Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:21969

2026-08-06 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.26768 en NL26.26893
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-08-06
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.26768 en NL26.26893
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dublin Oostenrijk. Vrijwillig vertrokken naar land van herkomst. Geen procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.111 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht


zaaknummers: NL26.26768 en NL26.26893


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),



en




de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. M.C. Post-Kadijk).



Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (bestreden besluit 1) en het beroep van eiser tegen de verlenging van de overdrachtstermijn (bestreden besluit 2).
2. De minister heeft de asielaanvraag van eiser met het bestreden besluit 1 van 11 mei 2026 niet in behandeling genomen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.


2.1.
De minister heeft met het bestreden besluit 2 van 13 mei 2026 de overdrachtstermijn verlengd, vanwege de strafrechtelijke detentie van eiser.


2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen beide besluiten. Eiser heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening. Hierop wordt bij afzonderlijke uitspraak beslist.



2.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van verhindering niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.




Beoordeling door de rechtbank

3. Voordat de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepen kan toekomen, moet zij beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn beroep. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling moet de bestuursrechter een beroep slechts inhoudelijk beoordelen als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Als dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.

4. Op 31 juli 2026 heeft de minister de rechtbank meegedeeld dat eiser zich heeft gemeld bij IOM en heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen vertrek naar Turkije. Voor eiser is daarom een vlucht naar Turkije geboekt voor maandag 3 augustus 2026.
5. De gemachtigde van de minister heeft op zitting desgevraagd aangegeven dat uit de systemen volgt dat eiser op 3 augustus 2026 daadwerkelijk is vertrokken naar Turkije.

6. Nu eiser met behulp van het IOM is teruggekeerd naar Turkije, is de rechtbank van oordeel dat eiser geen belang meer heeft bij een beoordeling van de door hem ingestelde beroepen tegen het overdrachtsbesluit en het verlengingsbesluit. Aangezien eiser vrijwillig uit Nederland is vertrokken met het IOM mag worden aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op internationale bescherming. Het beoordelen van de vraag of de minister Oostenrijk terecht verantwoordelijk heeft gesteld voor de overname van eiser en de vraag of de overdrachtstermijn terecht is verlengd dient dan ook geen doel meer.

7. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het overdrachtsbesluit en het verlengingsbesluit, zodat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. Daarom wordt niet toegekomen aan een beoordeling van de inhoudelijke beroepsgronden van eiser.



Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.



De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.


Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Internationale Organisatie voor Migratie.


Volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU8624.