Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25844

2026-09-03 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.31786
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-09-03
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.31786
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Hersteluitspraak. Uitspraak van 1 april 2026 bevat een kennelijke misslag die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank oordeelt alsnog over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.443 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Zwolle


Bestuursrecht


zaaknummer: NL25.31786 H


uitspraak van de enkelvoudige kamer ter verbetering van de uitspraak van 1 april 2026 in de zaak tussen





[eiseres], V-nummer: [v-nummer], eiseres,
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),


en




de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).



Overwegingen


Naar aanleiding van een melding van de gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 1 april 2026 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank heeft namelijk verzuimd om een oordeel te geven over het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Zij zal deze kennelijke misslag herstellen op de hierna te vermelden wijze.




Beslissing
De rechtbank bepaalt dat na overweging 9.1. de volgende overweging wordt toegevoegd:



“Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit

10. De rechtbank stelt vast dat de minister op 23 oktober 2025 alsnog een beslissing op de asielaanvraag van eiseres heeft genomen.



10.1.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt.



10.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is de minister in het bestreden besluit niet geheel aan het beroep van eiseres tegemoetgekomen, omdat de minister de asielaanvraag van eiseres kennelijk-ongegrond heeft verklaard. Gelet hierop, heeft het beroep van 15 juli 2025 gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing mede betrekking op het bestreden besluit.



10.3.
Omdat de minister met het bestreden besluit alsnog op de asielaanvraag van eiseres heeft beslist, heeft eiseres geen belang meer bij een beoordeling van haar beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op die aanvraag. Het beroep zal in zoverre dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De destijds verstuurde ingebrekestelling is geldig. Gelet hierop zal de rechtbank de minister veroordelen in de proceskosten van eiseres in verband met de indiening van het beroepschrift.”


De rechtbank bepaalt daarnaast dat overweging 10 in de uitspraak van 1 april 2026 wordt vervangen door:





“Conclusie en gevolgen


11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is in zoverre ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag van eiseres in stand blijft. Voor zover het beroep zich richt tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag, is het beroep niet-ontvankelijk.



11.1.
Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de minister te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 467,- bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.”


De rechtbank bepaalt verder dat het dictum van de uitspraak van 1 april 2026 wordt vervangen door het volgende dictum:



“- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit;- verklaart het beroep ongegrond voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit;- veroordeelt de minister tot betaling van € 467 aan proceskosten aan eiseres.”




Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Tijssen, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.





Algemene wet bestuursrecht.