Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26239

2026-09-10 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.33409
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-10
Publicatiedatum
2026-09-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.33409
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond. De minister heeft de identiteit en de deelname aan de demonstratie en de problemen naar aanleiding hiervan ongeloofwaardig mogen vinden. Ook voldoende gemotiveerd dat niet aannemelijk is dat eiseres en haar dochtertje een reëel risico lopen op besnijdenis. Beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (24.356 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Zwolle



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.33409


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , eisers

mede namens hun minderjarige kind [minderjarige] , V-nummer: [V-nummer 3]
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),



en


de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. I. Kamphuis).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Eisers krijgen geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eisers hebben een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stellen van Sierra Leoonse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum 1] 1998, [geboortedatum 2] 2003 en [geboortedatum 3] 2024.



2.1.
De minister heeft met het bestreden besluit van 16 juli 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Met twee aanvullende besluiten van 17 juli 2025 heeft de minister het bestreden besluit aangevuld.



2.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, A.S. Sewman als waarnemer van de gemachtigde van eisers, A.K. Nyaku als tolk en de gemachtigde van de minister.




Beoordeling door de rechtbank



Het asielrelaas


3. Eisers leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Zij hebben op 10 augustus 2022 meegedaan aan een demonstratie tegen hoge kosten van het levensonderhoud en het wanbeleid van de overheid. Eiser had een leidende rol bij deze demonstratie, want hij deelde banners uit en riep leuzen door een microfoon. Op het moment dat de demonstratie uit de hand liep en de politie erbij kwam, verloren eisers elkaar uit het oog. Eiseres is met hun dochtertje naar huis gegaan en eiser is door de politie gearresteerd en mishandeld. Hij heeft echter weten te ontsnappen uit het politiebusje. Nadat eiser terug naar huis was gekeerd, is de politie naar het huis van eisers gekomen. Eiser is op dat moment uit het raam gevlucht en de politie heeft eiseres mishandeld en seksueel misbruikt. Een dag later zijn eisers samen ondergedoken, eerst bij een verpleegster en later bij een goede vriend. Eisers hebben hun dochtertje achtergelaten bij deze vriend en zijn vervolgens gevlucht. Bij terugkeer vrezen eisers voor de Sierra Leoonse autoriteiten en voor besnijdenis van eiseres en hun dochtertje.



Het bestreden besluit


4. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- deelname aan het protest en de daaruit voortvloeiende problemen.



De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteiten van eisers niet geloofwaardig zijn, omdat zij geen identificerende documenten hebben en geen goede verklaring hebben voor het ontbreken daarvan, en omdat zij wisselend en vaag hebben verklaard over het al dan niet bezitten van identificerende documenten. Hun nationaliteit en herkomst zijn wel geloofwaardig. De deelname aan het protest en de daaruit voortvloeiende problemen vindt de minister ook niet geloofwaardig, omdat dit niet is onderbouwd met documenten, eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en zij in grote lijnen niet als geloofwaardig kunnen worden beschouwd. De minister concludeert daarom dat de asielaanvragen worden afgewezen als kennelijk ongegrond.




Geloofwaardigheid: identiteit


5. Eisers voeren aan dat hun identiteiten ten onrechte niet geloofwaardig zijn. In beroep heeft eiser een kopie van zijn identiteitskaart en geboorteakte overgelegd. De originele documenten zijn nog onderweg naar Nederland, maar hiermee stelt hij een begin van bewijs te hebben geleverd. Verder stelt eiser dat het niet zijn doel was om de minister te misleiden. Dat hij eerst heeft verklaard dat hij geen paspoort had, was juist om verwarring te voorkomen. Eiseres voert aan dat zij in Sierra Leone geen documenten heeft (gehad), enkel een kiezerspas die bij een brand verloren is gegaan. Zij zag dit document als identificerend document en heeft daarom verklaard dat zij een identificerend document heeft gehad.


5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht aan eiser tegengeworpen dat hij zijn identiteit niet met originele identificerende documenten heeft kunnen onderbouwen en dat hij hier ook geen goede verklaring voor heeft. Eiser heeft eerst bij de AVIM verklaard dat hij nooit een paspoort of andere identificerende documenten heeft gehad. Nadat hij was geconfronteerd met een foto in zijn telefoon van een paspoort, heeft hij eerst verklaard dat het een paspoort van zijn broer is en daarna dat het een paspoort van hemzelf is van lang geleden met een onjuiste geboortedatum en -plaats. In het aanmeldgehoor heeft eiser vervolgens opnieuw wisselend verklaard over of hij in het bezit is (geweest) van een paspoort. De stelling dat eiser de minister niet wilde misleiden, maar juist verwarring wilde voorkomen en daarom niet direct heeft verklaard in het bezit te zijn van een paspoort, kan de rechtbank dan ook niet volgen. Er is immers sprake van meerdere wisselende verklaringen, zowel bij de AVIM als in het aanmeldgehoor. Dat eiser in beroep nog kopieën van een identiteitskaart en geboorteakte heeft overgelegd, maakt het ook niet anders. Dit is namelijk opnieuw tegenstrijdig met zijn afgelegde verklaringen. Ook is niet duidelijk hoe hij aan deze documenten is gekomen. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat de verpleegster [naam] deze namens eiser bij de autoriteiten heeft aangevraagd. Het is echter niet duidelijk geworden hoe [naam] dit namens eiser heeft kunnen doen en waarom zij dit niet ook namens eiseres heeft kunnen aanvragen.



5.2.
De minister heeft verder terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij haar identiteit niet met originele identificerende documenten heeft kunnen onderbouwen en dat zij hier geen goede verklaring voor heeft. Eiseres heeft zowel bij de AVIM als in het aanmeldgehoor en nader gehoor verklaard dat zij nooit documenten heeft gehad. In het nader gehoor heeft zij echter ook verklaard dat zij wel een identiteitskaart had, maar dat deze verloren is gegaan bij een brand. Nadat zij met deze tegenstrijdigheid werd geconfronteerd, heeft eiseres verklaard dat het niet echt een identiteitskaart was, maar een stempas. De rechtbank vindt de verklaring dat eiseres dit zag als identificerend document en dit daarom als zodanig heeft verklaard, onvoldoende, zeker nu zij eerst meermaals heeft verklaard geen documenten te hebben.



5.3.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister de identiteiten van eisers niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht.



Geloofwaardigheid: deelname aan het protest en de daaruit voortvloeiende problemen

6. Eisers voeren aan dat de minister hun deelname aan het protest en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Ter onderbouwing hebben eisers in beroep een e-mail van de verpleegster [naam] overgelegd waarin zij hun asielrelazen bevestigt. Ook hebben eisers kopieën van documenten overgelegd waaruit blijkt dat zij gezocht worden door de autoriteiten, namelijk een arrestatiebevel, gezocht-posters en een kennisgeving (notice) aan eisers en aan de gemeenschap, met daarbij een andere e-mail van [naam] over hoe zij aan deze documenten is gekomen. Eisers stellen verder dat er geen grote verschillen zijn tussen hun individuele verklaringen en dat zij daarom het voordeel van de twijfel moeten krijgen. Voor zover er sprake is van enige verschillen in de verklaringen, merken zij op dat de gebeurtenissen traumatiserend waren. Dat verklaart de verschillen. Eisers hebben op de zitting nog aangevoerd dat niet duidelijk is of de minister van (al) hun verklaringen heeft mogen uitgaan. Er is immers niet kenbaar een referentiekader opgenomen in de besluitvorming. Ook volgt uit de verslagen van het nader gehoor van eisers niet of gebruik is gemaakt van een registertolk.




6.1.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat zij dit asielmotief niet hebben onderbouwd met originele documenten.



6.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen uitgaan van de verklaringen van eisers. De omstandigheid dat de tolk van eiseres nu niet meer in de lijst met registertolken te vinden is, zoals ter zitting is gesteld, leidt niet tot de conclusie dat deze tolk ten tijde van het nader gehoor in 2023 geen registertolk was. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om te twijfelen aan de vermelding dat gebruik is gemaakt van een registertolk. Dat uit het verslag van het nader gehoor van eiser niet valt op te maken of gebruik is gemaakt van een registertolk, is ook onvoldoende voor het oordeel dat hierdoor sprake was van een onzorgvuldig gehoor. Uit het verslag is immers wel op te maken dat eiser is gehoord in de taal Krio. Ook heeft eiser zowel aan het begin als aan het eind van het nader gehoor verklaard de tolk goed te begrijpen. Eiser heeft niet geconcretiseerd welke vragen of verklaringen van hem hierdoor eventueel anders of onjuist geïnterpreteerd hadden moeten worden. Het had op de weg van eiser gelegen om dat zo spoedig mogelijk, bijvoorbeeld bij de correcties en aanvullingen of de zienswijze, te doen, in plaats van pas op de zitting. Dit geldt eveneens voor de omstandigheid dat in de besluitvorming een expliciet referentiekader van eiseres ontbreekt. Nu eiseres heeft nagelaten te concretiseren wat er – vanwege haar referentiekader – (niet) van haar mocht worden verwacht, is dit onvoldoende voor het oordeel dat de minister niet van haar verklaringen mocht uitgaan. Ook met een beperkte opleiding mag de minister immers wel verwachten dat over belangrijke gebeurtenissen eenduidig wordt verklaard.



6.3.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister terecht aan eisers heeft tegengeworpen dat hun verklaringen geen aannemelijk en samenhangend geheel vormen. Daarbij is eerst van belang dat eisers op belangrijke onderdelen wisselend hebben verklaard. Zo heeft eiser bijvoorbeeld verklaard dat toen de politie naar hun huis kwam, eiseres de was aan het ophangen was en de politie de deur heeft opengebroken, terwijl eiseres heeft verklaard dat zij net klaar was met douchen en dat de deur openstond. Dit is naar het oordeel van de rechtbank geen minimaal verschil. Ook heeft eiseres verklaard dat zij zouden zijn verraden door een collega van eiser, terwijl eiser heeft verklaard deze persoon niet te kennen. Ook dit heeft de minister mogen aanmerken als wisselend, zeker omdat verwacht mag worden dat eisers dit met elkaar zouden hebben besproken. Dat eisers ook op punten wel eenduidig hebben verklaard, zoals over de rol van eiser bij de demonstratie, maakt niet dat het asielmotief daarom geloofwaardig moet worden geacht.



6.4.
De rechtbank is van oordeel dat de minister ook terecht aan eiser heeft tegengeworpen dat zijn verklaringen op zichzelf geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft de minister mogen stellen dat van eiser uitgebreidere verklaringen hadden mogen worden verwacht over de demonstratie en de aanloop er naartoe, gelet op de leidende rol die hij stelt te hebben gehad. Ook heeft de minister mogen stellen dat eiser met zijn verklaringen onvoldoende inzicht heeft gegeven in hoe de ontsnapping uit het politiebusje is gegaan en dat het ongerijmd is dat eiser na de ontsnapping naar zijn eigen huis is teruggekeerd.



6.5.
De rechtbank is van oordeel dat de minister bovendien terecht aan eisers heeft tegengeworpen dat zij in grote lijnen niet geloofwaardig zijn door hun wisselende verklaringen over hun identiteitsdocumenten. De rechtbank verwijst hiervoor naar wat zij in rechtsoverweging 5.1. en 5.2. heeft overwogen.



6.6.
De rechtbank is van oordeel dat de in beroep overgelegde e-mails en documenten het voorgaande niet anders maken. De minister heeft kunnen stellen dat de e-mails van [naam] het asielmotief niet geloofwaardig kunnen maken. Hierbij is eerst van belang dat het om een (niet ondertekende) e-mail gaat. Verder heeft zij in haar e-mail weliswaar vermeld dat zij eisers heeft verpleegd vanwege bepaalde verwondingen, maar zij heeft niet zelf waargenomen hoe deze verwondingen zijn ontstaan. Ten aanzien van de overige overgelegde documenten waaruit zou volgen dat eisers door de autoriteiten gezocht worden, heeft de minister terecht geen aanleiding gezien voor nader onderzoek door Bureau Documenten, nu het slechts kopieën betreffen. De minister heeft bovendien wel een standpunt ingenomen over deze documenten. Ten aanzien van de kennisgeving heeft de minister gesteld dat deze heel algemeen is opgesteld. Over de aanhoudingsbevelen heeft de minister gesteld dat het opmerkelijk is dat een dossiernummer of zaaknummer geheel ontbreekt, terwijl dat wel verwacht zou worden. In de gezocht-posters staat een kennelijke fout over de huidskleur van eisers, namelijk “fear”, terwijl waarschijnlijk “fair” bedoeld is. De rechtbank kan de minister volgen in het standpunt dat de overgelegde documenten hiermee merkwaardigheden bevatten en het asielmotief niet (alsnog) geloofwaardig maken.



6.7.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de minister de deelname aan het protest en de daaruit voortvloeiende problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft gevonden.



Zwaarwegendheid: politieke overtuiging

7. Eisers voeren aan dat de minister onvoldoende heeft beoordeeld of eisers politieke overtuiging leidt tot een reëel risico op ernstige schade.




7.1.
De minister heeft aangenomen dat eiser een politieke overtuiging heeft, omdat hij heeft verklaard dat hij tegen de regering is en een voorstander is van de APC-partij. Volgens de minister is niet gebleken dat hij hierdoor ernstige problemen heeft ondervonden van de autoriteiten of dat hij een reëel risico loopt om deze in de toekomst te zullen ondervinden. Daarbij heeft de minister van belang geacht dat niet is gebleken dat eiser in Sierra Leone of in Nederland activiteiten heeft verricht voor de APC-partij. Ook heeft hij niet verklaard dit te willen doen. Hoewel eiser heeft verklaard dat hij bij terugkeer zeker zal demonstreren tegen wanbeleid van de overheid, heeft de minister gesteld dat niet is gebleken dat eisers politieke overtuiging van dusdanige intensiteit is dat het deelnemen aan protesten van belang is voor het uiten van zijn politieke overtuiging. Daarom mag volgens de minister terughoudendheid worden verwacht.



7.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee voldoende heeft beoordeeld of eisers politieke overtuiging leidt tot een reëel risico op ernstige schade. Nu eiser niet heeft geconcretiseerd dat en waarom deze beoordeling onjuist is, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat eiser wegens zijn politieke overtuiging een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.



Zwaarwegendheid: besnijdenis

8. Eisers voeren aan dat zij een reëel risico op ernstige schade lopen, omdat zij vrezen voor besnijdenis van eiseres en van hun dochtertje dat nog in Sierra Leone verblijft. Hierbij verwijzen zij naar informatie van Vluchtelingenwerk Nederland waaruit blijkt dat 83% van de vrouwen en meisjes in Sierra Leone tussen de 15 en 49 jaar te maken heeft met besnijdenis.




8.1.
Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat een percentage van de vrouwelijke bevolking dat besneden is, op zichzelf onvoldoende is voor de conclusie dat een vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst een reëel risico loopt op besnijdenis. Er zijn immers veel verschillende factoren die het risico op besnijdenis in een individueel geval kunnen vergroten of verkleinen. Aan de hand van de verklaringen van de vreemdeling en de relevante landeninformatie moet de minister al deze verschillende factoren kenbaar en in onderlinge samenhang betrekken bij de besluitvorming, waarna de minister zich op een gemotiveerd standpunt kan stellen over de vraag of een reëel risico op besnijdenis aannemelijk is gemaakt.



8.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Eisers wijzen er terecht op dat uit algemene informatie volgt dat het percentage van de vrouwelijke bevolking dat besneden is in Sierra Leone hoog is. De minister heeft echter ook andere factoren betrokken bij zijn beoordeling. Zo heeft de minister bij zijn beoordeling kunnen betrekken dat uit openbare informatie volgt dat besnijdenis niet gebruikelijk is binnen de etniciteit van eiseres, Krio. Ook heeft de minister kunnen betrekken dat eisers beiden tegen besnijdenis zijn. De minister heeft verder kunnen betrekken dat de familie van eiseres’ vader tegen besnijdenis. Uit eiseres’ verklaringen blijkt dat de familie van eiseres’ moeder wel aan besnijdenis doet, maar eiseres heeft zich al die jaren kunnen onttrekken aan besnijdenis door zich te distantiëren van deze familieleden. Ook dat is een omstandigheid die de minister heeft kunnen meewegen. De minister heeft tevens mogen betrekken dat eiseres heeft verklaard dat inmiddels zowel haar moeder als haar tante zijn overleden.



8.3.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en/of haar dochtertje het reële risico lopen dat zij worden besneden.



Kennelijk ongegrond

9. Eisers voeren aan dat de minister hun aanvragen ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond en dat de minister hen ten onrechte een terugkeerbesluit en inreisverbod heeft opgelegd.




9.1.
De minister heeft de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. Hierin staat dat een aanvraag kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond als de vreemdeling waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits- of reisdocument dat eraan kon bijdragen dat zijn identiteit of nationaliteit werd vastgesteld, heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. Omdat eisers wisselend hebben verklaard over het bezit van identificerende documenten, gaat de minister er vanuit dat eisers deze documenten opzettelijk hebben weggemaakt. De aanvraag van eiser is tevens afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.



9.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de aanvragen van eisers niet ten onrechte heeft afgewezen als ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000. De minister heeft immers terecht aan eisers tegengeworpen dat zij wisselend hebben verklaard over het bezit van identificerende documenten. De rechtbank verwijst naar wat zij in rechtsoverweging 5.1. en 5.2. heeft overwogen. De minister heeft er vanuit mogen gaan dat zij zich – al dan niet opzettelijk – hiervan hebben ontdaan.



9.3.
Gelet op het voorgaande heeft de minister ook niet ten onrechte aan eisers een terugkeerbesluit met onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.



Reguliere verblijfsvergunning

10. Eisers hebben op de zitting aangevoerd dat de minister in eisers verklaringen aanleiding had moeten zien voor het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning. Voor eiseres geldt dat zij heeft verklaard dat zij mishandeld en seksueel misbruikt is door de autoriteiten. Dit had de minister moeten opvatten als een beroep op schrijnendheid. Voor eiser geldt dat de minister in zijn verklaringen over zijn medische situatie een beroep op artikel 64 van de Vw 2000, ofwel uitstel van vertrek, had moeten lezen.




10.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Als eiseres van mening is dat in haar verklaringen een beroep op schrijnendheid dan wel humanitaire gronden had moeten worden gelezen, had het op haar weg gelegen om dit eerder expliciet naar voren te brengen, bijvoorbeeld in de zienswijze. De minister heeft haar verklaringen beoordeeld op geloofwaardigheid. Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld in rechtsoverweging 6.7. en de daarvoor opgenomen overwegingen, heeft de minister de problemen naar aanleiding van de demonstraties ongeloofwaardig mogen vinden. De minister heeft daarom in de verklaringen van eiseres niet ambtshalve een beroep op schrijnendheid, dan wel humanitaire gronden hoeven lezen.



10.2.
Eiser heeft in zijn nader gehoor desgevraagd verklaard dat een bijzondere individuele omstandigheid is dat hij onder medische behandeling staat, omdat zijn linkeroog niet meer werkt en hij medicatie krijgt om zijn rechteroog goed te laten (blijven) werken. De hoormedewerker heeft eiser vervolgens verzocht om eventuele medische papieren mee te zenden met de correcties en aanvullingen op het nader gehoor. Eiser heeft echter geen medische stukken toegestuurd, terwijl dit wel op zijn weg lag. De minister heeft daarom in de besluitvorming terecht geconcludeerd dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 64 van de Vw 2000.




Conclusie en gevolgen


11. De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand blijft. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Brandwacht - Kampman, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Diele, griffier.



Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Vreemdelingenwet 2000.


Zaak NL25.34410.


Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel


Bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2430.


Zoals dat gold ten tijde van het bestreden besluit.


Zoals dat gold ten tijde van het bestreden besluit.