Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:21106
2026-07-01
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.62128
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanvraag afgifte mvv met als doel 'verblijf als familie- of gezinslid'; Beroep ongegrond; De belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM mocht in het nadeel van eisers uitvallen.
Citeert (7)
- ECLI:NL:RVS:2025:3195 Raad van State 15-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2025:3170 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2026:3616 Rechtbank Den Haag 13-02-2026
- ECLI:NL:RVS:2023:340 Raad van State 26-01-2023
- ECLI:NL:RVS:2024:1187 Raad van State 27-03-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:876 Raad van State 04-03-2024
- ECLI:NL:RVS:2025:3170 Raad van State 16-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.608 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62128
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiseres
[eiseres 2]
, V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres 2
[eiser 1]
, V-nummer: [v-nummer 3] , eiser
[eiser 2]
, V-nummer: [v-nummer 4] , eiser 2
hierna tezamen te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag om afgifte van een mvv met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 september 2023 afgewezen
(hierna: het primaire besluit). Met het bestreden besluit van 10 december 2025 op het
bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [referent] (referent) en de gemachtigde van eisers. Als tolk is verschenen I.A.I. Abdelfattah. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eisers vormen een gezin, bestaande uit een moeder met haar kinderen. Eiseres (de
moeder) is geboren op [geboortedatum 1] 1981. Haar dochter, eiseres 2, is geboren op [geboortedatum 2] 2005. Haar zoon, eiser, is geboren op [geboortedatum 3] 2007. Haar andere zoon, eiser 2, is geboren op [geboortedatum 4] 2012. Eisers hebben de Syrische nationaliteit. De meerderjarige zoon van eiseres, referent, is in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Referent heeft op 2 augustus 2022 namens eisers een aanvraag voor een mvv ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 september 2023 afgewezen. Met het besluit van 3 december 2024 is verweerder na bezwaar bij zijn afwijzing gebleven. Tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld. Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 8 september 2025 het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
2.1.
Ter uitvoering van deze rechterlijke uitspraak heeft verweerder op 10 december 2025 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Met dit besluit is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft de aanvraag wederom afgewezen, omdat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eisers uitvalt. De belangen van de Nederlandse Staat wegen volgens verweerder zwaarder dan het belang van eisers om hun gezinsleven in Nederland uit te oefenen. Ook tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld.
Wat vinden eisers in beroep?
3. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit en voeren – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft allereerst miskend dat het niet in het nadeel hoeft te wegen voor de gezinsband dat bij jongvolwassenen sprake kan zijn van stappen naar zelfstandigheid die passen binnen de levensfase waarin zij zich bevinden. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2025. Eisers kunnen zich ook niet verenigen met verweerders standpunt dat het contact op afstand kan blijven worden uitgeoefend. Ten gevolge van de burgeroorlog is er nog vaker uitval van elektra en internet, waardoor zij maar sporadisch contact met elkaar kunnen hebben. Eisers verwijzen in dit kader naar een uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025. Ook heeft verweerder ten onrechte een afzonderlijk gewicht in het nadeel van eisers toegekend aan het restrictief toelatingsbeleid én aan het economisch belang als onderdeel van het beleid. Eisers verwijzen in dit kader naar een uitspraak van de rechtbank van 13 februari 2026. Tot slot kunnen eisers zich niet verenigen met verweerders standpunt dat de lasten voor het verblijf van eisers voor rekening komen van de Nederlandse staat. Allereerst is referent een jongvolwassene en mag het hem niet worden aangerekend geen zelfstandig inkomen voor levensonderhoud te verdienen naast zijn studie. Daarnaast is referent druk bezig met zijn opleiding zodat hij binnenkort een goede baan kan vinden en zijn eiser en eiseres 2 goed in staat om snel aan de slag te gaan na aankomst in Nederland.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eisers ongegrond is. Hierna legt de
rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van gezinsleven tussen referent en
eisers op grond van het jongvolwassenenbeleid. In geschil is de vraag of verweerder de belangenafweging in het nadeel van eisers mocht laten uitvallen.
4.2.
Wanneer een belangenafweging is gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, dient de rechtbank eerst te toetsen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken. Indien dit het geval is, dient de rechtbank te toetsen of verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een ‘fair balance’ tussen het belang bij de uitoefening van het familie- en gezinsleven van een vreemdeling in Nederland en het Nederlands algemeen belang dat gediend is bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid. De vraag of alle feiten en omstandigheden zijn betrokken, moet de rechtbank zonder terughoudendheid toetsen. De uitkomst van de gemaakte belangenafweging dient de rechtbank enigszins terughoudend te toetsen. Dat betekent onder meer dat de bestuursrechter het gewicht dat verweerder aan de verschillende belangen heeft toegekend, enigszins terughoudend moet toetsen.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle feiten en omstandigheden heeft betrokken in de belangenafweging en voldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
4.4.
Verweerder heeft in het voordeel van eisers meegewogen dat er sprake is van gezinsleven omdat referent als jongvolwassene bij het gezin van zijn moeder hoort. Verweerder heeft ook in het voordeel van eisers meegewogen dat referent in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel, waardoor sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen.
Toch heeft verweerder de belangenafweging niet ten onrechte in het nadeel van eisers laten uitvallen. Verweerder heeft er allereerst op kunnen wijzen dat Nederland een restrictief toelatingsbeleid heeft en dat dit zwaar in het nadeel van eisers weegt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder het belang van de Nederlandse staat bij een restrictief toelatingsbeleid mag betrekken in de belangenafweging. De rechtbank kan, enigszins terughoudend toetsend, volgen hoe verweerder het restrictief toelatingsbeleid heeft meegenomen in de belangenafweging en volgt eisers niet in hun stelling dat verweerder dit niet afzonderlijk in hun nadeel had mogen meewegen. Verweerder heeft verder van belang mogen achten dat er geen sprake is van een intensief gezinsleven, nu referent stappen heeft gezet naar zelfstandigheid. Zo volgt hij een studie, heeft hij een relatie gehad van twee jaar en negen maanden, heeft hij meerdere bijbanen gehad en onderhoudt hij eisers financieel door maandelijks geld over te maken. Verweerder heeft in het bestreden besluit, beter dan in het eerdere besluit, uitgelegd, hoe hij deze omstandigheden – afzonderlijk en in samenhang met de overige omstandigheden – heeft betrokken.
Hierbij heeft verweerder ook in aanmerking mogen nemen dat, hoewel referent volgens het jongvolwassenenbeleid in enige mate afhankelijk is van eiseres, hij niet heeft geconcretiseerd op welke manier hij afhankelijk is van haar. Ten aanzien van eiser heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat zijn psychische problemen niet middels documenten aannemelijk zijn gemaakt en dat ook niet is gebleken dat hij voor deze problemen bij referent in Nederland moet verblijven. Ten aanzien van eiseres 2 en eiser 2 heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat referent slechts vijf maanden voor zijn vertrek uit Syrië de vaderrol heeft vervuld en eiser na het vertrek van referent verantwoordelijkheid heeft gekregen.
Verweerder heeft er ook gewicht aan mogen toekennen dat het gezinsleven niet in Nederland uitgevoerd hoeft te worden en referent het contact met zijn gezinsleden op afstand kan blijven uitoefenen. Niet is gebleken dat online contact vanwege de algemene situatie in Syrië niet mogelijk is, nu referent jarenlang op afstand invulling heeft gegeven aan het gezinsleven. Eisers verwijzing naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 16 juli 2025 slaagt in dit kader niet, nu die uitspraak gaat over de objectieve belemmering om het gezinsleven uit te oefenen in Syrië en niet over het onderhouden van contact op afstand.
Verweerder heeft ook in de afweging mogen betrekken dat het in het belang van de minderjarige kinderen, eiser, eiser 2 en eiseres 2, is dat zij bij hun moeder zijn. Verweerder heeft daarnaast in het nadeel van eisers gewicht mogen toekennen aan de omstandigheid dat zij nooit in Nederland hebben verbleven en dus sterkere banden hebben met hun land van herkomst. Aannemelijk is dat zij hier te lande ten laste zullen komen van de openbare kas. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat de Nederlandse economische belangen groot zijn, dat dit in het nadeel van eisers weegt en dat daar veel gewicht aan toekomt. Het is heel goed dat referent studeert en dat hij goede vooruitzichten op een baan heeft, maar dit hoefde verweerder niet tot een andere uitkomst te leiden.
Door referent en eisers zijn voor het overige geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die voor wat betreft de belangenafweging in hun voordeel moeten worden uitgelegd. Niet is gebleken dat door de vermissing van de vader, de gezinsleden de fysieke aanwezigheid van referent nodig hebben.
4.5.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in de belangenafweging een ‘fair balance’ gevonden en niet ten onrechte aan de voor eisers nadelige feiten en omstandigheden een zwaarder gewicht toegekend dan aan de feiten en omstandigheden die in hun voordeel uitvallen.
5. De rechtbank begrijpt dat het zwaar is voor referent om zonder familie in Nederland te zijn en dat hij graag samen wil zijn met zijn familie. Dit laat echter onverlet dat verweerder in het licht van de huidige regelgeving niet gehouden was om zijn familie een mvv te geven.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr.S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3195.
Uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3170.
Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3616.
Zie paragraaf B7/3.8.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:340.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1187, r.o. 6 – 6.2.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:876, r.o. 2.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3170.
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62128
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiseres
[eiseres 2]
, V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres 2
[eiser 1]
, V-nummer: [v-nummer 3] , eiser
[eiser 2]
, V-nummer: [v-nummer 4] , eiser 2
hierna tezamen te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag om afgifte van een mvv met als doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 september 2023 afgewezen
(hierna: het primaire besluit). Met het bestreden besluit van 10 december 2025 op het
bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [referent] (referent) en de gemachtigde van eisers. Als tolk is verschenen I.A.I. Abdelfattah. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eisers vormen een gezin, bestaande uit een moeder met haar kinderen. Eiseres (de
moeder) is geboren op [geboortedatum 1] 1981. Haar dochter, eiseres 2, is geboren op [geboortedatum 2] 2005. Haar zoon, eiser, is geboren op [geboortedatum 3] 2007. Haar andere zoon, eiser 2, is geboren op [geboortedatum 4] 2012. Eisers hebben de Syrische nationaliteit. De meerderjarige zoon van eiseres, referent, is in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Referent heeft op 2 augustus 2022 namens eisers een aanvraag voor een mvv ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 7 september 2023 afgewezen. Met het besluit van 3 december 2024 is verweerder na bezwaar bij zijn afwijzing gebleven. Tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld. Deze rechtbank heeft bij uitspraak van 8 september 2025 het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
2.1.
Ter uitvoering van deze rechterlijke uitspraak heeft verweerder op 10 december 2025 een nieuw besluit op bezwaar genomen. Met dit besluit is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verweerder heeft de aanvraag wederom afgewezen, omdat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eisers uitvalt. De belangen van de Nederlandse Staat wegen volgens verweerder zwaarder dan het belang van eisers om hun gezinsleven in Nederland uit te oefenen. Ook tegen dit besluit hebben eisers beroep ingesteld.
Wat vinden eisers in beroep?
3. Eisers zijn het niet eens met het bestreden besluit en voeren – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft allereerst miskend dat het niet in het nadeel hoeft te wegen voor de gezinsband dat bij jongvolwassenen sprake kan zijn van stappen naar zelfstandigheid die passen binnen de levensfase waarin zij zich bevinden. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2025. Eisers kunnen zich ook niet verenigen met verweerders standpunt dat het contact op afstand kan blijven worden uitgeoefend. Ten gevolge van de burgeroorlog is er nog vaker uitval van elektra en internet, waardoor zij maar sporadisch contact met elkaar kunnen hebben. Eisers verwijzen in dit kader naar een uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025. Ook heeft verweerder ten onrechte een afzonderlijk gewicht in het nadeel van eisers toegekend aan het restrictief toelatingsbeleid én aan het economisch belang als onderdeel van het beleid. Eisers verwijzen in dit kader naar een uitspraak van de rechtbank van 13 februari 2026. Tot slot kunnen eisers zich niet verenigen met verweerders standpunt dat de lasten voor het verblijf van eisers voor rekening komen van de Nederlandse staat. Allereerst is referent een jongvolwassene en mag het hem niet worden aangerekend geen zelfstandig inkomen voor levensonderhoud te verdienen naast zijn studie. Daarnaast is referent druk bezig met zijn opleiding zodat hij binnenkort een goede baan kan vinden en zijn eiser en eiseres 2 goed in staat om snel aan de slag te gaan na aankomst in Nederland.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eisers ongegrond is. Hierna legt de
rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van gezinsleven tussen referent en
eisers op grond van het jongvolwassenenbeleid. In geschil is de vraag of verweerder de belangenafweging in het nadeel van eisers mocht laten uitvallen.
4.2.
Wanneer een belangenafweging is gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, dient de rechtbank eerst te toetsen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken. Indien dit het geval is, dient de rechtbank te toetsen of verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een ‘fair balance’ tussen het belang bij de uitoefening van het familie- en gezinsleven van een vreemdeling in Nederland en het Nederlands algemeen belang dat gediend is bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid. De vraag of alle feiten en omstandigheden zijn betrokken, moet de rechtbank zonder terughoudendheid toetsen. De uitkomst van de gemaakte belangenafweging dient de rechtbank enigszins terughoudend te toetsen. Dat betekent onder meer dat de bestuursrechter het gewicht dat verweerder aan de verschillende belangen heeft toegekend, enigszins terughoudend moet toetsen.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle feiten en omstandigheden heeft betrokken in de belangenafweging en voldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
4.4.
Verweerder heeft in het voordeel van eisers meegewogen dat er sprake is van gezinsleven omdat referent als jongvolwassene bij het gezin van zijn moeder hoort. Verweerder heeft ook in het voordeel van eisers meegewogen dat referent in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel, waardoor sprake is van een objectieve belemmering om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen.
Toch heeft verweerder de belangenafweging niet ten onrechte in het nadeel van eisers laten uitvallen. Verweerder heeft er allereerst op kunnen wijzen dat Nederland een restrictief toelatingsbeleid heeft en dat dit zwaar in het nadeel van eisers weegt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder het belang van de Nederlandse staat bij een restrictief toelatingsbeleid mag betrekken in de belangenafweging. De rechtbank kan, enigszins terughoudend toetsend, volgen hoe verweerder het restrictief toelatingsbeleid heeft meegenomen in de belangenafweging en volgt eisers niet in hun stelling dat verweerder dit niet afzonderlijk in hun nadeel had mogen meewegen. Verweerder heeft verder van belang mogen achten dat er geen sprake is van een intensief gezinsleven, nu referent stappen heeft gezet naar zelfstandigheid. Zo volgt hij een studie, heeft hij een relatie gehad van twee jaar en negen maanden, heeft hij meerdere bijbanen gehad en onderhoudt hij eisers financieel door maandelijks geld over te maken. Verweerder heeft in het bestreden besluit, beter dan in het eerdere besluit, uitgelegd, hoe hij deze omstandigheden – afzonderlijk en in samenhang met de overige omstandigheden – heeft betrokken.
Hierbij heeft verweerder ook in aanmerking mogen nemen dat, hoewel referent volgens het jongvolwassenenbeleid in enige mate afhankelijk is van eiseres, hij niet heeft geconcretiseerd op welke manier hij afhankelijk is van haar. Ten aanzien van eiser heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat zijn psychische problemen niet middels documenten aannemelijk zijn gemaakt en dat ook niet is gebleken dat hij voor deze problemen bij referent in Nederland moet verblijven. Ten aanzien van eiseres 2 en eiser 2 heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat referent slechts vijf maanden voor zijn vertrek uit Syrië de vaderrol heeft vervuld en eiser na het vertrek van referent verantwoordelijkheid heeft gekregen.
Verweerder heeft er ook gewicht aan mogen toekennen dat het gezinsleven niet in Nederland uitgevoerd hoeft te worden en referent het contact met zijn gezinsleden op afstand kan blijven uitoefenen. Niet is gebleken dat online contact vanwege de algemene situatie in Syrië niet mogelijk is, nu referent jarenlang op afstand invulling heeft gegeven aan het gezinsleven. Eisers verwijzing naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 16 juli 2025 slaagt in dit kader niet, nu die uitspraak gaat over de objectieve belemmering om het gezinsleven uit te oefenen in Syrië en niet over het onderhouden van contact op afstand.
Verweerder heeft ook in de afweging mogen betrekken dat het in het belang van de minderjarige kinderen, eiser, eiser 2 en eiseres 2, is dat zij bij hun moeder zijn. Verweerder heeft daarnaast in het nadeel van eisers gewicht mogen toekennen aan de omstandigheid dat zij nooit in Nederland hebben verbleven en dus sterkere banden hebben met hun land van herkomst. Aannemelijk is dat zij hier te lande ten laste zullen komen van de openbare kas. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat de Nederlandse economische belangen groot zijn, dat dit in het nadeel van eisers weegt en dat daar veel gewicht aan toekomt. Het is heel goed dat referent studeert en dat hij goede vooruitzichten op een baan heeft, maar dit hoefde verweerder niet tot een andere uitkomst te leiden.
Door referent en eisers zijn voor het overige geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die voor wat betreft de belangenafweging in hun voordeel moeten worden uitgelegd. Niet is gebleken dat door de vermissing van de vader, de gezinsleden de fysieke aanwezigheid van referent nodig hebben.
4.5.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank in de belangenafweging een ‘fair balance’ gevonden en niet ten onrechte aan de voor eisers nadelige feiten en omstandigheden een zwaarder gewicht toegekend dan aan de feiten en omstandigheden die in hun voordeel uitvallen.
5. De rechtbank begrijpt dat het zwaar is voor referent om zonder familie in Nederland te zijn en dat hij graag samen wil zijn met zijn familie. Dit laat echter onverlet dat verweerder in het licht van de huidige regelgeving niet gehouden was om zijn familie een mvv te geven.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr.S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3195.
Uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3170.
Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Bosch, van 13 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3616.
Zie paragraaf B7/3.8.1. van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:340.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1187, r.o. 6 – 6.2.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:876, r.o. 2.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3170.