Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:23053
2026-07-30
Civiel recht
C/09/708343 KG ZA 26-752
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Executiegeschil. Het gevorderde verbod om het vonnis ten uitvoer te leggen en het pand te ontruimen wordt afgewezen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2022:1173 Hoge Raad 09-09-2022
- ECLI:NL:HR:2019:2026 Hoge Raad 20-12-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (21.440 tekens)
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/708343 KG ZA 26-752
Vonnis in kort geding van 30 juli 2026
in de zaak van
1 [eiser 1] B.V. te [vestigingsplaats] ,
2. EURO WERK AANNEEMBEDRIJF B.V. te Den Haag,
3. [eiser 2] te [woonplaats 1] ,
4. [eiser 3] te [woonplaats 1] ,
5. [eiser 4] te [woonplaats 1] ,
6. [eiser 5] te [woonplaats 1] ,
7. [eiser 6] te [woonplaats 1] ,
8. [eiser 7] te [woonplaats 1] ,
9. Zij die verblijven in de onroerende zaak/zaken staande en gelegen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4],
eisers,
advocaat: mr. R.M. van der Zwan,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat: mr. K.S.L. van Vliet.
Eiseressen sub 1 en sub 2 worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser 1] ’ en ‘Euro Werk’. Eisers worden tezamen aangeduid als ‘ [eisers] c.s.’. Eisers sub 2 tot en met sub 9 worden aangeduid als ‘Euro Werk c.s.’. Gedaagde wordt aangeduid als ‘ [gedaagde] ’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 juli 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3;
- de op 23 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eisers] c.s. een pleitnotitie is overgelegd.
1.2.
Op 23 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt toegelicht. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] is de eigenaar van de woningen aan het adres [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] (hierna: het pand).
2.2.
[gedaagde] verhuurt het pand sinds 1 september 2021. De huurovereenkomst van eind augustus 2021 vermeldt als huurder:
“Bedrijfsnaam : Euro Start Uitzendbureau
KvK-nummer : [nummer]
Vertegenwoordigd door:
Naam : De heer [naam 1]”
2.3.
Verder bepaalt de huurovereenkomst:
“Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de gestoffeerde woningen (…) om uitsluitend te worden gebruikt als woningen voor zijn medewerkers, bij het sluiten van deze overeenkomst, bestaande uit maximaal 02 (twee) personen per woning.”
2.4.
Op de huurovereenkomst zijn de ‘Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’ van toepassing verklaard, waarin voor zover relevant het volgende is opgenomen:
“16. Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs betreft:
- vindt de jaarlijkse huurprijswijziging plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer (…)
- geldt de gewijzigde huurprijs ook indien van de wijziging aan huurder geen afzonderlijke mededeling wordt gedaan.”
2.5.
Ten tijde van de totstandkoming van de huurovereenkomst stond in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer [nummer] ingeschreven Euro Start Uitzendbureau B.V. Dit was de statutaire naam van de betreffende vennootschap van 6 februari 2004 tot 3 januari 2022. Vanaf 22 oktober 2010 tot 1 januari 2022 was de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) de enige bestuurder van deze vennootschap. Vanaf 3 januari 2022 tot 7 april 2025 was de statutaire naam Venlo Group B.V. (hierna: Venlo Group). Op 7 april 2025 is Venlo Group ontbonden.
2.6.
Op 15 februari 2023 heeft de heer [naam 2] (namens [naam 1] ) Holland Building Vastgoed Beheer B.V. (de beheerder van het pand, hierna: de beheerder), voor zover relevant, als volgt bericht.
“Zoals besproken bevestig ik je hierbij ons voorstel.
[naam 1] neemt GLW per 01-03-2023 over op zijn naam.
Jij geeft mij de meterstanden op en wij regelen de papieren.
De huur wordt dit jaar niet verhoogd, dus pas eerst op 01-07-2024.
De huur per 01-03-2023 wordt verlaagd met het voorschot GLW. ad. 550,-
Graag verneem ik of jullie hiermee instemmen.
Daarnaast zou ik graag van jou nog een brief krijgen waarin jij de heer [naam 1] , en zijn bedrijf [eiser 1] BV toestemming geeft deze woningen onder te verhuren.”
2.7.
Op 28 februari 2023 heeft de beheerder, voor zover relevant, als volgt gereageerd.
“Wat betreft het verhuren van de appartementen verwijzen wij naar artikel 1.1 van de getekende huurovereenkomst waarin staat vermeld:
Het gehuurde, bestemming
1.1
Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de gestoffeerde woningen hierna 'het gehuurde’ genoemd, plaatselijk bekend:
[adres 1]
[adres 2]
[adres 3]
[adres 4]
om uitsluitend te worden gebruikt als woningen voor zijn medewerkers, bij het sluiten van deze overeenkomst, bestaande uit maximaal 02 (twee) personen per woning.”
2.8.
Op 5 maart 2024 heeft de gemeente de beheerder in het kader van een adresonderzoek gevraagd wie de huurder is van de woning aan het adres [adres 1] . Op dat moment bleken meerdere huurders een huurovereenkomst voor dit adres te hebben afgesloten. Per e-mail van 8 maart 2024 heeft de beheerder de gemeente als volgt bericht.
“Het complex is verhuurd aan Euro Start Uitzendbureau, zie in de bijlage de huurovereenkomst. Daar Euro Start Uitzendbureau het complex gebruikt als woningen voor hun werknemers, verzoeken wij u ook kontakt op te nemen met Euro Start Uitzendbureau.
Ik heb hun ook direct in de c.c. van deze mail gezet alsmede de eigenaar dhr. [gedaagde] .”
2.9.
De huurprijs van het pand bedroeg met ingang van 1 juli 2024 € 3.080,83 en met ingang van 1 juli 2025 € 3.207,14. Euro Werk betaalt de huurprijs van het pand al geruime tijd aan [gedaagde] . Euro Werk doet dit structureel aan het einde van de maand waarover de huur verschuldigd is. Na 1 juli 2025 is Euro Werk het (oude) bedrag van € 3.080,83 blijven betalen. [gedaagde] heeft Venlo Group aangemaand voor het te weinig betaalde.
2.10.
Bij vonnis van 5 juni 2026 (hierna: het vonnis) heeft de kantonrechter in een door [gedaagde] tegen Euro Werk c.s. gestarte procedure Euro Werk c.s. veroordeeld het gehuurde aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te ontruimen en Euro Werk veroordeeld om de achterstallige huur/gebruiksvergoeding te voldoen.
2.11.
Op 10 juni 2026 is het vonnis betekend, waarbij de ontruiming is aangezegd tegen 23 juli 2026. Euro Werk c.s. hebben op 15 juni 2026 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
3Het geschil
3.1.
[eisers] c.s. vorderen – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] verbiedt het vonnis van 5 juni 2026 verder te executeren en de ontruiming van het gehuurde uit te laten voeren totdat in hoger beroep een eindarrest is gewezen, op straffe van een dwangsom van € 75.000.000;
II. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Daartoe voeren [eisers] c.s. – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] heeft in strijd met artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gehandeld door de kantonrechter onjuist te informeren. [gedaagde] wist dat Venlo Group is ontbonden en hij heeft stilzwijgend ingestemd met Euro Werk of een andere vennootschap als huurder, maar bij de kantonrechter heeft [gedaagde] dit betwist. Het is altijd de intentie van partijen geweest om het pand te gebruiken voor werknemers van alle aan [naam 1] gelieerde bedrijven. [gedaagde] heeft er ook aan meegewerkt dat de contracten voor gas, water en elektra op naam van (het bedrijf van) [naam 1] is gezet.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
De stellingen van partijen worden hierna, voor zover nodig, besproken.
4De beoordeling van het geschil
[eiser 1] is niet-ontvankelijk
4.1.
[eiser 1] is geen partij geweest in de procedure die tot het te executeren vonnis heeft geleid. Zij moet daarom in het kader van dit kort geding worden aangemerkt als een derde in de zin van artikel 438 lid 6 Rv. Dit artikellid schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel de executant ( [gedaagde] ) als de geëxecuteerde (Euro Werk c.s.) door de derde moeten worden gedagvaard. Nu [eiser 1] heeft nagelaten om Euro Werk c.s. in dit kort geding (mede) te dagvaarden, is aan voormeld vereiste niet voldaan, zodat [eiser 1] op grond daarvan in beginsel niet-ontvankelijk in haar vorderingen moet worden verklaard.
4.2.
Uit vaste rechtspraak volgt echter dat [eiser 1] in een dergelijk geval de gelegenheid moet krijgen om Euro Werk c.s. alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv binnen een daartoe door de voorzieningenrechter te stellen termijn. In de onderhavige procedure ziet de voorzieningenrechter daartoe echter geen aanleiding, omdat de door Euro Werk c.s. (en [eiser 1] ) aangevoerde standpunten niet slagen en de vorderingen hoe dan ook worden afgewezen. Het laten oproepen van Euro Werk c.s. door [eiser 1] zou voor onnodige vertraging van de procedure zorgen, zonder dat de uitkomst daarvan verandert.
Spoedeisend belang
4.3.
[gedaagde] is op grond van het vonnis onder meer gerechtigd om de ontruiming van het pand te effectueren. De ontruiming van het pand is reeds aangezegd tegen 23 juli 2026. Euro Werk c.s. verzetten zich tegen de executie van het vonnis. De aard van de vordering brengt met zich dat Euro Werk c.s. hierbij een spoedeisend belang hebben.
Juridisch kader
4.4.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Euro Werk c.s. hebben hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. In deze situatie is het uitgangspunt dat [gedaagde] het vonnis direct ten uitvoer kan leggen. Afwijking van dat uitgangspunt kan aan de orde zijn als het vonnis een kennelijke misslag bevat of als sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan en afwijking van het vonnis kunnen rechtvaardigen. Een afwijking kan ook aan de orde zijn op grond van een belangenafweging, die in dit kort geding kan worden gemaakt omdat de beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet expliciet is gemotiveerd. In dat kader moet onderzocht worden of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van Euro Werk c.s. bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hen gestarte hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van het vonnis en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen en blijft de kans van slagen van het gestarte hoger beroep buiten beschouwing.
Geen nieuwe feiten en omstandigheden
4.5.
Euro Werk c.s. hebben niet gesteld dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan en afwijking van het vonnis kunnen rechtvaardigen. Dit biedt dus geen grond voor schorsing van de executie van het vonnis.
Geen kennelijke misslag
4.6.
Euro Werk c.s. meent dat sprake is van een kennelijke misslag omdat [gedaagde] volgens hen in strijd met de op [gedaagde] rustende waarheids- en informatieplicht heeft gehandeld. Als gevolg daarvan moet de voorzieningenrechter volgens Euro Werk c.s. de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen. [gedaagde] heeft er terecht op gewezen dat een schending van artikel 21 Rv geen kennelijke misslag oplevert, maar dat laat onverlet dat een schending van artikel 21 Rv als een (zwaarwegende) omstandigheid bij de belangenafweging kan worden betrokken en tot schorsing van de executie van het vonnis kan leiden. De voorzieningenrechter bespreekt dit hierna, onder de belangenafweging. Van een kennelijke misslag is echter niet gebleken.
Belangenafweging
4.7.
Euro Werk c.s. voeren aan dat [gedaagde] ervan op de hoogte was dat Venlo Group is ontbonden en dat [gedaagde] stilzwijgend heeft ingestemd met Euro Werk of een andere aan [naam 1] gelieerde vennootschap als huurder. Door dit in de procedure bij de kantonrechter te betwisten, heeft [gedaagde] volgens Euro Werk c.s. in strijd met artikel 21 Rv gehandeld. Dat [gedaagde] wel op de hoogte was van de ontbinding van Venlo Group en dat [gedaagde] stilzwijgend met een nieuwe huurder heeft ingestemd, volgt volgens Euro Werk c.s. uit de volgende drie omstandigheden.
4.8.
Ten eerste heeft de beheerder de gemeente op 8 maart 2024 per e-mail gemeld dat het pand is verhuurd aan Euro Werk. Daarbij heeft de beheerder volgens Euro Werk een huurovereenkomst tussen [eiser 1] (als verhuurder) en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] (als huurders) aangehecht als bijlage. [gedaagde] betwist dat de beheerder de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] naar de gemeente heeft gestuurd. Ter onderbouwing daarvan heeft [gedaagde] (anders dan eisers) het origineel van de e-mail van de beheerder aan de gemeente overgelegd, met een andere bijlage: de huurovereenkomst tussen [gedaagde] (als verhuurder) en Euro Start Uitzendbureau (nadien: Venlo Group) (als huurder). Deze e-mail van 8 maart 2024 heeft volgens de kop een bijlage: “Huurovereenkomst_ [adres 1] _ [adres 2] . [adres 3] . [adres 4] -[Ondertekend]-
[Ondertekend].pdf”. In de betreffende e-mail schrijft de beheerder dat ‘Het complex is verhuurd aan Euro Start Uitzendbureau, zie in de bijlage de huurovereenkomst’. De bijgevoegde huurovereenkomst heeft – zoals in de kop vermeld – betrekking op de verhuur van het complex (alle woningen) aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] , en [adres 4] en is door [gedaagde] verhuurd aan Euro Start Uitzendbureau.
4.9.
De door [eisers] c.s. overgelegde e-mail van 8 maart 2024 is geplakt in een mail van mr. Van der Zwan aan zichzelf. In die versie – die naar het oordeel van de voorzieningenrechter is aangepast – ontbreekt in de kop de vermelding van enige bijlage. Desondanks zou volgens [eisers] c.s. de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] als bijlage zijn meegezonden. Dat ligt niet voor de hand, zeker niet nu in de begeleidende tekst door de beheerder wordt geschreven dat [gedaagde] de huurder en Euro Start Uitzendbureau de verhuurder is, terwijl de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] uitsluitend ziet op een kamer in [adres 1] niet het complex, maar slechts een woning in het complex omvat. Bovendien valt op dat bij de e-mail van Van der Zwan twee bijlagen in de kop worden genoemd: “Huurovereenkomst_ [adres 1] _ [adres 2] . [adres 3] . [adres 4] -[Ondertekend]-
[Ondertekend].pdf” (hetzelfde document als de bijlage die [gedaagde] bij de e-mail van de beheerder heeft overgelegd) en “Xerox Scan_050320241 10530.pdf”, terwijl er maar één bijlage (zeer waarschijnlijk dus de Xerox Scan van de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] ) door [eisers] c.s. is overgelegd.
4.10.
Het is dan ook ongeloofwaardig en daarmee niet aannemelijk dat de beheerder, zoals Euro Werk c.s. stellen, een huurovereenkomst met als verhuurder [eiser 1] naar de gemeente heeft verzonden. De correspondentie waarnaar Euro Werk c.s. verwijzen biedt dan ook geen enkel aanknopingspunt voor het standpunt van Euro Werk c.s.
4.11.
Ten tweede wijzen Euro Werk c.s. op de (niet in de procedure bij de kantonrechter overgelegde) e-mailcorrespondentie van 15 en 18 februari 2023 tussen de heer [naam 2] (namens [naam 1] ) en de beheerder, waarbij is verzocht om de contracten voor gas, water en elektra voor het pand op naam van [naam 1] te zetten en waarin [naam 2] om schriftelijke toestemming heeft verzocht om [naam 1] en [eiser 1] toestemming te geven om het pand onder te verhuren. De beheerder heeft de toestemming vervolgens niet verleend, maar heeft verwezen naar artikel 1.1 van de huurovereenkomst, waarin is vermeld dat huurder (Venlo Group) het pand uitsluitend mag gebruiken als woningen voor haar medewerkers en met een maximum van twee personen per woning. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt hieruit dat [gedaagde] juist geen toestemming heeft verleend om [naam 1] en [eiser 1] als huurder aan te merken. Ook uit het enkele feit dat [gedaagde] heeft meegewerkt aan het op naam van [naam 1] zetten van de contracten voor gas, water en elektra voor het pand volgt niet dat [gedaagde] heeft ingestemd met [eiser 1] of enige andere aan [naam 1] gelieerde vennootschap als huurder.
4.12.
Ten derde hebben Euro Werk c.s. aangevoerd dat het altijd de intentie van partijen is geweest dat het pand zou worden gebruikt voor de werknemers van alle aan [naam 1] gelieerde bedrijven. De kantonrechter heeft op dit punt reeds geoordeeld dat partijen het inschrijvingsnummer bij de KvK van Venlo Group in de huurovereenkomst hebben vermeld en dat er daarom voorshands van moet worden uitgegaan dat [gedaagde] de huurovereenkomst met uitsluitend Venlo Group heeft gesloten. Euro Werk c.s. hebben in dit verband geen nieuwe of andere feiten aangedragen. Ook dit argument is tevergeefs door Euro Werk c.s. aangedragen.
4.13.
In het kader van de belangenafweging hebben Euro Werk c.s. tot slot nog aangevoerd dat de huur wordt betaald, er geen sprake is van overbewoning en dat het vanwege de krapte op de woningmarkt niet mogelijk is om op korte termijn andere woonruimte te vinden. Ter zitting heeft [gedaagde] voldoende aannemelijk gemaakt dat Euro Werk c.s. de volledige huur niet steeds tijdig betaalt, waardoor hij beslag heeft moeten leggen. Ten aanzien van de overige door Euro Werk c.s. aangevoerde belangen geldt dat de kantonrechter deze reeds heeft meegenomen in de belangenafweging en als gevolg daarvan een langere ontruimingstermijn heeft gegeven, zodat ook dit niet tot een schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis kan leiden.
4.14.
De slotsom is dat de belangenafweging in het voordeel van [gedaagde] uitvalt, zodat de vorderingen van Euro Werk c.s. worden afgewezen.
Proceskosten
4.15.
[eisers] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht € 341
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.707
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
verklaart [eiser 1] niet-ontvankelijk in haar vorderingen;
5.2.
wijst de vorderingen van Euro Werk c.s. af;
5.3.
veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten van [gedaagde] , begroot op € 1.707, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [eisers] c.s. € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.4.
veroordeelt [eisers] c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.5.
verklaart dit vonnis onder 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.
3556
Hoge Raad 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1173.
Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026.
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/708343 KG ZA 26-752
Vonnis in kort geding van 30 juli 2026
in de zaak van
1 [eiser 1] B.V. te [vestigingsplaats] ,
2. EURO WERK AANNEEMBEDRIJF B.V. te Den Haag,
3. [eiser 2] te [woonplaats 1] ,
4. [eiser 3] te [woonplaats 1] ,
5. [eiser 4] te [woonplaats 1] ,
6. [eiser 5] te [woonplaats 1] ,
7. [eiser 6] te [woonplaats 1] ,
8. [eiser 7] te [woonplaats 1] ,
9. Zij die verblijven in de onroerende zaak/zaken staande en gelegen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4],
eisers,
advocaat: mr. R.M. van der Zwan,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat: mr. K.S.L. van Vliet.
Eiseressen sub 1 en sub 2 worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser 1] ’ en ‘Euro Werk’. Eisers worden tezamen aangeduid als ‘ [eisers] c.s.’. Eisers sub 2 tot en met sub 9 worden aangeduid als ‘Euro Werk c.s.’. Gedaagde wordt aangeduid als ‘ [gedaagde] ’.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 juli 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3;
- de op 23 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eisers] c.s. een pleitnotitie is overgelegd.
1.2.
Op 23 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben hun standpunt toegelicht. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] is de eigenaar van de woningen aan het adres [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] (hierna: het pand).
2.2.
[gedaagde] verhuurt het pand sinds 1 september 2021. De huurovereenkomst van eind augustus 2021 vermeldt als huurder:
“Bedrijfsnaam : Euro Start Uitzendbureau
KvK-nummer : [nummer]
Vertegenwoordigd door:
Naam : De heer [naam 1]”
2.3.
Verder bepaalt de huurovereenkomst:
“Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de gestoffeerde woningen (…) om uitsluitend te worden gebruikt als woningen voor zijn medewerkers, bij het sluiten van deze overeenkomst, bestaande uit maximaal 02 (twee) personen per woning.”
2.4.
Op de huurovereenkomst zijn de ‘Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’ van toepassing verklaard, waarin voor zover relevant het volgende is opgenomen:
“16. Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs betreft:
- vindt de jaarlijkse huurprijswijziging plaats op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer (…)
- geldt de gewijzigde huurprijs ook indien van de wijziging aan huurder geen afzonderlijke mededeling wordt gedaan.”
2.5.
Ten tijde van de totstandkoming van de huurovereenkomst stond in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) onder nummer [nummer] ingeschreven Euro Start Uitzendbureau B.V. Dit was de statutaire naam van de betreffende vennootschap van 6 februari 2004 tot 3 januari 2022. Vanaf 22 oktober 2010 tot 1 januari 2022 was de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) de enige bestuurder van deze vennootschap. Vanaf 3 januari 2022 tot 7 april 2025 was de statutaire naam Venlo Group B.V. (hierna: Venlo Group). Op 7 april 2025 is Venlo Group ontbonden.
2.6.
Op 15 februari 2023 heeft de heer [naam 2] (namens [naam 1] ) Holland Building Vastgoed Beheer B.V. (de beheerder van het pand, hierna: de beheerder), voor zover relevant, als volgt bericht.
“Zoals besproken bevestig ik je hierbij ons voorstel.
[naam 1] neemt GLW per 01-03-2023 over op zijn naam.
Jij geeft mij de meterstanden op en wij regelen de papieren.
De huur wordt dit jaar niet verhoogd, dus pas eerst op 01-07-2024.
De huur per 01-03-2023 wordt verlaagd met het voorschot GLW. ad. 550,-
Graag verneem ik of jullie hiermee instemmen.
Daarnaast zou ik graag van jou nog een brief krijgen waarin jij de heer [naam 1] , en zijn bedrijf [eiser 1] BV toestemming geeft deze woningen onder te verhuren.”
2.7.
Op 28 februari 2023 heeft de beheerder, voor zover relevant, als volgt gereageerd.
“Wat betreft het verhuren van de appartementen verwijzen wij naar artikel 1.1 van de getekende huurovereenkomst waarin staat vermeld:
Het gehuurde, bestemming
1.1
Verhuurder verhuurt aan huurder en huurder huurt van verhuurder de gestoffeerde woningen hierna 'het gehuurde’ genoemd, plaatselijk bekend:
[adres 1]
[adres 2]
[adres 3]
[adres 4]
om uitsluitend te worden gebruikt als woningen voor zijn medewerkers, bij het sluiten van deze overeenkomst, bestaande uit maximaal 02 (twee) personen per woning.”
2.8.
Op 5 maart 2024 heeft de gemeente de beheerder in het kader van een adresonderzoek gevraagd wie de huurder is van de woning aan het adres [adres 1] . Op dat moment bleken meerdere huurders een huurovereenkomst voor dit adres te hebben afgesloten. Per e-mail van 8 maart 2024 heeft de beheerder de gemeente als volgt bericht.
“Het complex is verhuurd aan Euro Start Uitzendbureau, zie in de bijlage de huurovereenkomst. Daar Euro Start Uitzendbureau het complex gebruikt als woningen voor hun werknemers, verzoeken wij u ook kontakt op te nemen met Euro Start Uitzendbureau.
Ik heb hun ook direct in de c.c. van deze mail gezet alsmede de eigenaar dhr. [gedaagde] .”
2.9.
De huurprijs van het pand bedroeg met ingang van 1 juli 2024 € 3.080,83 en met ingang van 1 juli 2025 € 3.207,14. Euro Werk betaalt de huurprijs van het pand al geruime tijd aan [gedaagde] . Euro Werk doet dit structureel aan het einde van de maand waarover de huur verschuldigd is. Na 1 juli 2025 is Euro Werk het (oude) bedrag van € 3.080,83 blijven betalen. [gedaagde] heeft Venlo Group aangemaand voor het te weinig betaalde.
2.10.
Bij vonnis van 5 juni 2026 (hierna: het vonnis) heeft de kantonrechter in een door [gedaagde] tegen Euro Werk c.s. gestarte procedure Euro Werk c.s. veroordeeld het gehuurde aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te ontruimen en Euro Werk veroordeeld om de achterstallige huur/gebruiksvergoeding te voldoen.
2.11.
Op 10 juni 2026 is het vonnis betekend, waarbij de ontruiming is aangezegd tegen 23 juli 2026. Euro Werk c.s. hebben op 15 juni 2026 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
3Het geschil
3.1.
[eisers] c.s. vorderen – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] verbiedt het vonnis van 5 juni 2026 verder te executeren en de ontruiming van het gehuurde uit te laten voeren totdat in hoger beroep een eindarrest is gewezen, op straffe van een dwangsom van € 75.000.000;
II. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
3.2.
Daartoe voeren [eisers] c.s. – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] heeft in strijd met artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gehandeld door de kantonrechter onjuist te informeren. [gedaagde] wist dat Venlo Group is ontbonden en hij heeft stilzwijgend ingestemd met Euro Werk of een andere vennootschap als huurder, maar bij de kantonrechter heeft [gedaagde] dit betwist. Het is altijd de intentie van partijen geweest om het pand te gebruiken voor werknemers van alle aan [naam 1] gelieerde bedrijven. [gedaagde] heeft er ook aan meegewerkt dat de contracten voor gas, water en elektra op naam van (het bedrijf van) [naam 1] is gezet.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
De stellingen van partijen worden hierna, voor zover nodig, besproken.
4De beoordeling van het geschil
[eiser 1] is niet-ontvankelijk
4.1.
[eiser 1] is geen partij geweest in de procedure die tot het te executeren vonnis heeft geleid. Zij moet daarom in het kader van dit kort geding worden aangemerkt als een derde in de zin van artikel 438 lid 6 Rv. Dit artikellid schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel de executant ( [gedaagde] ) als de geëxecuteerde (Euro Werk c.s.) door de derde moeten worden gedagvaard. Nu [eiser 1] heeft nagelaten om Euro Werk c.s. in dit kort geding (mede) te dagvaarden, is aan voormeld vereiste niet voldaan, zodat [eiser 1] op grond daarvan in beginsel niet-ontvankelijk in haar vorderingen moet worden verklaard.
4.2.
Uit vaste rechtspraak volgt echter dat [eiser 1] in een dergelijk geval de gelegenheid moet krijgen om Euro Werk c.s. alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv binnen een daartoe door de voorzieningenrechter te stellen termijn. In de onderhavige procedure ziet de voorzieningenrechter daartoe echter geen aanleiding, omdat de door Euro Werk c.s. (en [eiser 1] ) aangevoerde standpunten niet slagen en de vorderingen hoe dan ook worden afgewezen. Het laten oproepen van Euro Werk c.s. door [eiser 1] zou voor onnodige vertraging van de procedure zorgen, zonder dat de uitkomst daarvan verandert.
Spoedeisend belang
4.3.
[gedaagde] is op grond van het vonnis onder meer gerechtigd om de ontruiming van het pand te effectueren. De ontruiming van het pand is reeds aangezegd tegen 23 juli 2026. Euro Werk c.s. verzetten zich tegen de executie van het vonnis. De aard van de vordering brengt met zich dat Euro Werk c.s. hierbij een spoedeisend belang hebben.
Juridisch kader
4.4.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Euro Werk c.s. hebben hoger beroep tegen het vonnis ingesteld. In deze situatie is het uitgangspunt dat [gedaagde] het vonnis direct ten uitvoer kan leggen. Afwijking van dat uitgangspunt kan aan de orde zijn als het vonnis een kennelijke misslag bevat of als sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan en afwijking van het vonnis kunnen rechtvaardigen. Een afwijking kan ook aan de orde zijn op grond van een belangenafweging, die in dit kort geding kan worden gemaakt omdat de beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet expliciet is gemotiveerd. In dat kader moet onderzocht worden of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van Euro Werk c.s. bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hen gestarte hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis. Bij deze belangenafweging moet worden uitgegaan van de inhoud van het vonnis en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen en blijft de kans van slagen van het gestarte hoger beroep buiten beschouwing.
Geen nieuwe feiten en omstandigheden
4.5.
Euro Werk c.s. hebben niet gesteld dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die zich na het vonnis hebben voorgedaan en afwijking van het vonnis kunnen rechtvaardigen. Dit biedt dus geen grond voor schorsing van de executie van het vonnis.
Geen kennelijke misslag
4.6.
Euro Werk c.s. meent dat sprake is van een kennelijke misslag omdat [gedaagde] volgens hen in strijd met de op [gedaagde] rustende waarheids- en informatieplicht heeft gehandeld. Als gevolg daarvan moet de voorzieningenrechter volgens Euro Werk c.s. de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen. [gedaagde] heeft er terecht op gewezen dat een schending van artikel 21 Rv geen kennelijke misslag oplevert, maar dat laat onverlet dat een schending van artikel 21 Rv als een (zwaarwegende) omstandigheid bij de belangenafweging kan worden betrokken en tot schorsing van de executie van het vonnis kan leiden. De voorzieningenrechter bespreekt dit hierna, onder de belangenafweging. Van een kennelijke misslag is echter niet gebleken.
Belangenafweging
4.7.
Euro Werk c.s. voeren aan dat [gedaagde] ervan op de hoogte was dat Venlo Group is ontbonden en dat [gedaagde] stilzwijgend heeft ingestemd met Euro Werk of een andere aan [naam 1] gelieerde vennootschap als huurder. Door dit in de procedure bij de kantonrechter te betwisten, heeft [gedaagde] volgens Euro Werk c.s. in strijd met artikel 21 Rv gehandeld. Dat [gedaagde] wel op de hoogte was van de ontbinding van Venlo Group en dat [gedaagde] stilzwijgend met een nieuwe huurder heeft ingestemd, volgt volgens Euro Werk c.s. uit de volgende drie omstandigheden.
4.8.
Ten eerste heeft de beheerder de gemeente op 8 maart 2024 per e-mail gemeld dat het pand is verhuurd aan Euro Werk. Daarbij heeft de beheerder volgens Euro Werk een huurovereenkomst tussen [eiser 1] (als verhuurder) en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] (als huurders) aangehecht als bijlage. [gedaagde] betwist dat de beheerder de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] naar de gemeente heeft gestuurd. Ter onderbouwing daarvan heeft [gedaagde] (anders dan eisers) het origineel van de e-mail van de beheerder aan de gemeente overgelegd, met een andere bijlage: de huurovereenkomst tussen [gedaagde] (als verhuurder) en Euro Start Uitzendbureau (nadien: Venlo Group) (als huurder). Deze e-mail van 8 maart 2024 heeft volgens de kop een bijlage: “Huurovereenkomst_ [adres 1] _ [adres 2] . [adres 3] . [adres 4] -[Ondertekend]-
[Ondertekend].pdf”. In de betreffende e-mail schrijft de beheerder dat ‘Het complex is verhuurd aan Euro Start Uitzendbureau, zie in de bijlage de huurovereenkomst’. De bijgevoegde huurovereenkomst heeft – zoals in de kop vermeld – betrekking op de verhuur van het complex (alle woningen) aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] , en [adres 4] en is door [gedaagde] verhuurd aan Euro Start Uitzendbureau.
4.9.
De door [eisers] c.s. overgelegde e-mail van 8 maart 2024 is geplakt in een mail van mr. Van der Zwan aan zichzelf. In die versie – die naar het oordeel van de voorzieningenrechter is aangepast – ontbreekt in de kop de vermelding van enige bijlage. Desondanks zou volgens [eisers] c.s. de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] als bijlage zijn meegezonden. Dat ligt niet voor de hand, zeker niet nu in de begeleidende tekst door de beheerder wordt geschreven dat [gedaagde] de huurder en Euro Start Uitzendbureau de verhuurder is, terwijl de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] uitsluitend ziet op een kamer in [adres 1] niet het complex, maar slechts een woning in het complex omvat. Bovendien valt op dat bij de e-mail van Van der Zwan twee bijlagen in de kop worden genoemd: “Huurovereenkomst_ [adres 1] _ [adres 2] . [adres 3] . [adres 4] -[Ondertekend]-
[Ondertekend].pdf” (hetzelfde document als de bijlage die [gedaagde] bij de e-mail van de beheerder heeft overgelegd) en “Xerox Scan_050320241 10530.pdf”, terwijl er maar één bijlage (zeer waarschijnlijk dus de Xerox Scan van de huurovereenkomst tussen [eiser 1] en de heer [eiser 3] en mevrouw [naam 3] ) door [eisers] c.s. is overgelegd.
4.10.
Het is dan ook ongeloofwaardig en daarmee niet aannemelijk dat de beheerder, zoals Euro Werk c.s. stellen, een huurovereenkomst met als verhuurder [eiser 1] naar de gemeente heeft verzonden. De correspondentie waarnaar Euro Werk c.s. verwijzen biedt dan ook geen enkel aanknopingspunt voor het standpunt van Euro Werk c.s.
4.11.
Ten tweede wijzen Euro Werk c.s. op de (niet in de procedure bij de kantonrechter overgelegde) e-mailcorrespondentie van 15 en 18 februari 2023 tussen de heer [naam 2] (namens [naam 1] ) en de beheerder, waarbij is verzocht om de contracten voor gas, water en elektra voor het pand op naam van [naam 1] te zetten en waarin [naam 2] om schriftelijke toestemming heeft verzocht om [naam 1] en [eiser 1] toestemming te geven om het pand onder te verhuren. De beheerder heeft de toestemming vervolgens niet verleend, maar heeft verwezen naar artikel 1.1 van de huurovereenkomst, waarin is vermeld dat huurder (Venlo Group) het pand uitsluitend mag gebruiken als woningen voor haar medewerkers en met een maximum van twee personen per woning. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt hieruit dat [gedaagde] juist geen toestemming heeft verleend om [naam 1] en [eiser 1] als huurder aan te merken. Ook uit het enkele feit dat [gedaagde] heeft meegewerkt aan het op naam van [naam 1] zetten van de contracten voor gas, water en elektra voor het pand volgt niet dat [gedaagde] heeft ingestemd met [eiser 1] of enige andere aan [naam 1] gelieerde vennootschap als huurder.
4.12.
Ten derde hebben Euro Werk c.s. aangevoerd dat het altijd de intentie van partijen is geweest dat het pand zou worden gebruikt voor de werknemers van alle aan [naam 1] gelieerde bedrijven. De kantonrechter heeft op dit punt reeds geoordeeld dat partijen het inschrijvingsnummer bij de KvK van Venlo Group in de huurovereenkomst hebben vermeld en dat er daarom voorshands van moet worden uitgegaan dat [gedaagde] de huurovereenkomst met uitsluitend Venlo Group heeft gesloten. Euro Werk c.s. hebben in dit verband geen nieuwe of andere feiten aangedragen. Ook dit argument is tevergeefs door Euro Werk c.s. aangedragen.
4.13.
In het kader van de belangenafweging hebben Euro Werk c.s. tot slot nog aangevoerd dat de huur wordt betaald, er geen sprake is van overbewoning en dat het vanwege de krapte op de woningmarkt niet mogelijk is om op korte termijn andere woonruimte te vinden. Ter zitting heeft [gedaagde] voldoende aannemelijk gemaakt dat Euro Werk c.s. de volledige huur niet steeds tijdig betaalt, waardoor hij beslag heeft moeten leggen. Ten aanzien van de overige door Euro Werk c.s. aangevoerde belangen geldt dat de kantonrechter deze reeds heeft meegenomen in de belangenafweging en als gevolg daarvan een langere ontruimingstermijn heeft gegeven, zodat ook dit niet tot een schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis kan leiden.
4.14.
De slotsom is dat de belangenafweging in het voordeel van [gedaagde] uitvalt, zodat de vorderingen van Euro Werk c.s. worden afgewezen.
Proceskosten
4.15.
[eisers] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht € 341
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.707
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
verklaart [eiser 1] niet-ontvankelijk in haar vorderingen;
5.2.
wijst de vorderingen van Euro Werk c.s. af;
5.3.
veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten van [gedaagde] , begroot op € 1.707, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten [eisers] c.s. € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.4.
veroordeelt [eisers] c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.5.
verklaart dit vonnis onder 5.3 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.
3556
Hoge Raad 9 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1173.
Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026.