Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:2610

2025-02-21 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL22.19240
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-02-21
Publicatiedatum
2025-02-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zaaknummer
NL22.19240
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

vovo, verzoek pkv

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.126 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: NL22.19240


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),



en


de minister van Asiel en Migratie, de minister.




Procesverloop


Bij besluit van 26 september 2022 (het primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen.



Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



Op 3 januari 2023 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker van 6 april 2022 toegelaten tot de nationale procedure. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.



De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De minister heeft hierop niet gereageerd.





Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?



2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

4. In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.



Is de minister aan het verzoek tegemoetgekomen?



5. Op 3 januari 2023 heeft de minister verzoeker opgenomen in de nationale procedure, omdat de overdrachtstermijn voor overdracht van verzoeker aan Italië is verstreken. Er zal opnieuw op de asielaanvraag van verzoeker van 6 april 2022 worden beslist en in dit kader zal, indien nodig, ook een ambtshalve een beoordeling om toepassing van artikel 64 Vw plaatsvinden. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker de bezwaarprocedure inzake de afwijzing van het verzoek om artikel 64 van de Vw toe te passen beëindigd en zijn verzoek om een voorlopige voorziening te treffen, hangende de bezwaarprocedure, ingetrokken. Verzoeker mag de behandeling van zijn asielaanvraag in Nederland afwachten. Er is geen sprake van een situatie waarin de minister de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit van 26 september 2022 voorlopig heeft opgeschort, dan wel een maatregel heeft genomen waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. Als gevolg van tijdsverloop wordt alsnog de asielaanvraag van eiser in behandeling genomen en is het risico van uitzetting komen te vervallen. Volgens de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de minister niet tegemoetgekomen aan een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker, omdat de tegemoetkoming slechts het gevolg is van tijdsverloop.

6. Er is geen sprake van een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a, eerste lid van de Awb. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten daarom af.




Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.




De uitspraak is bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.






ECLI:NL:RVS:2019:1084.