Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:20618
2026-06-23
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/681543 / FA RK 25-1759
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vernietiging erkenning en gezag. Geen belang bij voorwaardelijk verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap; bio-vader is niet als belanghebbende aangemerkt; na vernietiging erkenning door juridisch vader ligt de weg naar erkenning door bio-vader open.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.975 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1759
Zaaknummer: C/09/681543
Datum beschikking: 23 juni 2026
Vernietiging erkenning en gezag
Beschikking op het op 25 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[verzoekster] ,
hierna: verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A. Hoste te Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de juridische vader] ,
hierna: [de juridische vader] /de juridisch vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] , hierna: [de minderjarige 1] ,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.M. Menheere, advocaat te Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
Bij beschikking van 19 maart 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- tot bijzondere curator over [de minderjarige 1] benoemd: mr. M.M. Menheere;
- bepaald dat de bijzondere curator binnen vier weken een verslag of verzoekschrift namens de minderjarige zoals hiervoor bedoeld toestuurt aan de rechtbank, aan verzoekster en aan de belanghebbende;
- bepaald dat verzoekster en de belanghebbende, indien gewenst, binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de andere procespartij en aan de bijzondere curator te worden toegezonden;
- de behandeling van het verzoek pro forma aangehouden tot 1 mei 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 11 april 2025, met als bijlage het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 3 juni 2025 van de advocaat van verzoekster;
- het F9-formulier van 16 februari 2026 van de advocaat van verzoekster, met als bijlage het DNA-rapport;
- het F9-formulier van 2 maart 2026 van de advocaat van verzoekster, met bijlage;
- het F9-formulier van 2 maart 2026 van de bijzondere curator, met als bijlage het verzoekschrift van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 30 maart 2026 van de advocaat van verzoekster;
- het F9-formulier van 30 maart 2026 van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 15 april 2026 van de advocaat van verzoekster, met als bijlage de instemmingsverklaring van [de juridische vader] .
Gelet op de inhoud van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak zonder mondelinge behandeling op de stukken af te doen. Verzoekster, [de juridische vader] en de bijzondere curator hebben daarmee ingestemd.
Feiten
- Uit verzoekster zijn de volgende nu nog minderjarige kinderen geboren:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] .
- Verzoekster had voor de geboorte van [de minderjarige 1] een affectieve relatie met [de biologische vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1978 (hierna: [de biologische vader] /de biologische vader).
- [de biologische vader] heeft [de minderjarige 1] niet erkend. Verzoekster en [de biologische vader] hebben opnieuw een affectieve relatie.
- [de juridische vader] heeft [de minderjarige 1] op 26 augustus 2021 erkend.
- Verzoekster en [de juridische vader] zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige 1] , ingevolge de aantekening in het gezagsregister van 16 november 2021.
Verzoek
Verzoekster heeft verzocht:
- te bepalen dat verzoekster eenhoofdig met het gezag over [de minderjarige 1] wordt belast;
- de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] te vernietigen;
een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
De bijzondere curator heeft verzocht:
- de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] te vernietigen;
- voorwaardelijk, zoals vermeld bij randnummer 5 en verder: het vaderschap van [de biologische vader] vast te stellen over [de minderjarige 1] .
[de juridische vader] heeft aangegeven in te stemmen met de verzoeken.
Beoordeling
Vernietiging erkenning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:205, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, worden ingediend bij de rechtbank:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
Verzoekster heeft verzocht de door [de juridische vader] gedane erkenning van [de minderjarige 1] te vernietigen. Door verzoekster is niet gesteld dat sprake is van een van de omstandigheden zoals genoemd in artikel 1:205, eerste lid, onder c, BW. Daar is ook overigens niet van gebleken. Gelet hierop zal de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek.
De bijzondere curator heeft gelet op het voorgaande namens [de minderjarige 1] een verzoek tot vernietiging van de erkenning door [de juridische vader] gedaan. Omdat de bijzondere curator het verzoek op grond van artikel 1:205, eerste lid, onder a, BW tijdig heeft ingediend, is de bijzondere curator ontvankelijk in dit namens hem ingediende verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De bijzondere curator heeft zich op het standpunt gesteld dat vernietiging van de erkenning door [de juridische vader] in het belang van [de minderjarige 1] is, nu gebleken is dat [de biologische vader] de biologische vader is van [de minderjarige 1] .
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is gebleken dat tussen verzoekster en [de juridische vader] niet in geschil is dat [de juridische vader] niet de biologische vader van [de minderjarige 1] is. [de juridische vader] heeft een instemmingsverklaring ingediend, waar uit volgt dat hij akkoord gaat met de verzoeken van verzoekster. Verzoekster heeft toegelicht dat de relatie tussen haar en [de biologische vader] al voor de geboorte van [de minderjarige 1] was verbroken en [de biologische vader] [de minderjarige 1] daarna niet wilde erkennen. Verzoekster achtte het van belang dat [de juridische vader] , haar zwager, zijnde de man van de zus van verzoekster, [de minderjarige 1] erkende en mede werd belast met het gezag over [de minderjarige 1] . Verzoekster heeft aangegeven dat de situatie inmiddels is gewijzigd. De relatie tussen verzoekster en [de biologische vader] is hersteld en zij leven inmiddels als gezin. Verder is uit de DNA-test van Verilabs gebleken dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% is aangetoond dat [de biologische vader] de biologische vader is van [de minderjarige 1] . Naar het oordeel van de rechtbank is voldaan aan het in artikel 1:205 BW genoemde vereiste om over te gaan tot de vernietiging van de erkenning. De rechtbank acht het bovendien, op dezelfde gronden als de bijzondere curator en omdat er geen verweer is gevoerd, in het belang van [de minderjarige 1] dat de erkenning door [de juridische vader] wordt vernietigd. De rechtbank zal daarom het verzoek tot vernietiging van de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] toewijzen.
Het voorwaardelijk verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:207, eerste lid, BW kan een verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap worden gedaan door de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, of door het kind. In dit geval kan [de minderjarige 1] , vertegenwoordigd door de bijzondere curator, om de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap verzoeken. De bijzondere curator is ontvankelijk in dit, namens [de minderjarige 1] , ingediende verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De bijzondere curator heeft voorwaardelijk verzocht om het vaderschap van [de biologische vader] over [de minderjarige 1] vast te stellen. Het verzoek van de bijzondere curator is voorwaardelijk, in die zin dat verzoekster en [de biologische vader] in de gelegenheid worden gesteld [de minderjarige 1] door [de biologische vader] te laten erkennen en de akte daarvan aan de rechtbank en de bijzondere curator te zenden. De rechtbank overweegt dat uit DNA-onderzoek is komen vast te staan dat [de biologische vader] de biologische vader is van [de minderjarige 1] . [de biologische vader] is in deze procedure echter niet als belanghebbende aangemerkt. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek af. Daarbij overweegt de rechtbank dat de bijzondere curator in haar verslag van 11 april 2025 heeft aangegeven dat het de voorkeur heeft om het juridisch vaderschap van [de biologische vader] te bewerkstelligen via de weg van erkenning door [de biologische vader] . Ook is uit de stukken gebleken dat verzoekster en [de biologische vader] het erover eens zijn dat [de biologische vader] [de minderjarige 1] zal erkennen. Dat is ook de meest geëigende route die zij dienen te volgen. Met de vernietiging van de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] ligt voor verzoekster en [de biologische vader] de weg naar erkenning van [de minderjarige 1] door [de biologische vader] open.
Gezag
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door [de juridische vader] geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning staat [de minderjarige 1] enkel in familierechtelijke betrekking tot verzoekster en hij zal dan ook van rechtswege op grond van artikel 1:5, eerste lid, BW de geslachtsnaam van verzoekster dragen. Gelet hierop zal verzoekster, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, ook van rechtswege zijn belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] . Verzoekster heeft dus geen belang bij haar verzoek. Daarom zal de rechtbank het verzoek tot eenhoofdig gezag afwijzen. De rechtbank merkt nog ten overvloede op dat [de minderjarige 1] pas van rechtswege dezelfde geslachtsnaam zal hebben als [de minderjarige 2] , nadat het vaderschap van [de biologische vader] over [de minderjarige 1] ook juridisch is komen vast te staan, door de erkenning van [de minderjarige 1] door [de biologische vader] . Op grond van artikel 1:251b BW zal [de biologische vader] na erkenning van [de minderjarige 1] dan ook van rechtswege gezamenlijk met verzoekster zijn belast met het gezag over [de minderjarige 1] .
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Uitvoerbaar bij voorraad
Nu de aard van de zaak zich verzet tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking, zal de rechtbank het hiertoe strekkend verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vernietiging van de erkenning van na te melden minderjarige [de minderjarige 1] ;
vernietigt de erkenning – gedaan op 26 augustus 2021 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rijswijk – door:
[de juridische vader] , geboren op [geboortedatum 4] 1974 te [geboorteplaats] ,
van:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ,
uit:
[verzoekster] , geboren op [geboortedatum 5] 1988 te [geboorteplaats] ;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 juni 2026.
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1759
Zaaknummer: C/09/681543
Datum beschikking: 23 juni 2026
Vernietiging erkenning en gezag
Beschikking op het op 25 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[verzoekster] ,
hierna: verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A. Hoste te Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de juridische vader] ,
hierna: [de juridische vader] /de juridisch vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] , hierna: [de minderjarige 1] ,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.M. Menheere, advocaat te Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
Bij beschikking van 19 maart 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- tot bijzondere curator over [de minderjarige 1] benoemd: mr. M.M. Menheere;
- bepaald dat de bijzondere curator binnen vier weken een verslag of verzoekschrift namens de minderjarige zoals hiervoor bedoeld toestuurt aan de rechtbank, aan verzoekster en aan de belanghebbende;
- bepaald dat verzoekster en de belanghebbende, indien gewenst, binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de andere procespartij en aan de bijzondere curator te worden toegezonden;
- de behandeling van het verzoek pro forma aangehouden tot 1 mei 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 11 april 2025, met als bijlage het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 3 juni 2025 van de advocaat van verzoekster;
- het F9-formulier van 16 februari 2026 van de advocaat van verzoekster, met als bijlage het DNA-rapport;
- het F9-formulier van 2 maart 2026 van de advocaat van verzoekster, met bijlage;
- het F9-formulier van 2 maart 2026 van de bijzondere curator, met als bijlage het verzoekschrift van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 30 maart 2026 van de advocaat van verzoekster;
- het F9-formulier van 30 maart 2026 van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 15 april 2026 van de advocaat van verzoekster, met als bijlage de instemmingsverklaring van [de juridische vader] .
Gelet op de inhoud van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om de zaak zonder mondelinge behandeling op de stukken af te doen. Verzoekster, [de juridische vader] en de bijzondere curator hebben daarmee ingestemd.
Feiten
- Uit verzoekster zijn de volgende nu nog minderjarige kinderen geboren:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] .
- Verzoekster had voor de geboorte van [de minderjarige 1] een affectieve relatie met [de biologische vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1978 (hierna: [de biologische vader] /de biologische vader).
- [de biologische vader] heeft [de minderjarige 1] niet erkend. Verzoekster en [de biologische vader] hebben opnieuw een affectieve relatie.
- [de juridische vader] heeft [de minderjarige 1] op 26 augustus 2021 erkend.
- Verzoekster en [de juridische vader] zijn gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige 1] , ingevolge de aantekening in het gezagsregister van 16 november 2021.
Verzoek
Verzoekster heeft verzocht:
- te bepalen dat verzoekster eenhoofdig met het gezag over [de minderjarige 1] wordt belast;
- de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] te vernietigen;
een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
De bijzondere curator heeft verzocht:
- de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] te vernietigen;
- voorwaardelijk, zoals vermeld bij randnummer 5 en verder: het vaderschap van [de biologische vader] vast te stellen over [de minderjarige 1] .
[de juridische vader] heeft aangegeven in te stemmen met de verzoeken.
Beoordeling
Vernietiging erkenning
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:205, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, worden ingediend bij de rechtbank:
door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
Verzoekster heeft verzocht de door [de juridische vader] gedane erkenning van [de minderjarige 1] te vernietigen. Door verzoekster is niet gesteld dat sprake is van een van de omstandigheden zoals genoemd in artikel 1:205, eerste lid, onder c, BW. Daar is ook overigens niet van gebleken. Gelet hierop zal de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek.
De bijzondere curator heeft gelet op het voorgaande namens [de minderjarige 1] een verzoek tot vernietiging van de erkenning door [de juridische vader] gedaan. Omdat de bijzondere curator het verzoek op grond van artikel 1:205, eerste lid, onder a, BW tijdig heeft ingediend, is de bijzondere curator ontvankelijk in dit namens hem ingediende verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De bijzondere curator heeft zich op het standpunt gesteld dat vernietiging van de erkenning door [de juridische vader] in het belang van [de minderjarige 1] is, nu gebleken is dat [de biologische vader] de biologische vader is van [de minderjarige 1] .
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is gebleken dat tussen verzoekster en [de juridische vader] niet in geschil is dat [de juridische vader] niet de biologische vader van [de minderjarige 1] is. [de juridische vader] heeft een instemmingsverklaring ingediend, waar uit volgt dat hij akkoord gaat met de verzoeken van verzoekster. Verzoekster heeft toegelicht dat de relatie tussen haar en [de biologische vader] al voor de geboorte van [de minderjarige 1] was verbroken en [de biologische vader] [de minderjarige 1] daarna niet wilde erkennen. Verzoekster achtte het van belang dat [de juridische vader] , haar zwager, zijnde de man van de zus van verzoekster, [de minderjarige 1] erkende en mede werd belast met het gezag over [de minderjarige 1] . Verzoekster heeft aangegeven dat de situatie inmiddels is gewijzigd. De relatie tussen verzoekster en [de biologische vader] is hersteld en zij leven inmiddels als gezin. Verder is uit de DNA-test van Verilabs gebleken dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99,99% is aangetoond dat [de biologische vader] de biologische vader is van [de minderjarige 1] . Naar het oordeel van de rechtbank is voldaan aan het in artikel 1:205 BW genoemde vereiste om over te gaan tot de vernietiging van de erkenning. De rechtbank acht het bovendien, op dezelfde gronden als de bijzondere curator en omdat er geen verweer is gevoerd, in het belang van [de minderjarige 1] dat de erkenning door [de juridische vader] wordt vernietigd. De rechtbank zal daarom het verzoek tot vernietiging van de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] toewijzen.
Het voorwaardelijk verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:207, eerste lid, BW kan een verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap worden gedaan door de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, of door het kind. In dit geval kan [de minderjarige 1] , vertegenwoordigd door de bijzondere curator, om de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap verzoeken. De bijzondere curator is ontvankelijk in dit, namens [de minderjarige 1] , ingediende verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De bijzondere curator heeft voorwaardelijk verzocht om het vaderschap van [de biologische vader] over [de minderjarige 1] vast te stellen. Het verzoek van de bijzondere curator is voorwaardelijk, in die zin dat verzoekster en [de biologische vader] in de gelegenheid worden gesteld [de minderjarige 1] door [de biologische vader] te laten erkennen en de akte daarvan aan de rechtbank en de bijzondere curator te zenden. De rechtbank overweegt dat uit DNA-onderzoek is komen vast te staan dat [de biologische vader] de biologische vader is van [de minderjarige 1] . [de biologische vader] is in deze procedure echter niet als belanghebbende aangemerkt. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek af. Daarbij overweegt de rechtbank dat de bijzondere curator in haar verslag van 11 april 2025 heeft aangegeven dat het de voorkeur heeft om het juridisch vaderschap van [de biologische vader] te bewerkstelligen via de weg van erkenning door [de biologische vader] . Ook is uit de stukken gebleken dat verzoekster en [de biologische vader] het erover eens zijn dat [de biologische vader] [de minderjarige 1] zal erkennen. Dat is ook de meest geëigende route die zij dienen te volgen. Met de vernietiging van de erkenning van [de minderjarige 1] door [de juridische vader] ligt voor verzoekster en [de biologische vader] de weg naar erkenning van [de minderjarige 1] door [de biologische vader] open.
Gezag
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door [de juridische vader] geacht nimmer gevolg te hebben gehad. Door de vernietiging van de erkenning staat [de minderjarige 1] enkel in familierechtelijke betrekking tot verzoekster en hij zal dan ook van rechtswege op grond van artikel 1:5, eerste lid, BW de geslachtsnaam van verzoekster dragen. Gelet hierop zal verzoekster, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, ook van rechtswege zijn belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] . Verzoekster heeft dus geen belang bij haar verzoek. Daarom zal de rechtbank het verzoek tot eenhoofdig gezag afwijzen. De rechtbank merkt nog ten overvloede op dat [de minderjarige 1] pas van rechtswege dezelfde geslachtsnaam zal hebben als [de minderjarige 2] , nadat het vaderschap van [de biologische vader] over [de minderjarige 1] ook juridisch is komen vast te staan, door de erkenning van [de minderjarige 1] door [de biologische vader] . Op grond van artikel 1:251b BW zal [de biologische vader] na erkenning van [de minderjarige 1] dan ook van rechtswege gezamenlijk met verzoekster zijn belast met het gezag over [de minderjarige 1] .
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [de minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Uitvoerbaar bij voorraad
Nu de aard van de zaak zich verzet tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de beschikking, zal de rechtbank het hiertoe strekkend verzoek afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vernietiging van de erkenning van na te melden minderjarige [de minderjarige 1] ;
vernietigt de erkenning – gedaan op 26 augustus 2021 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Rijswijk – door:
[de juridische vader] , geboren op [geboortedatum 4] 1974 te [geboorteplaats] ,
van:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ,
uit:
[verzoekster] , geboren op [geboortedatum 5] 1988 te [geboorteplaats] ;
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 juni 2026.