Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:7593
2025-05-02
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.2397
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Dublin buiten zitting. Beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Al beslist op het beroep.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6044 Rechtbank Den Haag 11-04-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:6045 Rechtbank Den Haag 11-04-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.585 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2397
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [v-nummer:] ,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft op 16 januari 2025 de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat
Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
1.1.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep
van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna
legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank moet allereerst beoordelen of eiser procesbelang heeft.
4. De rechtbank stelt vast dat – naast het onderhavige beroep – op 17 januari 2025 ook beroep is ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door een andere gemachtigde van eiser, [naam]. In die procedures heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, op 11 april 2025 uitspraak gedaan: het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Nu in die procedures al is beslist op het beroep van eiser tegen hetzelfde besluit, kan het onderhavige beroep geen verandering meer brengen in zijn rechtspositie. Van procesbelang is dan ook geen sprake. Het beroep wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid
van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde
publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt en op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer: NL25.2398.
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
Dit beroep en voorlopige voorziening zijn geregistreerd onder de zaaknummers:
NL25.2538 en NL25.2539.
Rb. Den Haag, zittingsplaats Groningen, 11 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6044 en ECLI:NL:RBDHA:2025:6045.
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2397
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
V-nummer: [v-nummer:] ,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. De minister heeft op 16 januari 2025 de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat
Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser stelt van Gambiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
1.1.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep
van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna
legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. De rechtbank moet allereerst beoordelen of eiser procesbelang heeft.
4. De rechtbank stelt vast dat – naast het onderhavige beroep – op 17 januari 2025 ook beroep is ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door een andere gemachtigde van eiser, [naam]. In die procedures heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, op 11 april 2025 uitspraak gedaan: het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Nu in die procedures al is beslist op het beroep van eiser tegen hetzelfde besluit, kan het onderhavige beroep geen verandering meer brengen in zijn rechtspositie. Van procesbelang is dan ook geen sprake. Het beroep wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid
van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde
publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt en op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer: NL25.2398.
Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
Dit beroep en voorlopige voorziening zijn geregistreerd onder de zaaknummers:
NL25.2538 en NL25.2539.
Rb. Den Haag, zittingsplaats Groningen, 11 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6044 en ECLI:NL:RBDHA:2025:6045.