Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:24466

2026-07-28 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/709308 / JE RK 26-1262
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/709308 / JE RK 26-1262
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

ondertoezichtstelling 1:255 BW

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.036 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Jeugd- en Zorgrecht



Zaaknummer: C/09/709308 / JE RK 26-1262
Datum uitspraak: 28 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming,
'sGravenhage,
hierna te noemen: de Raad,



over




Het ongeboren kind van de hierna te noemen moeder,
hierna te noemen: het nog ongeboren kind.



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,




Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.



De kinderrechter merkt als informant aan:





[de partner]
,
hierna te noemen: de partner van de moeder,
wonende in [woonplaats] .





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026;
- het rapport van de Raad van 21 juli 2026.



1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [naam] namens de Raad.



De partner van de moeder, de moeder en de gecertificeerde instelling zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.






2De feiten


2.1.
De moeder is op [datum] 2026 gehuwd met de heer [de partner] .



2.2.
De moeder is in december 2026 uitgerekend.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 mei 2026 het nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht gesteld tot 30 juli 2026.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt het nog ongeboren kind onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling en de veiligheid van het nog ongeboren kind. Er zijn zorgen dat het nog ongeboren kind zowel voorafgaand als na de geboorte wordt blootgesteld aan huiselijk geweld tussen de ouders, waarbij er sprake is van zowel verbale als fysieke agressie. Hoewel de ouders het gebruik van huiselijk geweld ontkennen, zijn er wel veel meldingen gemaakt bij de politie van huiselijk geweld en is de moeder recent onder het bloed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Ook wordt het nog ongeboren kind blootgesteld aan drugsgebruik door de ouders. Dit vormt grote risico’s voor zijn groei en ontwikkeling voor- en na de geboorte, waarbij er mogelijk sprake is van blijvende ontwikkelingsschade. Hoewel de ouders het drugsgebruik ontkennen, worden zij continu onder invloed gezien door de politie en hebben zij positief getest op harddrugs. De Raad maakt zich er ernstige zorgen over dat de moeder niet open is over haar drugsgebruik en dat zij de door de politie aangeboden hulpverlening afwijst. Naast deze zorgen, maakt de Raad zich ook grote zorgen over de onveiligheid in de opvoedsituatie na de geboorte, gelet op de onveilige opvoedsituatie waarin de oudere kinderen van de moeder verbleven. De halfbroers hebben verklaard over dermate ernstige en langdurige (fysieke) mishandelingen door de moeder, waar het netwerk ook op momenten getuige van is geweest, dat de Raad het noodzakelijk vond aangifte te doen van kindermishandeling bij de politie. De Raad maakt zich ernstige zorgen dat als er niets verandert, ook de baby het slachtoffer zal worden van fysieke en emotionele mishandeling dan wel verwaarlozing door de moeder. Ook zijn er grote zorgen vanwege de politiecontacten van de vader in het verleden en het heden. Bovendien wordt er in de buurt geklaagd over de overlast vanwege huiselijk geweld, drugsgebruik, de aanwezigheid van drugsgebruikers in en rondom de woning van de ouders en vernielingen aan de woning. De politie is op dagelijkse basis betrokken bij het gezin. De woningbouw is een procedure gestart om de partner van de moeder, die hoofdhuurder is, uit de woning te krijgen. De Raad maakt zich verder zorgen over de mogelijkheden van de ouders om aan te sluiten bij de behoeftes van een baby als zij onder invloed zijn van drugs of onderlinge conflicten hebben. Als zij onvoldoende in staat zijn om bij het nog ongeboren kind aan te sluiten, kan dit leiden tot een verstoorde hechtingsontwikkeling waar het kind zijn leven lang gevolgen van ondervindt. Door het gebrek aan probleeminzicht bij beide ouders en het ontkennen van de zorgen, is het niet mogelijk om de ernstige ontwikkelingsbedreiging in het vrijwillig kader weg te nemen. De partner van de moeder werkt niet mee met de jeugdbescherming en er zijn meerdere afspraken afgezegd. Ook komt de moeder soms niet naar de afspraken voor controle van de zwangerschap. Een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar is noodzakelijk om zicht te hebben op de veiligheid van de baby voor en na zijn geboorte, om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten en bodemeisen en veiligheidsafspraken vast te stellen.





4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



4.2.
De ontwikkeling van het nog ongeboren kind wordt ernstig bedreigd. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van het nog ongeboren kind zowel voorafgaand als na afloop van de geboorte. Er is onvoldoende zicht op hoe het nog ongeboren kind zich in de buik van de moeder ontwikkelt. Hoewel de moeder en haar partner dit ontkennen, zijn er duidelijke aanwijzingen dat er regelmatig sprake is van (hard)drugsgebruik en huiselijk geweld. Dit heeft zowel invloed op de ontwikkeling van het nog ongeboren kind in de buik als de mogelijkheid om als opvoeders bij een baby op een responsieve en sensitieve manier aan te sluiten. Als gevolg hiervan kan er blijvende ontwikkelingsschade bij het nog ongeboren kind optreden en is zijn fysieke veiligheid in gevaar. Daarnaast zijn er zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder (en haar partner) en de opvoedomgeving als gevolg van wat de oudere kinderen van de moeder hebben aangegeven over wat zij hebben meegemaakt in de opvoedsituatie. De partner van de moeder is bekend bij de politie en de politie is vrijwel dagelijks bij het gezin betrokken. Dit is mede het gevolg van de overlastmeldingen die door buurtbewoners zijn gedaan, waarbij onder meer gemeld wordt dat er drugsgebruikers rondom de woning zijn en dat er regelmatig vernielingen aan de woning worden gedaan. Inmiddels wil de woningbouwvereniging ook de partner van de moeder, en de moeder, uit de woning krijgen. De kinderrechter acht de moeder, en haar partner, onvoldoende in staat om de ernstige ontwikkelingsbedreiging weg te nemen met vrijwillige hulpverlening. De moeder en haar partner ontkennen de zorgen en tonen geen probleeminzicht. Zij hebben aangeboden hulpverlening niet geaccepteerd en afspraken afgezegd. De kinderrechter acht het daarom passend en noodzakelijk dat het nog ongeboren kind voor de duur van een jaar onder toezicht wordt gesteld. Het is noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft die zicht houdt op de ontwikkeling en de veiligheid van het nog ongeboren kind en regie voert over de noodzakelijke hulpverlening. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de moeder en haar partner de komende periode zullen beseffen dat het in het belang van het nog ongeboren kind noodzakelijk is dat zij hun situatie veranderen en dat zij de samenwerking met de gecertificeerde instelling en de hulpverlening aangaan.



4.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt het nog ongeboren kind onder toezicht voor de duur van een jaar.


4.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
beschouwt het ongeboren kind als geboren;



5.2.
stelt het nog ongeboren kind onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 28 juli 2026 tot 28 juli 2027;


5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 25 augustus 2026.







Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:2 BW.


Artikel 1:255 BW.