Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:25695
2026-08-06
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/680591 / FA RK 25-1298
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vernietiging erkenning naar Ghanees recht en gerechtelijke vaststelling vaderschap naar Nederlands recht. Rechtbank heeft het IJI advies gevraagd over de vraag of het Ghanese recht de rechtsfiguur van de vernietiging van de erkenning kent.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBOBR:2020:566 Rechtbank Oost-Brabant 06-02-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2226 Rechtbank Midden-Nederland 14-06-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.444 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1298
Zaaknummer: C/09/680591
Datum beschikking: 6 augustus 2026
Vernietiging erkenning en gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikking op het op 22 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Pherai te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
hierna te noemen: [belanghebbende],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres te [land 1].
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, ingekomen op 22 januari 2025;
- het bericht van 26 maart 2025, met bijlage, van de zijde van verzoekster;
- de instemmingsverklaring van [belanghebbende], door hem ondertekend op 14 april 2025.
Op 20 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat en haar echtgenoot. [belanghebbende] is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.
Voor de zitting is ook [de juridische vader], de juridische vader van verzoekster, als belanghebbende opgeroepen. In de procedure is gebleken dat hij op [datum] 2018 is overleden.
Na de zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen:
- het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) van 14 juli 2026, met bijlage.
Feiten
- Uit [de moeder] (hierna: de moeder) is op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1] verzoekster geboren.
- Op 3 augustus 1992 heeft wijlen [de juridische vader] in Den Haag verzoekster erkend.
- Verzoekster en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Wijlen [de juridische vader] had ten tijde van de erkenning de Ghanese nationaliteit.
- [belanghebbende] heeft de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot:
- vernietiging van de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader];
- gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [belanghebbende] over verzoekster,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
[belanghebbende] heeft een instemmingsverklaring overgelegd.
Beoordeling
Vernietiging erkenning
Rechtsmacht
Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toe.
Toepasselijk recht
Op grond van artikel 10:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 10:95 BW wordt de vraag op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan, wat betreft de bevoegdheid van de persoon die het kind heeft erkend en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het recht dat op de erkenning is toegepast.
De erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] heeft plaatsgevonden op 3 augustus 1992. Op grond van welk recht dat is gebeurd, blijkt niet uit de latere vermelding betreffende de erkenning op de geboorteakte van verzoekster. Op dat moment waren Boek 10 BW en de voorloper daarvan, de Wet conflictenrecht afstamming (Wca), ook nog niet in werking getreden en bestond er geen geschreven wetgeving over het internationaal privaatrecht. Wel waren er toen ongeschreven regels van internationaal privaatrecht. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wca (Kamerstukken II, 1998-99, 26 675, nr. 3, p. 13) volgt dat vóór de inwerkingtreding van de Wca voor de bevoegdheid tot erkenning en voor de voor erkenning geldende voorwaarden werd aangeknoopt bij het nationale recht van degene die de erkenning verricht. Deze regel is nu neergelegd in artikel 10:95, eerst lid, BW. De rechtbank wijst ter vergelijking op de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 februari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:566, en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2226. Omdat wijlen [de juridische vader] de Ghanese nationaliteit had, gaat de rechtbank ervanuit dat op de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] Ghanees recht is toegepast. Omdat de geldigheid daarvan in deze procedure verder niet ter discussie staat, gaat de rechtbank er ook vanuit dat dat rechtsgeldig is gebeurd. Ook op het verzoek tot vernietiging van de erkenning is daarom Ghanees recht van toepassing.
De rechtbank heeft het IJI verzocht zich uit te laten over de vraag of het Ghanese recht ook de rechtsfiguur van de vernietiging van de erkenning kent, en zo ja onder welke voorwaarden.
In zijn rapport van 14 juli 2026 verwijst het IJI naar de sections 40 tot en met 42 van de Children’s Act 1998, die is herzien in 2005 en 2016. Volgens het IJI is deze regeling vooral bedoeld om het ouderschap te bevestigen, maar lijkt de formulering de mogelijkheid van een gerechtelijke procedure tot ontkenning van het vaderschap niet uit te sluiten. Dat is ook bevestigd door een door het IJI geraadpleegde Ghanese correspondent.
Section 40 (1) Children’s Act bevat een opsomming van personen die in aanmerking komen om bij de familierechtbank een verzoek in te dienen tot bevestiging van het ouderschap van een kind, te weten:
het kind;
de ouder van het kind;
de voogd van het kind;
een reclasseringsambtenaar;
en maatschappelijk werker;
iedere andere belanghebbende.
Op grond van section 40 (2) Children’s Act kan een verzoek tot vaststelling van het ouderschap van een kind bij de familierechtbank worden ingediend:
a. a) voordat het kind geboren is; of
b) binnen drie jaar na het overlijden van de vader of moeder van een kind; of
c) voordat een kind achttien jaar oud is met speciale toestemming van de familierechtbank.
Een kind dat de meerderjarige leeftijd heeft bereikt, kan bij de familierechtbank een verzoek tot bevestiging van het ouderschap indienen zonder dat speciale toestemming van de familierechtbank nodig is.
Volgens section 41 Children’s Act kan de rechter de volgende aspecten als bewijs van ouderschap in overweging nemen:
a. a) de naam van de ouder zoals ingeschreven in het geboorteregister;
b) het uitvoeren van een traditionele ceremonie door de vader van het kind;
c) de weigering van de ouder om een medische test te ondergaan;
d) een openbare erkenning van het ouderschap; en
e) elke andere kwestie die de familierechtbank relevant acht.
Volgens section 42 Children’s Act kan de familierechtbank bij het vaststellen van het vaderschap de vermeende ouder bevelen een medische test te ondergaan. Op basis van het beschikbare bewijs zal de familierechtbank de passende beslissing nemen.
Inhoudelijke beoordeling
Met het IJI is de rechtbank van oordeel dat vernietiging van de erkenning kan worden uitgesproken op grond van ‘section 40-42’ van de Children’s Act 1998. Omdat verzoekster meerderjarig is, is zij zelf bevoegd om een verzoek daartoe te doen. In section 41 wordt een opsomming gegeven van zaken die kunnen bijdragen tot het bewijs van het ouderschap. Uit de tekst van section 42 blijkt dat het resultaat van een medische test van de vermeende ouder kan bijdragen tot het bewijs van het ouderschap.
Uit het bij het verzoekschrift overgelegde deskundigenrapport van Verilabs blijkt dat [belanghebbende] met meer dan 99,9% zekerheid de biologische vader is van verzoekster. Hieruit volgt dat verzoekster geen biologisch kind van wijlen [de juridische vader] kan zijn. De rechtbank acht het verzoek strekkende tot vernietiging van de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] dan ook voor toewijzing vatbaar.
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Rechtsmacht
Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onder a Rv rechtsmacht toe.
Toepasselijk recht
Ingevolge artikel 10:97, eerste lid, BW wordt of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Hierbij is ingevolge artikel 10:97, derde lid, BW bepalend het tijdstip van indiening van het verzoek.
De rechtbank zal Nederlands recht toepassen, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van [belanghebbende] en de moeder ten tijde van de indiening van het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:207 BW kan, op verzoek van de moeder of van het kind, het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld.
Nu voor het kind geen termijn geldt waarbinnen hij of zij een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap moet indienen, kan verzoekster worden ontvangen in haar verzoek.
Zoals hiervoor is overwogen, is [belanghebbende] met meer dan 99,9% zekerheid de verwekker van verzoekster. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken ligt het verzoek voor toewijzing gereed, onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden.
Beslissing
De rechtbank:
*
vernietigt de erkenning van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1],
door:
[de juridische vader], geboren op [geboortedatum 2] 1963 te [geboorteplaats 2], [land 2] (overleden op [datum] 2018 te [geboorteplaats 2], [land 2]);
*
stelt vast – onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden – het ouderschap van:
[belanghebbende], geboren op [geboortedatum 3] 1957 te [geboorteplaats 3],
over:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1].
Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 augustus 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1298
Zaaknummer: C/09/680591
Datum beschikking: 6 augustus 2026
Vernietiging erkenning en gerechtelijke vaststelling ouderschap
Beschikking op het op 22 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.G. Pherai te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
hierna te noemen: [belanghebbende],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres te [land 1].
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, ingekomen op 22 januari 2025;
- het bericht van 26 maart 2025, met bijlage, van de zijde van verzoekster;
- de instemmingsverklaring van [belanghebbende], door hem ondertekend op 14 april 2025.
Op 20 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat en haar echtgenoot. [belanghebbende] is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.
Voor de zitting is ook [de juridische vader], de juridische vader van verzoekster, als belanghebbende opgeroepen. In de procedure is gebleken dat hij op [datum] 2018 is overleden.
Na de zitting heeft de rechtbank het volgende stuk ontvangen:
- het rapport van het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) van 14 juli 2026, met bijlage.
Feiten
- Uit [de moeder] (hierna: de moeder) is op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1] verzoekster geboren.
- Op 3 augustus 1992 heeft wijlen [de juridische vader] in Den Haag verzoekster erkend.
- Verzoekster en de moeder hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Wijlen [de juridische vader] had ten tijde van de erkenning de Ghanese nationaliteit.
- [belanghebbende] heeft de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt tot:
- vernietiging van de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader];
- gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van [belanghebbende] over verzoekster,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
[belanghebbende] heeft een instemmingsverklaring overgelegd.
Beoordeling
Vernietiging erkenning
Rechtsmacht
Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toe.
Toepasselijk recht
Op grond van artikel 10:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 10:95 BW wordt de vraag op welke wijze een erkenning kan worden tenietgedaan, wat betreft de bevoegdheid van de persoon die het kind heeft erkend en de voorwaarden voor de erkenning, bepaald door het recht dat op de erkenning is toegepast.
De erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] heeft plaatsgevonden op 3 augustus 1992. Op grond van welk recht dat is gebeurd, blijkt niet uit de latere vermelding betreffende de erkenning op de geboorteakte van verzoekster. Op dat moment waren Boek 10 BW en de voorloper daarvan, de Wet conflictenrecht afstamming (Wca), ook nog niet in werking getreden en bestond er geen geschreven wetgeving over het internationaal privaatrecht. Wel waren er toen ongeschreven regels van internationaal privaatrecht. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wca (Kamerstukken II, 1998-99, 26 675, nr. 3, p. 13) volgt dat vóór de inwerkingtreding van de Wca voor de bevoegdheid tot erkenning en voor de voor erkenning geldende voorwaarden werd aangeknoopt bij het nationale recht van degene die de erkenning verricht. Deze regel is nu neergelegd in artikel 10:95, eerst lid, BW. De rechtbank wijst ter vergelijking op de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 februari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:566, en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2226. Omdat wijlen [de juridische vader] de Ghanese nationaliteit had, gaat de rechtbank ervanuit dat op de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] Ghanees recht is toegepast. Omdat de geldigheid daarvan in deze procedure verder niet ter discussie staat, gaat de rechtbank er ook vanuit dat dat rechtsgeldig is gebeurd. Ook op het verzoek tot vernietiging van de erkenning is daarom Ghanees recht van toepassing.
De rechtbank heeft het IJI verzocht zich uit te laten over de vraag of het Ghanese recht ook de rechtsfiguur van de vernietiging van de erkenning kent, en zo ja onder welke voorwaarden.
In zijn rapport van 14 juli 2026 verwijst het IJI naar de sections 40 tot en met 42 van de Children’s Act 1998, die is herzien in 2005 en 2016. Volgens het IJI is deze regeling vooral bedoeld om het ouderschap te bevestigen, maar lijkt de formulering de mogelijkheid van een gerechtelijke procedure tot ontkenning van het vaderschap niet uit te sluiten. Dat is ook bevestigd door een door het IJI geraadpleegde Ghanese correspondent.
Section 40 (1) Children’s Act bevat een opsomming van personen die in aanmerking komen om bij de familierechtbank een verzoek in te dienen tot bevestiging van het ouderschap van een kind, te weten:
het kind;
de ouder van het kind;
de voogd van het kind;
een reclasseringsambtenaar;
en maatschappelijk werker;
iedere andere belanghebbende.
Op grond van section 40 (2) Children’s Act kan een verzoek tot vaststelling van het ouderschap van een kind bij de familierechtbank worden ingediend:
a. a) voordat het kind geboren is; of
b) binnen drie jaar na het overlijden van de vader of moeder van een kind; of
c) voordat een kind achttien jaar oud is met speciale toestemming van de familierechtbank.
Een kind dat de meerderjarige leeftijd heeft bereikt, kan bij de familierechtbank een verzoek tot bevestiging van het ouderschap indienen zonder dat speciale toestemming van de familierechtbank nodig is.
Volgens section 41 Children’s Act kan de rechter de volgende aspecten als bewijs van ouderschap in overweging nemen:
a. a) de naam van de ouder zoals ingeschreven in het geboorteregister;
b) het uitvoeren van een traditionele ceremonie door de vader van het kind;
c) de weigering van de ouder om een medische test te ondergaan;
d) een openbare erkenning van het ouderschap; en
e) elke andere kwestie die de familierechtbank relevant acht.
Volgens section 42 Children’s Act kan de familierechtbank bij het vaststellen van het vaderschap de vermeende ouder bevelen een medische test te ondergaan. Op basis van het beschikbare bewijs zal de familierechtbank de passende beslissing nemen.
Inhoudelijke beoordeling
Met het IJI is de rechtbank van oordeel dat vernietiging van de erkenning kan worden uitgesproken op grond van ‘section 40-42’ van de Children’s Act 1998. Omdat verzoekster meerderjarig is, is zij zelf bevoegd om een verzoek daartoe te doen. In section 41 wordt een opsomming gegeven van zaken die kunnen bijdragen tot het bewijs van het ouderschap. Uit de tekst van section 42 blijkt dat het resultaat van een medische test van de vermeende ouder kan bijdragen tot het bewijs van het ouderschap.
Uit het bij het verzoekschrift overgelegde deskundigenrapport van Verilabs blijkt dat [belanghebbende] met meer dan 99,9% zekerheid de biologische vader is van verzoekster. Hieruit volgt dat verzoekster geen biologisch kind van wijlen [de juridische vader] kan zijn. De rechtbank acht het verzoek strekkende tot vernietiging van de erkenning van verzoekster door wijlen [de juridische vader] dan ook voor toewijzing vatbaar.
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Rechtsmacht
Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 onder a Rv rechtsmacht toe.
Toepasselijk recht
Ingevolge artikel 10:97, eerste lid, BW wordt of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder, of indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Hierbij is ingevolge artikel 10:97, derde lid, BW bepalend het tijdstip van indiening van het verzoek.
De rechtbank zal Nederlands recht toepassen, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van [belanghebbende] en de moeder ten tijde van de indiening van het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:207 BW kan, op verzoek van de moeder of van het kind, het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld.
Nu voor het kind geen termijn geldt waarbinnen hij of zij een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap moet indienen, kan verzoekster worden ontvangen in haar verzoek.
Zoals hiervoor is overwogen, is [belanghebbende] met meer dan 99,9% zekerheid de verwekker van verzoekster. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken ligt het verzoek voor toewijzing gereed, onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden.
Beslissing
De rechtbank:
*
vernietigt de erkenning van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1],
door:
[de juridische vader], geboren op [geboortedatum 2] 1963 te [geboorteplaats 2], [land 2] (overleden op [datum] 2018 te [geboorteplaats 2], [land 2]);
*
stelt vast – onder de voorwaarde dat de beslissing tot vernietiging van de erkenning onherroepelijk is geworden – het ouderschap van:
[belanghebbende], geboren op [geboortedatum 3] 1957 te [geboorteplaats 3],
over:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 1] 1990 te [geboorteplaats 1].
Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 augustus 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.