Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26618

2026-08-14 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/692550 / FA RK 25-7483
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-14
Publicatiedatum
2026-09-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/692550 / FA RK 25-7483
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing gerechtelijke vaststelling vaderschap. Geen rechtsgeldig DNA-onderzoek.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.865 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-7483
Zaaknummer: C/09/692550
Datum beschikking: 14 augustus 2026


Gerechtelijke vaststelling vaderschap



Beschikking op het op 12 september 2025 ingekomen verzoekschrift van:




[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. F.S.M. Oudijk te Gouda.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift, met bijlagen;


het F9 formulier van 7 oktober 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;


het f9 formulier van 22 oktober 2025 van de zijde van de man;


het F9 formulier van 11 november 2025 van de zijde van de man, met bijlagen,


het F9-formulier van 21 november 2025 van de zijde van de man, met bijlagen;


de brief van 22 december 2025 van de zijde van de man;


het F9 formulier van 15 juni 2026 van de zijde van de man;


het F9 formulier van 6 juli 2026 van de zijde van de man, met bijlagen;


Op 17 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:


de man, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door [naam 1], de echtgenoot van de man;


de moeder;






Verzoek en verweer
De man verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair te bepalen dat wordt vastgesteld dat wijlen de heer [naam 2] de biologische vader van de man is, en indien de rechtbank voorafgaand aan het kunnen vaststellen hiervan nog nader bewijs nodig acht: de zaak dan pro forma aan te houden tot een volgens de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, om de man de gelegenheid te geven dit nadere bewijs te vergaren dan wel subsidiair te bepalen dat de heer [naam 3] nadat de beschikking van de rechtbank aan hem is betekend, en binnen twee maanden nadat de man een oproep hiertoe doet, hij medewerking dient te verlenen aan de vaststelling van een familierechtelijke relatie tussen hem en de man door middel van een rechtsgeldig DNA-verwantschapsonderzoek, indien dit noodzakelijk is voor de vaststelling van het vaderschap van wijlen de heer [naam 2] ten opzichte van de man, en de zaak in afwachting van de uitslag van dit onderzoek pro forma aan te houden en voordien nog niet op de overige verzoeken van de man te beslissen; en


te bepalen dat de geslachtsnamen van de man, en zijn kinderen wordt gewijzigd naar ‘[geslachtsnaam]’, een en ander na vaststelling van het vaderschap van wijlen de heer [naam 2] ten opzichte van de man en verwerking in de Basisregistratie personen daarvan;


te bepalen dat er een bijzonder curator wordt aangewezen om de belangen van de minderjarigen te behartigen gedurende de procedure;



de griffier op te dragen, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om de benodigde wijzigingen in de registers van de burgerlijke stand te verwerken,
kosten rechtens.





Feiten


De man is geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats 1].


Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2023 is de erkenning van de man door [naam 4], geboren op [geboortedatum 2] 1955 te [geboorteplaats 2], vernietigd.


De man heeft geen juridische vader.


De man is gehuwd met [naam 1] op [datum] 2015.


Uit het huwelijk zijn drie minderjarige kinderen geboren:



- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 3] 2012 te [geboorteplaats 3],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 4] 2013 te [geboorteplaats 3],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 5] 2017 te [geboorteplaats 4].




Beoordeling


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot vaststelling van het vaderschap.



Op grond van artikel 10:97 van het Burgerlijk Wetboek (BW) past de rechtbank Nederlands recht toe op het verzoek, zijnde het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de man.




Ontvankelijkheid

De man is het kind in deze procedure. De wet stelt voor kinderen geen termijn waarbinnen een verzoek tot vaststelling van het ouderschap moet worden ingediend. De man is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.




Inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 1:207 eerste lid BW kan het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, en het kind.



De man stelt dat de heer [naam 2] de biologische vader van de man is. Ter nadere onderbouwing van deze stelling heeft de man de resultaten van een DNA-thuistest (een zogenaamde gemoedsrust test) van 27 juni 2024 overgelegd. Uit de test blijkt dat er een Y-chromosoom STR-test is uitgevoerd om de relatie van de geteste personen te bepalen. Aan de test heeft enerzijds de man en anderzijds de broer van de heer [naam 2], de heer [naam 3] meegedaan. Volgens de informatie die uit de test is verkregen komen de resultaten overeen met die van personen die uit dezelfde vaderlijke lijn komen. De man heeft aangegeven dat hij voor een gemoedsrust test heeft gekozen omdat de heer [naam 3] (hierna: de vermeende oom van de man), heeft aangegeven niet in de gelegenheid te zijn om deel te nemen aan een rechtsgeldige DNA-test. Daarnaast wilde de man voorkomen dat zijn handelen zou worden geïnterpreteerd als een poging om aanspraak te maken op enig nalatenschap of ander vermogensrechtelijk belang, hetgeen nadrukkelijk niet de intentie is van de man. Ter ondersteuning van de gemoedsrust test heeft de man foto’s overgelegd waarop naar zijn zeggen te zien is dat de man en zijn vermeende oom met een swab in de weer zijn.
De man heeft verder een verklaring van de moeder overgelegd waaruit blijkt dat de moeder actief was voor de fanclub van haar muzikaal idool, de heer [naam 2]. De moeder verklaart dat zij secretaressewerk voor de fanclub deed en de fanmail behandelde. Als gevolg daarvan was de moeder regelmatig in het buitenland en had zij een persoonlijke band met de heer [naam 2]. De moeder had ook een persoonlijke band met de familieleden van de heer [naam 2]. Bij de verklaring van de moeder zijn foto’s overgelegd. Op de foto’s is de moeder te zien met de heer [naam 2] en zijn familieleden, waaronder de zoon van heer [naam 2] en de moeder van heer [naam 2]. Er zijn ook foto’s van alleen de moeder samen met de heer [naam 2]. De rechtbank begrijpt verder uit de verklaring van de moeder dat er naar haar zeggen tijdens een bezoek van de moeder aan de heer [naam 2] in Londen in september 1984 seksueel contact heeft plaatsgevonden met als gevolg waarvan zij zwanger is geraakt. De man heeft verder op de zitting verklaard dat de broer van de vermeende oom van de man en andere familieleden, waaronder de dochter van deze oom, geen twijfels hebben aan de verwantschap. De man heeft daartoe ook berichten overgelegd waaruit zou blijken dat zij regelmatig in contact staan met elkaar.



De rechtbank overweegt als volgt.
Voor het gerechtelijk vaststellen van het vaderschap is in beginsel aanvullend bewijs nodig, als hoofdregel in de vorm van een in beginsel door de rechtszoekende zelf te betalen rechtsgeldig DNA-onderzoek. Instemming met of niet weerspreken van het verzoek is daartoe onvoldoende, omdat het beoogde rechtsgevolg niet (geheel) ter vrije bepaling van de procespartijen staat en de Nederlandse rechtsorde betreft. Tot dusver heeft deze rechtbank naar vast beleid de volgende twee algemene eisen aan een rechtsgeldig DNA-onderzoek gesteld:



zorgvuldige en verifieerbare identificatie van de te onderzoeken personen, en


ondertekening van de testresultaten door een persoon met een daartoe relevante studie (een arts of een medisch bioloog), die aldus de conclusies van het DNA-onderzoek voor zijn of haar rekening neemt.





In navolging van het Besluit DNA-onderzoek vaderschap van 20 oktober 2008 houdende de vereisten die zijn gesteld aan het vaderschapsonderzoek in verband met erkenning bedoeld in artikel 4, vierde lid Rijkswet op het Nederlanderschap, welk besluit op 1 maart 2009 in werking is getreden, heeft de rechtbank daarom tot dusver ook de volgende bijzondere eisen aan een rapport van DNA-onderzoek gesteld:
uit het rapport dient te blijken dat het onderzoek is verricht in een laboratorium:



dat is gevestigd in Nederland en dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd aan de hand van de criteria genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of de NEN-EN ISO/IEC 15189 en de aanbevelingen van de Paternity Testing Commission van de International Society of Forensic Genetics (FSI 2007), of


dat is gevestigd in het buitenland en door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie of door een bevoegde autoriteit is geaccrediteerd aan de hand van de criteria genoemd in de NEN-EN ISO/IEC 17025 of de NEN-EN ISO/IEC 15189 en de aanbevelingen van de Paternity Testing Commission van de International Society of Forensic Genetics (FSI 2007).




Een gemoedsrust test is evident niet in overeenstemming met het hiervoor vermelde specifieke beleid van de rechtbank voor rechtsgeldige DNA-vaderschapstesten. Ondanks dat er foto’s zijn overgelegd van het moment dat de DNA zou zijn afgenomen, kan de rechtbank niet verifiëren of de DNA dat is afgenomen en opgestuurd daadwerkelijk de DNA is van de man en de vermeende oom en of deze DNA afname heeft geleid tot de overgelegde DNA resultaten. In de bijlage van de test is ook ten aanzien van de monsters opgenomen: “Omdat de monsters niet zijn verzameld door een derde neutrale partij in het kader van een strikte zorgketen, en het laboratorium de herkomst van de monsters niet kan verifiëren, kan dit testresultaat redelijkerwijs niet worden gebruikt in een rechtbank voor de vaststelling van het vaderschap en andere juridisch gerelateerde kwesties. De namen van de geteste personen die in dit rapport kunnen voorkomen, zijn door de klant verstrekt en kunnen niet worden geverifieerd”.



De vraag is dus of de rechtbank in deze zaak voorbij moet gaan aan het bestaande strenge beleid op het gebeid van rechtsgeldige DNA-testen. Die mogelijkheid bestaat in het geval dat er voldoende feiten en omstandigheden zijn aangedragen die tezamen wel moeten leiden tot de conclusie dat er vaderschap is. In dit geval zijn overgelegd het resultaat van een gemoedsrust test, waarbij zoals gezegd niet onomstotelijk vastgesteld kan worden bij wie deze test is afgenomen, foto’s van mensen van wie de identiteit niet vastgesteld kan worden dan wel foto’s van betrokkenen die slechts aantonen dat zij elkaar kenden, hetgeen begrijpelijk is gezien de rol van de moeder in de fanclub van de heer [naam 2], en afschriften van whatsapp contact met familieleden van de heer [naam 2] die kennelijk accepteren dat de man familie is. Dit alles kan, ook in onderlinge samenhang, niet dienen als voldoende onderbouwing om het vaderschap vast te stellen. Verder is er een verklaring van de moeder dat zij seksueel contact heeft gehad met de heer [naam 2] rond de tijd van de conceptie van de man. Op dat moment had de moeder een relatie met [naam 4], van wie met een gemoedsrust test is vastgesteld dat hij niet de biologische vader van de man is. Hoewel de verklaring van de moeder zou kunnen dienen als een indicatie en hoewel de rechtbank het invoelbaar acht dat het voor de man hiermee duidelijk is dat de heer [naam 2] zijn biologische vader is, acht de rechtbank de verklaring, al dan niet tezamen met de overige stukken, onvoldoende om zonder erkend DNA-onderzoek het vaderschap van de heer [naam 2] over de man vast te stellen. De man heeft aanvullend primair verzocht om een nadere termijn te stellen voor het aanvullen van de informatie indien de rechtbank de overgelegde informatie onvoldoende zou vinden en om de zaak voor die periode aan te houden. De rechtbank ziet hiertoe geen aanleiding en wijst daarom het primaire verzoek van de man af.



Ten aanzien van het subsidiaire verzoek overweegt de rechtbank als volgt.
Uit het procesreglement Familie en Jeugdrecht volgt uit bijlage 4 dat belanghebbenden kunnen zijn:



degene op wie het verzoek betrekking heeft;


de minderjarige;


de aangewezen vader;


de moeder.



De vermeende oom van de man is gelet hierop geen belanghebbende in deze procedure. De rechtbank kan de vermeende oom daarom niet gelasten zijn medewerking te verlenen aan een rechtsgeldig DNA-onderzoek. De rechtbank wijst het subsidiaire verzoek van de man ook af.



Geslachtsnaamwijziging

De man verzoekt de rechtbank ook te bepalen dat hij voortaan ‘[geslachtsnaam]’ zal dragen als achternaam.



De rechtbank stelt voorop dat als een kind van zestien jaar of ouder door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het kind zelf ten overstaan van de rechter verklaart of hij de geslachtsnaam van de ene of de andere ouder zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. Van deze verklaring wordt dan melding gemaakt in de rechterlijke uitspraak.



Nu het vaderschap niet gerechtelijk wordt vastgesteld verklaart de rechtbank de man niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wijziging van zijn geslachtsnaam.




Bijzondere curator

De man verzoekt de rechtbank een bijzonder curator aan te wijzen om de belangen van zijn kinderen te behartigen in deze procedure.



Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van belanghebbenden overweegt de rechtbank dat de kinderen van de man geen belanghebbenden zijn in deze procedure.
In het geval het vaderschap gerechtelijk zou worden vastgesteld krijgen de kinderen de geslachtsnaam op basis van keus die de man maakt, zonder dat zij daar zelf een keuze in hebben. Nu de kinderen geen rol hebben in deze procedure, ziet de rechtbank geen reden om een bijzondere curator voor de kinderen te benoemen. Het verzoek wordt afgewezen.




Beslissing
De rechtbank:


verklaart de man niet ontvankelijk in zijn verzoek ten aanzien van de geslachtnaamwijziging;



wijst de overige verzoeken van de man af.










Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 augustus 2026.