Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24564

2026-03-19 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.58679 en NL25.58680
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-03-19
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.58679 en NL25.58680
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel, ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.654 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL25.58679 en NL25.58680


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen





[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. E. Berger),


en




de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. R.I. Schreinemachers).



Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter haar verzoek om een voorlopige voorziening.



1.1
Eiseres heeft op 13 november 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 november 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.



1.2
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, K.C. Kortrijk-Fourmon als tolk en de gemachtigde van verweerder.



1.3
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting aangehouden en verweerder opgedragen om de “Bulletin van opheffing van insluiting” die eiseres in beroep heeft overgelegd te laten onderzoeken door Bureau Documenten. Verweerder heeft dit op 29 januari 2026 gedaan. Eiseres heeft hier op 30 januari 2026 op gereageerd.



1.4
De rechtbank heeft verweerder op 2 en 3 februari verzocht om te reageren op eiseres. Verweerder heeft dit op 10 februari 2026 gedaan. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 11 februari 2026 gesloten.




Beoordeling door de rechtbank


Waar gaat deze zaak over?



Het asielrelaas
2. Eiseres heeft de Kameroense nationaliteit, behoort tot de Bamileké/Dschang bevolkingsgroep en is geboren op [geboortedatum] 1983. Zij heeft verklaard lesbisch te zijn. Hierdoor zou eiseres zijn gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Het bestreden besluit3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:- identiteit, nationaliteit en herkomst;- de seksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit vloeiende problemen.



3.1
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig.Verweerder acht de seksuele gerichtheid van eiseres en de daaruit vloeiende problemen niet geloofwaardig. Daarbij is van belang dat eiseres onvoldoende documenten heeft overgelegd ten aanzien van haar detentie en haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft eiseres oppervlakkig inzicht gegeven in hoe zij tot de conclusie kwam dat zij lesbisch is, heeft zij wisselend verklaard over wanneer zij gevoelens kreeg voor vrouwen, heeft zij oppervlakkig verklaard over haar relatie met [naam 1] , heeft zij tegenstrijdig verklaard over haar handelingen met betrekking tot haar geaardheid en heeft zij geen inzicht gegeven in welke gevoelens zij zou onderdrukken. Verweerder vindt dat eiseres gelet op de wel geloofwaardig geachte delen bij terugkeer naar Kameroen geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Het enkele feit dat eiseres uit Kameroen komt is hiervoor onvoldoende. Tot slot heeft verweerder de asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard, omdat eiseres een vervalst document bij zich had waarin staat vermeld dat zij een duplicaat van een Franse verblijfsvergunning zou ontvangen. Wat vindt eiseres in beroep?


4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – aan dat onvoldoende rekening is gehouden met haar referentiekader, dat verweerder ten onrechte meer emotionele diepgang van haar verwacht en dat er geen rekening is gehouden met de context waarin zij haar geaardheid heeft ontwikkeld en beleefd. Daarnaast voert eiseres aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling deugdelijke motivering mist. Ook heeft verweerder ten onrechte de verklaring van de zus van eiseres, de relatie met [naam 2] en de omstandigheid dat eiseres is uitgehuwelijkt en mishandeld niet betrokken in de beoordeling. Eiseres voert verder aan dat haar aanvraag niet als kennelijk ongegrond kon worden afgewezen. Daarnaast is Nigeria volgens eiseres geen land van terugkeer. Tot slot verzoekt eiseres verweerder te veroordelen tot vergoeding van schade.




Wat is het oordeel van de rechtbank?





Referentiekader
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres en heeft hij voldoende doorgevraagd naar de asielmotieven van eiseres. Verweerder heeft in het voornemen en het bestreden besluit uiteengezet wat volgens hem het referentiekader van eiseres is en op welke wijze hij daarmee rekening heeft gehouden. Daarbij is van belang dat verweerder korte en gerichte vragen heeft gesteld en deze, indien nodig, heeft herhaald en verduidelijkt. Ook heeft verweerder erop kunnen wijzen dat niet is gebleken dat eiseres de tolk niet heeft kunnen verstaan. Dat verweerder niet alle punten van het referentiekader expliciet heeft benoemd in het besluit, maakt nog niet dat hier onvoldoende rekening mee is gehouden. Dat eiseres uit een cultuur komt waar zij haar geaardheid niet vrijuit heeft kunnen ontwikkelen en beleven, maakt niet dat in het geheel geen inzichtelijke of gedetailleerde verklaringen van eiseres mogen worden verwacht, vooral nu eiseres heeft gesteld een relatie van zeventien jaar te hebben gehad.




De geloofwaardigheidsbeoordeling
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres met haar verklaringen haar seksuele gerichtheid en de daaruit vloeiende problemen niet aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft mogen vinden dat haar verklaringen hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. In wat eiseres in beroep naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder niet vast mocht houden aan de tegenwerpingen zoals verweerder die in dit verband heeft opgenomen in het voornemen en het bestreden besluit. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.




6.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid, gelet op de verklaringen van eiseres, ongeloofwaardig is. Verweerder stelt zich in dat kader niet ten onrechte op het standpunt dat van eiseres – ook gelet op het gestelde referentiekader – meer mocht worden verwacht dan zij heeft verklaard. Zo heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiseres geen gedetailleerde en specifieke verklaringen heeft kunnen afleggen over haar persoonlijke ervaringen, gedachten en gevoelens hierbij. Eiseres heeft slechts oppervlakkig inzicht gegeven in hoe zij tot de conclusie is gekomen dat zij lesbisch is en heeft oppervlakkig verklaard over haar zeventienjarige relatie met [naam 1] . De enkele verklaring dat eiseres mannen niet aantrekkelijk vond, maakt nog niet dat zij daarmee aannemelijk heeft gemaakt dat zij wel gevoelens heeft voor vrouwen. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat zij geen inzicht heeft gegeven in welke gevoelens zij moest onderdrukken. Ook deze verklaringen van eiseres blijven summier, oppervlakkig en onpersoonlijk. Ten aanzien van de overgelegde brief van de zus van eiseres, heeft verweerder mogen tegenwerpen dat deze niet als objectief kan worden gezien. Dit geldt ook voor de overgelegde verklaring van [naam 2] . Daarnaast heeft verweerder erop kunnen wijzen dat de seksuele gerichtheid en de daarbij horende relaties – waaronder de gestelde relatie met [naam 2] – ongeloofwaardig zijn geacht.



6.2
De rechtbank is verder ten aanzien van de “Bulletin van opheffing van insluiting” van oordeel dat verweerder erop heeft kunnen wijzen dat dit document eerst in beroep is overgelegd, dat terwijl eiseres tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat zij geen documenten heeft die haar gestelde detentie in Kameroen zouden kunnen aantonen. Ook heeft verweerder mogen stellen dat het document een kopie betreft. Dat de opmaak van de kopie geen afwijkingen ten opzichten van de algemene kenmerken en stijl van officiële documenten uit Kameroen toont, betekent nog niet dat de kopie echt is en dat eiseres daarbij aannemelijk heeft gemaakt dat zij wegens haar lesbische geaardheid in detentie heeft gezeten. Er kan immers geen oordeel worden gegeven over de echtheid van de kopie van het document. De rechtbank acht de verklaring over waarom eiseres het origineel van het document niet kan verkrijgen – zeker gelet op het belang van dit document – onvoldoende. Daar komt bij dat eiseres eerder een vals bevonden Frans document heeft ingebracht, waarover in rechtsoverweging zeven meer. Verweerder mag verder uitgaan van de deskundigheid van Bureau Documenten. Het overgelegde rapport van dr. Hazel Margaret Cameron maakt het voorgaande daarom niet anders. De rechtbank merkt op dat eiseres uiteraard nog steeds kan proberen om het originele document naar Nederland toe te krijgen en dat dit wellicht tot een andere uitkomst kan leiden.



6.3
Nu verweerder niet ten onrechte heeft gesteld dat de seksuele geaardheid van eiseres niet geloofwaardig is, heeft verweerder in het verlengde daarvan ook kunnen stellen dat de daaruit volgende problemen niet geloofwaardig zijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder al op basis van de voorgaande tegenwerpingen voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de verklaringen van eiseres over haar seksuele gerichtheid en de als gevolg daarvan ontstane problemen ongeloofwaardig vindt. De overige tegenwerpingen die verweerder in de besluitvorming heeft genoemd, laat de rechtbank daarom onbesproken.



Kennelijk ongegrond
7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder het besluit als kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren. Daarbij is van belang dat de rechtbank, anders dan eiseres stelt, van oordeel is dat het (vervalste) overgelegde document kan worden aangemerkt als document omtrent haar identiteit en nationaliteit. Verweerder heeft er ter zitting op kunnen wijzen dat eiseres zelf weet hoe zij aan het document is gekomen en daarom had moeten of kunnen weten dat deze vervalst is. Dat eiseres niet wist dat het document vervalst was en een authentiek Kameroens paspoort heeft overgelegd doet hier daarom niet aan af.




7.1
Nu verweerder de asielaanvraag van eiseres kennelijk ongegrond heeft kunnen verklaren, betekent dit ook dat verweerder de asielaanvraag in de grensprocedure heeft kunnen behandelen. Dit betekent dat er geen sprake is van een onrechtmatige handeling of besluit. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom ook afgewezen.



Land van terugkeer
8. De rechtbank is tot slot van oordeel dat Nigeria op basis van de removal order kan worden opgenomen als land van terugkeer. Eiseres is immers vanuit Nigeria Nederland ingereisd, waardoor de luchtvaartmaatschappij verplicht is om eiseres terug te vervoeren naar het land van herkomst of bestemming. Bovendien is Kameroen ook genoemd als land van terugkeer. Dit heeft eiseres niet betwist.









Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft.

10. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen.

11. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing



De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van N. Đukić, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening is geen hoger beroep mogelijk.




Zie artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.


Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw.


Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2488.


Zoals geregeld in de artikelen 5, 63 en 65 van de Vw.