Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:6694

2023-05-04 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.12277
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-05-04
Publicatiedatum
2023-05-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.12277
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: vervolgberoep, LP Marokko, artikel 59b Vw.

Citeert (5)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (6.017 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL23.12277


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.




Procesverloop


Verweerder heeft op 7 maart 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a (de a-grond), b (de b-grond) en c (de c-grond), van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft daarop niet gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 28 april 2023 gesloten.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1977 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 21 maart 2023 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 15 maart 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. De rechtbank heeft verweerder verzocht om inlichtingen te geven over de voortgang van de voorbereiding van de uitzetting van eiser. Verweerder heeft de voortgangsrapportage op 24 april 2023 overgelegd. Hierin staat dat eisers asielaanvraag op 23 maart 2023 is afgewezen. Eiser heeft op 27 maart 2023 beroep tegen deze beslissing ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Ten tijde van het sluiten van het onderzoek was nog geen uitspraak gedaan. Uit het voortgangsverslag blijkt verder dat verweerder op 23 maart 2023 een LP-aanvraag heeft ingediend bij de Marokkaanse autoriteiten en op 6 april 2023 een rappel heeft verzonden. Daarnaast heeft verweerder op 28 maart 2023 en 20 april 2023 vertrekgesprekken met eiser gevoerd.

5. Bij bericht van 24 april 2023 heeft de rechtbank aan eiser meegedeeld dat hij na ontvangst van de voortgangsrapportage, hierop uiterlijk op de tweede volle werkdag, vóór 23:59 uur kan reageren. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage. In zoverre bestaat dan ook geen aanleiding het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.

6. In de door de verweerder verstrekte gegevens ziet de rechtbank evenmin aanleiding om, ambtshalve toetsend, te komen tot het oordeel dat niet aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor het voortduren van deze maatregel is voldaan. Ten aanzien van de grondslagen waarop verweerder de maatregel heeft gebaseerd wordt overwogen dat deze rechtbank en zittingsplaats eerder heeft geoordeeld dat eiser in bewaring kon worden gesteld op basis van de a-grond, omdat eisers identiteit niet kon worden vastgesteld. Niet is gesteld of gebleken dat eiser zijn identiteit sindsdien aannemelijk heeft gemaakt. Verweerder heeft inmiddels een besluit genomen op eisers asielaanvraag, maar de bewaring kan op deze grondslag tijdens de rechtsmiddelentermijn worden voortgezet. Nu verweerder een besluit op de asielaanvraag heeft genomen, kan de maatregel van bewaring niet meer worden gebaseerd op de b-grond. Verder heeft deze rechtbank en zittingsplaats in haar vorige uitspraak al geoordeeld dat de maatregel van bewaring ook niet kan worden gebaseerd op de c-grond. Het voorgaande leidt niet tot een onrechtmatige voortduring van de maatregel van bewaring, omdat de maatregel ook is gebaseerd op de a-grond.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.




Beslissing


De rechtbank:




verklaart het beroep ongegrond;


wijst het verzoek om schadevergoeding af.





Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Artikel 59b, eerste lid aanhef en onder a, van de Vw.


Artikel 59b, eerste lid aanhef en onder b, van de Vw.


Artikel 59b, eerste lid aanhef en onder c, van de Vw.


Vreemdelingenwet 2000.


ECLI:NL:RBDHA:2023:3984.


Laissez-passer.


Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3442.


In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1710.


De uitspraak van 21 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3984.