Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:4115
2025-03-17
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.7856
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Dublin Spanje, buiten zitting, interstatelijk vertrouwensbeginsel, inbreukprocedure, beroep ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4989 Rechtbank Den Haag 09-04-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:2548 Raad van State 24-06-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.398 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.7856
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 19 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft op 19 februari 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1992. Eiser heeft op 25 oktober 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. Uit Eurodac blijkt dat eiser op 21 augustus 2024 illegaal via Spanje het grondgebied van de lidstaten is ingereisd. Dit vond plaats minder dan twaalf maanden vóórdat eiser zijn asielaanvraag in Nederland indiende. Verweerder heeft op 11 december 2024 de Spaanse autoriteiten verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Spanje heeft dit verzoek op 3 januari 2025 aanvaard.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit, en stelt daartoe als volgt. Ten aanzien van Spanje kan niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Er is al jaren sprake van systematische en structurele tekortkomingen in de Spaanse opvangvoorzieningen. In dat verband wordt verwezen naar het AIDA Country Report van mei 2024 (update 2023). Voorts voldoet Spanje niet aan de Europese regels voor de opvang en behandeling van asielzoekers. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 9 april 2024. De Europese Commissie is in 2023 een inbreukprocedure tegen Spanje gestart. Dit is een indicatie dat Spanje niet voldoet aan de Europese wet- en regelgeving voor de opvang en behandeling van asielzoekers. Verweerder kan dan ook niet volstaan met de opmerking dat eiser kan klagen bij de Spaanse autoriteiten. Het bestreden besluit is dan ook onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Het is niet in geschil dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag.
5. Verweerder mag in beginsel ten opzichte van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan, hetgeen wordt bevestigd door de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat er dusdanige tekortkomingen zijn in het asiel- en opvangsysteem dat hier niet langer van uit kan worden gegaan. Eiser is hier niet in geslaagd. Het AIDA-rapport waar eiser naar verwijst heeft de Afdeling betrokken in de eerder genoemde uitspraak. Dit rapport geeft geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij eerdere uitspraken van de Afdeling is betrokken. Eiser heeft verder niet onderbouwd dat hij in Spanje geen toegang zal krijgen tot de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Bovendien heeft Spanje met het aanvaarden van het overnameverzoek van verweerder gegarandeerd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen.
6. Verder leidt het enkele feit dat de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart ook niet tot het oordeel dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit de beslissing van de Europese Commissie om een inbreukprocedure te starten blijkt niet welke gebreken in de implementatie van de Opvangrichtlijn daartoe aanleiding hebben gegeven. Ook eiser heeft niet toegelicht welke Unierechtelijke opvangnormen in Spanje niet goed zijn geïmplementeerd en welke gevolgen dit heeft voor Dublinclaimanten. Daarbij heeft de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid gegeven om de gestelde gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen. Dit betekent ook dat als eiser na zijn overdracht vindt dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt, het op zijn weg ligt om daarover in Spanje te klagen bij de (hogere) autoriteiten. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Eisers verwijzing naar de uitspraak van zittingsplaats Groningen gaat verder niet op, nu uit de overwegingen van die uitspraak volgt dat het oordeel van de rechtbank ziet op de ‘specifieke omstandigheden van dit geval’. Niet is gebleken dat de omstandigheden van eiser vergelijkbaar zijn.
7. Verweerder heeft eisers asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 17 maart 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Vreemdelingenwet 2000.
Verordening (EU) Nr. 604/2013.
ECLI:NL:RBDHA:2024:4989.
ECLI:NL:RVS:2024:2548.
Richtlijn 2013/33/EU.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.7856
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 19 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft op 19 februari 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1992. Eiser heeft op 25 oktober 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw. Uit Eurodac blijkt dat eiser op 21 augustus 2024 illegaal via Spanje het grondgebied van de lidstaten is ingereisd. Dit vond plaats minder dan twaalf maanden vóórdat eiser zijn asielaanvraag in Nederland indiende. Verweerder heeft op 11 december 2024 de Spaanse autoriteiten verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Spanje heeft dit verzoek op 3 januari 2025 aanvaard.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit, en stelt daartoe als volgt. Ten aanzien van Spanje kan niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden uitgegaan. Er is al jaren sprake van systematische en structurele tekortkomingen in de Spaanse opvangvoorzieningen. In dat verband wordt verwezen naar het AIDA Country Report van mei 2024 (update 2023). Voorts voldoet Spanje niet aan de Europese regels voor de opvang en behandeling van asielzoekers. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 9 april 2024. De Europese Commissie is in 2023 een inbreukprocedure tegen Spanje gestart. Dit is een indicatie dat Spanje niet voldoet aan de Europese wet- en regelgeving voor de opvang en behandeling van asielzoekers. Verweerder kan dan ook niet volstaan met de opmerking dat eiser kan klagen bij de Spaanse autoriteiten. Het bestreden besluit is dan ook onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Het is niet in geschil dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag.
5. Verweerder mag in beginsel ten opzichte van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan, hetgeen wordt bevestigd door de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat er dusdanige tekortkomingen zijn in het asiel- en opvangsysteem dat hier niet langer van uit kan worden gegaan. Eiser is hier niet in geslaagd. Het AIDA-rapport waar eiser naar verwijst heeft de Afdeling betrokken in de eerder genoemde uitspraak. Dit rapport geeft geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij eerdere uitspraken van de Afdeling is betrokken. Eiser heeft verder niet onderbouwd dat hij in Spanje geen toegang zal krijgen tot de asielprocedure en de opvangvoorzieningen. Bovendien heeft Spanje met het aanvaarden van het overnameverzoek van verweerder gegarandeerd de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen.
6. Verder leidt het enkele feit dat de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Spanje is gestart ook niet tot het oordeel dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Uit de beslissing van de Europese Commissie om een inbreukprocedure te starten blijkt niet welke gebreken in de implementatie van de Opvangrichtlijn daartoe aanleiding hebben gegeven. Ook eiser heeft niet toegelicht welke Unierechtelijke opvangnormen in Spanje niet goed zijn geïmplementeerd en welke gevolgen dit heeft voor Dublinclaimanten. Daarbij heeft de Europese Commissie de Spaanse autoriteiten de gelegenheid gegeven om de gestelde gebrekkige implementatie van de Opvangrichtlijn te herstellen. Dit betekent ook dat als eiser na zijn overdracht vindt dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt, het op zijn weg ligt om daarover in Spanje te klagen bij de (hogere) autoriteiten. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Eisers verwijzing naar de uitspraak van zittingsplaats Groningen gaat verder niet op, nu uit de overwegingen van die uitspraak volgt dat het oordeel van de rechtbank ziet op de ‘specifieke omstandigheden van dit geval’. Niet is gebleken dat de omstandigheden van eiser vergelijkbaar zijn.
7. Verweerder heeft eisers asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 17 maart 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Vreemdelingenwet 2000.
Verordening (EU) Nr. 604/2013.
ECLI:NL:RBDHA:2024:4989.
ECLI:NL:RVS:2024:2548.
Richtlijn 2013/33/EU.