Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:8622

2025-02-12 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 25-1303
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-02-12
Publicatiedatum
2025-05-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25-1303
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dublin Spanje, beroep tegen overdrachtsbesluit, zienswijze, beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.496 tekens)
uitspraak














RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.1303

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen




[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. F. Lavell),


en


de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.H.J. Muijlkens).




Procesverloop


1. Op 25 november 2024 heeft eiser een asielaanvraag in Nederland ingediend.



1.1
Op 24 december heeft de minister een voornemen uitgebracht.



1.2
Op 28 december 2024 heeft eiser een zienswijze op het voornemen ingediend.



1.3
Op 7 januari 2025 heeft eiser zijn asielaanvraag ingetrokken.



1.4
Op 9 januari 2025 heeft de minister een overdrachtsbesluit genomen, waarbij de minister eiser ervan in kennis heeft gesteld dat hij op grond van artikel 26, eerste lid, van de Dublinverordening aan de autoriteiten van Spanje zal worden overgedragen.



1.5
Eiser heeft tegen het overdrachtsbesluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL25.1304).



1.6
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht van afmelding niet verschenen





Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het overdrachtsbesluit op grond waarvan eiser overgedragen moet worden aan Spanje. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het overdrachtsbesluit in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen?


4. Gezien de nadere toelichting op eisers gronden – ingediend op 28 januari 2024 - begrijpt de rechtbank dat eiser aanvoert dat in het bestreden besluit ten onrechte niet is ingegaan op de door hem ingediende zienswijze.

5. Deze beroepsgrond slaagt naar het oordeel van de rechtbank niet. De minister heeft ter zitting afdoende toegelicht dat eiser - na indiening van zijn zienswijze op 28 december 2024 - zijn asielaanvraag heeft ingetrokken op 7 januari 2025 en dat onderhavig besluit daarom een zelfstandig overdrachtsbesluit is. 1 De minister heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat in het bestreden besluit niet ingegaan behoefde te worden op hetgeen is gesteld in de zienswijze.




Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en geen vergoeding van zijn proceskosten krijgt.






































1. ECLI:NL:RVS:2024:4244.




Beslissing


De rechtbank verklaart beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van K.L.H. Thomas, griffier.




De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




12 februari 2025































Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.