Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2023:7839
2023-03-14
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL23.4990
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
PV mondelinge uitspraak. Dublin Italië. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken zodat de rechtbank aanneemt dat hij geen prijs stelt op bescherming in Nederland. Er is geen sprake meer van procesbelang. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2014:183 Raad van State 22-01-2014
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.179 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4990
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vug).
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.4991, op 14 maart 2023 op
zitting behandeld. Gemachtigde van eiser is ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. In het bestreden besluit heeft verweerder gesteld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Bij het verweerschrift heeft verweerder een e-mailbericht
gevoegd van het COA van 17 februari 2022 waaruit blijkt dat eiser niet in het systeem van het COA voorkomt. Gemachtigde van eiser heeft ter zitting aangegeven dat zij geen contact meer heeft met eiser sinds halverwege februari 2023. Ook heeft zij aangegeven dat de strafrechtadvocaat van eiser na het einde van de strafdetentie van eiser eveneens geen contact meer met eiser heeft.
3. Indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, wordt volgens vaste rechtspraak geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande.1 In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.
4. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
5. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden in deze zaak wordt derhalve niet toegekomen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2023 door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
1 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:183.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
17 maart 2023
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.4990
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vug).
Procesverloop
Bij besluit van 16 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.4991, op 14 maart 2023 op
zitting behandeld. Gemachtigde van eiser is ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. In het bestreden besluit heeft verweerder gesteld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Bij het verweerschrift heeft verweerder een e-mailbericht
gevoegd van het COA van 17 februari 2022 waaruit blijkt dat eiser niet in het systeem van het COA voorkomt. Gemachtigde van eiser heeft ter zitting aangegeven dat zij geen contact meer heeft met eiser sinds halverwege februari 2023. Ook heeft zij aangegeven dat de strafrechtadvocaat van eiser na het einde van de strafdetentie van eiser eveneens geen contact meer met eiser heeft.
3. Indien de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, wordt volgens vaste rechtspraak geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande.1 In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep.
4. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
5. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden in deze zaak wordt derhalve niet toegekomen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2023 door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
1 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:183.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
17 maart 2023
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.