Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:24804
2026-07-31
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/707405 / JE RK 26-1081
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
vervangende toestemming inschrijving tandarts, gedeeltelijke gezagsuitoefening door de GI, afwijzing verzoek geschillenregeling
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.676 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/707405 / JE RK 26-1081,
C/09/706758 / JE RK 26-1010 en
C/09/706765 / JE RK 26-1012
Datum uitspraak: 31 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter
Gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling ex artikel 1:265e BW
Vervangende toestemming medische behandeling
Verzoek ex artikel 1:262b BW
in de zaak naar aanleiding van de verzoeken van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
in de zaken met zaaknummers C/09/707405 / JE RK 26-1081 en C/09/706765 / JE RK 26-1012 betreffende:
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
en in de zaak met zaaknummer C/09/706758 / JE RK 26-1010 betreffende:
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ;
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 3] 2025 te [geboorteplaats] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres.
Het procesverloop
De kinderrechter heeft in alle drie de procedures kennisgenomen van de verzoekschriften.
Op 28 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Dit betrof een gecombineerde behandeling waarbij naast de voorliggende drie procedures ook de procedure met zaaknummer C/09/706440 FA RK 26-5567 is behandeld. Op dit laatste verzoek is bij afzonderlijke beschikking van 31 juli 2026 beslist.
Ter zitting is verschenen [naam] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
- De moeder is van rechtswege eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
- De kinderen verblijven feitelijk in een gezinsgerichte voorziening. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij elkaar, en [minderjarige 4] in een andere voorziening.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2026 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 28 maart 2027, daarnaast is ook de machtiging uithuisplaatsing verlengd tot 28 maart 2027.
Verzoek en verweer
De gecertificeerde instelling verzoekt:
In de procedure met zaaknummer C/09/706765 JE RK 26-1012:
op grond van artikel 1:262b BW een beslissing te nemen op het onderhavige geschil, te weten: dat vervangende toestemming wordt verleend voor de inschrijving van [minderjarige 3] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor zwemles;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de procedure met zaaknummer C/09/707405 JE RK 26-1081:
op grond van artikel 1:265e lid 1 sub a BW te bepalen dat het gezag over bovengenoemde minderjarigen gedeeltelijk, namelijk voor zover het betreft de aanmelding voor onderwijsinstelling nader te bepalen, toegekend wordt aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van de aanvang van de machtiging uithuisplaatsing tot en met 27 maart 2027;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
te bevelen dat deze gedeeltelijke gezagstoekenning aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden aangetekend zal worden in het gezagsregister.
In de procedure met zaaknummer C/09/706758 JE RK 26-1010:
op grond van artikel 1:265h BW vervangende toestemming te verlenen voor de noodzakelijke medische behandeling van de kinderen;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In alle drie procedures:
De moeder heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Vooraf
Op de zitting is gebleken dat de gecertificeerde instelling via de email contact heeft met de moeder. De jeugdbeschermer heeft ook bevestigd dat de certificeerde instelling alle voorliggende verzoeken met de moeder heeft geprobeerd te bespreken maar dat de moeder hier niet op gereageerd heeft. Ook zijn de voorliggende verzoekschriften door de gecertificeerde instelling aan de moeder toegezonden, waarbij haar ook is medegedeeld op welke datum en tijdstip de zitting bij de rechtbank zal plaatsvinden. De moeder is niet verschenen op de zitting en er heeft zich ook geen advocaat gesteld namens haar.
In de procedure met zaaknummer C/09/706765 JE RK 26-1012:
De gecertificeerde instelling verzoekt op basis van de geschillenregelging van artikel 1:262b Burgerlijk Wetboek (BW) vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen voor zwemles. Zoals op de zitting is besproken met de jeugdbeschermer, zal dit verzoek worden afgewezen. Uit de jurisprudentie volgt dat de geschillenregeling is bedoeld als vangnet voor geschillen die niet met een eigen procedure kunnen worden beslecht. Van deze vangnetbepaling moet terughoudend gebruik worden gemaakt, nu hiertegen alleen cassatie in het belang der wet openstaat (artikel 807 Rv). Voor de zwemles bestaat een minder ingrijpende aanpak, namelijk de weg van de schriftelijke aanwijzing (artikel 1:263 BW), waartegen wel rechtsmiddelen openstaan (artikel 1:264 BW).
In de procedure met zaaknummer C/09/707405 JE RK 26-1081:
De gecertificeerde instelling verzoekt haar (gedeeltelijk) te belasten met het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zodat zij kunnen worden ingeschreven op school. Het is niet gelukt om de inschrijving in onderling overleg te regelen nu de moeder weigert in gesprek te gaan zolang zij de kinderen niet ziet.
Uit artikel 1:265e lid 1, aanhef en onder a BW volgt dat de kinderrechter kan bepalen dat gedurende de periode van uithuisplaatsing het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling dat de gecertificeerde instelling wordt belast met het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , voor zover dit betrekking heeft op de aanmelding bij een onderwijsinstelling. Daartoe overweegt de kinderrechter dat de kinderen (bijna) leerplichtig zijn en naar school moeten gaan, althans moeten worden ingeschreven op een school. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
In de procedure met zaaknummer C/09/706758 JE RK 26-1010:
De gecertificeerde instelling verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen bij een tandarts. Op de zitting is door de jeugdbeschermer toegelicht dat het wenselijk is dat de pleegouders c.q. gezinshuisouders de kinderen kunnen inschrijven bij een tandarts in hun woonplaats.
Ingevolge artikel 1:265h van het BW kan de kinderrechter vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert. De kinderrechter is van oordeel dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:265h van het BW. Het is immers noodzakelijk dat de kinderen in de gelegenheid worden gesteld om hun gebit regelmatig te laten controleren en dat hun mondgezondheid kan worden gemonitord. De kinderrechter zal dit verzoek toewijzen.
Beslissing
De kinderrechter:
bepaalt dat het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , voor zover dit betrekking heeft op:
- de aanmelding bij een onderwijsinstelling;
wordt uitgeoefend door Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
verleent vervangende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij een tandarts in hun woonplaats;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 juli 2026.
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/707405 / JE RK 26-1081,
C/09/706758 / JE RK 26-1010 en
C/09/706765 / JE RK 26-1012
Datum uitspraak: 31 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter
Gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling ex artikel 1:265e BW
Vervangende toestemming medische behandeling
Verzoek ex artikel 1:262b BW
in de zaak naar aanleiding van de verzoeken van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
in de zaken met zaaknummers C/09/707405 / JE RK 26-1081 en C/09/706765 / JE RK 26-1012 betreffende:
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
en in de zaak met zaaknummer C/09/706758 / JE RK 26-1010 betreffende:
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ;
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ;
- [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ;
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 3] 2025 te [geboorteplaats] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres.
Het procesverloop
De kinderrechter heeft in alle drie de procedures kennisgenomen van de verzoekschriften.
Op 28 juli 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Dit betrof een gecombineerde behandeling waarbij naast de voorliggende drie procedures ook de procedure met zaaknummer C/09/706440 FA RK 26-5567 is behandeld. Op dit laatste verzoek is bij afzonderlijke beschikking van 31 juli 2026 beslist.
Ter zitting is verschenen [naam] namens de gecertificeerde instelling. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Feiten
- De moeder is van rechtswege eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
- De kinderen verblijven feitelijk in een gezinsgerichte voorziening. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij elkaar, en [minderjarige 4] in een andere voorziening.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2026 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 28 maart 2027, daarnaast is ook de machtiging uithuisplaatsing verlengd tot 28 maart 2027.
Verzoek en verweer
De gecertificeerde instelling verzoekt:
In de procedure met zaaknummer C/09/706765 JE RK 26-1012:
op grond van artikel 1:262b BW een beslissing te nemen op het onderhavige geschil, te weten: dat vervangende toestemming wordt verleend voor de inschrijving van [minderjarige 3] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor zwemles;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de procedure met zaaknummer C/09/707405 JE RK 26-1081:
op grond van artikel 1:265e lid 1 sub a BW te bepalen dat het gezag over bovengenoemde minderjarigen gedeeltelijk, namelijk voor zover het betreft de aanmelding voor onderwijsinstelling nader te bepalen, toegekend wordt aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van de aanvang van de machtiging uithuisplaatsing tot en met 27 maart 2027;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
te bevelen dat deze gedeeltelijke gezagstoekenning aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden aangetekend zal worden in het gezagsregister.
In de procedure met zaaknummer C/09/706758 JE RK 26-1010:
op grond van artikel 1:265h BW vervangende toestemming te verlenen voor de noodzakelijke medische behandeling van de kinderen;
de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In alle drie procedures:
De moeder heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Vooraf
Op de zitting is gebleken dat de gecertificeerde instelling via de email contact heeft met de moeder. De jeugdbeschermer heeft ook bevestigd dat de certificeerde instelling alle voorliggende verzoeken met de moeder heeft geprobeerd te bespreken maar dat de moeder hier niet op gereageerd heeft. Ook zijn de voorliggende verzoekschriften door de gecertificeerde instelling aan de moeder toegezonden, waarbij haar ook is medegedeeld op welke datum en tijdstip de zitting bij de rechtbank zal plaatsvinden. De moeder is niet verschenen op de zitting en er heeft zich ook geen advocaat gesteld namens haar.
In de procedure met zaaknummer C/09/706765 JE RK 26-1012:
De gecertificeerde instelling verzoekt op basis van de geschillenregelging van artikel 1:262b Burgerlijk Wetboek (BW) vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen voor zwemles. Zoals op de zitting is besproken met de jeugdbeschermer, zal dit verzoek worden afgewezen. Uit de jurisprudentie volgt dat de geschillenregeling is bedoeld als vangnet voor geschillen die niet met een eigen procedure kunnen worden beslecht. Van deze vangnetbepaling moet terughoudend gebruik worden gemaakt, nu hiertegen alleen cassatie in het belang der wet openstaat (artikel 807 Rv). Voor de zwemles bestaat een minder ingrijpende aanpak, namelijk de weg van de schriftelijke aanwijzing (artikel 1:263 BW), waartegen wel rechtsmiddelen openstaan (artikel 1:264 BW).
In de procedure met zaaknummer C/09/707405 JE RK 26-1081:
De gecertificeerde instelling verzoekt haar (gedeeltelijk) te belasten met het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zodat zij kunnen worden ingeschreven op school. Het is niet gelukt om de inschrijving in onderling overleg te regelen nu de moeder weigert in gesprek te gaan zolang zij de kinderen niet ziet.
Uit artikel 1:265e lid 1, aanhef en onder a BW volgt dat de kinderrechter kan bepalen dat gedurende de periode van uithuisplaatsing het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling dat de gecertificeerde instelling wordt belast met het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , voor zover dit betrekking heeft op de aanmelding bij een onderwijsinstelling. Daartoe overweegt de kinderrechter dat de kinderen (bijna) leerplichtig zijn en naar school moeten gaan, althans moeten worden ingeschreven op een school. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
In de procedure met zaaknummer C/09/706758 JE RK 26-1010:
De gecertificeerde instelling verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de kinderen bij een tandarts. Op de zitting is door de jeugdbeschermer toegelicht dat het wenselijk is dat de pleegouders c.q. gezinshuisouders de kinderen kunnen inschrijven bij een tandarts in hun woonplaats.
Ingevolge artikel 1:265h van het BW kan de kinderrechter vervangende toestemming verlenen voor de medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, indien behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden en de ouder die het gezag uitoefent zijn toestemming daarvoor weigert. De kinderrechter is van oordeel dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:265h van het BW. Het is immers noodzakelijk dat de kinderen in de gelegenheid worden gesteld om hun gebit regelmatig te laten controleren en dat hun mondgezondheid kan worden gemonitord. De kinderrechter zal dit verzoek toewijzen.
Beslissing
De kinderrechter:
bepaalt dat het gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , voor zover dit betrekking heeft op:
- de aanmelding bij een onderwijsinstelling;
wordt uitgeoefend door Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
verleent vervangende toestemming voor de inschrijving van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] bij een tandarts in hun woonplaats;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 juli 2026.