Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:23402

2026-08-19 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.40009 en NL26.40010
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-19
Publicatiedatum
2026-08-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.40009 en NL26.40010
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel Comoren; verweerder heeft de tweede reden voor de asielaanvraag terecht niet aangemerkt als een asielmotief en de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond; beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.538 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Amsterdam



Bestuursrecht



Zaaknummers: NL26.40009 (beroep) en NL26.40010 (voorlopige voorziening)



V-nummer: [v-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen



[eiseres], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. E.A. Besselsen),


en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G.W. Wezelman).



Procesverloop


Bij besluit van 10 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond in de asielgrensprocedure.



Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft zij om een voorlopige voorziening verzocht, die ertoe strekt dat zij niet wordt uitgezet totdat op haar beroep is beslist.



De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 10 augustus 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk in de Franse taal is verschenen K.C. Kortrijk-Fourmon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.




Overwegingen



Het asielrelaas


1. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres stelt van Comorese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 2003. Ze woont sinds 2016 bij haar tante in de Comoren, nadat haar vader de Comoren heeft verlaten in om in Frankrijk te gaan wonen. Haar moeder is al jaren eerder vertrokken toen eiseres vijf jaar oud was. Haar broers hebben de Comoren ook verlaten. Eiseres is door haar tante slecht behandeld en geslagen wanneer ze om het geld van haar vader vroeg. Ook heeft haar tante kokend water over haar heen gegooid. Bij terugkeer vreest zij weer te worden mishandeld en zelfs te worden vermoord door haar tante.



Het bestreden besluit


2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende redenen voor asiel:


1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. mishandeling door haar tante in de Comoren.



2.1.
Verweerder vindt de eerste reden een asielmotief en deels geloofwaardig. Eiseres is op een vals Frans paspoort Nederland ingereisd. Daarbij heeft ze geen originele identificerende documenten overgelegd, alleen verschillende kopieën van een Comorees paspoort en geboorteakte die niet op echtheid kunnen worden gecontroleerd. De gestelde identiteit kan hierdoor niet worden aangenomen. Eiseres had haar originele documenten kunnen meenemen, want ze stelt in het bezit te zijn van een Comorees paspoort. Dat ze haar paspoort niet kon vinden is geen verschoonbare reden. Ook is niet gebleken dat ze haar originele paspoort niet op een andere manier had kunnen overleggen. Verder vindt verweerder de tweede reden wel geloofwaardig, maar kwalificeert dit niet als een asielmotief. Een mishandeling door een familielid waarmee eiseres samenwoont, heeft namelijk geen raakvlakken met het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 van het EVRM. Daarbij heeft verweerder overwogen dat eiseres zich kan onttrekken aan haar tante in de Comoren en zelfstandig kan zijn. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in het hele land onveilig is voor haar tante. Ook zou eiseres zou desnoods het geweld van haar tante tegen haar kunnen melden bij de autoriteiten. Verweerder komt daarom tot de conclusie dat de asielaanvraag als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen.



Bespreking van de beroepsgronden

3. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zij zich aan haar tante kan onttrekken. Gelet op de (jonge) leeftijd waarop zij is achtergelaten en de buitengewoon onveilige gezinssituatie waarin zij verkeerde, is het niet zonder meer een gegeven dat zij werkelijk op eigen benen zou kunnen staan en dat het realistisch is dat zij zich zou kunnen onttrekken aan haar tante. Er zijn geen vragen gesteld over haar opleidingsniveau en/of haar mogelijkheden om financieel voor zichzelf te zorgen. Verweerder heeft dan ook niet kunnen vaststellen of zij zich daadwerkelijk van haar tante kan onttrekken. Uit het gehoor blijkt enkel dat zij enerzijds afhankelijk is van de financiële steun van haar vader en anderzijds dat zij voor wat betreft haar huisvesting afhankelijk is van haar tante. Zij verkeert in een totaal afhankelijke, kwetsbare positie ten opzichte van haar familie en is bewust economisch klein gehouden. Het in het gehoor geschetste beeld strookt met de publieke informatie over de positie van vrouwen op de Comoren. In het rapport van Unicef wordt het omschreven als economisch geweld. Het economisch geweld, gericht tegen vrouwen, maakt dan ook dat eiseres wel degelijk onveilig is op de Comoren. Er kan ook geen effectieve rechtsbescherming worden verwacht van de Comorese autoriteiten tegen het geloofwaardig geachte geweld. Er is weliswaar een wet die het mogelijk maakt om geweld tegen vrouwen aan te pakken, maar dit is vooral een papieren werkelijkheid. Uit het jaarlijkse rapport on Human Rights and Democracy van de EU, het rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en uit ook het rapport van de OECD volgt dat het onduidelijk is welk geweld onder die wet valt. Daarbij is het ook aannemelijk dat de mishandelingen doorgaan bij terugkomst. Het had op de weg van verweerder gelegen om daar nader onderzoek naar te doen mede in het licht van artikel 34 van de Procedureverordening.




3.1
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de tweede reden voor de asielaanvraag terecht niet als een asielmotief heeft aangemerkt. Verweerder heeft daarbij terecht betrokken dat eiseres een volwassen vrouw is, die niet financieel afhankelijk is van haar tante. Haar vader onderhoudt haar namelijk financieel door geld te sturen. Niet valt in te zien dat haar vader het geld niet rechtstreeks naar eiseres kan sturen, waardoor ze niet (financieel) afhankelijk is van haar tante. Daarnaast heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres bescherming kan vragen bij de autoriteiten in de Comoren. Ook al blijkt uit de overlegde landeninformatie dat het lastig is om bescherming en hulp te krijgen in de Comoren, is het niet onmogelijk of bij voorbaat zinloos. Uit het rapport van de OECD van oktober 2025 blijkt namelijk dat er specifieke wetgeving is in de Comoren die alle vormen van geweld tegen vrouwen aanpakt. Eiseres heeft niet geprobeerd om deze bescherming in te roepen, waardoor niet kan worden gesteld dat die bescherming voor haar niet beschikbaar zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.


4. Verder heeft eiseres aangevoerd dat de asielaanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgewezen. Het toepassen van deze afwijzingsgrond is een discretionaire bevoegdheid van verweerder. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom het in dit geval noodzakelijk was om daar gebruik van te maken. De misleiding moet nog actueel zijn. Uit het dossier blijkt echter dat sinds de aankomst van eiseres direct duidelijk is geworden dat het Franse paspoort niet van haar was. Er is met andere woorden geen sprake meer van enige vorm van misleiding door het gebruik van valse documentatie. De misleiding is evident niet meer actueel. Nu direct duidelijk was dat het Franse paspoort niet van eiseres was, en eiseres bij het gehoor kopieën van haar eigen paspoort, geboortecertificaat en identificatiebewijzen van haar ouders heeft overgelegd, is het valse paspoort niet van negatieve invloed op de beslissing.




4.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. Eiseres heeft een vals Frans paspoort gebruikt om Nederland in te reizen. Daarnaast heeft zij geen originele documenten overgelegd waar haar identiteit uit blijkt en daarom kan dit niet worden vastgesteld. Bovendien is gebleken dat eiseres van plan was door te reizen naar Frankrijk met haar vervalste paspoort. Verweerder heeft daarom kunnen aannemen dat er sprake was van misleiding. De beroepsgrond slaagt niet.


5. De rechtbank overweegt het volgende over de removal order naar Tanzania. Uit de uitspraak van de Afdeling van 10 juli 2026 volgt dat bij het opleggen van een terugkeerbesluit op basis van een removal order niet hoeft worden vastgesteld dat de vreemdeling toegang tot dat land en banden met dat land heeft. In het geval van eiseres is Tanzania terecht als land van doorreis aangemerkt. Er is dan ook terecht een terugkeerbesluit ten aanzien van Tanzania op grond van de removal order uitgevaardigd.





Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond.

7. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt dus afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.40009:

- verklaart het beroep ongegrond.


De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL26.40010:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 2 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.



Op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 42, eerste lid, onder c, van Verordening (EU) 2024/1348 (de Procedureverordening).


Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Afrobarometer, Comorian Women Face Barriers to Equality in Education, Employment, and
Politics, 18 maart 2026, pagina 2.


Unicef, Bulletin trimestriel d’information sur les violences faites aux enfants et aux femmes en
Union des Comores, pagina’s 2 en 3.


EU 2024 Annual Report on Human Rights and Democracy, pagina’s 87-88.


USDOS, Country Reports on Human Rights Practices for 2023 Department of State • Bureau of Democracy, Human Rights, and Labor, pagina 15.


OECD (Organisation for Economic Cooperation and Development), Comoros, Sigi Country Profile, 6 oktober 2025, p. 6: “it cannot be established that the law explicitly extends protection to domestic violence involving physical, psychological, economic and sexual abuse.


Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


ECLI:NL:RVS:2026:4028.