getekende offerte wordt ontbonden. De kosten zijn gelijk aan 25% van het totale aankoopbedrag. Artikel 3b van de algemene voorwaarden is daarmee een beperking op het ontbindingsrecht van [gedaagde partij].



4.13.
Suelo stelt zich op het standpunt dat sprake is van maatwerk en dat de informatieplichten over het ontbindingsrecht dan niet van toepassing zijn. In dat kader heeft zij aangegeven dat Suelo de maten van de woning heeft ingemeten en dat [gedaagde partij] keuzes heeft gemaakt wat betreft kleur en type pvc. De kantonrechter volgt Suelo daarin niet. Het opmeten van een ruimte is geen maatwerk. [gedaagde partij] heeft weliswaar bepaalde individuele keuzes gemaakt, maar het ging hier slechts om keuzes uit standaardopties, zoals kleuren en profiel uit een stalenboek en de in de offerte voorgeschreven egalisatiedikte (3mm of 5mm). Tijdens de mondelinge behandeling heeft Suelo ook aangegeven dat een bepaald type verdeler zou zijn gekozen door [gedaagde partij], maar dat ging om een geprefabriceerde standaard verdeler. Ook dat maakt dat het hier niet gaat om maatwerk als bedoeld in artikel 6:230p BW.



4.14.
Er geldt in dit geval dus geen uitzondering op de informatieplicht over het ontbindingsrecht. Suelo had [gedaagde partij] daarom voordat de overeenkomst werd gesloten informatie moeten geven over het recht van ontbinding. In elk geval moet duidelijk blijken dat de consument het recht heeft de overeenkomst te ontbinden, binnen welke termijn de consument mag ontbinden en op welke wijze de consument van het recht gebruik kan maken. Daarbij moet ook het modelformulier voor ontbinding aan de consument worden verstrekt.



4.15.
Suelo heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij [gedaagde partij] bij het aangaan van de overeenkomst geen informatie heeft gegeven over haar ontbindingsrecht (en de beperking daarop door artikel 3b van de algemene voorwaarden). Suelo heeft [gedaagde partij] ook geen modelformulier voor ontbinding gegeven. Daarmee heeft Suelo in strijd gehandeld met de op haar rustende informatieplichten (artikel 6:230m lid 1, onderdeel h BW). De door wet voorgeschreven consequentie daarvan is dat de termijn van het recht op ontbinding van de overeenkomst met maximaal 12 maanden wordt verlengd.




[gedaagde partij] heeft de overeenkomst tijdig ontbonden en hoeft daarom geen annuleringskosten te betalen.





4.16.
De ontbindingstermijn begint op de dag waarop de consument de zaak heeft ontvangen. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde partij] in elk geval op 22 mei 2025 de overeenkomst heeft ontbonden. Omdat [gedaagde partij] toen nog geen zaken had ontvangen, is er nog geen ontbindingstermijn begonnen. De ontbinding van [gedaagde partij] is daarmee in elk geval tijdig gebeurd. Zoals uit het voorgaande volgt, is enige beperking hierop zonder daarover duidelijk te informeren niet toegestaan. Daarom hoeft [gedaagde partij] de in artikel 3b van de algemene voorwaarden genoemde annuleringskosten niet te betalen.



Inhoudelijke toets van artikel 3b van de algemene voorwaarden is niet nodig





4.17.
De beantwoording van de vraag of artikel 3b van de algemene voorwaarden moet worden vernietigd omdat deze onredelijk bezwarend is op grond van artikel 6:233 aanhef en onder a BW en of het oneerlijk bedingen zijn op grond van de Richtlijn 93/13/EEG (hierna: de Richtlijn) is niet meer van belang.



Suelo moet de proceskosten betalen





4.18.
Suelo is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


506,00


(2 punten × € 253,00)




- nakosten


€


126,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


632,50













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
wijst de vorderingen van Suelo af,



5.2.
veroordeelt Suelo in de proceskosten van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Suelo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.M.G. van den Boorn en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026.
















































Zie artikel 6:230g lid 2 BW en artikel 7:5 lid 4 BW.


Dat volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112 (Tiketa) onder nr. 46-47.


Zie Kamerstukken II 2012/13, 33520, nr. 3, p. 40.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad van 12 november 2021, te vinden onder het nummer: ECLI:NL:HR:2021:1677.


Zie ook artikel 6:230m lid 1, onderdeel h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW.


Artikel 6:230g lid 2 BW in verbinding met artikel 6:230o lid 1 sub b onder 1 BW.