Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26538

2026-08-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/684240 / FA RK 25-3122
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-09-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/684240 / FA RK 25-3122
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gerechtelijke vaststelling ouderschap en aanhouding gezamenlijk gezag

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.548 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-3122
Zaaknummer: C/09/684240
Datum beschikking: 13 augustus 2026


Gerechtelijke vaststelling ouderschap en gezag



Beschikking op het op 10 april 2025 ingekomen verzoekschrift van:




[de moeder],

de moeder,
verblijvende in [verblijfplaats],



en





[de man],

de man,
wonende in [woonplaats],



hierna samen: verzoekers,
advocaat van verzoekers: mr. C.L.J.M. Wilhelmus te Katwijk.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1],

de minderjarige, hierna: [minderjarige],
in rechte vertegenwoordigd door mr. K. Moene, advocaat te Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:


het verzoekschrift, met producties;


het op 22 mei 2025 ingekomen verslag van de bijzondere curator;


de brief van 22 mei 2025, met producties, namens verzoekers;


de brief van 15 juli 2025 namens verzoekers;


de op 26 augustus 2025 ingekomen aanvulling op het verslag van de bijzondere curator, met producties;


de brief van 8 september 2025 namens verzoekers.




Op 16 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:



de moeder en de man, bijgestaan door hun advocaat en S. Abraha als tolk;


de bijzondere curator.





Verzoek
Het verzoekschrift strekt – na wijziging – tot:

gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man over [minderjarige];


vaststelling dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen;



bepaling dat de ouders samen met het gezag over [minderjarige] zullen worden belast;
dan wel een beslissing te nemen die de rechtbank juist acht, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.





Feiten


Uit de moeder is geboren voornoemde minderjarige [minderjarige].



[minderjarige] is niet erkend.


De moeder heeft van rechtswege het gezag over [minderjarige].


Uit ambtshalve verkregen informatie uit de Basisregistratie personen (hierna: Brp) heeft de vader in ieder geval de Nederlandse nationaliteit en heeft [minderjarige] een onbekende nationaliteit.


De moeder staat niet ingeschreven in de Brp. Haar nationaliteit is onbekend.


Bij beschikking van deze rechtbank van 7 mei 2025 is mr. K. Moene voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.


Uit een rapport van DNA-onderzoek blijkt dat de man met meer dan 99,999% zekerheid de biologische vader is van [minderjarige].





Beoordeling


Gerechtelijke vaststelling ouderschap en geslachtsnaam


Rechtsmacht


[minderjarige] is in Nederland geboren. De moeder staat niet ingeschreven in de Brp en [minderjarige] staat geregistreerd als niet ingezetene (RNI) sinds 22 maart 2022. De moeder stelt dat zij sinds 2017 in Nederland is, en dat haar verzoek om asiel is afgewezen. Tot 9 juli 2020 beschikte zij over een W-document. Uit de stukken en wat op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat de moeder en [minderjarige] op een gezinslocatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) verblijven.



Gelet op het voorgaande hebben de moeder en [minderjarige] hun gewone verblijfplaats in Nederland. Ook de man heeft zijn gewone verblijfplaats in Nederland. Op basis hiervan heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om te beslissen op de voorliggende verzoeken op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).




Gerechtelijke vaststelling ouderschap


Toepasselijk recht

Artikel 10:97 eerste lid BW bepaalt dat de vraag of en onder welke voorwaarden het ouderschap van een man gerechtelijk kan worden vastgesteld, dient te worden beantwoord door toepassing van het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de moeder, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de man en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Voor de toepassing van het eerste lid is bepalend het tijdstip van indiening van het verzoek.



De man heeft volgens de Brp de Nederlandse nationaliteit. De moeder stelt de Eritrese nationaliteit te hebben, echter kan de rechtbank dat niet vaststellen omdat zij niet staat ingeschreven in de Brp en zij geen (identiteits)documenten heeft waarmee zij haar nationaliteit kan aantonen.



Omdat de rechtbank niet kan vaststellen of de moeder en de man een gemeenschappelijke nationaliteit hadden op het tijdstip van indiening van het verzoek, is van toepassing het recht van de staat waar de man en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben. Zoals hiervoor al is overwogen hebben de man en de moeder hun gewone verblijfplaats in Nederland. Daarom is het Nederlandse recht van toepassing op het verzoek.




Ontvankelijkheid

Het verzoek is binnen vijf jaar na de geboorte [minderjarige] ingediend, zodat de moeder op grond van artikel 1:207 derde lid BW ontvankelijk is in haar verzoek.




Inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 1:207 eerste lid BW kan het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van a) de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt of b) het kind. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel kan de vaststelling van het ouderschap – voor zover hier van belang – niet geschieden indien het kind twee ouders heeft.



Uit het overgelegde rapport van DNA-onderzoek blijkt dat met meer dan 99,999% zekerheid is aangetoond dat de man de verwekker is van de minderjarige. De bijzondere curator heeft dan ook geadviseerd om het verzoek toe te wijzen. Gebleken is dat het voor de moeder en de man niet mogelijk is om de erkenning zelf te regelen bij de gemeente, omdat de moeder geen verblijfstitel heeft. De moeder en de man stellen bovendien dat het belang van [minderjarige] bij gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man groot is, omdat [minderjarige] door een ongeluk ernstig letsel heeft opgelopen en zij op deze manier met terugwerkende kracht het Nederlanderschap zal verkrijgen.



Omdat van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken en omdat de man instemt met het verzoek om zijn ouderschap gerechtelijk vast te stellen, zal de rechtbank het verzoek toewijzen als na te melden.




Geslachtsnaam

Toepasselijk recht

Artikel 10:16 lid 1 BW bepaalt dat het recht van de staat van de gewone verblijfplaats moet worden toegepast op een persoon wiens nationaliteit niet kan worden vastgesteld.




[minderjarige] heeft volgens de Brp een onbekende nationaliteit, en heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat op dit verzoek ook Nederlands recht moet worden toegepast.




Inhoudelijke beoordeling

Op grond van artikel 1:5 tweede lid BW houdt een kind, indien het door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de man wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat de kinderen de geslachtsnaam van de vader zullen hebben.



De moeder en de biologische vader hebben gezamenlijk verklaard dat [minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal hebben. De rechtbank zal deze verklaring opnemen in het dictum van deze beschikking.




Gezag


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, zoals hiervoor overwogen, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 Brussel II-ter rechtsmacht om te beslissen op het verzoek.



Op grond van artikel 15 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is Nederlands recht van toepassing wanneer de Nederlandse rechter bevoegd is.




Inhoudelijke beoordeling

De moeder en de man willen graag het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uitoefenen. Omdat de moeder niet staat ingeschreven in de Brp en zij niet beschikt over een geldig identiteitsdocument is het voor hen niet mogelijk om dit samen te regelen. Zij verzoeken de rechtbank hierover daarom een beslissing te nemen. Omdat niet is gebleken dat aan de afwijzingsgronden uit artikel 1:253c lid 2 BW is voldaan, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek in het belang van [minderjarige] kan worden toegewezen.



De rechtbank merkt op dat zij pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag kan beslissen nadat de onderhavige beslissing ten aanzien van de vaststelling van het vaderschap definitief is, dat wil zeggen: in kracht van gewijsde is gegaan. In afwachting hiervan zal de rechtbank de procedure pro forma aanhouden tot 1 december 2026. De rechtbank verzoekt de advocaat van de moeder en de man uiterlijk op de pro forma datum te informeren of deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Na ontvangst daarvan zal de beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag worden opgenomen in het dictum.



De rechtbank overweegt dat indien aan het hiervoor bepaalde niet wordt voldaan, de zaak met toepassing van artikel 22 Rv zal worden afgedaan.




Ontslag bijzondere curator

Uit de te nemen beslissing volgt dat de vertegenwoordiging van de minderjarige [minderjarige] door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom ontslaan uit haar functie.




Beslissing
De rechtbank:


*
stelt vast het ouderschap van:

[de man], geboren op [geboortedatum 2] 1997 te [geboorteplaats 2], [geboorteland],
over:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1],
uit:

[de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1997 te [geboorteplaats 3], [geboorteland];



*
stelt vast dat de verklaring van de man en de moeder luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man ([geslachtsnaam]) zal dragen;



*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;



*
bepaalt dat de beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt aangehouden tot

1 december 2026 pro forma;

*
bepaalt dat de advocaat van de moeder en de man uiterlijk op de pro forma datum de rechtbank moet informeren of de beslissing tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in kracht van gewijsde is gegaan;



*
bepaalt dat indien aan het hierbij bepaalde niet geheel of gedeeltelijk is voldaan, de zaak met toepassing van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan.










Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2026.