Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20552

2026-07-23 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.39902
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-07-23
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.39902
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring – refereert aan oordeel – beroep ongegrond

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.830 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL26.39902


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder.




Procesverloop


Verweerder heeft op 9 juni 2026 aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 22 juli 2026 gesloten.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1994 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van vreemdelingenbewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 juni 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 17 juni 2026.

4. In reactie op de voortgangsrapportage heeft eiser laten weten dat hij geen onregelmatigheden heeft geconstateerd. Hij verzoekt de rechtbank om de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring ambtshalve te toetsen. Eiser refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel.

5. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het voortduren van de vreemdelingenbewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. In het bijzonder kan daarbij niet worden gezegd dat het zicht op uitzetting binnen afzienbare termijn is komen te ontbreken. Verder handelt verweerder voldoende voortvarend aan eisers terugkeer door regelmatig schriftelijk navraag te doen naar de afgifte van een laissez-passer voor eiser en door periodiek vertrekgesprekken met eiser te houden.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan op 23 juli 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Vreemdelingenwet 2000.


ECLI:NL:RBDHA:2026:16480.