Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:6045

2025-04-11 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht 25.2539
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-04-11
Publicatiedatum
2025-04-11
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zaaknummer
25.2539
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dublin, voorlopige voorziening, BZ, afgewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.928 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Groningen


Bestuursrecht


zaaknummer: NL25.2539


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen



[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. R.S. Frickus),



en




de minister van Asiel en Migratie, de minister.




Overwegingen


1. Bij besluit van 16 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (NL25.2538). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



1.2.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.2538, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af als kennelijk ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.




Artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht.