Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25795

2026-08-07 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/709283 / JE RK 26-1260
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-07
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/709283 / JE RK 26-1260
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.566 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Jeugd- en Zorgrecht



Zaaknummer: C/09/709283 / JE RK 26-1260
Datum uitspraak: 7 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1],





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2].



De kinderrechter merkt als informant aan:




Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026, mee in de beoordeling.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:



[naam 1], namens de Raad;


de moeder;



[naam 2], namens de gecertificeerde instelling.




De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.








2De feiten


2.1.

[minderjarige] is erkend door de vader.



2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].



2.3.

[minderjarige] woont bij de moeder.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.

De Raad motiveert het verzoek als volgt. De grootste zorg is dat de moeder teveel met haar eigen problematiek is belast en daardoor minder (emotioneel) beschikbaar kan zijn voor [minderjarige]. [minderjarige] groeit op met een moeder met een belaste voorgeschiedenis, vermoedelijk traumaproblematiek en een verminderde draagkracht in de opvoeding. De Raad maakt zich zorgen dat het de moeder hierdoor onvoldoende lukt om overzicht te bewaren. Zij vindt het lastig om consequent te blijven in de opvoeding, structuur aan te brengen en haar grenzen te blijven herhalen. De moeder beaamt dat zij zich overweldigd, vermoeid en soms erg emotioneel voelt. In april 2025 is er ook daadwerkelijk een fysiek incident geweest tussen de moeder en halfbroer [naam 3]. Er zijn bij de Raad geen andere fysieke incidenten bekend.
Uit het raadsonderzoek blijkt dat [minderjarige] nog weinig zelfvertrouwen heeft, cognitief wat achterloopt en ook haar sociale ontwikkeling nog moet groeien. [minderjarige] heeft een indicatie om vier dagen per week naar de opvang te gaan. De opvang geeft aan dat zij dit nodig heeft. Ze maken zich zorgen over haar ontwikkeling en merken dat zij herhaling en continuïteit nodig heeft om te profiteren van hun begeleiding en ondersteuning. Zij maken zich zorgen dat dit nu niet genoeg gebeurt en dat [minderjarige] te vaak (onaangekondigd) niet komt. Ook geven zij aan dat [minderjarige] thuis meer ondersteuning nodig lijkt te hebben. De Raad is bezorgd dat de moeder dit vanwege haar verminderde draagkracht onvoldoende lukt.
De vader is niet de biologische ouder, maar wel al ruim drie jaar intensief betrokken in het leven van [minderjarige]. Hij is samen met de moeder belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. De ouders wonen niet samen en hebben momenteel ook geen relatie. Er zijn geen vaste momenten afgesproken wanneer hij [minderjarige] ziet. Het is voor de Raad onduidelijk welke rol de vader precies speelt in het leven van [minderjarige]. Het is belangrijk dat hier zicht op komt.
De hulpverlening die is aangeboden aan de moeder, namelijk opvoedondersteuning van [zorginstantie 1], is niet van de grond gekomen. Volgens [zorginstantie 1] zijn er meerdere huisbezoeken geweest, maar werden veel afspraken door de moeder afgezegd. Ook hield de moeder ondersteuning gericht op het vinden van passende behandeling af, omdat zij aangaf voldoende steun te hebben aan de begeleiding vanuit [zorginstantie 2]. De Raad begrijpt dat de moeder vanwege haar psychische belasting het aantal hulpverleners beperkt wil houden, maar constateert dat hierdoor onvoldoende vooruitgang is geboekt. Wanneer het slechter met haar gaat, trekt moeder zich terug, wat volgens de Raad eerder voortkomt uit onmacht dan onwil. Hoewel de ondersteuning van [zorginstantie 2] belangrijk is voor het welzijn van moeder, is deze hulp niet gericht op de opvoeding. De Raad maakt zich daarom zorgen dat [minderjarige] zonder verandering langdurig opgroeit in een stressvolle en (emotioneel) onveilige situatie, wat haar ontwikkeling op de lange termijn kan schaden. De Raad verzoekt daarom om een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar.






4De standpunten


4.1.
De moeder heeft het volgende naar voren gebracht. De moeder is geschrokken van de dingen die zij heeft gelezen in het raadsrapport. Zij herkent zich niet in het beeld dat van haar wordt geschept. De moeder ziet wel in dat er hulpverlening nodig is en daar wil zij ook aan meewerken. Op basis van het raadsrapport was zij bang dat de kinderen haar werden afgenomen. Daar is de moeder het absoluut niet mee eens. Ter zitting heeft de moeder begrepen dat de ondertoezichtstelling bedoeld is om de moeder te ondersteunen. De moeder is daar blij mee. Zij beseft dat ze moet leren hoe ze de kinderen op een goede manier grenzen kan stellen en structuur kan bieden. De moeder is ook bezig met het regelen van hulp voor haarzelf.



4.2.
Desgevraagd geeft de gecertificeerde instelling aan dat zij, net zoals de Raad, ook zorgen ziet. Het is noodzakelijk deze zorgen weg te nemen, zodat [minderjarige] zich goed kan ontwikkelen. De gecertificeerde instelling merkt daarbij op dat het in het kader van de ondertoezichtstelling niet mogelijk is om psychologische hulp aan een ouder op te leggen. Wel kan worden onderzocht welke ondersteuning de ouders nodig hebben bij de opvoeding.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.



5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. De kinderrechter onderschrijft de door de Raad naar voren gebrachte zorgen. Bij de moeder is sprake van een belast verleden en persoonlijke problematiek, waardoor zij minder (emotioneel) beschikbaar is voor [minderjarige]. Ook is zij onvoldoende in staat om [minderjarige] de structuur, rust, duidelijkheid en begrenzing te bieden die zij nodig heeft. Op dit moment zijn er geen gedragsproblemen zichtbaar bij [minderjarige], maar zij is nog heel jong en voorkomen moet worden dat zij zorgelijk gedrag gaat vertonen op latere leeftijd. Ook is er nog veel onduidelijkheid over de rol die de (juridische) vader speelt in het leven van [minderjarige]. Het is belangrijk dat hier zicht op komt. Hoewel de moeder bereid is hulpverlening te accepteren, is het in vrijwillig kader niet gelukt de zorgen te verminderen. Wanneer de situatie haar teveel wordt, lukt het de moeder niet altijd om open te blijven staan voor de ondersteuning vanuit de hulpverlening. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat [minderjarige] onder toezicht gesteld wordt. Een jeugdbeschermer moet zicht houden op de ontwikkeling van [minderjarige], de regie voeren en zorgen dat de noodzakelijke hulpverlening wordt ingezet en daadwerkelijk gecontinueerd wordt. De kinderrechter zal het verzoek, waartegen geen verweer is gevoerd, dan ook toewijzen als verzocht. De kinderrechter merkt ten overvloede op dat de moeder ook openstaat voor individuele hulpverlening voor haarzelf. Hoewel dit niet in gedwongen kader aan de moeder opgelegd kan worden, is het wel belangrijk dat de moeder aan zichzelf werkt zodat zij een stabiele opvoeder kan worden voor haar kinderen. De kinderrechter hoopt dan ook dat de moeder dit de komende tijd verder op gaat pakken, waarbij de gecertificeerde instelling de moeder hierin kan ondersteunen.



5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 7 augustus 2026 tot 7 augustus 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door
mr. E. van Die, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 17 augustus 2026.







Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:255 BW.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.