Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21991

2026-08-07 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht SGR 26/5326
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-07
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 26/5326
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

vovo afgewezen, geen spoed. Niet gebleken van gewijzigde financiele situatie ten opzichte van vorige vovo.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.066 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: SGR 26/5326


uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 augustus 2026 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster
(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),


en


het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
(gemachtigde: [gemachtigde]).


Samenvatting


1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om een uitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.



1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.




Procesverloop


2. Verzoekster heeft op 10 februari 2026 een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering. Het college heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 26 juni 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.



2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 28 juli 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoekster heeft middels een beeldverbinding deelgenomen. De gemachtigde van het college is ter zitting verschenen.





Beoordeling door de voorzieningenrechter



Spoedeisend belang

3. Het verzoek heeft betrekking op de afwijzing van een aanvraag om algemene bijstand, een vangnetvoorziening. Een dergelijk verzoek is naar zijn aard spoedeisend, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor het tegendeel. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daar in dit geval sprake van is. Het volgende is van belang.



3.1.
Verzoekster heeft reeds eerder verzocht om een voorlopige voorziening maar dan hangende bezwaar tegen het besluit van 18 december 2025 waarbij haar bijstandsuitkering is ingetrokken vanaf 14 november 2024. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij uitspraak van 29 februari 2026 het verzoek afgewezen vanwege het ontbreken van een acute financiële noodsituatie. De voorzieningenrechter heeft het volgende overwogen: “Uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt dat verzoekster de volgende inkomsten per maand heeft: € 600,- kinderalimentatie, € 400,- kindgebonden budget, € 220,- kinderbijslag en € 100,- uit woningverhuur in [land]. Van een acute dreiging van huisuitzetting van de koopwoning, afsluiting van levering van energie of water is niet gebleken. Verzoekster is bovendien verzekerd voor ziektekosten en heeft niet onderbouwd dat zij schulden heeft die tot gevolg kunnen hebben dat zij binnenkort niet langer verzekerd is voor ziektekosten. Ook anderszins is de voorzieningenrechter niet gebleken van een voor verzoekster zo zwaarwegend belang dat behandeling van de bezwaarprocedure niet door haar kan worden afgewacht.” Uit het thans voorliggende dossier kan opgemaakt worden dat verzoekster nog altijd deze inkomsten ontvangt. Ter zitting is namens verzoekster desgevraagd toegelicht dat haar situatie niet wezenlijk anders is dan ten tijde van het eerdere verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster heeft verder eenmaal een voorschot ontvangen naar aanleiding van haar aanvraag en verder heeft ze geld geleend van familie om in haar levensonderhoud te voorzien en de vaste lasten te betalen. Hoewel voorstelbaar is dat verzoekster zich zorgen maakt om haar financiële situatie, kan niet geoordeeld worden dat de situatie op dit moment dusdanig klemmend is dat zij de bezwaarprocedure niet kan afwachten. Dat er nog steeds geen beslissing op bezwaar is genomen in de bezwaarprocedure tegen de intrekking betekent niet dat de doorlooptijd van de bezwaarprocedure tegen de afwijzing ook lang zal duren. Het college heeft ter zitting toegelicht dat daar geen aanknopingspunten voor zijn. Dit hangt voorts ook af van de medewerking van verzoekster en of nader onderzoek nodig is naar aanleiding van de informatie die in bezwaar nog naar voren komt.



3.2.
Nu verzoekster geen spoedeisend belang heeft, kan de door haar gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bezwaarprocedure in stand zal blijven. Hoewel het college ter zitting heeft toegelicht dat er nog het een en ander in bezwaar uitgezocht moet worden en dat de motivering van de afwijzing mogelijk zal worden aangepast, is de voorzieningenrechter van oordeel dat op basis van de nu overgelegde stukken niet evident is dat het bestreden besluit geen stand zal houden.




Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.





Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2026.














Griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

ECLI:NL:RBDHA:2026:19134