Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:20354

2026-03-31 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.32359, NL25.63356 en NL25.63357
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-03-31
Publicatiedatum
2026-07-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.32359, NL25.63356 en NL25.63357
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel; Azerbeidzjaanse nationaliteit; beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk; beroep tegen het besluit is ongegrond; identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig; of sprake is van een dubbele etniciteit wordt in het midden gelaten; medische situatie niet onderbouwd.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.353 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: NL25.32359, NL25.63356 en NL25.63357


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen




[eiseres]
, V-nummer: [V-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. B. Anik),


en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Gigengack).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag (zaaknummer: NL25.32359) en het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag (zaaknummer: NL25.63356, hierna: het bestreden besluit). Ook beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiseres (zaaknummer: NL25.63357).



1.1.
Eiseres heeft op 15 maart 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 19 juni 2025 heeft eiseres verweerder een ingebrekestelling gestuurd en op 17 juli 2025 heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank vanwege het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 19 december 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.


2. De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, S. Andres als tolk en de gemachtigde van verweerder. De partner van eiseres was ook aanwezig, de beroepen van eiseres en haar partner zijn gelijktijdig op zitting behandeld.






Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?





Asielrelaas


3. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1955. Eiseres stelt de Azerbeidzjaanse nationaliteit te hebben en tot zowel de Armeense als Azerbeidjaanse bevolkingsgroep te horen. Haar vader was Azeri en haar moeder Armeens. Eiseres heeft zelf ook een dergelijk gemengd huwelijk, omdat ze getrouwd is met een Armeen. Eind 2022 of begin 2023 is er op de enige weg tussen Artjagh en Armenië maandenlang een wegblokkade opgeworpen met als doel de Armeniërs weg te krijgen uit de regio [regio] . Volgens eiseres was dit (een poging tot) een etnische zuivering. In 2023 is eiseres gedwongen verdreven uit [regio] vanwege een escalerend conflict met de overheid van Azerbeidzjan. De zoon van eiseres werkte als militair voor de Armeense autoriteiten. Eiseres heeft enkele maanden in Armenië verbleven en zij heeft Armenië op 4 februari 2024 verlaten met behulp van haar zoon. Eiseres vreest bij terugkeer naar Azerbeidzjan vermoord en verminkt te worden vanwege haar Armeense afkomst. Eiseres vreest in Armenië gediscrimineerd te worden vanwege haar Azerbeidzjaanse achternaam. Tijdens de oorlog in de jaren ‘90 was eiseres namelijk met haar twee kinderen gevlucht naar een berg, waar zij door militairen in veiligheid zou worden gebracht. Zij weigerden haar hulp te verlenen en riepen dat ze Turks was. Er werd aan haar getrokken en daarbij is een van haar zoons gevallen en overleden. De echtgenoot van eiseres heeft ook een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, deze heeft verweerder afgewezen als kennelijk ongegrond, waartegen hij in beroep is gegaan.



Bestreden besluit


4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante asielmotieven:


identiteit, nationaliteit en herkomst;


gedwongen vertrek uit Azerbeidzjaan en bijbehorende problemen;


discriminatie vanwege dubbele etniciteit.




4.1.
Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig, omdat eiseres haar verklaringen hierover niet heeft onderbouwd met objectieve documenten. Eiseres heeft ook geen oprechte inspanning geleverd om haar aanvraag met stukken te staven. Daarbij vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend geheel. Verweerder werpt eiseres daarbij tegen dat zij niet overeenkomstig de landeninformatie met betrekking tot Azerbeidzjan verklaart, dat haar echtgenoot eerder onder een andere naam is uitgereisd en dat zij niet inzichtelijk en vaag over de identiteit en nationaliteit van haar zoon verklaart.



4.2.
Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat de gestelde problemen vanwege het gestelde gedwongen vertrek uit Azerbeidzjan en bijbehorende problemen niet kunnen worden getoetst op geloofwaardigheid, omdat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres als niet geloofwaardig worden beschouwd. Om dezelfde reden toetst verweerder ook niet of de discriminatie die eiseres stelt te ervaren vanwege haar dubbele etniciteit geloofwaardig is. Deze asielmotieven hebben namelijk alleen betekenis als de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres wel geloofwaardig zijn.



4.3.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft eiseres ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.



Wat vindt eiseres in beroep?



5. Eiseres voert aan dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Eiseres verzoekt om alle eerdere stukken als herhaald en ingelast te beschouwen. Zij verwijst ook naar de beroepsgronden van haar echtgenoot als het gaat over de tegenwerpingen over de identiteitsdocumenten en het gebruik van een alias. Volgens eiseres hebben zij gebruik gemaakt van valse documenten om Nederland te kunnen inreizen. Daarnaast heeft eiseres haar identiteit aangetoond met een origineel bevonden identiteitsbewijs. Het staat ook vast dat zij als Azerbeidjaanse gehuwd is met een Armeniër. Verweerder heeft ten onrechte niet getoetst dat zij een dubbele etniciteit bezit in een conflictgebied en dat zij op leeftijd is. De aanvraag is dus ten onrechte niet inhoudelijk getoetst. Eiseres moet daarnaast een verblijfsvergunning op humanitaire gronden krijgen vanwege haar medische situatie, zij is in Nederland in behandeling. Verweerder moet tot slot het terugkeerbesluit intrekken.



Wat is het oordeel van de rechtbank?





Het beroep niet tijdig beslissen


6. Een vreemdeling kan beroep instellen als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op haar aanvraag. Voordat zij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op haar aanvraag (de ingebrekestelling). De vreemdeling kan pas beroep instellen als er na die twee weken nog steeds geen besluit is genomen.



6.1.
Niet in geschil is dat de beslistermijn is verstreken op 15 september 2024 en dat eiseres verweerder bij brief van 19 juni 2025 in gebreke heeft gesteld. Hierna zijn meer dan twee weken verstreken voordat eiseres op 17 juli 2025 beroep heeft ingesteld.



6.2.
Met het bestreden besluit van 19 december 2025 heeft verweerder alsnog op de aanvraag van eiseres beslist. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat eiseres geen belang meer heeft bij de boordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaart het beroep voor zover dit is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarom niet-ontvankelijk.



6.3.
Aangezien de wettelijke beslistermijn is overschreden en verweerder pas na overschrijding van deze termijn een besluit heeft genomen, veroordeelt de rechtbank verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op 934,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, met een waarde van € 934,- per punt, wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.



Het bestreden besluit


7. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiseres kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.



Zienswijze herhaald en ingelast


8. De rechtbank overweegt allereerst dat door het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht, zij niet kan afleiden waarom eiseres van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Verweerder is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Een algemeen verzoek aan de rechtbank om een oordeel te geven op alle tegengeworpen punten in het voornemen is onvoldoende. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van verweerder op de zienswijze volgens haar niet juist of niet toereikend is. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.



Identiteit, nationaliteit en herkomst


9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende en deugdelijk heeft gemotiveerd dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig zijn. Verweerder heeft eiseres mogen tegenwerpen dat zij haar identiteit, nationaliteit en herkomst niet heeft onderbouwd met objectieve stukken. Eiseres heeft geen Azerbeidjaans paspoort overgelegd. Verweerder heeft eiseres mogen tegenwerpen dat zij geen oprechte inspanning heeft geleverd om haar aanvraag te staven en dat zij onvoldoende stukken heeft overgelegd zonder goede verklaring daarvoor te geven.



9.1.
Het door eiseres overgelegde originele tijdelijke identiteitsbewijs uit 1991 heeft verweerder onvoldoende mogen vinden ter onderbouwing van haar asielmotief. Het identiteitsbewijs is door Bureau Documenten als ‘neutraal’ beoordeeld en daarom kan hier niet de door eiseres gewenste waarde aan worden gehecht. Bovendien is het document van 34 jaar geleden en de republiek Azerbeidzjan bestond toen nog niet. Daarom heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat uit dit document niet valt af te leiden of eiseres de Azerbeidzjaanse nationaliteit heeft, of dat zij deze op een later moment heeft verworven.



9.2.
Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eiseres geen verschonende verklaring heeft voor het niet bezitten van een Azerbeidjaans paspoort. Eiseres verklaart in het nader gehoor dat zij haar paspoort in 1988 heeft afgestaan, omdat zij bij Armenië wilde horen. Ook verklaart zij geen nieuw paspoort te kunnen aanvragen, omdat haar achternaam Azerbeidjaans is. Verweerder heeft er op kunnen wijzen dat in het nader gehoor is gevraagd waarom eiseres geen aanvraag meer kon doen, maar dat zij geen antwoord op deze vraag heeft gegeven en alleen heeft herhaald dat zij in 1988 afstand heeft gedaan van haar Azerbeidzjaanse paspoort.



9.3.
Verder heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder heeft er daarbij op kunnen wijzen dat eiseres niet overeenkomstig de landeninformatie heeft verklaard. Als inwoner van Azerbeidzjan moet zij volgens de landeninformatie een identiteitsdocument kunnen bemachtigen, in het Algemeen Ambtsbericht Azerbeidzjan van juni 2024 staat namelijk:


“De identiteitskaart en het paspoort gelden als identiteitsdocumenten. Volgens de Wet over de identiteitskaart moet iedere burger van de Republiek Azerbeidzjan die de leeftijd van vijftien jaar bereikt of een persoon die het staatsburgerschap van de Republiek Azerbeidzjan verwerft, binnen een maand een identiteitskaart aanvragen.”



Gelet op deze informatie mag verweerder van eiseres verwachten dat zij een Azerbeidjaans identiteitsdocument heeft of kan aanvragen. Eiseres heeft niet bestreden dat van deze landeninformatie uitgegaan mag worden. Ook heeft verweerder er tijdens de zitting op mogen wijzen dat zij geen tegenonderzoek heeft verricht of andersluidende landeninformatie heeft ingebracht. Dat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat er bij het TOELT geen landenspecialist Armenië en Azerbeidzjan is, betekent niet dat verweerder zich niet op landeninformatie uit een Algemeen Ambtsbericht, opgesteld door het ministerie van Buitenlandse Zaken, mag baseren.




9.4.
Verweerder heeft verder op zitting voldoende toegelicht waarom er bij gebrek aan een specialist geen taalanalyse is gedaan om de herkomst van eiseres te kunnen beoordelen. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiseres is om haar identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken. Verweerder heeft erop kunnen wijzen dat nu eiseres geen documenten heeft overgelegd die haar identiteit en nationaliteit onderbouwen en zij over het niet kunnen verkrijgen van een Azerbeidjaans paspoort niet overeenkomstig de landeninformatie heeft verklaard, de verklaringen van eiseres over haar herkomst ook niet worden gevolgd. Nu verweerder cruciale informatie mist over haar identiteit, nationaliteit en herkomst die eiseres wel in haar bezit had moeten hebben, heeft verweerder dit terecht als misleiding gezien.



9.5.
Eiseres stelt dat zij en haar echtgenoot met een vals paspoort naar Nederland zijn gereisd en dat zij dat paspoort aan de reisagent hebben teruggegeven. De enkele stelling dat eiseres door de reisagent ter hand is genomen en dat zij niet was opgewassen tegen de reisagent en daarom het paspoort heeft afgegeven, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat eiseres onder dwang en niet uit vrije wil heeft gehandeld. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat van eiseres verwacht mag worden dat zij het paspoort waarmee zij reist onder zich houdt. Eiseres moet namelijk verweerder in het kader van de samenwerkingsverplichting in de gelegenheid stellen te onderzoeken of het document daadwerkelijk vals is. Dat verweerder dergelijk onderzoek niet heeft kunnen doen, komt voor rekening en risico van eiseres.



9.6.
Verweerder heeft eiseres ook mogen tegenwerpen dat haar echtgenoot in 2013 in Nederland was onder een alias. In de gegevens van EU-VIS staat dat de echtgenoot van eiseres daarbij een andere naam, geboortedatum en nationaliteit gebruikte. Ook zijn de gegevens uit een Armeens, nationaal identiteitsdocument uit 2021 overgenomen. Deze gegevens komen overeen met de gegevens die zijn geregistreerd op het visum. Eiseres en haar echtgenoot hebben gesteld dat haar echtgenoot in 2013 niet in Nederland is geweest. Eiseres bestrijdt dat het om haar echtgenoot gaat. De rechtbank volgt eiseres niet in deze stelling. Verweerder heeft ter zitting namelijk uitgelegd dat de echtgenoot van eiseres bij de aanvraag en het gebruik van het visum op drie verschillende momenten vingerafdrukken heeft afgegeven. Deze gegevens zijn opgeslagen in het EU-VIS en BVV-systeem. Verweerder mag in beginsel uitgaan van de juistheid van de informatie in deze systemen. Het is daarom aan eiseres (en haar echtgenoot) om aannemelijk te maken dat hij dit visum - met andere naam, geboortedatum en nationaliteit - niet heeft aangevraagd en gebruikt. Daar is eiseres niet in geslaagd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om verweerder te vragen hierover een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal over leggen, zoals de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft gevraagd.



9.7.
Verweerder kon gelet op het voorgaande de gestelde problemen vanwege het gedwongen vertrek uit Azerbeidzjaan en bijbehorende problemen niet toetsen op geloofwaardigheid.



Dubbele etniciteit


10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het midden heeft mogen laten of er sprake is van een dubbele etniciteit, omdat de gestelde Azerbeidzjaanse nationaliteit, identiteit en herkomst niet geloofwaardig zijn bevonden. Daarbij heeft verweerder er ook op mogen wijzen dat eiseres geen Armeens identificerend document heeft overgelegd en dat van eiseres meer inspanning mocht worden verwacht om hieraan te komen. Verweerder heeft dan ook de ervaren discriminatie vanwege de gestelde dubbele etniciteit niet hoeven toetsen.



Medische omstandigheden


11. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar medische situatie niet met stukken heeft onderbouwd. Ook niet is onderbouwd dat zij op dit moment een behandeling ondergaat. Verweerder heeft eiseres dan ook geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden hoeven verlenen.





Conclusie en gevolgen

12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag (zaaknummer: NL25.32359) redelijkerwijs heeft moeten maken.

13. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag (met zaaknummer: NL25.63356) is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

14. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening (met zaaknummer: NL25.63357). De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.








Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep NL25.32359 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep NL25.63356 ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 934,-;


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening NL25.63357 af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.



Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


Zie de artikelen 6:2, aanhef en onder b, van de Awb en 6:12, eerste en tweede lid, van de Awb.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 4 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3348.


Aanmeldgehoor, p. 6.


Nader gehoor, p. 5.


Zie par. 2.1.2., p. 18.


Team Onderzoek en Expertise Land en Taal.


Als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw.


Het BVV-systeem (Basisvoorziening Vreemdelingen) is een centraal informatiebestand
van Justitie en Veiligheid met basisgegevens van vreemdelingen in Nederland.


Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:661.