Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:25533

2026-08-04 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/709685 / JE RK 26-1305
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-04
Publicatiedatum
2026-09-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/709685 / JE RK 26-1305
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling (artikel 1:255 BW).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.527 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Jeugd- en Zorgrecht



Zaaknummer: C/09/709685 / JE RK 26-1305
Datum uitspraak: 4 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,



over



- [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige 1],

- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2],
hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. C. Ekholm uit Leiden,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri uit Amsterdam.



De kinderrechter merkt als informant aan:




Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 juli 2026;


de stukken van de vader, ontvangen op 29 juli 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:



[naam 1], namens de Raad;



[naam 2], namens de gecertificeerde instelling;


de moeder met haar advocaat;


de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk.





1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 mei 2026 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 6 augustus 2026.



2.4.
De voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft bij proces-verbaal van 6 mei 2025 de voorlopige zorgregeling die is vastgesteld bij beschikking van 8 oktober 2025 geschorst totdat in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/688873 FA RK 25-5533 verder is beslist over de zorgregeling.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zitten klem tussen de vader en de moeder waardoor zij op dit moment de vader totaal afwijzen. De kinderen benoemen geen behoefte te hebben aan contact met hem.


Zowel de kinderen als de moeder zeggen dat de moeder (fysiek) mishandeld is door de vader en dat hij onder meer zou hebben gedreigd de kinderen te ontvoeren naar [land].



De vader ontkent deze beschuldigingen.



Er is geen onafhankelijke derde die deze beschuldigingen kan bevestigen of ontkrachten. De Raad acht het wenselijk dat een NICHD-interview wordt afgenomen bij de kinderen zodat er duidelijkheid komt over de gebeurtenissen die de kinderen hebben meegemaakt. Ook denkt de Raad aan het inzetten van de MASIC.
De Raad vind het daarnaast noodzakelijk dat meer zicht komt op de huidige situatie.
Het gezin is aangemeld bij Ouderschap Blijft van Jeugdformaat zodat meer zicht komt op wat de kinderen nodig hebben. Er moet gekeken worden naar de weerstand van de kinderen en de mogelijkheid voor contactherstel met de vader.






4De standpunten


4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. Het traject bij Jeugdformaat kan binnenkort starten en er is vanuit de voorlopige ondertoezichtstelling al een vaste jeugdbeschermer betrokken waardoor er al een duidelijke lijn is uitgezet. De moeder geeft aan dat zij de kinderen niet belast met haar uitspraken. De kinderen stellen de moeder vragen en daarop geeft zij op een kindvriendelijke manier antwoord. De moeder geeft aan dat de door de vader overgelegde foto’s niet meer zijn dan een momentopname. De vader is dwingend naar de moeder waardoor zij zich niet vrij voelt om haar eigen keuzes te maken. Er is sprake van fysieke en mentale mishandeling waarbij de moeder ziet dat de kinderen hieraan worden blootgesteld naar mate ze ouder worden. Ze wil rust en veiligheid voor de kinderen. De moeder vindt het belangrijk dat er goed naar de kinderen gekeken wordt en wat voor hen wenselijk is. Het is van belang dat er onderzoek wordt gedaan naar de oorzaak van het contactverlies.



4.2.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek tot ondertoezichtstelling, maar hij voert verweer tegen de verzochte duur van twaalf maanden. De vader verzoekt de maatregel uit te spreken voor de duur van zes maanden en het verzoek voor het overige aan te houden. Uit het rapport van de Raad blijkt dat de moeder de kinderen belast met haar uitspraken en dat ook door school zorgen worden geuit. De vader vindt dat er niet te snel naar hem gewezen moet worden en dat er gedegen onderzoek gedaan moet worden. Hij is bereid hieraan mee te werken.


De vader benadrukt dat hij de kinderen verschrikkelijk mist en zou hen graag willen zien. Hij geeft aan dat de houding van de kinderen naar hem het afgelopen jaar in rap tempo veranderd is. Het is wenselijk dat er een jeugdbeschermer betrokken is om de oorzaak daarvan te onderzoeken. Hij staat achter het afnemen van een NICHD-interview zoals door de Raad is voorgesteld.




4.3.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat de screening bij Jeugdformaat in de middag na de zitting zal worden afgerond. In het traject krijgen alle gezinsleden aparte begeleiding. Op die manier wordt maatwerk geleverd en kan er meer duidelijkheid komen over de weerstand bij de kinderen richting hun vader. De gecertificeerde instelling wil zich allereerst richten op contactverlies oftewel onderzoeken wat maakt dat het verlies is ontstaan.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.



5.2.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De zorgen zijn gelegen in de sterk negatieve houding van de kinderen naar de vader. Tot voor kort hadden zij regelmatig omgang met de vader, maar sinds enkele tijd wordt een grote weerstand gezien bij de kinderen. De kinderen zijn stellig in hun mening ten aanzien van de vader.
Zij staan momenteel niet open voor contact en hebben uitdrukkelijk – ook tijdens het kindgesprek – aangegeven hier geen behoefte aan te hebben.
Het is zorgelijk dat enige vorm van emotie ontbreekt bij de kinderen wanneer zij spreken over de vader.
Zoals door de Raad en de gecertificeerde instelling ter zitting is aangeven is oudervervreemding schadelijk voor de ontwikkeling van een kind. Contact met beide ouders is van belang voor een goede identiteitsontwikkeling. Op dit moment is het onduidelijk waar de weerstand van de kinderen vandaan komt. De vader en de moeder staan hierin lijnrecht tegenover elkaar.
De moeder heeft aangegeven dat sprake is van dwingende controle vanuit de vader waarbij hij zich verbaal en fysiek agressief heeft opgesteld, ook richting de kinderen.
Volgens de vader zijn deze beschuldigingen niet waar en belast de moeder de kinderen juist met negatieve uitspraken over de vader.



De kinderrechter kan de Raad dan ook gezien deze tegenstelling volgen in haar advies voor het afnemen van een NICHD-interview. Via deze interview-methode wordt de kinderen de ruimte geboden om aan een gedragswetenschapper, die daartoe specifiek is opgeleid, te vertellen over de gebeurtenissen uit het verleden. Er dient zicht te komen op de weerstand van de kinderen zodat – indien nodig – de benodigde hulpverlening voor de kinderen kan worden opgestart en duidelijkheid ontstaat over de mogelijkheid tot contactherstel. Zo nodig kan hieruit ook voortvloeien dat er individuele hulpverlening c.q. therapie noodzakelijk is voor de ouder(s).




5.3.

Vanuit de voorlopige ondertoezichtstelling is reeds een vaste jeugdbeschermer betrokken. De kinderrechter acht het van belang dat deze de komende periode betrokken blijft en toeziet op de ontwikkeling van de kinderen. De kinderrechter ziet aanleiding om het verzoek toe te wijzen voor een periode van zes maanden. Het verzoek zal voor het overige worden aangehouden. Deze termijn is passend aangezien de jeugdbeschermer reeds vanaf de uitspraak van de voorlopige ondertoezichtstelling betrokken is, inmiddels een lijn heeft uitgezet, die op korte termijn van start kan gaan bij Jeugdformaat en de zwaarte van de zaak vraagt om een tussentijds toetsmoment.
De kinderrechter wil voorafgaand aan de nieuwe zitting op de hoogte worden gesteld over het verloop van het traject Ouderschap Blijft van Jeugdformaat waar het gezin binnenkort mee zal starten en ook geïnformeerd worden over de uitkomst van het NICHD-interview, de eventueel ingezette hulpverlening voor de kinderen, behandeling voor de ouder(s) en mogelijkheden voor enige vorm van contactherstel.



5.4.
De kinderrechter verzoekt de Raad en de gecertificeerde instelling uiterlijk twee weken voor de nog nader te bepalen zittingsdatum aan de rechtbank en de overige belanghebbenden een schriftelijke update te sturen met daarin het verloop van de ondertoezichtstelling.



5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.









6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 4 augustus 2026 tot 4 februari 2027;


6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting van mr. J.C. van den Dries, gelegen vóór 4 februari 2027;



6.4.

gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:
- de Raad;
- de gecertificeerde instelling;
- de moeder;
- de vader;
- mr. C. Ekholm;
- mr. A. Hashem Jawaheri;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2], voor een kindgesprek;




6.5.
verzoekt de Raad en de gecertificeerde instelling om uiterlijk twee weken voorafgaand aan voornoemde zitting een schriftelijke update zoals hierboven genoemd aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen.










Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026 door mr. J.C. van den Dries, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.







Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:255 BW.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.